Soms heb je dat: je zou een politicus of bestuurder je kind toevertrouwen. Ik had het met Wim Kok, Joop den Uyl, Jaap Boersma en Andrée van Es. Ik heb het met Carola Schouten, Jesse Klaver, Sigrid Kaag, Hugo de Jonge, en Ahmed Marcouch. Als Ahmed Aboutaleb terugneemt dat zijn dochter (zou ze een huwelijk ambiëren) per se met een Moslim zou moeten trouwen dan ook deze Ahmed. Marcouch, burgemeester van Arnhem. Wandelaar, openbaarvervoerreiziger, literatuurliefhebber, kenner. Hij loopt door de straat en we maken een praatje. Ik vergeef hem zijn blauwe CDA-pak. Dat hij geen leren polsbandje eindigend in gekleurde kraaltjes, witte sneakers en enkelsokjes draagt, vergoedt veel. Alles. Gewoon even een praatje maken, dat kan hij. Op wiki lees ik dat hij als analfabeet naar Nederland kwam. Duidt op doorzettingsvermogen. Anders dan bij Dennis Wiersma, Halbe Zijlstra, Khadija Arib, zijn er over Marcouch geen schandalen bekend die wijzen op een in de jeugd aangetaste karakterstructuur die bijschaving behoeft. Schandalen gaan er bij hem niet komen ook. Vertrouwen. 100 procent.
Muziek is als vrouwen op de kermis: hier lelijk en onbegrijpelijk, daar lieflijk en mooigepolijst, ouderdom verhullend alsof het een ziekte is. Dhr. Springsteen treedt op in Amsterdam, struikelend op het podium als Ron Jans op de Enschedese grasmat. De volgende dag lezen we recensies. Vakblad ‘Oor’ zegt “geconstrueerd, rugpijn, bejaarde spierballen, houterig, verval, gezicht van Joe Biden, moeite met loskomen, uwv-keurder, geilneven, handgebaartjes, ouderdomskwaal, bezig met geesten, hij leeft nog, onnodig, dramatisch geluid.” Het AD bericht: “oudjes, sterfbed, verzuipen in ondoorgrondelijke brij van geluid, pletwals, slijtage, minder dan voorheen, moeite, tam, lastig en met uitsterven bedreigd.” De erbij geplaatste foto toont als kinderen zo blije zestigers in malle t-shirts die als halvegaren met de handen opgeheven als Pinksterfetisjisten op een E.O.-landdag in Lunteren of Elspeet dhr. Springsteen als de heiland aanbidden. Toch was het een geslaagd concert zeggen de kranten die als plattelandspolitici lijden aan keuzestress en zowel de stikstofmaffia als woke ecologen te vriend willen houden.
FC Emmen. Enkele jaren was ik seizoenkaarthouder en maakte de ups en downs mee. Van de Eerste naar de Eredivisie en weer terug. Zoals je in het onderwijs de leraarskwaliteiten kan aflezen aan het klassenmanagement in haar/zijn wit-zwart gemengde klassen en het gedrag van de docent als hij pauzewacht loopt of werkweken begeleidt, zo herken je bij voetbaltrainers de trainerskwaliteit als je reservespelers ziet warmlopen. Daar komen ze. Een stuk of vijf. Slordig hesje over het shirt. Afgezakte kousen. Armbandjes, halskettingen met kruisen en afbladderende maansikkels die de eigenaar gaan jinxen. Even naar de cornervlag sjokken, been wat heffen en voordat het akelige pijntje in de lies opspeelt weer laten zakken, wat met de armen heen en weer wiebelen alsof ze bijles krijgen voor de cursus tambour-maître in de buitenwijken van Klazienaveen-Noord en als kinderen met zoete flesjes onophoudelijk lurken aan een roze bidon van Easy-Toys met een drinknippel in afgesleten tepelvorm. Het veel gepredikte winnaarswoord van echte trainers, ‘intensiteit’ is bij trainer Lukkien onbekend als fatsoen bij de twitterintelligentsia en belastingmoraal bij pseudo-Monegasken als Verstappen en Mollema.


