Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?
Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.
We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie! 
Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.
Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.



Mijn gedachten waaieren uit als vrolijk, onbezorgd fladderende plastic zakjes naast de prullenbak op Reitemakersrijge. Zondagavond een concert in de A-kerk. Bekeken door het Schnitgerorgel klinkt barok met Telemann, Graupner, Flasch en Bach. Uitgevoerd door Counterpoints. Contrapunten. Klinkt als echtpaar dat twee voordeuren gebruikt en apart slaapt. Na het concert een halve liter koude Veltins. Patat met joppiesaus in het Groninger Friethuys in plaats van Henri Schut met ‘Sport in beeld’.
bedrijventerrein, ik twijfel of je het industrieterrein kan noemen, waarvan er een gouden miniatuur in het UMCG staat, straatje oncologie of tandheelkunde, gaan we vertellen.


Vladimir valt Oekraïne binnen en Franky scoort eindelijk weer eens voor Barca. Ik luister elke dag naar flarden betoverende muziek uit de Mattheüs Passion, lees in Komijnsplitsers en blijf me verwonderen over nieuwe woorden. Friese paarden, virussen en stormen krijgen namen die alfabetisch oplopen. Natuurlijk klinken Delta, Eunice, Franklyn en Omikron minder sympathiek en appetijtelijk dan Foekje, Guoitske, en Neeltsje. Fietsers zien ook liever paarden dan zwarte wolken. Ik sla de zondagse fietstocht voor de eerste keer sinds eeuwen over en geef me over aan Rijnevelds nieuwste poëziebundel. Ondertussen bereid ik me voor op een midweeks tochtje van 125 km met Tío Pedro.
Pedro leest The Guardian en laat Nederlands nieuws van zich afglijden als Vlaamse Gaaien waterdruppels. Ik praat ‘m bij over Mannes,
Emmens surplus aan voetbalgogme en poneer de stelling dat je aan fietspaden kan zien of de burgemeester een fietser is of een Teslajongen (in Drenthe zijn geen vrouwelijke burgemeesters). Emmens burgemeester Eric van Oosterhout onderhoudt de fietspaden als drilrapgroupies hun billen: geveegd en strak. Marcel Thijsen van Tynaarlo en Jan Seton van Borger/Odoorn verwaarlozen bosfietspaden als Jong Ajax de defensie tegen een oppermachtig FC Emmen.
Buienradar volg ik intensiever dan Oekraïnenieuws of Volt dat (primeur!) een vrouw heeft betrapt op grensoverschrijdend gedrag. Wat Gündoğan gedaan of gezegd zal hebben prikkelt mijn nieuwsgierigheid als tassenwinkels oudere vrouwen. Of heeft Volt gewoon last van het in Den Haag enig zichtbare, overassertieve Tweede-Kamerlid dat zich aan ‘s fractieleiders bleekheid ontworstelt en zich ondubbelzinnig uitspreekt?
Anjum, Lauwersoog, Houwerzijl glijden voorbij als cocaïnecontainers langs de Rotterdamse douane. Duizenden ganzen kijken ons als omgekeerde wappies glazig aan: even online een petitie invullen, okee, maar meedoen in de Black-Lives-demonstratie gaat veel te ver. De vogels herkennen mijn einde-der-tijden-gevoel net voordat ze door een zeearend worden verschalkt. Ik word slechts tijdelijk opgegeten.
Hij staat tussen Zedong en Zhang Gaoli.
Dat voormalig vice-premier Zhang Gaoli tennisster Peng Shuai bepoteld of aangerand zou hebben verbaast me niet. Chinese partijbazen zijn als betaaldvoetbalmannetjes. Liet good-old Mao Zedong zich er niet al op voorstaan dat hij zijn druiper kon genezen door steeds een nieuwe Chinese maagd ongevraagd te penetreren? Zijn quote ‘Ik was me in vrouwen,’ zou een aan het Rode Boekje gehecht addendum kunnen heten.
Verbaast me niks. Ik voel het elke dag aan mijn stalen bovenbenen.

Oude trainingsinzichten verpulverden als behandelmethodes in de psychiatrie. Dachten langeafstandslopers voorheen dat je drie marathons in de benen moest hebben voordat je maar aan een wedstrijdje mocht beginnen te denken, nu volstaat je hart wat in de gaten houden. Tom Dumoulin, nou ja geen beginner dus, werd zonder looptraining gelijk tweede in Maastricht met een gemiddelde van 18,3 op de 10 kms.
Een museum is geen kerk. Kunst is niet gelijk aan godsdienst. Sommige in het nauw gedreven gelovigen maken rare denksprongen. Vrijheid van godsdienst? Mijn reet! Als ouders religies niet met dezelfde power in de kinderhoofdjes zouden persen als industrieboeren biest in de monden van pasgeboren kalveren, zou het met religies snel afgelopen zijn. Dit vrijheid noemen gaat wat ver. In dit opzicht is godsdienst als kokkerellen of museumbezoek of vogels spotten: onderzoek leert dat museumbezoekers doen wat hun ouders deden: musea bezoeken. Panikerende ouders die wanhopen dat hun kinderen nooit een museum van binnen zullen zien kunnen gerust zijn: heb je het voorgedaan dan komt het goed.
Hierna begint de echte kunst in de kinderbiënnale. Supermooie constructies van Harry Arling, een leuk Bamboe Bibber Bos van Schoeren, graffiti van Werc Collective en een installatie van Nou&Herkauw. Mooist: de joekels van aanraakbare, opblaasbare tollen: honderd keer spannender dan de aan de museumbinnenmuur gemonteerde gevriesdroogde statische glazen kermisblommekes van Dale Chihuly waar het spaarzaam toegestroomde publiek levenslang van zal moeten genieten, ben ik bang.