Verhuizen van het ruime, landelijke Zuidoost-Drenthe naar een kleine provinciehoofdstad in het hoogste noorden doet wat met mensen. Met ons. Met mij. Je laat dingen, gewoonten, opvattingen, principes los en je vergaart nieuwe. Een zware diesel wordt een lichte, kleine benzineauto. Een deelauto ook nog. Je wijst de gemeente op de mogelijkheid mensen met deelauto’s een preferente parking te geven. De camper gaat eruit. We nemen een treinabonnement en zijn zeer tevreden over de binnenstad, het openbaar vervoer van NS en bussen.
We voelen ons prettig zonder grote vriezer, broodmachine, droger, open haard, maar met zonnepanelen, een herbruikbare houten kerstboom, de Turkse kleermaker die de ouwe jas van nieuwe jaszakken voorziet en supergeïsoleerd glas. Vegetarisch eten en afstand doen van de elektrische tandenborstel, vaatwasmachine, papieren krant, en scheerapparaat blijft lastig. De energienota daalt harder dan de thermostaat. Van het een komt het ander. Niet meer drie grote afvalcontainers op de oprit. Zero-waste gaat ons neverneanietnooit lukken, maar papier en glas scheiden en jagen op een minimale afvalzak is het streven. We introduceren de Bojan-Slat-doctrine: proberen zo weinig mogelijk te kopen dat later, in minuscule
plasticdeeltjes, in Slats’ netten en zeven komt. Dus zo goed als geen in plastic voorverpakt brood, fruit en groente. We kopen wasmiddel in karton. De buurtmarkt biedt de mogelijkheid met meegebrachte potjes, dozen, linnen zakken, van alles mee te nemen.
Onderzoeken wijzen uit dat mensen veel en vaak kleding kopen. Ik schrok van gemiddeld 20 stuks per jaar voor mannen en vrouwen 60, zegge en schrijve zestig. Daar zitten we ruim onder. Ik neem me voor na een jaar op 0 uit te komen. Ik kom er eind 2023 hier op terug.
Vliegen, cryptomunten, met een overdaad aan pesticiden snijblommen telen, Farmers for Defence, twitteren en verwarmde terrassen zijn funest voor het klimaat. Je kunt je er aan blijven ergeren en je er veroordelend over opwinden. Zelf stappen in de goede richting maken is beter maar lastig, we zijn en blijven verstokte eters van Amerikaanse pinda’s. Loop rode terrasheaters en openstaande winkeldeuren voorbij en zeg nee tegen uit Zuid-Afrika ingevlogen bosbessen en Guatemalteekse avocado’s. Vlieg niet meer naar Zuid-Spaanse, of Portugese oorden. Eind november en december komt er een energietegemoetkoming van € 190,-. Als je altijd betweterig zegt dat dat soort vergoedingen niet gepast zijn voor iedereen, kun je er ook naar handelen. Zeg ja tegen de voedselbank. Kom op en doe mee!


Elf augustus spreken we elkaar nog uitgebreid en maak ik wat foto’s van je. Je ziekte zit je glimlach en pretogen niet in de weg. Het is een mooie zomerse dag. Een vriend bericht me dat je uit de tijd bent gekomen. Ik heb het wel verwacht, maar toch verrast en bedroeft het mij. Mijn droefenis bestrijd ik door in mijn geheugen te gaan graven om na te gaan hoe lang we elkaar kennen. Het zal de tijd van door STEM georganiseerde taaltheaternachten in de Muzeval in Emmen zijn geweest, een kleine 25 jaar geleden. Later zitten we beiden in het STEM-bestuur.
Ik herinner me je zestigste verjaardag. Een mooie zomerse dag in jullie achtertuin in Zuidbarge. Verderop de meul van je bruur. Hoewel Zuudbarge je past als een ouwe hier wel en daar niet verstelde jas, Omvlee is daar een begrip, geloof ik, verhuizen jullie naar Odoorn, waar je het met Erna en de jongens ook erg naar de zin hebt. Boekenkastje naast de oprit. Elke dag een – zelfde – wandeling. Rust, regelmaat. De laatste keer dat ik je spreek vertel je van je finale project: het beschrijven van de laatste rustplaats van Drentse schrievers.
Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie kostte het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid. 


In een week tijd komen drie keer royals voorbij, waarbij de verzonnen werkelijkheid de als echt ervaren werkelijkheid inhaalt, verslaat. Drama. Satire. Humor. Alles van de bovenste plank. Schrijvers hebben altijd gelijk, bewijst Herman Koch. Op het moment dat de Engelse koningin door touwtrekkende verklede rugbyers het graf in wordt getrokken lees ik over een potje gestolen rimpelcrème.



Concertgebouwdirigent, chef-dirigent, hè. Een van de besten in de hele wereld
De voorbereidingen voor ons Grootkoorconcert zijn in volle gang. We repeteren zes keer. In de repetitieloze zomertijd begin ik met dagelijkse studie. Maar dat houd ik niet drie manden vol. Ik vraag medetenor Bram. Twee keer nemen we alles door. Stukjes Händel, Mascagni, Sibelius, Dvorak en meer. Als ik mijn gêne afschud, de dakterrasdeur staat wijd open en de geluidsknop van voorzanger Nanne op max, gaat het lekker. Verrekte lekker zelfs. Als ik onbewust de maat sla denk ik aan 1968. Bram waarschuwt voor sopranenpower straks naast ons. Nog één keer repeteren in Groningen, Surhuisterveen en dan Amsterdam. Het Concertgebouw. Nu al stijf uitverkocht. En wie staan op de voorste rij….?