Fietsdagboek I 30 dagen 40 km

‘Het smelt’ van Lize Spit, schiet me tussen De Krim en Steenwijksmoer te binnen als ik me afvraag welk boek iets weg heeft van Marieke Lucas Rijnevelds ‘De avond is ongemak’. Schitterende boeken, allebei van vrouwen. Een fysiek experiment fietst mijn denkwereld binnen. Wat gebeurt er met je lijf en geest als je elke dag minimaal veertig kilometer in een pittig tempo fietst in plaats van de gebruikelijke 25? Als je een gemakkelijke vrouw hebt, geen bewerkelijke familie, zelfstandige kinderen, geen facebook, kleinkinderen of neuroses en je geen t.v.-verslaafde bent en je niet per se Ilja Leonard Pfeijffers Grand Hotel Europa wilt lezen dan houd je in coronatijd al snel tijd over.  Houd je het vol of niet, val je af, gaat fietsen tegenstaan of niet? Dat soort vragen en meer interesseren me. Ik begin op 1 november. De eerste week fiets ik respectievelijk 53, 50, 40, 41,4, 43,6, 77,2 en 49 per dag. Op de vijfde dag denk ik: het gaat supergoed, wind en vermoeidheid hebben net zo weinig vat op me als redelijkheid op Baudet of Trump. Dit, dat het op dag vijf supergoed gaat, leidt tot een kleine ambitiebijstelling op dag 6: ruim 77 kms. Het gemiddelde springt gelijk tot boven de 50 p/d.

Fietsen biedt gelegenheid tot denken en jezelf vragen stellen. Waarom mis ik mijn al drie weken verdwenen doffers meer dan de vorige week overleden oom? Zou Hanya Yanagihara’s boek ‘Een klein leven’ met 750 pagina’s beter zijn geworden met een strakke redacteur? Wat houdt een studie theologie eigenlijk in, kun je als bijvak klankschaalleer doen en studeren imams ook theologie? Waarom wordt er nog maar zo weinig gehyperventileerd en waarom zou een projectontwikkelaar een kleine dorpskern naar de Filistijnen willen helpen door 12 villa’s te bouwen terwijl tien villa’s naast acht tiny houses of een knarrenhofje op dezelfde oppervlakte een even groot financieel voordeel zou kunnen opleveren en daarnaast lof en eer van de denkende mens?

Mijn racefiets, een zwarte Giant TCR Advanced 2, met een composiet frame, instapmodel 2021 met een Shimanogroep is mijn eerste racefiets die ik op mijn lijf heb laten aanmeten, als Pistorius indertijd zijn blades. Hij kost het equivalent van een half jaar een pakje Marlboro per dag roken. Fiets en lichaam smelten tot één als Amerika en Afrika ooit één continent Pangea vormden. De Giant en ik voelen elkaar aan als een symbiotisch echtpaar dat elkaars haar knipt en één e-mailadres deelt; we zitten vaak op gemiddeld 26,6 (doorsnee) tot 29,8 (topspeed).

Naast een racefiets heb ik een Gazelle bredebandenfiets, een Orange C8 H65 Black T8 met een supermooie voorlamp die als extra twee laterale strepen licht biedt en een atb Sensa Sella evo LTD. Dit is een zware jongen, met ligstuur 17,5 kg. De gemiddelde fietspadsnelheid is ongeveer 26 km/u en dat is gek genoeg maar net onder het Giantgemiddelde.

Op de eerste dag ben ik 1.87 cm en 76,7 kg. Ik slaap per nacht 8,5 à 9 uur en overdag nog een half uur.  Mijn alcoholgebruik is matig, in het weekend dagelijks 1 blikje Radler en 1 blikje Oettinger. Daarnaast eet ik dagelijks zeker 5 stuks fruit, begin ik de dag met drie koffie en muesli met Turkse yoghurt, lunch met melk en brood, en dineer met veel groente, weinig vlees, pasta/rijst/patatten en als snacks doppinda’s en kaas.

Na één week: huh? ik ben een kg zwaarder, de fietszin lijdt niet onder de extra inspanning, mijn onderrug is gevoelig en m’n bovenbenen, zo hard dat ik er met gemak schroeven mee in gipsplaten kan duwen <ik oefen nog met spaanplaten en halfuitgehard beton>, zijn wat gespannen; schrijf-, lees-, werk-, eetlust en libido, een woord dat fietsverkopers nooit gebruiken als ze mannencomfortzadels verkopen, zijn onverminderd. Op naar de tweede week en een sportmasseur of trilplaat?