‘Arib’4

Ik dwaal graag wat door Stad. Inmiddels heb ik geleerd te slenteren en deze vaardigheid bevalt me. Daar is ze weer, zij die ik ‘Arib’ noem, nu op een stoeltje voor de Akerk. De spijkerbroek met scheuren heeft ze ingeruild voor een wijde rok met Riffijnse motieven. Ze wenkt me waarbij haar lange vlecht van links naar rechts danst en ik schuif een ijzeren stoel bij. ‘Je zier er goed uit,’ zegt ze lijzig.  Geen enkelsokjes, witte sneakers of malle armbandjes.’ Ik ben perplex. Ze gaat door: ‘Ken jij Marokkaanse auteurs?’ Ik ben gek op vrouwen zonder omwegen, maar aarzel toch wat. ‘Eh, behalve enkele die in Nederland zijn komen wonen, eh nee.’

Dit is onze derde of vierde ontmoeting. Hoewel onze wiegen duizenden kilometers uiteen stonden delen we interesses. De liefde voor boeken bijvoorbeeld en die voor converserend van de hak op de tak springen. Ze gaat verder over ons beider nieuwe ontdekking: Anjet Daanje. ‘Daanje is Groningse, wist je dat?’ ‘Nou,’ zeg ik, ‘ze woont in Groningen, maar ze is Drents hoor. Net zoals Hermans vaak voor Groninger werd versleten maar toch een Amsterdammer was.’ ‘Interessant dat je Hermans noemt,’ zegt ‘Arib’, ‘beiden hebben Groningse achtergronden en in Daanjes De herinnerde soldaat ontdekte ik relaties met het werk van Hermans. In Hermans’ De donkere kamer van Damocles speelt fotografie een bijzondere rol, gedoe met een donkere kamer. En guess what, beide hoofdpersonen van De herinnerde soldaat hebben een fotozaak. Ze fotograferen, retoucheren, fixeren en drukken wat af en ondertussen heeft de hoofpersoon een enorme existentiële crisis die me aan Hermans’ Dorbeck doet denken.’ En eindigde Daanje in haar laatste boek niet in een verzonnen Gronings dorp Barghuizen zoals Hermans Achtste Exloërmond in Drenthe verzon, waar een kamp was vanwaaruit Osewoudt ontsnapte?’

‘Dat je dat allemaal weet,’ zeg ik, onder de indruk. Ik krijg kippenvel en kijk naar haar mohair trui en zie een tattoo die verdwijnt onder de licht opgestroopte mouw. Ze stelt voor in de zon te gaan zitten op de kussens in de vensterbank bij verswarenmarkt Lente. Ze ziet mijn verbazing en schiet in de lach. ‘Ja, ik doe een bijvak Nederlandse Literatuur en stort me op auteurs die lange tijd in Groningen hebben gewerkt of nog werken.’ Terwijl Thomas van Lente groetend voorbij komt, gaat ze verder. ‘Ja, en de initialen WFH van Hermans komen bij Daanje prominent voorbij als de hoofdpersoon op zijn zoektocht door Duitsland zich een straatnaam probeert te herinneren.’ ‘Tot gauw,’ groet ik haar en koop verse gember bij Thomas.

Grunneger Laidjesfestival, Der Aa-Theater 20 mei 2023 (€ 11,-)

Feest. Muziek. Gronings. En dat in Stad, waar gewoonlijk het dialect te horen is als realiteitszin onder studenten die denken dat schurft het best bestreden wordt door samen onder dekentjes te kruipen. Denk aan een uitvergrote schoolavond waar alleen de brutaalste jongens, omgekeerd petje of hoedje op, het podium betreden en slechts twee meiden. Vanavond zijn het vooral de oudere jongeren die in de spotlights staan. De zaal is goed gevuld met vrienden, buren, een lutje leergierige delegoatsie van de cursus Grunnegers ‘Zegt mor’ en muzikantenpartners die voor de gelegenheid nieuwe sneakers voor hun helden hebben gekocht.

