Automerken doen alles aan image-building. Zo stond Audi, totdat het de plofkraakbak werd, bekend als luxe, duur, degelijk, Duits en snel. Die zitten echt niet te wachten op het epitheton: wildplasserswagen.
Zondagmorgen na koningsdag stopt er een witte Audi TT Roadster, kenteken beginnend met PN 1, softtop cabrio, op Reitemakersrijge. Een wit petje, groene trui, zwarte broek met een brede witte bies, sneakers met een groen/blauwe zijkant, stapt uit, loopt naar de steiger, haalt zijn leuter uit de broek en, voorzichtig wat om zich heen kijkend, pist hij, ongegeneerd, hondsbrutaal, zijn dronkemansstraal op het pleintje naast de steiger. Ins Blaue hinein. Als een ware exhibitionist neemt hij rustig het risico bekeken en gefotografeerd te worden door vroege vogels van Pottebakkersrijge, de vier Minerva-ateliers, Reitemakersrijge zuid en Reitemakersrijge noord.
De laatste tijd sta ik iets vroeger op: 06.30 uur. Het is zondagmorgen, de dag na koningsnacht. Ik bereid me voor op een racefietstochtje naar Froombosch, Sappemeer. Die contreien. Ik wil weer een dikke zestiger rijden. Streefgemiddelde 27/u. De banden zijn op spanning, mijn bovenbenen staalhard en ik kijk naar buiten of Buienradar gelijk krijgt. De afvalzak in de keuken wil weggegooid worden. Snel loop ik naar de ondergrondse container aan Kleine der A.
Dan: telefoon. Een wakkere bekende uit de buurt heeft me zien lopen. ‘Kijk eens naar buiten, naast de vuilnisbak bij de steiger.’ Op zijn Jeroen Pauws, koffiekop in de hand, loop ik naar het raam en zie de Audi TT-rijder, kenteken beginnend met PN 1, vergenoegd staan pissen in wat je beschouwt als je eigen tuin. Onbesneden snikkel uit de broek bungelend, handen aan het telefoonscherm gekleefd. Dan loopt hij terug naar zijn auto, ziet een schrammetje op de velg linksvoor (iets geraakt in de binnenstad?), pakt een verfstiftje uit het handschoenenvak en begint rustig de velg bij te werken.
Mijn buurtgenoot stuurt me een foto van de auto en de man. Het kenteken, PN 1– – –, is duidelijk zichtbaar. Even googelen en daar is-ie: vijfde eigenaar. Nieuwprijs bijna 60K, bouwjaar 2015. Een telefoontje naar de Groningse Audi-dealer leert dat de auto daar in onderhoud is. Men wil wel de eigenaar wel even doorgeven dat hij iets belangrijks in de binnenstad is kwijtgeraakt en dat hij gefotografeerd is. Op wildplassen staat een boete van € 140,-. Doneren aan een goed doel zou ik acceptabel vinden.


Deel I: ROEMER. ‘De nakomer’ begint in Groningen. De reden daarvoor lees ik in een interview van Frank van Dijl. ’t Hart kreeg de vraag waarom de plaats van handeling bij hem altijd Maasluis is. Vandaar nu eens Groningen en Drenthe. Volkskrantrecensent Arjan Peters sabelde destijds dit boek neer. ‘De nakomer’ dus, waarin Roemer (eigenlijk Simon) Minderhout wordt geboren als zoon van Neletta en Jacob. In 1918 wordt Jacob gemeentesecretaris in Anloo. In Anloo sterft Roemers vriend Coenraad nadat hij gif uit een bierflesje dronk. De rector van het gym uit Assen komt op huisbezoek nadat Roemer gezegd heeft dat God niet bestaat. Sieberig bewondert Roemer om zijn stoutmoedige vraag. In Gieten wordt Roemer belaagd door een groepje Drentse jongens dat hem ‘pak op pens’ wil geven. Apotheker oom Herbert lijkt het een goed plan als Roemer hem later zal opvolgen. Hij trakteert de Drenten op een ritje naar Stad en verkoopt de auto aan Jacob die er samen met Roemer mee naar concerten in Stad rijdt.Roemer raakt onder de indruk van de klassieke muziek. Hij gaat in Leiden wijsbegeerte en farmacie studeren. Hij wil zich verdiepen in het thema ‘jodenhaat’ maar wordt door zijn prof teruggefloten. Door verkeerd natronloog op te zuigen verliest R een deel van zijn tong.
