Taal in Parijs

Het mooiste Parijse  métrostation is Concorde. De muren een spatie- en interpunctieloos scrabblespel: 44.000 beletterde tegels die samen de verklaring van de rechten van de mens vormen. Parijs bezoeken betekent Frans spreken waar mogelijk.

Zo spreek ik een muzelman in een Parijse moskee die zich had verschanst in de koranbieb en, gezien de pics op zijn inderhaast weggelegde foon, niet had gerekend op durfallen die hun hoofd om de deur zouden steken. De moskee heeft muren die met een compulsief-kinderlijke eenvoud zijn ingelegd met blauwwitbruine mozaïekjes. Die geven het gebouw een  welhaast Calvinistisch-zuinige uitstraling, vergeleken met de roomse kerken die overlopen van pompeuze, gelijkvormige, bijna anti-artistieke, goedkope maar tegelijk dure bombast. De woestijngodsdienstvertegenwoordiger praat me aan dat ik open moet staan voor allerlei betekenislagen in de koran.

De hotelbaas van het centraler dan centraal gelegen hotel Flor de Rivoli vindt dat de Fransen niet moeten zeuren als de pensioenleeftijd wordt opgekrikt van 62 (voor machinisten van 52 en voor balletdansers van 42) naar 64 en nog durft de Frans te protesteren als een verwende puber die zijn foon op school bij de conciërge moet inleveren.

Een kunstenaar in het kunstenaarsverzamelgebouw Rue Rivoli 59 legt me uit dat hij geheel zelfstandig op jacht is naar een uitgever voor zijn illustraties bij een boek van Kipling. Een net niet mensenschuwe suppoost in het – gratis toegankelijke – Musée de la vie Romantique deelt mijn verrassing bij het zien van de onbekende Nederlandse meester Henry Scheffer, die ondanks dat hij in Dordrecht werd geboren, hier gewoon een Fransman wordt genoemd. Met gitarist Lucas uit Brazilië heb ik een genoeglijk alle kanten op fladderend gesprek op een bankje in de zon voor de Sacré Coeur. We bespreken elkaars interesses en leefwijzen en spreken af het gesprek nog eens voort te zetten in Parijs, Porto of Groningen.

Frans, met die in het Nederlands al lang verouderde subjonctif, blijft voor de Friese Saks een moeilijke taal. Misschien net zo moeilijk als het Engels voor de Frans. De English Proficiency Index zet Frankrijk  even op zijn plaats: 34e, zelfs na Italië en Hongarije. De adviezen spreken voor zich: niet meer films nasynchroniseren en zo de Franse puber de kans onthoudend al kijkend aan tweedetaalverwerving te doen en Franse docenten Engels opdragen evenveel tijd te besteden aan nascholing als ze nu kapotslaan aan pensioendemonstraties.

‘Zeg t mor’ Cursus Gronings

In een ruimte die in niets lijkt op een modern klaslokaal maar in alles op een te kleine koffiekamer van een bijgebouw van de Elfde Dags Adventisten uit het Westerkwartier, staan de tafels opgesteld in een hoekige hoefijzervorm. Aan de kopse kant geen flitsend smartboard met internet maar een flipover (wie kent dat woord nog?) en een koektrommelachtig cd-spelertje dat met vijf snoeren aan een stopcontact is gekoppeld. Groningse les anno 2023.

De juf: een nog lang geen zeventigjarige Groningse met gouden ringen en armbanden en zachte mohair trui op sneakers. De les begint met koffie of thee, gezet door een cursist. Zeventien leergierigen komen binnen, sommigen groen als gras, anderen al met een schitterend Gronings accent. Als ik me goed herinner: nogal wat mensen uit het onderwijs, een ecolooog, integriteitsofficier van een ministerie, een zorgboerderijmedewerker, een coach die zich wil laten omscholen naar de creatieve hoek, iemand die aan het reïntegreren is, een beroepsvrijwilliger, een directeur van een streektaalinstituut, een moeder en dochter, een oud-campinguitbater en meer. Van eind twintig tot begin zeventig. De groep is een deel van het plezier.