Hister

De jury is eigenzinnig en hanteert voor niemand begrijpelijke kwaliteitscriteria: winnaar wordt het duo Hister, die bij de publieksbeoordeling in de onderste regionen zat. Twee presentatoren scharrelen nerveuzer over het podium dan de optredende helden. Een schitterende groene zigeunerinnenrok die om de twee woorden ‘fantastisch’ roept en een racefietserlook-alike die vergeten heeft een pauzetekst voor te bereiden als een changement wat langer duurt en het publiek drie keer vraagt hoe hoog de olde grize is. Heerlijk, wat een avond, op zoek naar de sex, drugs, bitterbal en rock&roll.

Na de pauze wordt het geluid krachtiger. In totaal komen negen acts voorbij. We horen dat de deelnemers zijn bijgestaan met tekst- en muziekadviezen. En zelfs een heuse workshop. Dat leidt o.a. tot een fraaie samenwerking van accordeoniste Rianne Pijper en gitarist Jaap van der Molen. Rianne Pijper speelt de sterren van de hemel en volgt Jaap als een bordercollie z’n baasje. Nog een verrassing: Henk Wilpschaar en Jack Sipkes; dat de zenuwen het plectrum in de reistas houden valt helemaal weg tegen de prachtige, maar veel te korte mondharmonicatonen. Hun wensdenken plaatst Groningen als een supermacht tegenover Den Haag.

Luister en huiver: de teksten voeren ons naar het innerlijk van ‘De Groninger’. Hister over een nooit eindigende zoektocht door het leven. Bluesy Remco Rotgers met een diep gemeend ‘Ik hold van die’ voor zijn overleden pa. Het Jonkje met de pet, een rappende

Jan Slagter

hiphopper die nog wat moeite heeft met de techniek, met een ‘teuverdans’. De zesmans superband Jan Slagter met een excellerende saxofoon en een snerpende gitarist voor wie de blues een kameroad is. Skodiacs over de aardbevingsellende, treffend verwoord als ‘Carnaval in t noorden is een polonaise achteroet’. ‘Dit ist’ die met teksten van Kees Zwart ‘Blut’ spelen, ‘zunder dreum, macht, en laifde’. En het openingsnummer van Stieven Prins, die vol homor het nadeel van het platteland bezingt: ‘Ik verveel mie dood.’

Fietsen van Passau naar Wenen

Waldfenster: Clio rijdt, spoort en remt lekker en zuipt niet veel. In een pension in Waldfenster lees ik in Anjet Daanjes ‘De herinnerde soldaat’. De Duitse stadjes doen me aan Drenthe denken: overal een Freiwillige Feuerwehr en mannen die verslingerd zijn aan zit- en bosmaaiers als vrouwen aan eyeliner en 12-uurs lipstick. Maar nu naar Passau en dan door naar het land van sigarettenautomaten aan de weg, Mozart, Kafka, Hitler, Klimt, Haider, Von Karajan, Graf, Lauda, Waldheim en Happel.

Passau: de Dom van Passau heeft het grootste Domorgel ter wereld en de poenigste (goudkleurige) preekstoel. De Beierse stad, met maar liefst tien partnersteden, houdt van water, bidkapelletjes – waarbij de stigmata van de gekruisigde allemaal een soort huidschimmel lijken te hebben –  en fietsers. De Inn, Ilz en de Donau omklemmen bij het Dreiflüsseeck de stad als de Seine in zijn eentje het Parijse Île de la Cité. Anjet Daanje wint de Libris Literatuur Prijs met ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’.

Schlögen: de route langs de Donau is één van de mooiste fietsroutes(*) denkbaar, zolang

Benedetto Fellin

je je niet ergert aan de automobilisten die rijden als akkerbouwers die bang zijn dat de round-up is uitverkocht bij de groothandel. Onderweg een privé Museum of Modern Art bezocht, het Schütze Museum met 52 vertegenwoordigers van het fantastisch realisme. Veel spannende (zelf)portretten. We spreken twee Zuidafrikaanse artists in residence en wijzen hen op kansen in Groningen. De Donau kleurt overal groen / bruin / grijs en nergens blauw.

