Fietsen en vissen

Bij een viswater word ik aangeroepen: ‘Meneer, kunt u me helpen een vis aan de haak te doen?’ Ik begrijp hem niet onmiddellijk. Aan de haak? Van de haak, zal hij bedoelen en ik zie al een hulpeloze vissenlip, als een kinderteen in de fietsketting. Maar nee, de jongen, ik schat 11, 12 jaar, houdt een ankervormige haak omhoog in zijn ene en een spartelend visje in zijn andere hand. ‘Om op snoeken te vissen,’ legt hij uit. ‘Moet dat er levend of dood aan?’ vraag ik. ‘Dood, denk ik,’zegt hij aarzelend, hij weet het echt niet. Als ik het visje aanpak, ontglipt het me. Het ligt bloepend tussen de grasstengels. Het probeert zich even te verschuilen onder een weegbreeparaplu.

Lees verder

Zondagochtendwandeling

Zondagmorgen: passiemuziek en een mooie wandeling. Start bij de Sleense Joffers. Westwaarts langs stroompje. Voor de eerste waterkering overdenk ik buurman Jo’s woorden, nadat ik hem vertelde dat we naar Emmen, zeg maar noordoost-Sleen, gaan verhuizen: Emmen zou de duurste gemeente van Nederland zijn. Ik heb het uitgezocht. Tot nu toe keek ik niet naar belastingformulieren, de keizer krijgt wat des keizers is. Ik moet Jo gelijk geven. Vergeleken met Coevorden is de onroerendgoedbelasting in Emmen enkele malen hoger. Je kan het natuurlijk ook omdraaien….

Lees verder

Mooi mooier mooist

Prachtige herfstfoto’s op Sleenweb. Favoriet? De drie keien die het laantje achter het kerkhof afsluiten, gefotografeerd vanaf het grasveld en vanaf het kerkhoflaantje zelf. Op de paardenkar met Jo filosofeer ik elke x weer waar ik het liefst als stokoud net lijk zou willen liggen. (Zo tegen de slootrand, weet ik: vrij zicht naar het oosten en beschutting tegen westenstormen). Jo geeft de voorkeur aan de warmte van cremeren.

Lees verder

Vragen

Op mijn racefietsje in Nieuwe Krim had ik het weer. Ik stap van de fiets en terwijl ik begin aan een vragende gedachte over het verschil tussen Google en God hoor ik het afleidende geklikklak van mijn racefietsschoentjes; gelukkig hoort en ziet niemand me terwijl ik naar een populier loop. Mijn gedachte neemt een zijsprong. Dit loopgeluid doet me denken aan paarden op hoefijzers die me doen denken aan mensen die het hele jaar op ski’s lopen. Paarden kunnen zich heel goed zelf dragen. Elk paardonderdeel is, in een lange evolutie, daarop ingesteld. Echter, langdurig op asfalt of straatstenen lopen, daartegen zijn de hoeven niet bestand, evenmin als oude kaas tegen een rasp. Sinds mensenheugenis worden paarden met stukken ijzer toegerust. Deze stukken ijzer, al gauw een pond elk, worden met hoekige spijkers aan de hoeven getimmerd. Het effect daarvan is dat de onderkant van de hoef geen contact met de grond heeft en doorbloeding wordt verhinderd. Ook zijn de botconstructies in een paardenbeen, met de vele gevoelige kraakbeenelementjes tussen de botten, niet echt berekend op een hoefvormig ijzeren aanhangsel. Hoefijzers zijn glad en op natte straatstenen verhinderen ze grip op de weg. Hoefijzers zijn duur en C02-onvriendelijk: zo’n zes keer per jaar dienen ze vervangen te worden. Hoefijzers zijn ouderwets, er zijn nauwelijks gebruiksvoorwerpen te bedenken waarvan de ontwikkeling zo lang heeft stilgestaan (even googelen leert dat hoefijzers al in de vierde eeuw voorkwamen).