Het lesboek uit 2008, ‘Zeg t mor’ doet me denken aan mijn middelbareschoolbrugklastijd met ‘My second language’ en ‘Le Français, la plus belle langue’ beide in het pre-internettijdperk. Teksten, woordenlijsten, invuloefeningen met zowel open vragen als  meerkeuzevragen. Anders dan het Fries maar gelijk aan het Drents kent het Gronings (helaas) geen standaardgrammatica, zodat ‘Dat valt mit’ en ‘Dat valt tou’ beide goed gerekend worden. De juf etaleert behendig de souplesse van een CDA-politica op rondreis die zowel de minister als de stikstofmaffia te vriend wil houden.

In de tweede les discussiëren we in groepjes over een interessante, prikkelende vraag: ‘Waar zou je de wereld van willen verlossen?’ De groepsleden, alle met denkrimpels als kleivoren op het Hoge Laand, verbergen zich niet. Enthousiaste antwoorden: Social media, kinderen, de overheid, geld, macht, de mens, ongelijkheid, godsdiensten, Friesland. Hahaha. Verder met de oefeningen: dialogen, een dicteetje (vijf fouten verdomme en ze had nog zo gezegd dat de ‘ij’ wel maar de ‘ei’ zo goed als nooit voorkomt in het Gronings), en, nu al standaard: een liedje. Zonder aansporing wordt er meegezongen, vandaag met een prachttekst over de Lidl (van: Voorheen de bende mit pazzipanten): heerlijk.

Rode draad in de lessen: pebaaier Grunnegers te proaten, fouten moaken is ja nait arg.

Winterfietselfstedentocht 2023

De feiten: van de 1.200 deelnemers annuleren er 400. Michel en ik rijden de 206 kms in 8.20 uur, gemiddeld bijna 25 km/uur. Bij zes van de twaalf stempelposten onderweg eet en drink ik alles wat wordt aangeboden. De wind is zo snoeihard dat ik het stuur niet durf los te laten om de bidon te pakken. In de Swette zie ik twee zwanen in het maanlicht. Het mannetje steekt zijn kop diep het donkere water in. Voor de zwaan hoop ik dat hem een beter lot wacht dan de zwaan in Roald Dahls gelijknamige verhaal. Ik houd van contrasten en denk terug aan mijn warme bed aan de Emmakade van gastvrouw Janke Lysbert.

Michel doet veel kopwerk. Fred kiest voor een ingekorte versie. De eerste tien kilometers is het een nerveus gejaag. Inhalers roepen en jachten voorbij. Links en rechts. Het kost me enige tijd voor ik mijn ademhaling geregeld heb. Tegen de wind zitten we nog op een dikke 23 gemiddeld. In Sneek verorber ik  oudewijvenkoek die ik zacht maak met chocomelk. Als we richting IJlst gaan maal ik de helft van de koek en banaan tot een vette bal die ik langzaam genietend door mijn tanden pers voordat het mijn maag inglijdt als een gevaseliniseerde catheter een ader bij een dotterbehandeling.

Frieslands grootste schrijver Anne Wadman woonde in Sneek. De Smearlappen stond lang in mijn literatuurtoptien. Net wanneer ik IJlstenaar Michel wil vragen of Wadman met hoofdpersoon Eelkje Lyklama Metoo zou hebben doorstaan worden we nabij Sloten door een fijne hagel gezandstraald. Steppers ontwijken de hagel onder viaducten als ganzen de lopen van overijverige natuurbeschermers. Het eerste deel pal in de westenwind naar Stavoren valt me dankzij beschutting van bomen en huizen nog mee. Pas voorbij Rijs, deels bovendijks, moet ik lossen. Met twee jonge vrouwen, designers bij de Piet-Hein Eek-academie, bestorm en bedwing ik de dijk.  Om de honderd meter nemen we de kop over. Als ik durf te kijken zie ik mijn kilometerteller dalen tot 10,6. Mijn zicht vermindert en ik hoop dat mijn maculadegeneratie nog even wil pauzeren. Mijn bovenbenen trappen en trekken als ouderwetse zuigerstangen van hooipakjespersers in vergleden zomers. De vraag wat het verschil is tussen compulsief-obsessief fantaseren en hallucineren houdt me overeind tot vlak voor Harlingen. Een diep tractorspoor naast het fietspad zuigt me de kleidrek in als gele hesjes in complotten.