Linz: Oostenrijks derde stad, een stad ter grootte van Groningen, maar de gezelligheid en levendigheid van Apeldoorn of Heerenveen. In sjieke kledingwinkels worden nog steeds afzichtelijke lederhosen verkocht. De vaste lijnen van trolleybussen en trams maken het fietsers soms o zo lastig. De route langs de Donau ernaartoe is wonderschoon. Af en toe ga je met een dieselpontje naar de overkant.

Grein: We fietsen met Noren, Fransen, Belgen, Schotten, Duitsers en een alleraardigst koppeltje uit Zwijndecht. De route naar Grein, een typisch Oostenrijks stadje aan de Donau, gaat langs Mauthausen, waar een monument en museum met bezoekerscentrum het concentratiekamp toont. De barakken, met o.a. het crematorium, geven een onthutsend beeld van het voormalige concentratiekamp, waar 100.000 mensen van de 200.000 die er verbleven vermoord zijn, o.a. met het gas Zyklon B. Naast Mauthausen waren er in Oostenrijk nog zo’n veertig zogenaamde nevenkampen.

Melk en Krems: In Melk bezoeken we Stift Melk, een abdij met gangen van bijna 200 meter. Indrukwekkend. Klatergoud. Pompeus. Het is een frisse dag met een motregenwaas die maar niet regen wil worden. Met tegenwind kracht vier stoempen we langs de Donau. We vergapen ons aan de grote hoeveelheid door bevers aangeknaagde bomen. Achter kaap kont van vrouw I kost het fietsen me geen moeite, maar ik zweet als een paard dat op middeleeuwse hoefijzers de endurance doet. Met een Oostenrijker praten we over Steurhinterziehung of tax evasion. We hebben het over solidariteit. Saamhorigheid. Hij schaamt zich voor de zwartgeldstromen. Hij gelooft ons niet als we hem vertellen dat In Nederland 9.500.000 mensen in een maand vrijwillig hun belastingaangifte invullen. Digitaal ook nog.

Tulln: Harde wind en kou. De tocht naar Tulln is saai. Met medefietsers praten we over de opkomst van de Japanse knoop, de vochtopnamecapaciteit van nepzemen in fietsbroeken, het plan van onderwijsminister Wiersma om onvoldoendes op het vak Nederlands middelbareschooldiplomering tegen te houden, het succes van e-bikes en volksmennende populistische politici, die in no time veel volgelingen scoren, maar ook snel weer van hun voetstuk kunnen vallen. Hoe komt het dat fascistoïde politici in Oostenrijk sneller succes hebben dan in Nederland? We bezoeken een jarentachtigcafé met muziek van Supertramp en Rolling Stones en drinken er enkele retro campari’s on the rocks.

Wenen: de laatste fietsdag brengt ons naar Wenen.

(*) De Donau Radweg klettert mijn fietsroutetoptien gelijk op drie binnen na het  Pieterfietserspad Maastricht/Emmen, de (winterfiets)Elfstedentocht en net voor het jaagpad Dokkum – Dokkumer Nieuwezijlen.

Lutherse Bach Academie – Requiem van Mozart, A-kerk vier mei 2023

Als de sopraansolist de volgende ochtend bij je aan de ontbijttafel zit achter een bakje muesli en een stukje geitenkaas, kijk en luister je toch anders bij het concert. Je kent haar stem al. Je hebt al met interesse geluisterd als ze bij je thuis inzingt. De toonladders fladderen vrolijk door je huis als een nieuwe Steinway in een toonzaal. Vanaf het dakterras hoor je hoe passanten op straat onder de indruk zijn. Ik doe alsof het heel gewoon is.

Het is vier mei. Met vrouw I naar het Martinikerkhof. Twee minuten stilte en twee coupletten van het Wilhelmus. Ben ik de  enige die uitvolle borst zingt? Dan Mozarts Requiem in de A-kerk. Hoe toepasselijk bij dodenherdenking. Alle bezoekers/luisteraars dwalen met hun gedachten naar Oekraïene en Rusland. Aan beide zijden duizenden doden. Zelensky die naar Nederland komt en door Caroline van de Plas wordt genegeerd alsof hij Round-up aan zijn handen heeft.

