Jeroen Brouwers is dood. Hij overleed afgelopen week, op 11 mei 2022. Voor schrijvers is een dode schrijver een aanleiding tot schrijven. Tom Lanoye noemt Brouwers ‘de auteur die het populairst is bij andere auteurs’. Klopt. Ook bij mij stond Brouwers fier op één. Precies een jaar geleden schreef ik op www.klaastaal.nl:
“Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld.
Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.”
Hier laat ik het bij. Nederlands grootste schrijver, Jeroen Brouwers, is dood.
Beter worden in een koor vergt inspanning. Met zeven tenoren stand houden naast veertig sopranen vereist inzet, volharding, discipline, fitheid en doorzettingsvermogen. Sneller worden op de racefiets ook. Je twee uren inspannen om je tijd met enkele seconden te verbeteren betekent enkele keren verrekte diep gaan. Fietsen is dan louter lijden. Bovenbeenspieren schreeuwen om rust. Knieën verhitten als radiateurs in retro convertibles. Bij een kruising of talud moeten lossen en dan met pijn in de benen weer aanhaken en heel even aan opgeven denken maar dan toch doorgaan en beloond worden met het geluksgevoel dat je weer aanhaakt als een D’66’er die de slip van Kaag even kwijt was, daarvoor doe ik het. Pijn in de musculus vastus lateralis wisselt stuivertje met pijn in de medialis en de intermedius. Zou intensief sporten echt stofjes vrijmaken die maken dat je voelt dat je niet zonder kan, als een jonge boer die verslaafd raakt aan het infuus van subsidiestromen naast almaar stijgende melkprijzen?
Voor een atheïstische republikein wordt het een interessante middag. Oranjegekleurde muziek in een kerk. Als een elektrischeautoverkoper die alle snufjes wil tonen showt Mannes Hofsink de Timpe-mogelijkheden. Hij aait, masseert, timmert, drumt en vleit (op) het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk in Groningen op koningsdag met muziekstukken waar het woord koning of koningin in voorkomt. De muziek tovert, kom, ik zeg het in één woord: vrolijkheid. Ik zie ineens lachende gezichten om me heen en da’s niet van de kerkbanken. Ik herken een hoog meezingverlangengehalte. Dat wordt beloond bij het stuk van Zwart ‘Fantasie alla Marcia over het Wilhelmus’. Het eerste couplet gaat nog, goed zelfs, maar bij het tweede (of zesde? Of vijftiende?) sta ik erbij als de eerste de beste Nederlandselftalvoetballer.
bloemetjesjurken doet versterken. Voorjaarsmuziek, Parijse draaiorgels, pure poëzie, hippe terrassen, voluptueuze blauwedruifblommen, zingende merels en meer hoor en zie ik. Maar goed dat Hofsink van dat door Heidrich genoemde Streichquartett zich niets aantrekt; niks strijken, maar Timpe eens flink onder handen nemen. Prachtig.
In de tandenartsstoel kijk ik langs de Zeiss naar buiten en zie een stukje lucht achter een berk met magnoliatrekjes die maar niet wil uitbotten en denk aan Sicilië. Vervolgens aan zes Groningse economen die in een artikel van duizendplus woorden economische problematieken schetsen. Verscholen in twee regels worden met zes boterzachte pennetjes de belangrijkste oplossingen gepresenteerd: bedrijven meer belasting laten betalen en vermogens aanpakken. Bescheiden jongens, alsof ze zich generen voor de waarheid. Wat een verschil met Piketty en Schimmelpenninck. Na wat geslijp krijg ik een piranhagevoel en via het visualiseren van de lastigste passages in The Lost Chord kom ik in het ritme van de voorjaarsklassieker Groningen-Appingedam-Groningen en probeer te analyseren wat me tot steeds snellere tijden drijft.
Dankzij mijn fietsmaat zitten we nu op 30,7 (GSM-tijd, want mijn Sigma zit er 3% boven). De estheet in mij weerhoudt me van het benen scheren. Het zou, volgens sommige filmpjes die onder racefietsers rondgaan als Pieter-Omtzigt-stenigingsfilmpjes onder CDA’ers in de paastijd 7% tijdwinst op kunnen leveren. Ik vraag advies aan een rekenwonder in de familie. Hij maakt gehakt van de semiwetenschappelijke test. Zouden de ragfijne haartjes op de 50 cm beenruimte tussen de bovenkant sok en de zoom van mijn fietsbroek wat uitmaken? Als er drie paar ogen, tandenarts Joppe krijgt behalve van Zeiss hulp van Alieke en interviserende collega Roosmarijn, mijn tandvlees en gehemelte inspecteren, herinner ik me dat Händels Ombra Mai Fu ook door Andreas Scholl wordt gezongen. Als vanzelf ontspan ik. Onhoorbaar probeer ik mijn tenorpartij boven het snerpen van de diamantboor uit, in te prenten. Vanbinnenuit klinkt het als een scheepswerfje in een bunker. Het boren dan. Terug naar de muziek. Toch zou polyglot Floor Jansen, die opera, screaming & grunting combineert als Ilja Pfeiffer proza, poëzie en praattafelconversaties, met haar drieoctavenbereik het geluid kunnen overstemmen. Als
over Ajax dromende voetballertjes onder 17 koppel ik Floors uitvoering van Phantom Of The Opera aan ons massale optreden in het Concertgebouw. Nog 26 weken. Maar eerst de Siciliaanse berk achter de Zeiss nog even bekijken.

Emmen. Wend nu je blik naar het Raadhuisplein in Emmen. Vriendelijke, gerieflijke, luxe hardhouten banken. Chic verlicht. Bomen en planten die doen denken aan de wulpse plantsoenen van Piet Oudolf bij museum Voorlinden in Wassenaar. Waterpartijen. Niet een schrale fontein die een beetje in het wilde weg druppelt als een impotente Amsterdamse wethouder die denkt dat vrouwelijke ambtenaren snakken naar zijn hand op hun billen. Nee, kleurig verlichte, verrassend fier spuitende stralen. Verderop een langgerekte watergoot voor
badderende kinderen en hun opa’s. Meanderende grindpaden. Terrassen. Gerecyclede appartementenbouw. Een superieur geel kunstwerk van Nick Ervink. Nergens snelverkeer te zien dan in de aanvoerroute naar de tunnelbuis onder het plein door. Voor de jongeren die elders als paria’s met de nek worden aangekeken een supermooie skatebaan. Hip. Sexy. Tolerantie en variatie ten top. Groningen, laat je inspireren! Pak me in, verleid me.
Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?
Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.
Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.



Mijn gedachten waaieren uit als vrolijk, onbezorgd fladderende plastic zakjes naast de prullenbak op Reitemakersrijge. Zondagavond een concert in de A-kerk. Bekeken door het Schnitgerorgel klinkt barok met Telemann, Graupner, Flasch en Bach. Uitgevoerd door Counterpoints. Contrapunten. Klinkt als echtpaar dat twee voordeuren gebruikt en apart slaapt. Na het concert een halve liter koude Veltins. Patat met joppiesaus in het Groninger Friethuys in plaats van Henri Schut met ‘Sport in beeld’.
bedrijventerrein, ik twijfel of je het industrieterrein kan noemen, waarvan er een gouden miniatuur in het UMCG staat, straatje oncologie of tandheelkunde, gaan we vertellen.