Hedendaagse geschiedenis

Een roerig avondje was het destijds op 4 maart 2003 in zaal Zwols. Wethouder Bouwers (what’s in a name) werd fier gesteund & liefdevol gesouffleerd door een aller-charmantste mevrouw van BügelHajema Adviseurs, die, als een blindengeleidehond haar baasje over drempels leidend, de wethouder hielp de plannen struikelvrij te ontvouwen die na 6 jaar hun ‘definitieve’ vorm zouden krijgen. Maar ja, voor een enkele wethouder is definitief wat vormvast is bij waterijs in een kinderhand op de langste dag.

Lees verder

Old papier

Slien hef een alleraordigste vörm van inburgeren, een cursus zu’k ’t niet willen numen, mar een ritueel is het wis. De ienige veurwaarde veur deelnaome an dit ritueel is daj kroost veur de basisschoel moet anlevern. Is dat het geval, dan muj met, dan woj twie maol per jaor oetneudigd old papier met te helpen inzameln. Mien allereerste keer was halverwege de jaoren negentig.

Lees verder

Bovag voor beesten

Dankzij een doelmatige lobby van de automobielindustrie en de krakkemikkige staat van de vroegere auto werd ooit de ‘beurt’ geïntroduceerd; om de zoveel tijd of kilometers doorsmeren, nakijken en factureren.

Lees verder

Mollen

De dood is overal. Ook op een camping. Net onder het gras. Een strakke klem heeft zijn werk gedaan. Met een mix van schroom en trots bekijk ik het zachte velletje, de bleke neus en de voorpoten, ik zou bijna voetjes zeggen.

‘Boer Klaas,’ hoor ik een heldere stem van een zesjarige naast me, ‘wat heb je daar?’

Ik toon de dode mol.

‘Dood?’

‘Als een pier.’

‘Mag ik hem voelen?’

Terwijl ik de ingedeukte ribbenkast met mijn hand bedek, laat ik Splinter de mol zien.

‘Mag ik ‘m?’

Uit mijn eigen jeugd herinner ik me de wens dode dieren aan te raken.

‘Nee, maar je mag hem wel aaien,’ en ik strek mijn hand uit naar Splinter, die inmiddels gezelschap heeft gekregen van zijn zus, Vlinder. Nieuwsgierige blikken. Onderzoekend.

Normaal gesproken kieper ik dode mollen over de heg, maar deze keer niet.

Verontwaardiging wanneer ik het dode beestje in de groene container gooi.

Lees verder

Paardenkar

Vooral ’s zomers maak ik ritjes met de paardenkar. Kamperende gasten achterop, de kinderen beurtelings naast me op de bok en vaak buurman Jo erbij.

Lees verder

Kersttafereel

Na een middag wandelen in het Bargerveen, met een vriendin die ik al een tijd niet gezien had, zijgt ze neer op een stoel, de tocht was iets te lang geweest, acht kilometer werd tien; de wollige panty – zeg nooit legging – wordt behoedzaam naar beneden gestroopt, als het vel van een gerookte worst en na de knokige knieën en de gewelfde kuiten,Lees verder

Fietsen en vissen

Bij een viswater word ik aangeroepen: ‘Meneer, kunt u me helpen een vis aan de haak te doen?’ Ik begrijp hem niet onmiddellijk. Aan de haak? Van de haak, zal hij bedoelen en ik zie al een hulpeloze vissenlip, als een kinderteen in de fietsketting. Maar nee, de jongen, ik schat 11, 12 jaar, houdt een ankervormige haak omhoog in zijn ene en een spartelend visje in zijn andere hand. ‘Om op snoeken te vissen,’ legt hij uit. ‘Moet dat er levend of dood aan?’ vraag ik. ‘Dood, denk ik,’zegt hij aarzelend, hij weet het echt niet. Als ik het visje aanpak, ontglipt het me. Het ligt bloepend tussen de grasstengels. Het probeert zich even te verschuilen onder een weegbreeparaplu.

Lees verder

Zondagochtendwandeling

Zondagmorgen: passiemuziek en een mooie wandeling. Start bij de Sleense Joffers. Westwaarts langs stroompje. Voor de eerste waterkering overdenk ik buurman Jo’s woorden, nadat ik hem vertelde dat we naar Emmen, zeg maar noordoost-Sleen, gaan verhuizen: Emmen zou de duurste gemeente van Nederland zijn. Ik heb het uitgezocht. Tot nu toe keek ik niet naar belastingformulieren, de keizer krijgt wat des keizers is. Ik moet Jo gelijk geven. Vergeleken met Coevorden is de onroerendgoedbelasting in Emmen enkele malen hoger. Je kan het natuurlijk ook omdraaien….

Lees verder

Mooi mooier mooist

Prachtige herfstfoto’s op Sleenweb. Favoriet? De drie keien die het laantje achter het kerkhof afsluiten, gefotografeerd vanaf het grasveld en vanaf het kerkhoflaantje zelf. Op de paardenkar met Jo filosofeer ik elke x weer waar ik het liefst als stokoud net lijk zou willen liggen. (Zo tegen de slootrand, weet ik: vrij zicht naar het oosten en beschutting tegen westenstormen). Jo geeft de voorkeur aan de warmte van cremeren.

Lees verder

Vragen

Op mijn racefietsje in Nieuwe Krim had ik het weer. Ik stap van de fiets en terwijl ik begin aan een vragende gedachte over het verschil tussen Google en God hoor ik het afleidende geklikklak van mijn racefietsschoentjes; gelukkig hoort en ziet niemand me terwijl ik naar een populier loop. Mijn gedachte neemt een zijsprong. Dit loopgeluid doet me denken aan paarden op hoefijzers die me doen denken aan mensen die het hele jaar op ski’s lopen. Paarden kunnen zich heel goed zelf dragen. Elk paardonderdeel is, in een lange evolutie, daarop ingesteld. Echter, langdurig op asfalt of straatstenen lopen, daartegen zijn de hoeven niet bestand, evenmin als oude kaas tegen een rasp. Sinds mensenheugenis worden paarden met stukken ijzer toegerust. Deze stukken ijzer, al gauw een pond elk, worden met hoekige spijkers aan de hoeven getimmerd. Het effect daarvan is dat de onderkant van de hoef geen contact met de grond heeft en doorbloeding wordt verhinderd. Ook zijn de botconstructies in een paardenbeen, met de vele gevoelige kraakbeenelementjes tussen de botten, niet echt berekend op een hoefvormig ijzeren aanhangsel. Hoefijzers zijn glad en op natte straatstenen verhinderen ze grip op de weg. Hoefijzers zijn duur en C02-onvriendelijk: zo’n zes keer per jaar dienen ze vervangen te worden. Hoefijzers zijn ouderwets, er zijn nauwelijks gebruiksvoorwerpen te bedenken waarvan de ontwikkeling zo lang heeft stilgestaan (even googelen leert dat hoefijzers al in de vierde eeuw voorkwamen).

Lees verder