Fietsbedrijf SPAAK heeft de naam MASTERS bedacht voor senioren die op zondagmorgen een kleine 60 kms willen doen in een lief tempo. Goeie naam! Twee liefhebbers vergezellen me. Gemiddeld zijn we nog geen 60. Het wordt een heerlijk ritje, voor mij tussen twee woensdagen in met ritten van 130 en 170 echt een hersteltocht. Op maandag wil El Obrero ook een herstelrondje doen. Een kleine veertig worden het met bijna 30/u. Mijn lijf protesteert niet en herstelt graag. Dat betekent topvorm. Bovenbenen steigerstaal, dat werk. 
Woensdag een flinke fietslus. Ik vertrek om 06.00 uur. Ondanks oostenwind ga ik zuidwaarts. Mijn Sigma kilometerteller is bevroren en geeft bij de start al op. Vervelend. Supervervelend voor een gewoontedier dat er in 1980 vanuit ging dat ‘Rituelen’ van Cees Nooteboom wel over amateurracefietsers moest gaan. In Borger, na ruim 40 kms en even onder de oksels heb ik Sigma weer gereanimeerd. Ook mijn handen zijn in- en inkoud, als het gevoelsleven van het Voltbestuur tegenover een vurig kamerlid. Ik vrees voor amputatie van mijn artrosepink, wit als de bloem van O’Keeffe.
Zoals biljarters voor elke driebander de loop van de witte bal visualiseren alvorens met de keu een stoot, of soms een kets te geven, visualiseer ik in de schemering de tocht. Van Drenthe maak ik Friesland. Zuidlaren wordt Sneek, Eext is IJlst en Borger Sloten. Het werkt. De stempelkaart wordt mijn telefoon waarmee ik het thuisfront geruststel en Google de gelegenheid geef me te volgen. Bij de dichter en de leraar in Odoorn brandt om 08.00 uur nog geen licht. Ik pauzeer bij een ouwe fietspik in Emmen (visualiseer: Balk) met wie ik ooit voor het eerst gemiddeld 30 jakkerde van Haren naar Emmen. Of ik even een verwarmde pittenzak op mijn verkleumde ledematen wil, vraagt zijn vrouw. De schat! Koek, gedeelde fietservaringen ophalen, citroenthee met honing en buurtverhalen ontdooien me. 
In de zon naar Coevorden en De Krim. Dan via middeleeuwse fietspaden in Elim, Nieuw Moscou, afbuigen naar Hoogeveen en noordwaarts naar Beilen, Assen en Downton Abbey. Van Haren naar Groningen hang ik -met toestemming- achter een Peugeot Kisbee Active E5, gereden door een sympa wintermuts met driedagenbaard uit Zeijen op weg naar de Van Mesdagkliniek. De 170 kms geven me vertrouwen voor Friesland. Wy sille sjen.

Vladimir valt Oekraïne binnen en Franky scoort eindelijk weer eens voor Barca. Ik luister elke dag naar flarden betoverende muziek uit de Mattheüs Passion, lees in Komijnsplitsers en blijf me verwonderen over nieuwe woorden. Friese paarden, virussen en stormen krijgen namen die alfabetisch oplopen. Natuurlijk klinken Delta, Eunice, Franklyn en Omikron minder sympathiek en appetijtelijk dan Foekje, Guoitske, en Neeltsje. Fietsers zien ook liever paarden dan zwarte wolken. Ik sla de zondagse fietstocht voor de eerste keer sinds eeuwen over en geef me over aan Rijnevelds nieuwste poëziebundel. Ondertussen bereid ik me voor op een midweeks tochtje van 125 km met Tío Pedro.
Pedro leest The Guardian en laat Nederlands nieuws van zich afglijden als Vlaamse Gaaien waterdruppels. Ik praat ‘m bij over Mannes,
Emmens surplus aan voetbalgogme en poneer de stelling dat je aan fietspaden kan zien of de burgemeester een fietser is of een Teslajongen (in Drenthe zijn geen vrouwelijke burgemeesters). Emmens burgemeester Eric van Oosterhout onderhoudt de fietspaden als drilrapgroupies hun billen: geveegd en strak. Marcel Thijsen van Tynaarlo en Jan Seton van Borger/Odoorn verwaarlozen bosfietspaden als Jong Ajax de defensie tegen een oppermachtig FC Emmen.