Vier jonge solisten excelleren. Griet de Geyter is duidelijk de leider, zij interpreteert het woord ‘ensemble’ als een ware diva. Met haar ogen, met haar lijf, met kleine gebaren zoekt ze de verbinding met tenor Twan, bas Drew, alt Eske en de musici en koorleden achter haar. Hogeschoolmuziek in een van de mooiste kerken van Nederland. Organist Koolstra bespeelt het Schnitgerorgel als een testrijder een antieke Rolls. De ontspanning onder het publiek slaat toe: een mevrouw krijgt een flauwte. Als gediplomeerd BHV’er zie ik dat alles goed gaat. Een paar huisartsen, enkele verpleegkundigen en de kerkhuismeester treden doeltreffend op. De AED blijft achter het nummerslot. Toen ze neerging zag ik 500 pax prevelen ‘Requiem aeternam blijf uit de buurt’.

Terug naar het ‘Agnus Dei’ en het ‘Lux aeterna’. We nemen de Latijnse dodetaaltekst met een korreltje zout en ik vraag me af of je nieuw publiek trekt met de Nederlandse vertaling met archaïsche woorden als ‘uitdelgen, oordeelsstonde, gebenedijde, vierschaar en ongezuurd brood’. Het hoeven geen drilrapteksten te worden maar begin eens met Jeugdjournaaltaal, zou ik zeggen.

Terug naar de muziek. De twee fagottisten, de paukenist en de koperblazers, allen jongens, spelen de sterren van de hemel zodat Griet en haar ensemble lekker kunnen leunen op de muziek. Kristusziele wat kan ze zingen. Ondertussen kijken we met verbazing naar acht lege stoelen die voor zogenaamde vrienden van de Lutrherse Bach Academie zijn klaargezet maar niet worden gebruikt, come on, hier zien we een verbeterkans: worden ze tot een kwartier voor het begin niet gebruikt, pluk dan muziekminnende zwervers van de straat.

ONE LOVE op Museumbrug in Koningsnacht

In Groningen worden begin april medewerkers van Dorothy’s bar aan Pottebakkersrijge aangevallen door een beschonken leeghoofdige, type hooligan. Nare agressie in je buurt tegen de LHBTQI+-gemeenschap, in stadions, in treinen, keur je af als round-up sprayende boeren die het gewasbescherming noemen. Buurtvereniging A-Kwartier stuurt bloemen, bezoekt de barmedewerkers en betuigt onvoorwaardelijke steun.

Dan ontstaat het idee om iets te doen. Een vlag ophangen, met een megafoon op de weg gaan staan, flyers uitdelen, een lied zingen op de markt, Luceberts ‘Alles van waarde is weerloos’ declameren: allemaal leuk en aardig maar zeer kortstondig. De regenboogvlag moet het worden. Niet op een muur. Niet met spuitbussen, we willen geen incontinente reuen worden genoemd. Stoepkrijt gaat het worden. Tegenwoordig is er ook stoepkrijt dat, aangelengd met water, met een oude plantenspuit wordt aangebracht.

Een ‘krijtappgroep’ is snel gemaakt. Even wat rondkijken en gasten uitnodigen. Mensen uit de wijk en een paar familieleden uit de Oosterparkwijk. Natuurlijk komt de vraag voorbij of het mag. Of het blijvende schade oplevert. Of er risico’s zijn. Nee, nee en nee. Stoepkrijt is vergankelijk als geloof in roomse heiligen. Het hecht als de belastingmoraal bij particulieren met een BV. En het is schadelijk als een NS-abonnement nemen.

De meekrijtaanmelding is zo groot dat we afspreken een verkeersregelaar en een safety-officer aan te stellen. Ook de fotografie en de koffie- en tompouce-verstrekking achteraf worden geregeld. In de appgroep passeren in enkele dagen 98 berichten. Iemand maakt een proefvlakje, iemand een schets. Of we door de blauwe petten van de heilige hermandad willen worden gezien, blijft even boven de markt hangen.

