Op de dag dat de wedstrijd Tegendewindfietsen wordt gehouden befiets ik NW-Groningen. Zie de eerste 75 kms geen e n k e l e fietser. Ik fiets in de cadans van ‘Hoe sterk is de eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot. Voel me als die ene VVD’er die denkt dat Hofstadgroepslid Soumaya Sahla nog een kans verdient. Of die enkele CDA’er die begrijpt waarom christelijk onderwijs fnuikend is voor onderwijskwaliteit en waardenvrij onderwijs.
Harde wind. Ik doe Grijpskerk, Zoutkamp, Pieterburen, Winsum, kleine 80 kms. Rijd een dikke veertig voor de wind vanaf De Kolken voor Hornhuizen naar Pieterburen. Fietsgenot wint van slagregens. Natte hagel. Winterse kou. Mijn door- en doornatte versteende handen haken aan het ligstuur als de vingers van brave huisvader Marc Overmars aan vrouwen intimiderende whatasappberichten. De sneue digitale potloodventer & Ajax-haan heeft het figuur van Mao Zedong.
Hij staat tussen Zedong en Zhang Gaoli.
Dat voormalig vice-premier Zhang Gaoli tennisster Peng Shuai bepoteld of aangerand zou hebben verbaast me niet. Chinese partijbazen zijn als betaaldvoetbalmannetjes. Liet good-old Mao Zedong zich er niet al op voorstaan dat hij zijn druiper kon genezen door steeds een nieuwe Chinese maagd ongevraagd te penetreren? Zijn quote ‘Ik was me in vrouwen,’ zou een aan het Rode Boekje gehecht addendum kunnen heten.
Irene Wust wint goud in China, terwijl slachtoffer Sjinkie Knegt, de arme man die niet wist dat thinner brandbaar is, klaagt over schwalbes van tegenstanders. De China-show beheerst de kritiekloze vooringenomen t.v. met ongegeneerde propaganda. China huurt Nederlandse ijsmeesters in. Daarmee koopt Nederland medailles. Sportkansenschendingen. Mensenrechtenschendingenkampioen China ruil ik graag in voor nieuws over T-cellen van een tachtigjarige fietser die zouden lijken op die van twintigjarigen.
Verbaast me niks. Ik voel het elke dag aan mijn stalen bovenbenen.
Kom versteend terug. Ben weer een zesjarig kind dat na schooltijd te lang is doorgegaan met sleetjerijden. Vraag vrouw I om rits van fietsjack te ontsluiten. Moet op jacht naar waterdichte handschoenen wil ik dit weer op 13 maart ’22 kunnen weerstaan. Een doordeweeks hersteltochtje langs Winde, Bunne, Peize, Eelde is een tussengerechtje in Pomphuis. Heerlijk, ter voorbereiding op het lekkerste. De monstertocht annuleren kan natuurlijk ook altijd nog. Zegt men. Wy sille sjen.



Oude trainingsinzichten verpulverden als behandelmethodes in de psychiatrie. Dachten langeafstandslopers voorheen dat je drie marathons in de benen moest hebben voordat je maar aan een wedstrijdje mocht beginnen te denken, nu volstaat je hart wat in de gaten houden. Tom Dumoulin, nou ja geen beginner dus, werd zonder looptraining gelijk tweede in Maastricht met een gemiddelde van 18,3 op de 10 kms.
Een museum is geen kerk. Kunst is niet gelijk aan godsdienst. Sommige in het nauw gedreven gelovigen maken rare denksprongen. Vrijheid van godsdienst? Mijn reet! Als ouders religies niet met dezelfde power in de kinderhoofdjes zouden persen als industrieboeren biest in de monden van pasgeboren kalveren, zou het met religies snel afgelopen zijn. Dit vrijheid noemen gaat wat ver. In dit opzicht is godsdienst als kokkerellen of museumbezoek of vogels spotten: onderzoek leert dat museumbezoekers doen wat hun ouders deden: musea bezoeken. Panikerende ouders die wanhopen dat hun kinderen nooit een museum van binnen zullen zien kunnen gerust zijn: heb je het voorgedaan dan komt het goed.
Hierna begint de echte kunst in de kinderbiënnale. Supermooie constructies van Harry Arling, een leuk Bamboe Bibber Bos van Schoeren, graffiti van Werc Collective en een installatie van Nou&Herkauw. Mooist: de joekels van aanraakbare, opblaasbare tollen: honderd keer spannender dan de aan de museumbinnenmuur gemonteerde gevriesdroogde statische glazen kermisblommekes van Dale Chihuly waar het spaarzaam toegestroomde publiek levenslang van zal moeten genieten, ben ik bang.
Als een kind dat in steeds wijdere cirkels de omgeving om de zandbak exploreert onderzoek ik de wereld voorbij Reitemakersrijge. Ik ontdek onzichtbare kunst, beloopbare cultuur, flitskunst en ongebruikte stukjes natuur, ‘ter grootte van een krant’, die schreeuwen om ontwikkeld te worden. Aan de Brailleweg is op een groene postzegel ruimte voor tenminste tien tiny houses of microwoningen. Aan het water! Wachtend op ontwikkeling.
Aan de Emmaviaductzijde zie je een ronding in de bakstenen als de billen van eeh, vorige week zou ik nog argeloos Carola hebben gezegd, maar nu noem ik de beelden van Fernando Botero of, veiliger nog, Margarethe 22 in de wei richting Hoogkerk. Iedereen stelt zich de vraag waarom de architect er niet gewoon een rechte muur van heeft gemaakt. Totdat een fietsmaat (fietsers weten nou eenmaal veel) je erop wijst dat het, vanuit de lucht gezien de bolling van een opengeslagen telefoonboek is. Stel je voor! Wil je deze kunstvorm aanschouwen, neem dan een drone en fotografeer het vanuit de lucht. 

Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹. 
De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe
een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden. 

Vanaf de Reitemakersrijge is er veel te zien. Kleuren trekken aan mij als idée fixes aan praattafeleconomen die de weg kwijt zijn en vaccinatiemijding aan pluimvee-industriëlen. Elke morgen kijk ik of hij er staat, de gele reiziger aan de overkant van de A. Tegenover ons een glazen huis. Block House staat er in het groen. Geen Blokhuis, Blokkendoos of
Blokhoes. Een ingenieuze onbegrijpelijke pijl wil naar het voormalige kolossale KPN-gebouw naast ons wijzen, maar weet niet hoe. Een appartementencomplex met 200 vierkante krokodillentandjes als brievenbussen. Veelal bestemd voor studenten van ver buiten Nederland. Het is een groot gebouw met aan de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat een doorgang naar een binnenplaats. Op de binnenplaats een goudkleurige blokkendoos boordevol met wooneenheden als een uitvergroot schoenendozenmagazijn uit het duurdere segment.
Vanaf onze binnentuin gezien, zie je vier verdiepingen met nieuwe kozijnen in de 60 cm dikke muren. Soms klinkt muziek, zowel alledaagse, jeuzelende, naargeestige 3FM-muziek met als dieptepunt infantiele raps, als indringend uitheemse, meer onbekende, gemaakt op snaarinstrumenten die vanwege de van geitendarmen gemaakte snaren bij de Partij van de Dieren op de zwarte lijst staan. Een enkele Blockhouser houdt de ramen dag-en-nacht wijd open alsof de verwarming op hol is geslagen.
Bij de koop van ons huis aan de Reitemakersrijge heb ik extra veel belangstelling voor de isolatie van het huis. De bezonning, ligging, kleuren, indeling, vraagprijs, staat van onderhoud laat ik graag aan vrouw I over, maar de muurisolatie is mijn focus. We zijn niet bang voor straat- of burengeluiden, we vinden het prima af en toe leven naast ons te horen. Nee, het tegenovergestelde speelt een rol: bij vlagen ben ik een enthousiast (project)koorzanger en ik wil de buren geen overlast bezorgen. Mijn muzikale smaak is niet breed. Naast liedjes van Ede Staal, Joop Visser, Meindert Talma, Willem Wilmink en passiemuziek heeft kerstmuziek mijn voorkeur. En mijn muzikaal vermogen is niet bijzonder groot, ik moet het, net als mijn fietstempo op peil houden, vrouwen doorgronden, geduld oefenen, het bedrijf ASML volgen, Spaans en Gronings studeren, hebben van dagelijkse observaties omzetten in studiedoelen. Vanaf half september tot begin december studeer ik dagelijks op ruim twintig carols, traditionals en vierstemmige decemberevergreens. Sommige stukken, bijna alle gearrangeerd door Etty van der Mei, zijn taai. De verrekt moeilijke inzet van ‘For unto us a child is born’, het straffe ritme van ‘The royal line’, het voor mij nog wat onbekende ‘O du Fröhliche’, het heerlijk uitbundige fortissimo van ‘Gloria’ in ‘Born is the light’ en de mars ‘Transeamus’. Voor een hard-core atheïst zijn bij dit repertoire de teksten van minder belang. