Aan de Reitemakersrijge staan geen auto’s geparkeerd. Wel is er een ondergrondse commerciële parking. Daarover zo meteen meer. Wat is het parkeerbeleid? Groningen doet als een Agrarisch Onderwijs Centrum: het ontmoedigt de studenten om met de New Holland, Fendt of John Deere (of opa’s Mc Cormick met hef, grondbakje en aftakas) naar school te komen maar biedt hun wel het naast de school gelegen sporterrein als parkeerplaats aan.
Paradox: de ruimte voor auto’s in de binnenstad van Groningen is beperkt. Toch is het beleid gericht op een warm welkom voor de auto; alsof je spuiters en slikkers, die je eigenlijk wilt weren, op elke straathoek een verwarmde picknicktafel aanbiedt. Groningen is met een kwart studenten meer een voetgangers- en fietsersstad dan een autostad. Waarom er dan zoveel parkeerruimte voor auto’s wordt gereserveerd is een raadsel. Voorbeeld: De kade aan de Pottebakkersrijge is voor 75% gereserveerd voor auto’s, waaronder enkele long-stay-karretjes. Direct achter Pottebakkersrijge is parkeergarage Westerhaven. 
Je hoort klagers en critici vaak zeggen dat parkeren in de binnenstad extreem duur is en onbereikbaar voor de modale autobezitter. Wat is duur? Eens kijken, reken mee: binnen de Diepenring kunnen bewoners één parkeervergunning aanvragen voor nog geen 90 cent per dag, de prijs van twee sigaretten of kauwgumballen. Ter vergelijk: de wegenbelasting kost voor een vuile diesel € 5,21 p.d. en de verzekering <met hoge no-claim-korting> € 1,-.
Buiten de diepenring kan zelfs ook nog een bezoekersvergunning worden aangevraagd. Wil je het karretje per se onder dak stallen, dan is er de buurtstalling: per dag € 2,40. De hele dag in een parking voor de prijs van één ijsbolletje. Voor beide is een wachtlijst van circa drie maanden. Gun je je kar gedurende de wachtperiode een roestvrij onderkomen, sommige autojongens verwennen hun vierwieler als een vrouw haar schoenencollectie, dan kan je terecht in een particuliere ondergrondse parking. Kosten € 5,- per dag. Voor de moeilijke beslisser is er nog een vierde mogelijkheid: een particuliere openluchtstalling: zo’n € 3,20 per dag. Kan je wel naast het museum staan.


Op de diploma-uitreiking van de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in den Haag zien we slechts 2% kwastvaardigen. Wel veel concepten, installaties en fotografie.
Dat Omvlee voor de omslag niet koos voor het veenlijk uit Yde maar voor een zedige schets en profil van de mysterieuze, elders ook wel sensueel afgebeelde Mata Hari komt denkelijk door zijn (partiële) Friese roots en zijn marketing-technisch inzicht. Het is een schitterende bundel geworden met zeer mooie illustraties van schoonzus Hanneke. Bij e l k vers maar liefst. Wat kan dat mens tekenen zeg. Treffend en raak, soms humoristisch, altijd verduidelijkend, met als beste die bij ‘2004 Moord op Van Gogh’.



De Reitemakersrijge wordt opnieuw bestraat. Een lekker gevoel, een beetje alsof het doorgezakte matras wordt vervangen. De vale oude gele klinkers worden quasi liefdevol met ongevoelige blikkerende metalen tanden van een 100% elektrische gele KnikMops 180 van Avitec Infra & Milieu opgelicht, met een brute touch, maar met beleid geschud als een goudzoeker die zandkorrels zeeft, en in een Gjaltema container gedumpt met het geluid van tien drummers die les krijgen in een betonnen ruimte met slechte akoestiek. Met een gelijkmatige piep rijdt de KnikMops achteruit en herhaalt het kunstje. Er zit ritme in. Een trage maat. Opgenomen en versneld afgespeeld zou het de beat van Afro-Cuban jazz kunnen zijn met Coltrane invloeden uit de tijd dat Coltrane nog aan de oostkust musiceerde.
Een ploeg mannen werkt gestaag door. Glundere koppen. Vriendelijke praats. Waar zijn de vrouwen nu, hè? Hè? De baan wordt uitgevlakt, een enkele draad gespannen en dan volgt het vlijen van nieuwe gele steentjes. Als een Drentse ollebollekeschrijver die woorden en zinnen weegt, meet en past, worden de nieuwe paden gemaakt. Verderop worden de groffe straatklinkers opnieuw gelegd, niet vlak maar met een lichte bolling, bijna perfect
als de buik van een vijfenzestigjarige racefietser die een beginnend buikje aanspant, en profil voor de spiegel in de badkamer staand net voor de binnenkomst van vrouw I: pure kunst.
Vier puike zangers, een uitstekende organist en een tekstlezer die het Gronings tot in zijn vezels beheerst. Orgelimprovisaties en door het orgel begeleide zang houden Emmens koopzondag op afstand. In dik een uur kunnen de bezoekers het Groninger deel van hun harde schijf laten updaten met de muziek die de meeste mensen uit Noord-Nederland in hun geheugen geëtst hebben staan als sinterklaasliedjes, Eurosongfestival nummers en door Bach getoonzette psalmen.
Grootst gemene deler van de kunstenaars is kwantiteit en elektronica. We zien een modernekunsttrend. Maak veel van een eenvoudig product. Gebruik Engelse titels. Kroese toont vijf grote beschilderde kamerplantenfoto’s met blauwe (bodemloos blauw dixit de folder) stippen; Covid_Blue.
Lotz filmde een paar honderd zwijgend in de camera kijkende mensen; Are You Now. Liedtke filmde spreeuwengroepen en tekende losse spreeuwen op geschept papier; Murmurations.
Schenk fotografeerde buren en plakt de 150 pics op een muur. 