Van vijf tot half zes wordt er intensief gekrijt. De sfeer is vrolijk, activistisch, op het uitgelatene af, ik voel me weer even 25. Een passerende Litouwse gast doet graag mee. Nog ongehavende Vindicatmeisjes, schor, brak en broos, zingen ons lief toe. Rode gemeenteauto’s rijden behoedzaam over de vrijgebleven stoep. Boa’s knikken ons bemoedigend toe. Aspirant-agenten zouden ons graag meehelpen, ware het niet dat ze de marktmeters moeten inventariseren. Koen Schuilings secretaris maakt foto’s. De regenboogzebra krijgt vorm en als er krijt over is ontstaan de woorden ONE LOVE als vanzelf.

Lezen, Lijstjes & Anjet Daanje

En de winnaar is… Anjet Daanje, zo zal de door Beatrice de Graaf uitgesproken uitslag van de Libris Literatuur Prijs luiden op acht mei waarna Daanje een cheque van 50K krijgt. Ik lees nu Sedaris’ ’Wanneer je omringd bent door vlammen’ een boek dat ik jaren geleden kreeg van een zoon of een vriend. Altijd blijven liggen op een stapel ongelezen. Waarom? Vanwege de schreeuwerige omslag? Omdat ik niet had gezien dat Sylvia W., Paulien C. en Aaf B.C. het boek aanprezen? Of omdat ik zag dat er geen man tussen de aanprijzers zat? Leuk boek. Komt op een lijstje: Vlot, dagboek, humor. Ergens op plaats acht. Nee zeven vanwege de grenzeloze fantasie (lees over vreemdgaan na je dood op p 221).

Lijstjes. Mooiste fietsroutes, argumenten republicanisme, tuinvogels, interessante, niet per se mooie, vrouwen, Volkskrantcolumnisten, bloeiende planten, Friese woorden, politica’s,  Groningse woorden, organisten, voetbaltrainers die het dankzij hun ooit voltooide lerarenopleiding haalden, vakanties, geslotenvragenkoningen, schadelijke religies, vakantielanden die je echt moet mijden, mislukte ex-voetballers als trainer, vijfminutengerechten: veel van wat ik om me heen aantref vat ik in lijstjes. Lijstjes, net als talen leren, trainen mijn geheugen en houden dementie buiten de deur.

Lijstjes veranderen. De laatste tijd schudden, shuffelen en trillen ze als stenen in slecht gemetselde Loppersumse muurtjes. Tot zo’n vijf jaar gelden prijkte er slechts één vrouwennaam in mijn toptien van Nederlandstalige auteurs. En dan nog enkel omdat ik vond dat er een vrouw en als het kon een dichteres (het werd Vasalis) in hoorde, net als er een Fries (dat werd Wadman natuurlijk) in hoorde.

Vijf jaar gelden veranderde alles. Lize Spit penetreerde mijn toptien met de snelheid van een met nieuwe vleugels uitgevoerde dartpijl op basis van één titel: Het Smelt (2016). Drie jaar geleden was het Marieke Lucas Rijnevelt met ‘De avond is ongemak’ (2018) en ‘Mijn lieve gunsteling’ (2020) en nu, na lezing van ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ (2022), is het Anjet Daanje. Ongelooflijk. Bizar. Meesterlijk. 11 novellen die het stuk voor stuk presteren meer dan overeind te blijven en samen een ijzersterke roman vormen, die je wekenlang in de ban houdt. Slechts één spelfout (hartvochtig). Onwaarschijnlijke (familie)relaties in Engeland en Groningen. Van eind 18e tot 21e eeuw. Nooit eerder las ik een boek als dit. Thomas Rosenboom, Jeroen Brouwers, Maarten ’t Hart, Tommie Wieringa, Vasalis, Wadman en Hermans krijgen een nieuwe plaats. Waarom gasten als veelschrijver Grunberg en poseur linksekerkschrijver Buwalda zelfs niet in de buurt komen, spreekt vanzelf.

