Als de sopraansolist de volgende ochtend bij je aan de ontbijttafel zit achter een bakje muesli en een stukje geitenkaas, kijk en luister je toch anders bij het concert. Je kent haar stem al. Je hebt al met interesse geluisterd als ze bij je thuis inzingt. De toonladders fladderen vrolijk door je huis als een nieuwe Steinway in een toonzaal. Vanaf het dakterras hoor je hoe passanten op straat onder de indruk zijn. Ik doe alsof het heel gewoon is.
Het is vier mei. Met vrouw I naar het Martinikerkhof. Twee minuten stilte en twee coupletten van het Wilhelmus. Ben ik de enige die uitvolle borst zingt? Dan Mozarts Requiem in de A-kerk. Hoe toepasselijk bij dodenherdenking. Alle bezoekers/luisteraars dwalen met hun gedachten naar Oekraïene en Rusland. Aan beide zijden duizenden doden. Zelensky die naar Nederland komt en door Caroline van de Plas wordt genegeerd alsof hij Round-up aan zijn handen heeft.
Vier jonge solisten excelleren. Griet de Geyter is duidelijk de leider, zij interpreteert het woord ‘ensemble’ als een ware diva. Met haar ogen, met haar lijf, met kleine gebaren zoekt ze de verbinding met tenor Twan, bas Drew, alt Eske en de musici en koorleden achter haar. Hogeschoolmuziek in een van de mooiste kerken van Nederland. Organist Koolstra bespeelt het Schnitgerorgel als een testrijder een antieke Rolls. De ontspanning onder het publiek slaat toe: een mevrouw krijgt een flauwte. Als gediplomeerd BHV’er zie ik dat alles goed gaat. Een paar huisartsen, enkele verpleegkundigen en de kerkhuismeester treden doeltreffend op. De AED blijft achter het nummerslot. Toen ze neerging zag ik 500 pax prevelen ‘Requiem aeternam blijf uit de buurt’.
Terug naar het ‘Agnus Dei’ en het ‘Lux aeterna’. We nemen de Latijnse dodetaaltekst met een korreltje zout en ik vraag me af of je nieuw publiek trekt met de Nederlandse vertaling met archaïsche woorden als ‘uitdelgen, oordeelsstonde, gebenedijde, vierschaar en ongezuurd brood’. Het hoeven geen drilrapteksten te worden maar begin eens met Jeugdjournaaltaal, zou ik zeggen.
Terug naar de muziek. De twee fagottisten, de paukenist en de koperblazers, allen jongens, spelen de sterren van de hemel zodat Griet en haar ensemble lekker kunnen leunen op de muziek. Kristusziele wat kan ze zingen. Ondertussen kijken we met verbazing naar acht lege stoelen die voor zogenaamde vrienden van de Lutrherse Bach Academie zijn klaargezet maar niet worden gebruikt, come on, hier zien we een verbeterkans: worden ze tot een kwartier voor het begin niet gebruikt, pluk dan muziekminnende zwervers van de straat.


In Groningen worden begin april medewerkers van Dorothy’s bar aan Pottebakkersrijge aangevallen door een beschonken leeghoofdige, type hooligan. Nare agressie in je buurt tegen de LHBTQI+-gemeenschap, in stadions, in treinen, keur je af als round-up sprayende boeren die het gewasbescherming noemen. Buurtvereniging A-Kwartier stuurt bloemen, bezoekt de barmedewerkers en betuigt onvoorwaardelijke steun.
worden gezien, blijft even boven de markt hangen.
En de winnaar is… Anjet Daanje, zo zal de door Beatrice de Graaf uitgesproken uitslag van de Libris Literatuur Prijs luiden op acht mei waarna Daanje een cheque van 50K krijgt. Ik lees nu Sedaris’ ’Wanneer je omringd bent door vlammen’ een boek dat ik jaren geleden kreeg van een zoon of een vriend. Altijd blijven liggen op een stapel ongelezen. Waarom? Vanwege de schreeuwerige omslag? Omdat ik niet had gezien dat Sylvia W., Paulien C. en Aaf B.C. het boek aanprezen? Of omdat ik zag dat er geen man tussen de aanprijzers zat? Leuk boek. Komt op een lijstje: Vlot, dagboek, humor. Ergens op plaats acht. Nee zeven vanwege de grenzeloze fantasie (lees over vreemdgaan na je dood op p 221).
In een redelijk gevulde bovenzaal van De Sleutel wordt ‘Lang leve de Familie’ opgevoerd in een interessante setting: een combi van diner en theater. Kleinschalig, nabij, intiem. Soms word je meegenomen in het spel als een opgewonden nieuwe verkering van de jongste zoon je uitbundig toelacht en bevestiging zoekt voor d’r strapatsen.