Buienradar volg ik intensiever dan Oekraïnenieuws of Volt dat (primeur!) een vrouw heeft betrapt op grensoverschrijdend gedrag. Wat Gündoğan gedaan of gezegd zal hebben prikkelt mijn nieuwsgierigheid als tassenwinkels oudere vrouwen. Of heeft Volt gewoon last van het in Den Haag enig zichtbare, overassertieve Tweede-Kamerlid dat zich aan ‘s fractieleiders bleekheid ontworstelt en zich ondubbelzinnig uitspreekt?
Anjum, Lauwersoog, Houwerzijl glijden voorbij als cocaïnecontainers langs de Rotterdamse douane. Duizenden ganzen kijken ons als omgekeerde wappies glazig aan: even online een petitie invullen, okee, maar meedoen in de Black-Lives-demonstratie gaat veel te ver. De vogels herkennen mijn einde-der-tijden-gevoel net voordat ze door een zeearend worden verschalkt. Ik word slechts tijdelijk opgegeten.
Hij staat tussen Zedong en Zhang Gaoli.
Dat voormalig vice-premier Zhang Gaoli tennisster Peng Shuai bepoteld of aangerand zou hebben verbaast me niet. Chinese partijbazen zijn als betaaldvoetbalmannetjes. Liet good-old Mao Zedong zich er niet al op voorstaan dat hij zijn druiper kon genezen door steeds een nieuwe Chinese maagd ongevraagd te penetreren? Zijn quote ‘Ik was me in vrouwen,’ zou een aan het Rode Boekje gehecht addendum kunnen heten.
Verbaast me niks. Ik voel het elke dag aan mijn stalen bovenbenen.

Oude trainingsinzichten verpulverden als behandelmethodes in de psychiatrie. Dachten langeafstandslopers voorheen dat je drie marathons in de benen moest hebben voordat je maar aan een wedstrijdje mocht beginnen te denken, nu volstaat je hart wat in de gaten houden. Tom Dumoulin, nou ja geen beginner dus, werd zonder looptraining gelijk tweede in Maastricht met een gemiddelde van 18,3 op de 10 kms.
Een museum is geen kerk. Kunst is niet gelijk aan godsdienst. Sommige in het nauw gedreven gelovigen maken rare denksprongen. Vrijheid van godsdienst? Mijn reet! Als ouders religies niet met dezelfde power in de kinderhoofdjes zouden persen als industrieboeren biest in de monden van pasgeboren kalveren, zou het met religies snel afgelopen zijn. Dit vrijheid noemen gaat wat ver. In dit opzicht is godsdienst als kokkerellen of museumbezoek of vogels spotten: onderzoek leert dat museumbezoekers doen wat hun ouders deden: musea bezoeken. Panikerende ouders die wanhopen dat hun kinderen nooit een museum van binnen zullen zien kunnen gerust zijn: heb je het voorgedaan dan komt het goed.
Hierna begint de echte kunst in de kinderbiënnale. Supermooie constructies van Harry Arling, een leuk Bamboe Bibber Bos van Schoeren, graffiti van Werc Collective en een installatie van Nou&Herkauw. Mooist: de joekels van aanraakbare, opblaasbare tollen: honderd keer spannender dan de aan de museumbinnenmuur gemonteerde gevriesdroogde statische glazen kermisblommekes van Dale Chihuly waar het spaarzaam toegestroomde publiek levenslang van zal moeten genieten, ben ik bang.
Als een kind dat in steeds wijdere cirkels de omgeving om de zandbak exploreert onderzoek ik de wereld voorbij Reitemakersrijge. Ik ontdek onzichtbare kunst, beloopbare cultuur, flitskunst en ongebruikte stukjes natuur, ‘ter grootte van een krant’, die schreeuwen om ontwikkeld te worden. Aan de Brailleweg is op een groene postzegel ruimte voor tenminste tien tiny houses of microwoningen. Aan het water! Wachtend op ontwikkeling.
Aan de Emmaviaductzijde zie je een ronding in de bakstenen als de billen van eeh, vorige week zou ik nog argeloos Carola hebben gezegd, maar nu noem ik de beelden van Fernando Botero of, veiliger nog, Margarethe 22 in de wei richting Hoogkerk. Iedereen stelt zich de vraag waarom de architect er niet gewoon een rechte muur van heeft gemaakt. Totdat een fietsmaat (fietsers weten nou eenmaal veel) je erop wijst dat het, vanuit de lucht gezien de bolling van een opengeslagen telefoonboek is. Stel je voor! Wil je deze kunstvorm aanschouwen, neem dan een drone en fotografeer het vanuit de lucht. 

Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹. 
De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe
een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden. 