Lang leve de Familie – Alan Ayckbourn

Groningen, café De Sleutel, vrijdagavond 14 april 2023.

In een redelijk gevulde bovenzaal van De Sleutel wordt ‘Lang leve de Familie’ opgevoerd in een interessante setting: een combi van diner en theater. Kleinschalig, nabij, intiem. Soms word je meegenomen in het spel als een opgewonden nieuwe verkering van de jongste zoon je uitbundig toelacht en bevestiging zoekt voor d’r strapatsen.

Ik zit naast drie leukste vrouwen van Groningen en tussen de bedrijven door bespreken we wat we zien en verweven dat met eigen levens. In de pauze spreek ik een GGZ-therapeut die haar hele leven ontspoorde mensen als jij en ik heeft begeleid. De laatste jaren als echtparentherapeut. Het wordt een feest der herkenning. Smullen.

Kijk in je eigen familie rond en vergelijk wat je meemaakt met wat je, uitvergroot, want theatraal, ziet passeren aan al dan niet moedwillig onbegrip, contactstoornissen, overgevoeligheden, egoïsme, lijnentrekkerij, overjarige bekentenissen, onversneden rancune, diepe onverschilligheid, metacommunicatie met factor tien, en, als het erop aankomt eenzaamheid. En dat dan allemaal overgoten met een lekkere, soms vette, groteske en soms lichte, ingetogen, humorsaus. Het toneelspel wint het met gemak van de tussen het spel door geserveerde gangen, terwijl die, vega, vlees of vis, lekker zijn.

Het publiek zit op het podium. De spelers lopen en rennen van en naar drie tafels (en ver daarbuiten) waar het spel zich ontrolt. Op zich is de handeling, een verjaardag van de moeder, bijzaak. Natuurlijk mankeert er weer iets aan de cadeaus, de gekregen klok deugt niet en de plantenhanger evenmin. Centraal staat het gedrag van de familieleden: vader, moeder, twee zoons en twee vrouwen van de koude kant. Alles bij elkaar gehouden door de lijm van speelster, commentator, dorpsomroeper, regelaarster Philippien Bos die, al pruiken wisselend, vijf rollen speelt. Meesterlijk. Geweldig.

Aan een lange tafel zitten de vader (Dick van Veen) en de moeder (Marion Nieborg – Juch): beiden aan de uiteinden. De afstand kan niet groter zijn. Hakketakken, bekvechten, steken onder water, al lang verjaard overspel besprekend van de moeder met de broer van de vader overdag in een auto op de parking naast de tennisbaan, waar vader, godbetert, voorzitter was. Vader in een driedelig slobberpak en moeder in een kakkineuze vrouwvandetennisverenigingvoorzitteroutfit met foute, oversized bril. De nieuwe verkering (Inge Wijers) van de zoon (Siebren van der Schueren) steelt de show. Nog wat onwennig met het gedrags- en taalregister van de familie zet ze het op een zoenen met haar lief en roept ze in een geile bui luid dat ze wil neuken. Sja, waarom ook niet.

Waar je ook kijkt, het gaat maar door met misverstanden, valse steekjes onder water, onbegrepen signalen, obsessiefcompulsief handen inwrijven met een nattekleddergel van de echtgenote (Saskia Broertjes) van de oudste zoon (Bas de Bruijn), langzaam beginnend en steeds sneller tot een bijna orgastisch en in het rond spattend einde. (En dat op nog geen vijftig centimeter afstand van de dichtstbijzittende toeschouwer, hè). Oudste zoon en echtgenote spannen de kroon als het op valse, echtelijke communicatie aankomt.

Het speelplezier spat er vanaf. Wat een energie, wat een power. En kijk, daar komt Groningen nog even voorbij als de (ex-)hoerenbuurt van de Noorderhaven wordt aangehaald. K o m t d a t z i e n!