zoon (Siebren van der Schueren) steelt de show. Nog wat onwennig met het gedrags- en taalregister van de familie zet ze het op een zoenen met haar lief en roept ze in een geile bui luid dat ze wil neuken. Sja, waarom ook niet.
Er zijn mensen die voor een schilderijenexpositie naar Amsterdam gaan, Wassenaar, Gorsel, Parijs, Leeuwarden, Florence of Ezinge. Er zijn mensen die de wereld naar zich toe laten komen via feestboek. Houd je van fietsen en laat je graag kerosine en diesel links liggen, ga je het best naar Ezinge en op de terugweg nog even langs Winsum. De expo ‘Binnen kijken bij Matthijs Röling’ in Museum Wierdenland biedt ruim 50 schilderijen en een handvol uitvergrote foto’s van Rölings interieur. Net als je je afvraagt: waar zag ik eerder zo’n tegelvloer, en je aan Venetië denkt, schiet Vermeer je te binnen. Röling en Vermeer zijn geen tijdgenoten maar wel zielsgenoten. Ook zijn invloeden van Leeuwarder Esscher zichtbaar.
Schitterend. Portretten, stillevens, alledaagse bezigheden als het vlooien van de hond, naakten, objecten, poppen en, vooral, wonderschone zelfportretten. In een aparte ruimte wordt een film vertoond. De oude (80-jarige) meester wordt gevat in zijn nadagen. Rollator. Herfstopnamen. Winterse beelden. Dwarrelende bladeren. Piepende deuren. Kerkklokken, Stoofschotel. Wijze woorden: “Kunst kan alle kanten op. Kunstgeschiedenis is heel erg om te lachen. Grensverleggend? Onzin.”
Die zelfportretten tonen medogenloos de ontwikkeling van jong naar oud. Het is niets minder dan een ode aan het verval en ouderdom. Een ode aan figuratieve kunt. Je ziet diepte waar het oppervlak vlak is. De hoge lijstranden werken natuurlijk wel mee. En dan dat licht. Die ogen. Dat licht.




“Ja, die stomme El Yakoubi en Orkun Kökcü verpesten de boel weer. El Yakoubi is ook een Riffijn, maar dan één uit Utrecht. Ken zijn grootvader nog van de souqs uit mijn geboortestreek.” Ze begint al als ze me ziet aankomen, een lach van oor tot oor en op werkschoenen deze keer. “Kom,” ze wenkt me mee naar het stenen muurtje op het Akerkhof. Zonnetje, overal duiven: perfecte plek. Ze legt me geduldig uit dat ze zich geneert voor die verwende aanvoerders die de OneLove-aanvoerdersband niet willen dragen. “Moslims, dan krijg je dat,” gaat ze door, “ik herken dat, homoseksualiteit wordt, net als door Nederlandse psychiaters 50 jaar geleden, door de Islam nog steeds als ziekte of zonde gezien, ze denken dat het dragen van die band henzelf ook homo maakt,” en ze schatert de duiven weg, de vlecht springt en danst vrolijk mee. Twee jonge kauwtjes kijken haar verwonderd aan. Een kwieke eindzestiger loopt voorbij en strooit kwistig met een handvol gemengde korrels. ‘Arib’ knipoogt naar hem. Zielsgenoten.
Voorjaar. Tijd voor rituelen. Meikermis, Zwartecross, Paasvuren, Trekkerslep, kievitseieren zoeken, Matthäus Passion. Het afgekloofde verhaal is zo langzamerhand bijzaak maar de muziek triggert. De semi-scenische uitvoering van het Luthers Bach Ensemble is uitzonderlijk goed. Vijf sterren en als het kon zes. Deze keer van mij geen gezever over waarom de antisemiet Luther aan Bach wordt verbonden, maar enkel waardering voor de zangers en musici. Guess what, het voert gelijk mijn MP-top-vijf aan, nog voor een typische Jan – god hebbe zijn ziel- Rot-Matthäus met Zuid-Amerikaanse muziekinvloeden en een uitvoering in de mooist denkbare taal het Fries.