MAANDAG Lig je in het ziekenhuis dan worden kleinigheden belangrijk. Even WhatsAppen, een kaartje, een blommeke, een doosje brownies, een bezoekje, een kaarsje. Kortom wat aandacht. Ik heb een sterk geheugen als het op kaartjes aankomt. Op mijn twaalfde kreeg ik een kaart van de boer en boerin waar ik een groot deel van mijn vrije zaterdagen in mijn jeugd doorbracht. Op de kaart onnatuurlijk geel stro dat me als boerenknecht fascineerde. We waren een half jaar getrouwd toen wij een kaart kregen met een slome volgevreten dulle man, een supersexy vrouw en een pakkende leuke tekst. Afzender onbekend. Op mijn 66e een kaart met de gebroeders Klinkhamer van de Kameleon in één waarvan de afzender mij herkende. Sommige ansichtkaarten blijf ik me levenslang herinneren.
WOENSDAG Als wij gasten ontvangen kijk ik altijd even op straat of er ook vuilnis ligt. Vaak niet, maar zo ja, dan pak ik de prikstok en maak een rondje. Het schijnt dat er in Groningen 3.500 inwoners zijn die dat met regelmaat doen. Ooit in Marseille of Palermo geweest? Beide steden vergelijken met Groningen is kantje boord natuurlijk. De ruim drie keer grotere Siciliaanse stad hangt van frauduleuze maffiose door de katholieke kerk gedoogde praktijken aan elkaar, wat zich o.a. uit in de haperende vuilnisophaalmores. Marseille (vier keer groter dan Groningen) doet haar best het epitheton ‘bruut’ of ‘rauw’ eer aan te doen en heeft eeuwenlang vergeten zijn inwoners op te voeden. Maar dan (het veel kleinere) Groningen. De binnenstad van Groningen kent nauwelijks graffiti en is superschoon. Afgelopen week ontvingen wij van de buurtvereniging Het A-Kwartier het complete college van B & W. Na de lunch in dovencafé Luhu maakten we een wandeling door de wijk. De dag eraan voorafgaand zag ik iets meer bedrijvigheid van veegauto’s. Zaterdag is het koningsdag en op vrijdag wordt de straat en de stalen steiger naast de A even extra schoongemaakt. Ook Groningen doet het: krijg je gasten dan sloof je je wat extra uit.
DONDERDAG Lintjes en Koen Schuiling. VVD-burgemeester in het kneiterlinkse Groningen stampvoette schuimbekkend de longen uit zijn lijf toen hij constateerde dat de lintjescoördinatie in samenwerking met het middeleeuwse Kapittel voor civiele Orden, er weer niet in was geslaagd de old-boys-networks te doorbreken en inclusie was vergeten: slechts vier vrouwen en maar liefst 15 mannen. Één met een niet-Nederlandse achternaam. Schuiling, oud-leerling van de Jan Evert Scholtensschool en later de MAVO is een diplomastapelaar en weet als geen ander wat ervoor nodig is hogerop en in andere bubbels te komen.
Maar liefst 25 scherpe, interessante stukken over klassieke muziek, veelal componisten, waaronder één over de cantates van Bach. Sta daar eens even bij stil, Bach schreef één 
Waarom ik na afloop denk ‘mooiste concert ooit’ komt door het orkest, het projectkoor en de solisten. Natuurlijk. En wie weet heeft de dirigent ook wel een rol in het geheel. Maar er speelt meer. Ik bezoek het concert met L, want vrouw I ligt in het ziekenhuis. ‘Of Bach me kan troosten,’ vraag ik me af. Het zijn hectische dagen. Nooit zag ik vrouw I met zoveel pijn.
Ik verbaas me over de natuurtrompet van Rabinovitz twee meter voor ons. Als hij het vocht uit het instrument laat lopen lijkt het of hij eruit drinkt. En die weergaloze droeve fagot en de onverstoorbare Koolstra op orgel, ik hoor enkel tienen. De zilveren balletschoentjes van sopraan Cressida Sharp betoveren me, evenals haar met een fibula bij elkaar gehouden vuurrode jurk. Plaatje! En wat een stem. En dan Van Laar als hij de alten bijstaat, tenor Knight en bas Santini die craqueléscheurtjes in de nieuwe kalklaag op de muren veroorzaken. En natuurlijk Bronda die de kwaliteiten van Arne Slot en Joseph Oosting combineert en de topspelers hun gang laat gang, het werk gebeurt immers in de training. 

Een in drie delen verdeelde psychologische Whodunnit van een kleine 300 pagina’s die in W.O.II begint. Het hele, wat dradige, boek door wordt gezocht naar de moordenaar van agent Vroombout die op een massale evangelisatiedag wordt doodgeschoten. Centraal staat de familie van voddenkoopman Goudveyl met zoon Alexander. Het is de tijd van de Korea-oorlog, midden jaren vijftig en de familie heeft heimwee naar de vroegere kerk van herstelden, die ze voor de gereformeerde kerk hebben ingeruild. ‘t Hart bedient zich van woorden die halverwege de vorige eeuw heel gewoon waren: voddenjood, van de verkeerde kant, enz.