Vanaf de Reitemakersrijge is er veel te zien. Kleuren trekken aan mij als idée fixes aan praattafeleconomen die de weg kwijt zijn en vaccinatiemijding aan pluimvee-industriëlen. Elke morgen kijk ik of hij er staat, de gele reiziger aan de overkant van de A. Tegenover ons een glazen huis. Block House staat er in het groen. Geen Blokhuis, Blokkendoos of
Blokhoes. Een ingenieuze onbegrijpelijke pijl wil naar het voormalige kolossale KPN-gebouw naast ons wijzen, maar weet niet hoe. Een appartementencomplex met 200 vierkante krokodillentandjes als brievenbussen. Veelal bestemd voor studenten van ver buiten Nederland. Het is een groot gebouw met aan de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat een doorgang naar een binnenplaats. Op de binnenplaats een goudkleurige blokkendoos boordevol met wooneenheden als een uitvergroot schoenendozenmagazijn uit het duurdere segment.
Vanaf onze binnentuin gezien, zie je vier verdiepingen met nieuwe kozijnen in de 60 cm dikke muren. Soms klinkt muziek, zowel alledaagse, jeuzelende, naargeestige 3FM-muziek met als dieptepunt infantiele raps, als indringend uitheemse, meer onbekende, gemaakt op snaarinstrumenten die vanwege de van geitendarmen gemaakte snaren bij de Partij van de Dieren op de zwarte lijst staan. Een enkele Blockhouser houdt de ramen dag-en-nacht wijd open alsof de verwarming op hol is geslagen.
Bij de koop van ons huis aan de Reitemakersrijge heb ik extra veel belangstelling voor de isolatie van het huis. De bezonning, ligging, kleuren, indeling, vraagprijs, staat van onderhoud laat ik graag aan vrouw I over, maar de muurisolatie is mijn focus. We zijn niet bang voor straat- of burengeluiden, we vinden het prima af en toe leven naast ons te horen. Nee, het tegenovergestelde speelt een rol: bij vlagen ben ik een enthousiast (project)koorzanger en ik wil de buren geen overlast bezorgen. Mijn muzikale smaak is niet breed. Naast liedjes van Ede Staal, Joop Visser, Meindert Talma, Willem Wilmink en passiemuziek heeft kerstmuziek mijn voorkeur. En mijn muzikaal vermogen is niet bijzonder groot, ik moet het, net als mijn fietstempo op peil houden, vrouwen doorgronden, geduld oefenen, het bedrijf ASML volgen, Spaans en Gronings studeren, hebben van dagelijkse observaties omzetten in studiedoelen. Vanaf half september tot begin december studeer ik dagelijks op ruim twintig carols, traditionals en vierstemmige decemberevergreens. Sommige stukken, bijna alle gearrangeerd door Etty van der Mei, zijn taai. De verrekt moeilijke inzet van ‘For unto us a child is born’, het straffe ritme van ‘The royal line’, het voor mij nog wat onbekende ‘O du Fröhliche’, het heerlijk uitbundige fortissimo van ‘Gloria’ in ‘Born is the light’ en de mars ‘Transeamus’. Voor een hard-core atheïst zijn bij dit repertoire de teksten van minder belang. Kippenvel en ondersteuning krijg ik van maandelijkse repetities met het Grootkoor dat met 70 sopranen, 60 alten, twaalf bassen en elf tenoren een interessante bezetting heeft. Geluksgevoel verwarmt me [grote woorden voor een Fries, maar ik houd me nog in]. Groningen is nieuw voor me en ik maak graag kennis met sopranen Bertha uit Onderdendam, Moniek uit Haren, Anneke uit Beilen, en Hans, Gait (Gerrit), Sietske en Geeske uit Groningen. Beide laatsten doen vanwege hun specifieke
stemkwaliteiten mee met de tenoren. Heerlijk die stemvastheid waarop ik graag leun als een wankele CDA’er op koersvaste Hugo. Bij de sopranen doet een ‘Senior Voice’-winnares mee. Ik onderdruk een vloek als ik hoor dat het concert in de Martinikerk niet doorgaat. Maar ik begrijp het, net als ik gelaten alle coronamaatregelen begrijp en accepteer. Nog harder vloek ik als ik hoor dat het optreden in het Concertgebouw wordt afgelast. Maar ook hiervoor heb ik, anders dan toen ik de inmiddels beroemde foto van een rokende Carola Schouten zag, begrip. Nu richt ik mijn hoop op een koorconcert in weer het Amsterdamse Concertgebouw op 23 oktober 2022. Met als gastzangers Tania Kross en Henk Poort. 