Hindeloopen en Workum staan in Bolswards gastvrije schaduw. Drie bouillon, broodjes kaas en vruchtendrank versterken me en ik groet de fietsmaten van de pre-Stavorense dijk alsof ik ze al jaren ken. We stralen alle drie. Franeker bezuinigt op routepijlen en overdadige regen maakt mijn tenen en vingers tot  waterijsjes. Stiens, Dokkum en Aldtsjerk rijgen zich aaneen in een diffuse brij van kou, snijdende wind, slecht zicht, en hoop op de finish in Ljouwert. Bonnema’s toren is ons baken als Segers’ opvolgster Bikker voor dolende CU’ers. Het begeerde elfstedentochtkruisje, mijn derde en laatste, staat fier in een pompeblêd en gaat een mooie plaats krijgen.

Winterfietselfstedentocht en Groot Maart

De moeder aller tochten wordt hevig opgeschud door harde wind. Buienradar voorspelt voor zondag in midden en Zuidwest-Friesland westenwind kracht zeven. ‘Transport en Logistiek Nederland’ meldt dat bij deze wind ongeladen vrachtwagencombinaties kunnen omkiepen. Hijswerk met mobiele kranen wordt gestopt. Wapperende vlaggen gaan bij deze wind rafelen, zeven lagen Staphorster rokken staan bol als parachutes boven veteranenparades. Deze omstandigheden maken het fietsen van een meer dan 200 kilometer lange tocht tot een uitdaging, maar niet onmogelijk. De organisatie krijgt veel annuleringen, maar ziet geen noodzaak de tocht af te gelasten. De websiteteksten leggen de nadruk op het heroïsche. Speelt bij zwaartekrachtsporten als abseilen, skiën, kitesurfen,  schommelen en schansspringen enkel de techniek van voortbewegen een rol, met keiharde wind door het Friese platteland sjorren, sleuren en stoempen vergt een combinatie van soepele beenspieren, brute kracht, een ongekende longinhoud en kouderesistentie en oneindig doorzettingsvermogen.

Groningens Grote Markt

Groot Maart is Grunnegers voor Grote Markt. Ik denk aan boeken van Herman Brusselmans. Het lezen in ‘Theet 77’, Brusselmans’ nieuwste en volgens sommigen zijn beste, doet denken aan wandelen over de Grote Markt: het kost me meer moeite dan ik wil toegeven. Ik kom niet verder. Zeker, de zinnen zijn foutloos neergeschreven zoals de klinkers deskundig op hun plek zijn gehamerd. Lichtelijk bol als je door je knieën zakkend over het plein kijkt, waar regenplassen geen kans hebben om blijvend te zijn en waar kinderen de kans wordt ontnomen zichzelf spiegelend te bekijken. De klinkers klemmen zichzelf vast als de magere ideeënwereld van Hugo Borst aan praattafels, waar Borst neerbuigend drievoudig doelpuntenmaker Wout Weghorst kleineert zonder een argument te noemen. Borst etaleert z’n eigen stoffige, benepen, kleinsteedse, bedachte, fake-superioriteit over grote mannen uit Oost-Nederland die wel kunnen scoren. Aan de zuidzijde van Groot Maart loopt een zilverkleurig pad van vierkante keitjes. Recht en hoekig als de ideeënwereld van Gert Seegers. Haaks als Koen Schuilings kaaklijn. Hard als de blikken van protesterende aan landbouwsubsidie-infuzen verslaafde boeren. Fantasieloos als aanvalspatronen van FC Groningen. Groningen dat een landelijk onderzoek naar Groenste Steden aanvoerde doet zichzelf tekort. Vergeten zijn creatieve, krullende looplijnen. Speelse hellingbanen voor skatende pubers. Groene grasperken. Wulpse acacia’s. Bloemenborders van Piet Oudolff zoals voor de Der A-kerk. Een fonteintje. Vijvers. Wandelaars dolen zielloos en wanhopig rond, vergeefs zoekend naar plezier van de landschapsarchitect.

