Week 51
Deze week bestudeer ik uitgebreid de weersomstandigheden van twee februari van afgelopen jaar. Ik word gerustgesteld, het was om het vriespunt, dus doable. Ontstaan er soms scheurtjes in mijn optimisme? Afscheidsbijeenkomsten, een straatdiner, De Nachtstemmer van ’t Hart en museumbezoek veroorzaken een gedwongen rustperiode van vijf dagen. Rust en voeding zijn voor fietsers van vitaal belang, als omzichtigheid bij wijk- of familiedisputen. Op vrijdag start ik om 08.30 uur met als doel 100 km te fietsen. Ik rijd richting Mussel- en Stadskanaal en buig halverwege af naar Onst- en Vlagtwedde. Het eerste stuk rijd ik binnen twee uur met een gemiddelde van 25+.
Met de wind in de rug geniet ik van het kale, grijze landschap, van mijn geluidjesvrije derailleur en van Groningse boerinnen die met deze kou de ramen lappen en zodra ze mij zien aankomen zich zo ver omhoog rekken dat ik stukken blote, in- en inkoude rug zie; maar altijd draaien ze zich om om mij luid ‘joehoe’ toe te roepen. Als aangetrouwde kleinzoon denk ik aan dichter Jan Boer. Van Jan Boer naar Maarten ’t Hart is een kleine stap. Ik geniet na van Maarten ’t Harts nieuwste, De Nachtstemmer, met een verrassende sodomiepassage op p 37. De geit Drieke ondergaat de zoöfiele inspanningen van haar baas Ai (what’s in a name) Stront gelaten, onbekommerd, sereen, stoïsch, zelfs totaal onaangedaan. Seks met dieren, ze doen maar, zo lang beiden ermee instemmen en het zonder schadelijke gevolgen blijft. ’t Hart voegt zich met dit thema bij Jan Wolkers; beiden groeiden op in streng christelijke milieus. Een Groningse orgelstemmer, Pottjewijd, gespecialiseerd in Schnitger-orgels, gaat orgels stemmen in een Zuidhollands havenstadje en raakt in allerlei verwikkelingen, vooral met een bloedmooie Portugese vrouw en haar dochter, verzeild.
Op de terugweg ervaar ik een straffe (inmiddels aangetrokken) zijwind en moet ik het zonder Groningse boerinnen doen. Ik doe mijn muts af en een tweede laag handschoenen uit. Ik denk terug aan ons Grootkooroptreden in Assen en het meesterlijke concert van The Analogues met Abbey Road in het Atlas Theater en ik vraag me af waarom dit een tributeband heet en niet gewoon een coverband die zo perfect mogelijk Beatlesimitaties presenteert. Waarom dragen alle veertien mannelijke musici gladde schoenen (vrouwen noemen dit schoentjes)? Ik kende, schat ik, zo’n 70 % van de nummers. En wat een kopersectie!
Ik wil mijn lijf testen. Om het uur consumeer ik vast voedsel (een banaan of kleine krentenbol) en drink gedurende de hele route slechts 500 cc. Tussen Vlagtwedde en Ter Apel filosofeer ik over fouter dan foute combi’s: oranje en belastingen, religies in onderwijs, boeren en gesubsidieerde bedrijfsbeëindiging. Het voelt lekker om al fietsend mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe inzichten. Een familiekroniek schrijven, wil ik, de laatste tijd krijg ik aanzetten op presenteerbladen.
Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.
Nog even de de voordelen van deelemigratie naar Spanje in kaart en onderhandelingsklaar krijgen. Kortom: laat de kerst maar komen. Ik eindig met 106,7 kms (meer dan de helft van de tocht der tochten) in 4,25,31 = boven de 24/u. Ik rijd het in één stuk, met twee keer een minuut pauze om iets te eten en/of een selfie te maken. Bij thuiskomst heb ik een stevige trek, ongeveer als na een diner in een tweesterrenrestaurant. Ik bereid me een feestmaal, met 450 cc zoutarme cup-a-soup (erwtensoep en Chinese kippensoep door elkaar), aangevuld met stukjes gerookte forel van gisteren en ruim 300 cc boerenkool met stukjes worst, dat allemaal door elkaar geroerd tot een stevige groene soep. Heerlijk. Emmen – Onstwedde: 106,7 kms.


Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.
Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.
De verzorging onderweg is goed. We worden volgestopt met bananen, reepjes en dorstlessers als verwaarloosde pinken in verafgelegen, hooilanden. Anders dan in voetbalstadions, bij koningsdagevenementen en in stadsparken op zonnige dagen wordt er geen rotzooi achtergelaten. De wereld om ons heen oogt helder, zacht, schoon en vriendelijk. Niemand die deze dag verstoort door gitzwarte gedachten over slechte luchtkwaliteit. Nog geen drie dagen later zal Groningen verworden tot het Armageddon van de vervuildestedendivisie door superhoog te scoren in de Air Quality Index. Hoog betekent slecht. Stad Groningen ondervindt zoveel last van smog dat het onderontwikkelde steden als Calcutta, New Delhi en Peking verslaat. Amsterdam en Rotterdam scoren 100 % beter dan Groningen. Luchtvervuiling kan via COPD, astma en longkanker dodelijk zijn. Toeval of niet, maar Zomergast Wanda de Kanter, geëxcommuniceerd door het knieënslappe KWF, roept ’s avonds op vriendelijke toon in de VPRO-woestijn hoe schadelijk nicotinedealer AH en rookgevolgen kunnen zijn. Ik word 21e bij de 85 kilometer.
Ik zie een bekende kop: Gert Jakobs. In de tour heette hij de super- of meesterknecht. Een bonk spieren. Zelfs zijn imposante bilpartij gaat niet blubberen op oneffen weggedeelten. Ik hoor hem uit over hoge velgen, stuurmanskunst, carbonfietsen, isotone dorstlessers en meer. En ik blijf naast hem fietsen. ‘Hoe classificeer jij dit tempo?’ vraag ik nog snel voordat hij zich laat afzakken naar de volgauto. “Dit peloton rijdt hard.” Om een gemiddelde van 35 te halen moeten de kopmannen boven de veertig komen als ze voor een bocht tot 28 zijn gezakt. Ik zie shirtopschriften als ‘Derrrannn’, ‘Marmotte’ en ‘Klaas-Jan Terwisga fietsenherstelbedrijf’. De stoempers, sjorders en sleurders hebben geen zadeltasje dat hangt te bungelen als het scrotum van een stier maar een extra bidon met reparatiemateriaal. Ik ben de enige met een spiegeltje, bel en ligstuur. Op de kasseien voorbij Wezuperbrug ga ik eindelijk kapot. Gesloopt. Gelukkig.


De fietsroute langs de randen van Drenthe lijkt op een gelijkbenige driehoek: de stukken Groningen – Meppel, Meppel – Nieuw-Schoonebeek, Nieuw-Schoonebeek – Groningen zijn ongeveer even lang, een kilometer of tachtig. Drenthe heeft zijn image veranderd. Was het voorheen Magisch Drenthe, nu is het Oer-Drenthe. De woorden oer, toer, stoer hebben qua klank en inhoud met elkaar te maken. Proef de naam Bourtanger Moor eens en je weet wat wordt bedoeld. In oerprovincie Drenthe is het verrekte stoer om op één dag een toer van 255 kilometer te fietsen. Of verspreid over meer dagen natuurlijk, dat kan ook. Een fietsroute van 255 kilometer dat is geen kattenpis. Ter vergelijking: de Elfstedentocht is per schaats een kleine 200 en per fiets zo’n 235 kilometer; daar gaat Drenthe even behoorlijk overheen.
Zoals Groningen de provincie van het Groninger trekpaard is, Friesland van de Elfstedentocht uit de geschiedenisboekjes, zo ontpopt Drenthe zich als de moeder aller fietsprovincies. De internationale overkoepelende wielerbond UCI (Union Cycliste Internationale) deelt speciale Bike Region Labels uit, een soort keurmerk voor regio’s die ernaar streven en daarenboven erin slagen fietsen te promoten. Drenthe is de eerste UCI Bike Region ter wereld. Drenthe wordt aangeprezen als een toonbeeld van een regio waar veel in fietsen wordt geïnvesteerd. De wielercultuur zit diep in Drenthe verankerd, als de olie onder Schoonebeek. Ook bij het Landelijk Fietsplatform scoort Drenthe vijf sterren. Mooie evenementen dragen bij aan de Drentse status als fietsprovincie, maar ook het uitstekende fietspadennetwerk van meer dan 2100 kilometer. Met de breed gedragen erkenning op zak, maakt de provincie zich op om het WK wielrennen in 2023 binnen te halen. De ambitielat ligt hoog. Dat is in Drenthe weleens anders geweest. Op diverse terreinen wordt gewerkt aan een nog betere inzet van fietsen. Gedeputeerde Henk Brink, met de portefeuilles verkeer en vervoer, economie en vrijetijdseconomie is trots op de koppositie die Drenthe inneemt. 