Lees verder

Krimp

Zoals de verstokte VVD’er allergisch is voor het H-woord, je in de vorige eeuw tegen Duitsers het woord ‘Krieg’ niet moest gebruiken (YouTube bij Don’t mention the war – Fawlty Towers en lach mee…)zo werd in de in Noord-Sleen gehouden voorlichtingsbijeenkomst over toekomstige woningbouw in de gemeente Coevorden krampachtig om het woord ‘krimp’ gedraaid. Krimp betekent ontvolking. Krimp betekent leegstand, op den duur kaalslag, afbraak en sloop. De wethouder ontkwam er weliswaar niet aan, maar toch werd de voorkeur gegeven aan een positievere beschrijving, als het kon met het woord ‘groei’ erin verborgen. ‘Negatieve groei’,’ afnemende demografische groei’, ‘een geringere uitgebreidheid’, ‘omgekeerde toename’, ‘achterwaartse plus’, ‘ondersteboven gehouden stijging’, ‘reversibele aanwas’, ‘stagnerende vooruitgang’, een ‘ontkende piekervaring’, enzoverder, de woorden ‘gefaket orgasme’ lagen hem op de lippen, maar die slikte hij in. Uitstellen van de krimp is ook een probaat middel, ons wordt voorgeschoteld dat de krimp pas inzet vanaf 2040.

Lees verder

Nieuwbouw

Eén van de mooiste dingen die je kan overkomen is dat er een nieuw huis tegenover je wordt gebouwd. Vanaf de dag dat er nog paardjes zwemles kregen tot de oplevering ontvouwt het hele bouwproces zich voor je ogen als indertijd een toneelstuk op de planken in Zaal Zwols. Wat me altijd heeft beziggehouden is de vraag hoe het dak vast wordt gemaakt aan de muren. Nu weet ik het: nauwelijks. De zwaartekracht moet het meeste werk doen, het dak drukt op de muren als Beatrix’ hoed op haar kapsel.
Lees verder

23 Desimber 1963

De grize âlde doazen komme del fan ‘e
fliering út beppe’s kast en it wurk
kin begjinne: de twaling set útein
nei de platte brêge om in amer
giel sân; beammen ferneare gjin swarte grûn.

Dêr binne se dan: it sulveren fûgeltsje
mei de trije trochskienende fiskehierkes,
it griene doaske mei echt teijend iis,
in bearke, njoggen snieballen en krapoan
fjouwer meter wite slinger yn ‘e tiis.

De brutsen pyk wurdt lime, de kearskes,
ree yn ‘e koperen knipers, wachtsje op
mem (o, konkurrinte fan Maria!) har ljocht;

en de bern hâlde harren fêst by it idee
fan it neakene jonkje, och mantsjemosk
mei kjel einefel, neat hast om ‘e lea.

Atsje

yn ‘e jeugdtsjinstkommisje siet ik
en sneins hie’k goed sicht op Atsje
mei de reade wangen en ieuwich yn
it breide, fierstente koarte truitsje

wylst ik heal harke nei dûmny
dy’t orakele oer kwea en fergift
en derby knypeage nei de trije
teenagers ûnder syn gehoar, betocht ik

hoe’t ik it oanlizze soe ûnder it
fraachlearen; neist har te sitten
doast ik fanselst net, noch leaver
hong ik oan’t krús op Goedfreed

jûns, op ‘e side, de iene knibbel
wat omheech, bûsdoekje yn ‘e hân,
frege ik mysels ôf wa’t my dochs dat
dekselske oflûkken leard hie

Wit grijs zwart

Natuur in zuidoost-Drenthe is Van Gogh:
Grijsgetint, ouderwets, soms ingetogen;
Bekeken door een bus bebrilde ogen,
Op zoek naar gulden snee, gezichtsbedrog.

Dan weer is de natuur een bont palet
Van beelden, kleuren als een druppel olie
Op een weg, schittering van zilverfolie,
Een kermis, voorjaarstinten van Monet.

Als contrast ontwaart men, reeds op afstand,
Zwartwitte vogels vliegend, soms een grijze,
Knisperend en fladderend, dissonant
In rust, stilte-infiltrant, ten bewijze

Van vooruitgang, hier een reep, daar een flard
landbouwplastic, lappen wit en zwart.