Simmertún

De sêfte wyn biweegt

jasmyn, laurier en hop,

de sinne stekt hwer’t sy wol,

foaral har rêch en nekke.

Hy slút syn eagen gau

en sjocht in swatte stip;

it skerpe ljocht omheint

har holle, de hierren waeije.

Har rêch biweegt earst net,

dan set sy de gong deryn.

Genietsjend krollet syn mûle,

syn rêch, hy likket har ear.

Syn eachhoeke registrearet

koartsich bisyk op ’t paed.

De spanning rint hurd op

en hurder noch wer ôf.

Foreale jout hy har in tút;

fanwegens it moaie waer

dit jier al foar de alfde kear.

What dochs in prachtsimmer!

Journaal 1 januari 2023

Oudjaarsavond 2022: Grote Markt. Harde muziek, flitsend laserlicht, een nieuwe, nog ultralelijke stadsvloer en prachtige projecties op Koen Schuilings werkkamer. Toeristen, BOA’s, 12 dixies, Gulenisten achter kinderwagens, Kortings-Gea, en relaxed publiek. Goed gedaan Groningen.

Dik 127 jaar aan man, zeker ruim 160 kg, zit gebroederlijk naast elkaar op een smal bankje lekker te quatre-mainen (worden er eigenlijk ook automatisch quatre pieds gebruikt? vraag ik aan mijn gaste). Dan nog iets vrouwonvriendelijks: de vrouw die registreert blijft anoniem, wordt nergens genoemd, maar zonder haar puike regisserende registratie hadden beide mannen het kunnen schudden natuurlijk. Zoals goede kroegen drie biertapinstallaties, kermissen drie schiettenten hebben heeft deze concertkerk drie orgels. Alledrie worden ingezet bij het gevarieerde oudejaarsdagprogramma. We menen een wat stroeve start te herkennen, maar allengs komt de souplesse met stukken van Tomkins en Soler. De Lutherse kerk zit bijkans vol als maestri Theo Jellema en Erwin Wiersinga het jaar uitluiden met hogeschoolmuziek op het Van Oeckelenorgel en het nieuwe barokorgel waaraan de namen hangen van Schnitger / Radeker / Garrels / Freytag / Edskes. Een staande ovatie wordt het aan het eind, meer dan verdiend!

Met drie koffie, 500 gr yoghurt/muesli/fruit, drie muffins met bosbessen, twee cappuccino, een banaan, een bidon met bietensap/jus d’orange, een saucijzenbroodje, een flesje smoothie, een kop snert red ik een trainingsrondje van 150 kms Groningen – Odoorn – Hoogeveen – Beilen – Assen – Groningen op een loeizware ATB in ruim zes uren. Dat betekent dat ik klaar ben voor de winterfietselfstedentocht op 15 januari 2023.

Waarom 67-plussers daaraan mee willen doen? Er zijn ongeveer 1.100 deelnemers, waarvan slechts 68 ouder dan 65. Het is het speciale. Het uitzonderlijke. Het uitgerekte. Het bijna unieke. Heb je na afloop behalve een heerlijk trekkerig gevoel in je bovenbenen wel een kruisje dat slechts enkele tientallen leeftijdsgenoten hebben kunnen halen. Daarom. En de bijvangsten: verbeterde hersencapaciteit, minder kanker- en Parkinsonkansen, beter slapen, sneller herstellen, een gezonder hart, minder vet, een langer leven, langer jong, en minder stress zijn mooi meegenomen.

Kippenvel is een prettige sensatie. Ik hoef maar de eerste maten van bekende, mooie muziek te horen of er gaat een soort rilling van mijn bovenarmen via schouders naar rug en weer terug naar de armen waar de haartjes rechtop gaan staan. Bijzonder. Prettig. Ervoer het een keer of tien onder ‘Hallelujah’, een documentaire over Leonard Cohens beroemdste nummer. Misschien het meest gecoverde nummer in de pophistorie? Voor mij zonder mis het ‘misschien beste zangstuk’, zowel voor solisten, bands en koren. In Cohens tientallen coupletten zitten naast holy fragmenten ook wat horny stukjes, the naughty bits. Te zien in Forum Groningen.