I.L. Pfeijffer wordt over zijn pil Alkibiades in het Forum bevraagd door Rense Sinkgraven die deze keer, anders dan bij Lisa Loeb, wel in vorm is. Filosoof, romancier, dichter, historicus, classicus Pfeiffer zit op de praatstoel in een afgeladen hoek van Forum. Sinkgraven heeft zowaar enkele open vragen in petto. Verder geponeerde stellingen, suggesties, of ordinaire bijval (‘Maar dat is allemaal al bekend’ en enkele keren ‘Klopt’ en ‘Ja ja’ alsof hij de maestro wil geruststellen). Naarmate het gesprek vordert verdwijnen Sinkgravens zenuwen en mijn reserves en besluit ik dat ik het boek wil lezen. Pfeiffer koketteert met zijn verlangen als een vrouw te zijn, laat zijn vijf exorbitante ringen, grijze haren en embonpoint shinen als een wulpse vrouw haar kralen op de meikermis, weet waar de lach zit en debiteert gemakzuchtig hetzelfde grappige voorbeeld als bij Buitenhof op t.v.
‘Een Duits meisje van Heidi Benneckenstein’ (Mijn leven in een neonazifamilie) herlezend, leert me dat er vlakbij, te weten in West-Duitsland en relatief kortgeleden, het boek is van 2017 en de auteur werd in 1992 geboren, neonazistischhe kinder- en jeugdkampen waren, opgericht naar voorbeeld van de Hitlerjugend. Heidi was lid van de Heimattreue Deutsche Jugend en was, zoals ze het zelf zegt, een nazimeisje. In haar omgeving werden kinderen völkisch opgevoed en kregen een paramilitaire scholing. Kleding, boeken, opvoeding, alles ademde een verstikkende, nare walm waaraan ze zich op haar negentiende ontworstelt. Waarom herlees ik het boek? Op vakantie in Oostenrijk leren we dat in Oostenrijk naast het verschrikkelijke concentratiekamp Mauthausen nog 40 zgn. nevenkampen waren. Ik wil doorgronden waar het vandaan komt dat grote groepen mensen rechtsextremistische ideologieën aanhangen. Benneckenstein lezen is een eye-opende aanrader.
Het wordt sowieso een Duitse week. We begonnen met Bach in de Martinikerk. Organist Erwin Wiersinga speelt, afwisselend met Leo van Doeselaar, het complete orgelwerk van Bach. Dit is het negentiende concert. Met vriendin E. ga ik er eens voor zitten. Het verlangen naar de muziek maakt de kerkstoelen tot fauteuils. Het Agricola/Schnitger/Hinsz-orgel glimt in het avondlicht, alsof de koster uren in de weer is geweest met een potje De Vries’ Zuivere Wrijfwas. 3500 pijpen, 53 registers, kijk en verwonder je, luister eens: hoe 





Passau: de Dom van Passau heeft het grootste Domorgel ter wereld en de poenigste (goudkleurige) preekstoel. De Beierse stad, met maar liefst tien partnersteden, houdt van water, bidkapelletjes – waarbij de stigmata van de gekruisigde allemaal een soort huidschimmel lijken te hebben – en fietsers. De Inn, Ilz en de Donau omklemmen bij het Dreiflüsseeck de stad als de Seine in zijn eentje het Parijse Île de la Cité. Anjet Daanje wint de Libris Literatuur Prijs met ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’.
De vaste lijnen van trolleybussen en trams maken het fietsers soms o zo lastig. De route langs de Donau ernaartoe is wonderschoon. Af en toe ga je met een dieselpontje naar de overkant.
geven een onthutsend beeld van het voormalige concentratiekamp, waar 100.000 mensen van de 200.000 die er verbleven vermoord zijn, o.a. met het gas Zyklon B. Naast Mauthausen waren er in Oostenrijk nog zo’n veertig zogenaamde nevenkampen.
