Let op, deze tekst werd gegenereerd met de laagdrempelige AI-tool Chat GPT. 7 december. De tot sint gemaakte is net vertrokken en we maken ons op voor de kersttijd met de tot verlosser gemaakte. Kerst is de tijd van goede daden en goede doelen. In de A-kerk beluisteren we de Messiah van Händel. Superieure koorzang. Bij het Hallelujah gaan twee reliwappies staan en belemmeren de achter hen gezetenen het uitzicht. Ik houd me in en ga niet sissen. Noordelijke bedrijven en industrieën nemen zich eindelijk voor serieus werk te gaan maken van energiebesparing en arbeidsplaatsen aan te bieden aan buitendebootvallers. Boeren stoppen met janken dat boeren in hun genen zit. Vervoerders bieden een gratis bus aan voor kerstconcertgasten uit Oekraïene. Rabobank is na ING en ABN derde bank die door de rechter gedwongen wordt witwaspraktijken aan te pakken. Rechters vonnissen dat Rabobank stopt met obligatiefraude. Voor je zieke buurman probeer je een leuke attentie te regelen. Een ex-fietsendief leert mij een nuttige les.
Na invoering van de Bojan-Slat-doctrine wil ik minder bijdragen aan de netten en zeven van Bojan Slats die de oceanen plasticvrij wil houden. Dus minder weggooien en geen overbodige meuk kopen. Als de rits van mijn favoriete fietsjasje knapt geen nieuwe kopen maar op naar de kleermaker waar je alleen contant mag betalen. Ik zet de fiets op de stoep, niet op slot want ik ben immers maar even binnen. ‘Kunt u nog even wachten?’ vraagt de mevrouw van De Groningse Schaar. Zeker, naast het ideaal van de Bojan-Slat-doctrine, huldig ik al een week de Zen-modus. 
Er komt een meneer de kleermakerswinkel binnen. ‘Mag ik een papiertje en even een pen lenen?’ Hij schrijft wat op een roze post-it en verlaat de zaak. Na een half uurtje kom ik buiten en zie op mijn zadel een post-it met de interessante tekst:
Een aanvankelijke vloek ruil ik snel voor een brede smile, ik kan ‘m immers bellen. Na het telefoontje komt de ‘ex-dief’ me de sleutel brengen. Ik heb net een wijze les geleerd. ‘Waar bent u?’ vraagt hij nog, want ik heb meer sleutels.’ Ik zie een vriendelijke man, die me uitlegt dat het altijd beter is de fiets op slot te doen, ook bij korte kleermakerbezoekjes. Verbazing, opluchting, blijheid en dankbaarheid strijden bij mij om voorrang. Ik geef hem een bankbiljetje. Als ik thuis ben overdenk ik de situatie en bel hem op om een afspraak voor een interview te maken voor de A-Krant.


Daar zitten ze: Jeroen Stekelenburg, NOS-verslaggever Studio Sport en Andries Noppert. Stekelenburg draait al wat langer mee en keeper Noppert is nieuw in het Nederlands elftal. Stekelenburg interviewt Noppert. Je verwacht een kennismakingsgesprek met open vragen. Maar dan … Als een aan tunnelvisie lijdende politieman die een verdachte in een verhoorkamer tot bekentenissen wil persen lardeert hij de vragen met zijn eigen opvattingen. Ook geeft Stekelenburg alvast (delen van) een antwoord cadeau, misschien denkend dat deze Friese jongen niet zelf op een antwoord kan komen. Ongegeneerd. Neerbuigend. Ongepast. Doet Stekelenburg, voorbijgaand aan de lichaamstaal van zijn gesprekspartner, let op de gepijnigde gelaatsuitdrukking, hier een poging geslotenvragenkoning Twan Huys (
De vergelijking tussen zelf een foamroller < een soort deegroller die je over gevoelige spieren rolt > gebruiken en de handen van een fysiotherapeut valt natuurlijk uit in het voordeel van de fysio. Maar er zijn huisartsen genoeg die geen verschil in effect zien. Mijn fysio kan heel goed vier dingen tegelijk doen. Zij masseert, vertroetelt en pijnigt mijn linker hamstring en praat me bij over mortaliteitsvoorspellingen op basis van bovenbeenspierkracht. Nee vijf: ze spoort me aan ook zelf te oefenen en de foamroller te gebruiken. Ik overdenk het fietsend, als ik na Odoorn linksaf sla richting Musselkanaal en me, mijn 22 kerstmuziekteksten repeterend, verbaas over de slechte fietspadstaat richting Stadskanaal.

Verhuizen van het ruime, landelijke Zuidoost-Drenthe naar een kleine provinciehoofdstad in het hoogste noorden doet wat met mensen. Met ons. Met mij. Je laat dingen, gewoonten, opvattingen, principes los en je vergaart nieuwe. Een zware diesel wordt een lichte, kleine benzineauto. Een deelauto ook nog. Je wijst de gemeente op de mogelijkheid mensen met deelauto’s een preferente parking te geven. De camper gaat eruit. We nemen een treinabonnement en zijn zeer tevreden over de binnenstad, het openbaar vervoer van NS en bussen.
Elf augustus spreken we elkaar nog uitgebreid en maak ik wat foto’s van je. Je ziekte zit je glimlach en pretogen niet in de weg. Het is een mooie zomerse dag. Een vriend bericht me dat je uit de tijd bent gekomen. Ik heb het wel verwacht, maar toch verrast en bedroeft het mij. Mijn droefenis bestrijd ik door in mijn geheugen te gaan graven om na te gaan hoe lang we elkaar kennen. Het zal de tijd van door STEM georganiseerde taaltheaternachten in de Muzeval in Emmen zijn geweest, een kleine 25 jaar geleden. Later zitten we beiden in het STEM-bestuur.
Ik herinner me je zestigste verjaardag. Een mooie zomerse dag in jullie achtertuin in Zuidbarge. Verderop de meul van je bruur. Hoewel Zuudbarge je past als een ouwe hier wel en daar niet verstelde jas, Omvlee is daar een begrip, geloof ik, verhuizen jullie naar Odoorn, waar je het met Erna en de jongens ook erg naar de zin hebt. Boekenkastje naast de oprit. Elke dag een – zelfde – wandeling. Rust, regelmaat. De laatste keer dat ik je spreek vertel je van je finale project: het beschrijven van de laatste rustplaats van Drentse schrievers.
Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie kostte het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid. 