Beste Klaastaallezers,

Mirna Westra

Jaareindes vragen om terugkijken en de balans opmaken. Boereninkomens zijn met ongekend hoge melk- en uiprijzen skyhigh. Mestfraude-adviseurs worden veroordeeld. Studiosportmedewerkers overschrijden intermenselijke gedragsregels. Grootste belastingontwijker wint sportgala. Google vertelt me dat ik 7K fiets dit jaar. Door 520K gassies worden mijn foto’s bekeken/gedeeld. Mijn website trekt 4,2K lezers (*). Luisterpubliek Grootkoor in Concertgebouw, Lawei, Martinikerk: 3,6K. Morele verplichting, altruïsme, engagement, pauwengedrag, gloeiendeplaatdruppelaar, tevredenachteroverligger, de berekenende homo economicus, op tijd bedankt zeggen, Calvijn, zit allemaal in me, als ik nadenk over hardcore kerstkaartmijders (aantallen stijgen als voedselbankcliënten), en me laaf aan het idee dat iedereen die dit leest voor de tweede keer de € 190,- energiecompensatie aan de voedselbank heeft gedoneerd. Doe wat! Allemaal leuk en aardig. Maar het meest bijzonder is misschien het door onze SCDZ georganiseerde kerstconcert in Sleen. Volle bak. We ontvangen een 80 Oekraïense gasten. Vrouwenkoor NOVA met maestra Mirna Westra zingt ‘Nowa radist stala’ en organist Eeuwe Zijlstra speelt op het Vollebrecht-orgel het Oekraïense volkslied. Iedereen staat. Tranen. Handen op harten. Kippenvel. Hoor ik lippen de naam van Zelensky prevelen? Stel je voor: verdreven van huis en haard en dan in Sleen in je moerstaal worden toegezongen en als klap op de vuurpijl je volkslied. De emotie herken ik. Ik ga terug in mijn ondergrondse geheugencrypte. (* interessant detail: fier aan kop staan mijn stukken over Lale Gül, Salomon Levy en Peter van Dijk, in mijn ogen ook de beste drie).

Eeuwe Zijlstra

  1. Met een groepje voortgezetonderwijsspecialisten reizen we naar Oefa, de hoofdstad van Bashkortostan of Baskirië. We gaan ze daar vertellen hoe ze het best Engelse lessen geven. Het is onze Russische gastvrouwen en -heren niet ontgaan dat Nederland (ook toen al) stijf bovenaan stond in de ‘English Proficiency Index’. En passant adviseren we hun over toilethygiëne op scholen, want die is rampzalig. Delegatieleider en Pushkinkenner Henk van Buiten is onze spreker. Het wordt een mooie reis, maar de drie weken duren lang. Tijdens een bezoek aan een conservatorium spreek ik een studente die het Wilhelmus kan spelen. Haar specialisatie ‘National Hymnes’ verbaast me. Na enig zoekwerk speelt ze ook de eerste maten van het ‘Frysk bloed tsjoch op’.

Toegift:

E  e  n    g  o  e  d     2   0   2   3    g  e  w  e  n  s  t

De  sloten  bevriezen, de  haard vat weer vlam,

De  hele  dag  lezen,  het schaap  naar de ram.

 

Een  bokbier  van  Grolsch, een Leffe van ’t vat,

Een Cantate  van Bach,  een  worst  van de lat.

 

Een boek van Mark Haddon, wat langer in bad,

De  kaarsen  vol   vuur,  een   muis voor  de   kat.

 

Een   bol   uit  de   olie,   een   vis   uit   het   zuur,

Gezang   in   de  verte,   een  bal  uit  de   muur.

 

Op   zondag   een   kuier,  een   kop  hete  snert,

wat hooi voor het paard, en op naar ’t concert.

 

Een  snoek  uit  het  meer in de luwte van Sneek,

Vrede   met   Finkers, Hans  Teeuwen   of   Freek.