We vergapen ons aan de grote hoeveelheid door bevers aangeknaagde bomen. Achter kaap kont van vrouw I kost het fietsen me geen moeite, maar ik zweet als een paard dat op middeleeuwse hoefijzers de endurance doet. Met een Oostenrijker praten we over Steurhinterziehung of tax evasion. We hebben het over solidariteit. Saamhorigheid. Hij schaamt zich voor de zwartgeldstromen. Hij gelooft ons niet als we hem vertellen dat In Nederland 9.500.000 mensen in een maand vrijwillig hun belastingaangifte invullen. Digitaal ook nog.
Als de sopraansolist de volgende ochtend bij je aan de ontbijttafel zit achter een bakje muesli en een stukje geitenkaas, kijk en luister je toch anders bij het concert. Je kent haar stem al. Je hebt al met interesse geluisterd als ze bij je thuis inzingt. De toonladders fladderen vrolijk door je huis als een nieuwe Steinway in een toonzaal. Vanaf het dakterras hoor je hoe passanten op straat onder de indruk zijn. Ik doe alsof het heel gewoon is.
Vier jonge solisten excelleren. Griet de Geyter is duidelijk de leider, zij interpreteert het woord ‘ensemble’ als een ware diva. Met haar ogen, met haar lijf, met kleine gebaren zoekt ze de verbinding met tenor Twan, bas Drew, alt Eske en de musici en koorleden achter haar. Hogeschoolmuziek in een van de mooiste kerken van Nederland. Organist Koolstra bespeelt het Schnitgerorgel als een testrijder een antieke Rolls. De ontspanning onder het publiek slaat toe: een mevrouw krijgt een flauwte. Als gediplomeerd BHV’er zie ik dat alles goed gaat. Een paar huisartsen, enkele verpleegkundigen en de kerkhuismeester treden doeltreffend op. De AED blijft achter het nummerslot. Toen ze neerging zag ik 500 pax prevelen ‘Requiem aeternam blijf uit de buurt’.
In Groningen worden begin april medewerkers van Dorothy’s bar aan Pottebakkersrijge aangevallen door een beschonken leeghoofdige, type hooligan. Nare agressie in je buurt tegen de LHBTQI+-gemeenschap, in stadions, in treinen, keur je af als round-up sprayende boeren die het gewasbescherming noemen. Buurtvereniging A-Kwartier stuurt bloemen, bezoekt de barmedewerkers en betuigt onvoorwaardelijke steun.
worden gezien, blijft even boven de markt hangen.
En de winnaar is… Anjet Daanje, zo zal de door Beatrice de Graaf uitgesproken uitslag van de Libris Literatuur Prijs luiden op acht mei waarna Daanje een cheque van 50K krijgt. Ik lees nu Sedaris’ ’Wanneer je omringd bent door vlammen’ een boek dat ik jaren geleden kreeg van een zoon of een vriend. Altijd blijven liggen op een stapel ongelezen. Waarom? Vanwege de schreeuwerige omslag? Omdat ik niet had gezien dat Sylvia W., Paulien C. en Aaf B.C. het boek aanprezen? Of omdat ik zag dat er geen man tussen de aanprijzers zat? Leuk boek. Komt op een lijstje: Vlot, dagboek, humor. Ergens op plaats acht. Nee zeven vanwege de grenzeloze fantasie (lees over vreemdgaan na je dood op p 221).
In een redelijk gevulde bovenzaal van De Sleutel wordt ‘Lang leve de Familie’ opgevoerd in een interessante setting: een combi van diner en theater. Kleinschalig, nabij, intiem. Soms word je meegenomen in het spel als een opgewonden nieuwe verkering van de jongste zoon je uitbundig toelacht en bevestiging zoekt voor d’r strapatsen.

zoon (Siebren van der Schueren) steelt de show. Nog wat onwennig met het gedrags- en taalregister van de familie zet ze het op een zoenen met haar lief en roept ze in een geile bui luid dat ze wil neuken. Sja, waarom ook niet.