Snel door naar een shot beeldende kunst van Dik Breunis, een senior die kortgeleden tot de Ploeg toetrad. Blikvanger is Kim Yung Un. De megalomane dictator, die zijn land kort en klein en slank houdt als hedendaagse triathlontrainers hun pupillen, is statig , bollig en buikig in hout vormgegeven. We zien Bolke-de-Beer-proporties terwijl Breunis de anekdotiek juist wil vermijden. In Breunis’ atelier wordt gewerkt aan een sober uitgevoerde kerk op een terp. Associaties met einde-der-tijden verhalen komen op, waarbij de laatste overlevers natuurlijk onverschrokken goddeloze vrije Friezen op een terp zijn. Breunis gaat de Ploeg versterken.
We zien Hedy d’Ancona, maar zij is hier, dixit de schilder, iemand anders. Dan een treffend zelfportret van Geertjes die bewijst dat schoonheid vergankelijk is zonder dat het lelijkheid wordt: een stoere vrouw met een begeesterde, fronsende, ongepolijste, geconcentreerde blik. 
Huib van der Stelt lijkt geobsedeerd door het landschap dat bij vlagen zinderende vergezichten toont als symbool van de opwarmende aarde. De opgetaste stropakjes vliegen net niet in de fik. Reinier van den Berg biedt variatie met in hectische kleuren beschilderde en secuur gezaagde supermultiplexen panelen.
Dat een twaalfkoppige zanggroep (met drie Ashby-zusjes) het best zonder dirigent kan bewijst Stile Antico in de Martinikerk op 17 oktober 2021. Onderdeel van het Schnitgerfestival. Alles is goed, alles klopt en dat is voor Groningen een mirakel. Toporgelmuziek door Jürgen Essl afwisselend met geweldige meerstemmigheid van 12 zangers. Superstemmen. Waar heb je begeleiding, of een dirigent voor nodig als je zo zingt. Mooier dan dit kan haast niet. Religieuze muziek. Minimale rebusteksten, soms zelfs bestaat een lied uit maar enkele bezwerende woorden uit de tijd maar net voorbij de periode dat religies even belangrijk waren als heksenverbranding, lijfstraffen en builenpest. Champions League zang, af en toe raak vergezeld van hedendaagse geluiden van buiten, uit de hoek van de bij vlagen gure Vindicatreuk.
Schnitgerorgel-bijdrage. Tja, zo kan het ook. In de A-kerk op vrijdagavond. Puike muziek o.l.v. maestro Havinga, maar de organisatie haperde als een aan drukval of vocht lijdend orgel. De kachel stond op 10. Bij de entree werd zoveel papier uitgereikt dat het publiek bleef ritselen en bladeren. Twee solisten hadden het lastig met vijf blazers. En met het publiek. Beide zangers stonden dan ook tegenover elkaar en niet naar de luisteraars gericht. Microfoonloze tussendoorse aankondiging. Onhandig gepruts en gefriemel aan oorapparaatjes tot gevolg. Pauzethee vanaf één plaats uit retrokannen.
Een keer tweede op de Groningse Vier Mijl en deelnemer aan Sterren op het Doek; en toch is het met haar nog goed gekomen. Beeldend kunstenaar Silvia Benniks in de Oosterpoort. Haar werk kenmerkt zich door meticuleuze precisie. We zien een meisjeshoofd dat samensmelt met een vogel. Op de achtergrond een oosters aandoend lijnenspel als de Stravaroute van een door hallucinogenen aangedreven hardloper. Ogen die verraden dat er wordt nagedacht over de kooktijd van een centraal afgebeeld kievitsei. Dat Benniks nog meer kan bewijst een schitterend portret van een vrouw. Ze wordt afgebeeld voor de Kalender van Boerenzonen die Campina de rug hebben toegekeerd, de tot ethisch inkeer gekomen Fiscaal Juristen of over hun rol in de slaventijd piekerende protestanten.
De schilderijen van Annelies Gommer verbergen een mysterie. Ik doe mijn best schaars verlichte mistige steegjes en garages te zien. Maar ik zie een stokoude lerares algebra die ’s avonds tegen alle goed bedoelde adviezen in haar poedel uitlaat in een door motregen en flikkerende straatlantaarns versterkte schemering. Het diffuse vervreemdende schijnsel trekt scooterrijders aan die denken dat ze de moeder van een kroongetuigen verdedigende advocaat is. Jagend op een zilveren halsketting zijn ze van plan haar voor hetzelfde geld te doen, dat is met een Umarex Smith & Wesson waarvan de loop is ingekort om te leggen. Gommer relativeert mijn gedachten met een samenvattend: ‘Spanning, rust, verstilling, verhalen bij een dramatische lichtval.’
Op de fiets naar Aduard, waar Reinier van den Berg zijn veelzijdigheid aan elke zijde van het dorp etaleert als een zonaanbidster haar lijf aan de zon. Na een gepimpte fietsenstalling bij Aduard-zuid nu ook RVS-banken in noord en oost. In zijn atelier: met water uitgezaagde platen multiplex die ‘adem’ in alle verschijningsvormen belichten. Van den Berg zoekt en vindt industriële toepassingen. Een schitterend vormgegeven bidbook moet de ‘ademserie’ de weg wijzen. Dat gaat, wed ik, wie weet in Den Bosch, lukken.