Kerstconcert Grootkoor Martinikerk 22 december 2022

Rob van Dijk op de vleugel, Martin Mans op het orgel en Etty van der Mei en Nan van Groeningen beurtelings, strak in de lak, dirigerend op de bok. De kerk is met 1.200 bezoekers uitverkocht. Het circa 200-koppige koor heeft er zin in. De stemmenverhouding loopt enigszins mank. De tenoren doen verwoede pogingen de sopranen in het gelid te houden en niet met hun partij mee te gaan zingen. Het vervelende is dat mannen graag vrouwen volgen, verlokkelijk als ze op vele terreinen kunnen zijn. Bij de alten en sopranen zijn ook jonkies. Jaloers kijk ik naar jeugdige blauwe dreadlocks rechts van mij en blonde paardenstaarten bij de alten. Met Rogier, Erna en Bram, gemiddeld 57,6 jaar, zit ik bij de mannenjunioren. Denk ik. Voel ik.

Als je van kerst- en orgelmuziek houdt zit je hier goed. Mans windt er geen doekjes om, hij heeft er zin in. Als een jonge autoverkoper die de ongebreidelde powers van een Tesla showt op een weg zonder snelheidsbeperking laat hij het Agricola/Schnitger/Hinsz-orgel swingen en zingen tegelijk: muziek op zijn best. Van Dijk improviseert op de vleugel als een dribbelende Nederlandse wingback in Qatar met een vrije rol. Solist Henk Poort heeft een makkie. Hij wordt door het publiek op handen gedragen. En dan Nan en Etty die het hele boeltje regisseren en in toom houden als schoolmeesters opgewonden grut bij de Efteling. Aanmoedigen als er een gedeelte van de mannen pardoes wegvalt, en verrek, dat gebeurt! En afremmen als de vrouwen hun vocale verleidingskunsten tonen als BN’ers op rode lopers of modellen op de catwalk. Houd dan als man je rug maar eens recht, maar dat doen we.

Het repertoire is een mix van ijzersterke Christmas Carols, verantwoorde hapjes uit de klassieke wereldmuziek van Händel en Saint-Saëns en traditionals. Alles bewerkt door tovenares Etty van der Mei. De meeste melodieën zijn op ieders harde schijf geëtst als kinderliedjes en aftelrijmpjes in kinderhoofden. De bewerkingen zorgen voor de muziek, de verrassingen, soms struikelblokjes, en de sjeu die maken dat de elf Grootkoren in den lande niet over toeloop te klagen hebben. Zingen doet mensen goed. Huisartsen die tijdig de bijscholing hebben gedaan, leefstijlgoeroes en hersendokters aan televisiepraattafels beamen het.

Sopraan/dirigent Etty van der Mei bewijst wat veel bezoekers in de Martinikerk denken: getrainde solisten liever niet versterken. Etty neemt in haar eentje de echopartij van ‘Echo Carol’ voor haar rekening van achteruit de kerk. Haar wonderschone stem, loepzuiver en helder als champagneglazen uit driesterrenrestaurants, en de superieure akoestiek dragen het geluid tot onder ieders kuif. Tenor Henk Poort wordt met misschien 200 Watt versterkt, iets wat het volume wel, maar de beleving van de gevoelige trilhaartjes in de slakkenhuizen van luisteraars niet ten goede komt. Dat hij helaas ook de techniek van de handkus niet machtig is, bewijst hij door met zijn lippen Etty’s handen enkele malen te toucheren. Brrr. Rillingen gaan door de rijen.

Fijne kerstdagen

Kerstmis (melodie: Wiegenlied van Franz Schubert)

Kerstmis, kersemis, Vast wat vaker met kastanje; Kerstfeest, eet een beest, soep met ballen en een vis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Eet eens nijlpaard, voordat die ten hemel vaart / zonder botjes uiteraard /dat is ook heel fijnbesnaard / maar scheer eerst de paardenstaart.

Kerstmis, kersemis, Glühwein wisky en champagne; schrans wat drink een vat, ganzenlever uit Pernis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Eet maar kikkervis, pas wel op met hagedis / maar voorkom veel ergernis / tussendoor wat hertenpis / lees eerst maar eens Genesis.