ZATERDAG Het CGTC (Centrum voor Groninger Taal en Cultuur) heeft een gevarieerde avond, zeg niet bonte, aangekondigd in het Der Aa Theater met muziek van Hister en Bert Hadders, poëzie, een praattafel over poëzieworkshops en de aankondiging van een onlinecursus Gronings. Bert Hadders steelt de show: heerlijk gitaarspel & rake teksten in verstaanbaar Gronings. Hister is, ook na de vierde keer, wat lastiger te verstaan en de aankondiging van de onlinecursus is als een voorlichtingsavond voor ouders in HAVO-3: slecht voorbereid met een haperende beamer.
ZONDAG Twan Huys dringt in Buitenhof ongegeneerd zijn privémening op aan Omtzigt en meekijkend Nederland en trekt, als de getergde Omtzigt met een gekwelde blik te kennen geeft daar niet van gediend te zijn, publiekelijk het boetekleed aan. De onbetwiste geslotenvragenkoning draagt eraan bij dat politieke partijen als PVV, BBB en NSC zich afkeren van de publieke omroep en ervoor pleiten de NPO uit te kleden en te reduceren.
DINSDAG Groningen wordt geteisterd door woning- en kamernood. Vooral jongeren zijn de dupe. Woningen worden onttrokken aan de huizenmarkt en lucratief aangeboden in de hotelkamerbusiness, singles en kinderloze (gepensioneerde) echtparen bewonen zonder scrupules kasten van huizen en winkeliers verdommen het massaal bovenverdiepingen woonklaar te maken door een trap in de winkel te installeren. Gisse Minerva-studenten toveren de glazen ondergrondseparkinguitgang om tot huisje. Ramen, compleet met een hiergeenfietsenplaatsen papier, deuren met Nee-Nee-sticker, planten in de vensterbank en meer.
WOENSDAG Minibieb ‘Achter Minerva’ puilt uit: nu de orthodoxen of fundamentalisten de kerken de rug toekeren als grutto’s het Friese platteland (bekijk de film ‘Vogels kun je niet melken’), worden de boeken massaal weggedaan.
VRIJDAG Na de deelscooter, -fiets, -auto is er nu de leen-, deel-, lease-, ruil-, of logeerhond. Keuze uit alle formaten, kleuren, rassen; teef of reu, lang- of kortharig, bruut of bangelijk, alles is mogelijk. Passend bij elk interieur. Op de foto: energiek, jeugdig, blij ei Bobby die van verstopte anaalklieren nog nooit heeft gehoord en het gedragsprobleem ‘flight or fight’ alleen maar kent van de folders in de dierenartswachtkamer. Met haar zwart-witte looks, hangoren en deemoedige, trouwe, bescheiden oogopslag doet ze het goed doet in kleurrijke interieurs met een afgeleefde bank.
Veelzijdige, gevarieerde, persoonlijke, soms felle, vaak vriendelijk uitwaaierende columnachtige korte stukken. De ondertitel luidt: Polemische paukenslagen In de eerste vier al komt tweemaal ’t Harts wens zich in vrouwenkleren te hullen naar voren. Daarnaast scherpe observaties over psychologische typologieën, gaapgedrag, grappenmakers die de pointe herhalen, misverstanden bij en door Jung en Freud en vrekken.
Het achterplat belooft een roman over een in radeloos verdriet eindigende liefdesgeschiedenis. Pianist/componist Alexander Goudveyl, 45, begeleidt vriendin Hester en ontmoet dierenaarts Sylvia Hoogervorst, 30, die een diepe indruk op hem maakt. Ze spreken een paar x af bij Alexander thuis; overdag en ’s avonds als A’s vrouw slaapt. Bijna alles is muziekgerelateerd: telefoonnummers, namen, rammelende dakpannen, kentekenplaten, enz. Hoewel de verhouding nog geen twee weken duurt wordt al over het einde gedacht en gesproken. Dat de vijftien jaar jongere Sylvia van popmuziek houdt verwijst naar een vroegtijdige afloop. Wat daar ook naar bewijst is een omgewaaide joekel van een populier, die Alexander maar niet van de oprit verwijderd krijgt.
‘En, hoe vind je ‘m?’ vraag ik enthousiast de mij onbekende vrouw die naast me voor het stoplicht staat te wachten. Ze doet d’r oortje uit, en ik herhaal m’n vraag. ‘Cool ding man, nieuw nog, antwoordt ze lachend, mijn jongensgeluksgevoel herkennend?’ Groen. Ik probeer een opgevoerde bezorgscoorter voor te blijven. Makkie. Mijn benen zijn na een weekje wandelen en trappen klimmen in Marseille in topvorm. Fietsen geeft me vaak een goed gevoel en vandaag is dat extra.