Matthijs Röling – Museum Wierdenland Ezinge

Er zijn mensen die voor een schilderijenexpositie naar Amsterdam gaan, Wassenaar, Gorsel, Parijs, Leeuwarden, Florence of Ezinge. Er zijn mensen die de wereld naar zich toe laten komen via feestboek. Houd je van fietsen en laat je graag kerosine en diesel links liggen, ga je het best naar Ezinge en op de terugweg nog even langs Winsum. De expo ‘Binnen kijken bij Matthijs Röling’ in Museum Wierdenland biedt ruim 50 schilderijen en een handvol uitvergrote foto’s van Rölings interieur. Net als je je afvraagt: waar zag ik eerder zo’n tegelvloer, en je aan Venetië denkt, schiet Vermeer je te binnen. Röling en Vermeer zijn geen tijdgenoten maar wel zielsgenoten. Ook zijn invloeden van Leeuwarder Esscher zichtbaar.

Figurativist Röling toont zijn verwevenheid met Italiaanse renaissancisten. Op en top. Buitengewoon. Schitterend. Portretten, stillevens, alledaagse bezigheden als het vlooien van de hond, naakten, objecten, poppen en, vooral, wonderschone zelfportretten. In een aparte ruimte wordt een film vertoond. De oude (80-jarige) meester wordt gevat in zijn nadagen. Rollator. Herfstopnamen. Winterse beelden. Dwarrelende bladeren. Piepende deuren. Kerkklokken, Stoofschotel. Wijze woorden: “Kunst kan alle kanten op. Kunstgeschiedenis is heel erg om te lachen. Grensverleggend? Onzin.”

Heerlijk dat relativerende van een kunstenaar die de eenvoud en gemakzucht van de abstracte mode aan zich voorbij laat gaan als wetenschappelijk onderzoek aan Wopke Hoekstra en zijn kompanen. We zien doorleefd werk. Handwerk. Superioriteit. En passant laat Röling weten wel eens ontstemd te zijn geweest over dwaze, neerbuigende opmerkingen over figuratieve kunst. Röling is realisme pur sang.

Die zelfportretten tonen medogenloos de ontwikkeling van jong naar oud. Het is niets minder dan een ode aan het verval en ouderdom. Een ode aan figuratieve kunt. Je ziet diepte waar het oppervlak vlak is. De hoge lijstranden werken natuurlijk wel mee. En dan dat licht. Die ogen. Dat licht.

In Winsum exposeert Luciën Olinga in Biljartcafé Hunsingo. Tien schilderijen, alle rond de € 500,- met Groningse binnenstadstaferelen. Het bekijken meer dan waard.

In Between, Anne-Will Lufting, Pieter Immenga en Nico Gerbenzon bij Campis Assen (26 03 23 – 07 05 23)

Lufting

Dat beeldende kunst serious business is bewijst de folder bij ‘In Between’, een expo bij Campis in Assen. Twee buikige zeventigminners kijken in de camera alsof FC Emmen weer verloren heeft en de jongste van de drie, een vrouw, tovert een minzaam glimlachje rond d’r lippen. C’est le ton qui fait la musique, zullen we maar zeggen.

Het is de omgekeerde wereld, kunnen we na bezichtiging van de decoratieve spullen in Campis vaststellen: de jeugdige vrouw, ooit der mannen pupil, wijst de oudere heren de weg: haar werk: sexy, modern, strak en tegelijk zacht, kek, hip willen we wel. Uiterst decoratief, vrolijkmakend, uitdagend, stoffelijk, beeldend. Wat de expositie het reisje naar Assen de moeite waard maakt is de verscheidenheid. De steriele expositieruimte met een vreselijke akoestiek leidt niet af.

Immenga

Immenga is vooral goed in de kijker vragen te laten stellen: wat zien we, wat is het, waar hangen we het aan de wand? Mysterieus, minimalistisch werk dat schreeuwt om een handleiding en een toelichting. Gerbenzon is eenvoudiger te duiden: we zien een man die zijn leven in de buurt van water heeft gewoond en dat vergroot wil weerspiegelen in zijn werk: een dobber, een polsstok, een duwboom, een vlaggenstok, uitvergrote lucifers; alles eenvoudig neergevlijd op lelijke behangersschragen. Warm worden we bij Lufting: de rolbevestigende folderfoto had ons al wat voorbereid, zagen we de mannen, beiden grijs, met donkere schoolmeestersbrillen, gekleed in gedekte kleuren beige, donkerblauw en matzwart die decennia meegaan, de vrouw draagt een keirode wijde broek en toont wilde, lange blonde lokken die onder een haarband uit kieren. Hoe voorspellend wil je zijn?