Kerstmis, kersemis, herders eten graag lasagne, kerstmis kersemis, krijg je ook geen syphilis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Rook nooit cannabis, kerst is een belevenis / licht op in de duisternis / liefde is geen bizzenis / doe iets met het compromis.

 

G e l u k k i g     k e r s t f e e s t

’t Is bitterkoud, de geiten willen niet naar buiten;

Er hangen scherpe zilv’ren pijlen aan het riet

En dankzij isolatie die de kou niet binnenliet

Weet niemand meer wat bloemen zijn op ruiten.

 

De meester leest een zompig, zielig, oud verhaal

Van rampen, kwalen, schimmelkaas en tegenslag

Van ladders in een kous, een dronken prins-gemaal,

Geen beltegoed, een onvoldoende leesverslag;

 

De hele klas ligt ademloos te luist’ren, neergestort

Het moede hoofd op tafel, trage tranen stromen

Onmerkbaar langs de Altknop op ’t toetsenbord

Totdat ze bij de spatiebalk als golfje samenkomen.

 

En net als iedereen luid zit te snott’ren en te janken

Krijgt het verhaal een nieuwe loop en gloort er hoop:

De arme herders, ook de strammen en de manken,

zijn blij en hoorbaar opgelucht; ze willen enkel nog

wat surfen op het net, tiktok een volle mailbox en een vlog.

De vriendelijke, dakloze ex-dief

Let op, deze tekst werd gegenereerd met de laagdrempelige AI-tool Chat GPT. 7 december. De tot sint gemaakte is net vertrokken en we maken ons op voor de kersttijd met de tot verlosser gemaakte. Kerst is de tijd van goede daden en goede doelen. In de A-kerk beluisteren we de Messiah van Händel. Superieure koorzang. Bij het Hallelujah gaan twee reliwappies staan en belemmeren de achter hen gezetenen het uitzicht. Ik houd me in en ga niet sissen. Noordelijke bedrijven en industrieën nemen zich eindelijk voor serieus werk te gaan maken van energiebesparing en arbeidsplaatsen aan te bieden aan buitendebootvallers. Boeren stoppen met janken dat boeren in hun genen zit. Vervoerders bieden een gratis bus aan voor kerstconcertgasten uit Oekraïene. Rabobank is na ING en ABN derde bank die door de rechter gedwongen wordt witwaspraktijken aan te pakken. Rechters vonnissen dat Rabobank stopt met obligatiefraude. Voor je zieke buurman probeer je een leuke attentie te regelen. Een ex-fietsendief leert mij een nuttige les.

Na invoering van de Bojan-Slat-doctrine wil ik minder bijdragen aan de netten en zeven van Bojan Slats die de oceanen plasticvrij wil houden. Dus minder weggooien en geen overbodige meuk kopen. Als de rits van mijn favoriete fietsjasje knapt geen nieuwe kopen maar op naar de kleermaker waar je alleen contant mag betalen. Ik zet de fiets op de stoep, niet op slot want ik ben immers maar even binnen. ‘Kunt u nog even wachten?’ vraagt de mevrouw van De Groningse Schaar. Zeker, naast het ideaal van de Bojan-Slat-doctrine, huldig ik al een week de Zen-modus.

Er komt een meneer de kleermakerswinkel binnen. ‘Mag ik een papiertje en even een pen lenen?’ Hij schrijft wat op een roze post-it en verlaat de zaak. Na een half uurtje kom ik buiten en zie op mijn zadel een post-it met de interessante tekst:

Een aanvankelijke vloek ruil ik snel voor een brede smile, ik kan ‘m immers bellen. Na het telefoontje komt de ‘ex-dief’ me de sleutel brengen. Ik heb net een wijze les geleerd. ‘Waar bent u?’ vraagt hij nog, want ik heb meer sleutels.’ Ik zie een vriendelijke man, die me uitlegt dat het altijd beter is de fiets op slot te doen, ook bij korte kleermakerbezoekjes. Verbazing, opluchting, blijheid en dankbaarheid strijden bij mij om voorrang. Ik geef hem een bankbiljetje. Als ik thuis ben overdenk ik de situatie en bel hem op om een afspraak voor een interview te maken voor de A-Krant.