Wat zien we? Voorbij de entree, links, drie werkjes en negen stickers. De beide suppoosten erbij geroepen hebben tien minuten nodig om de puzzel te ontwarren. Verder nergens prijzen, het werk is niet voor de verkoop maar enkel voor de reizende circusexpo’s denkelijk en een plattegrond met nummers die verwijzen naar de kunstenaars.

Gerbenzon

Anne-Wil Lufting kennen we van groepsexposities in het CBK en Pictura: kunstig gedrapeerde, lieflijk geplooide stukken zeildoek, beschilderd in felle ralkleuren met hier en daar een contrastkleur. Formaten variërend van 10 x 10 tot 80 x 50. Gerbenzon met ogenschijnlijk gepapiermacheede herkenbare, eenvoudige polsstokken, of uitvergrote lucifers, horizontaal op steunen gelegd. Immenga met eenvoudige, dromerige, who knows naïeve,

Immenga

abstracte tekeningen in milde, fletse kleuren. Het langst stonden we voor een lijst met schooltekenpapier met daarop acht groene reepjes plakband die bij nadere beschouwing gekleurde lijntjes zijn: ‘Bright Forest 2’ geheten.

‘Arib’ III

“Ja, die stomme El Yakoubi en Orkun Kökcü verpesten de boel weer. El Yakoubi is ook een Riffijn, maar dan één uit Utrecht. Ken zijn grootvader nog van de souqs uit mijn geboortestreek.” Ze begint al als ze me ziet aankomen, een lach van oor tot oor en op werkschoenen deze keer. “Kom,” ze wenkt me mee naar het stenen muurtje op het Akerkhof. Zonnetje, overal duiven: perfecte plek. Ze legt me geduldig uit dat ze zich geneert voor die verwende aanvoerders die de OneLove-aanvoerdersband niet willen dragen. “Moslims, dan krijg je dat,” gaat ze door, “ik herken dat, homoseksualiteit wordt, net als door Nederlandse psychiaters 50 jaar geleden, door de Islam nog steeds als ziekte of zonde gezien, ze denken dat het dragen van die band henzelf ook homo maakt,” en ze schatert de duiven weg, de vlecht springt en danst vrolijk mee. Twee jonge kauwtjes kijken haar verwonderd aan. Een kwieke eindzestiger loopt voorbij en strooit kwistig met een handvol gemengde korrels. ‘Arib’ knipoogt naar hem. Zielsgenoten.

We springen van de hak op de tak. ‘Arib’ was ook in het Forum toen schoothond Rinse Sinkgraven Lisa Loeb interviewde. “Tuurlijk, die Lisa Loeb had het niet gemakkelijk in haar jeugd. En dan die dorpsjongens die haar pestten, verschrikkelijk, maar om nou de docenten als oorzaak van alle kwaad aan te merken?” “Ja, was niet best,” vul ik aan, “vreselijk dat ze gebukt ging onder angsten en paniekaanvallen, en wat goed dat ze daar vrijuit over praat.”

“Heb je ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje al gelezen?” Verdomme, denk ik, ze is me voor. “Nee, ben halverwege, lees net over die tweeling die als één persoon wordt uitgebeeld: magisch, schitterend, prachtig. Daanje komt met stip mijn toptien van schrijvers binnen. Net onder Rijneveld.” “Je hebt veel praatjes, jongen,” hoor ik. ‘Arib’ gaat verzitten en kijkt naar een doffer die takjes verzamelt voor de verderop wachtende duivin. “Laat zien wat je waard bent en ga zondag op Schier het strand kuisen,” zegt ze licht dwingend. “Alleen als jij meegaat,” en ik zeg haar gedag.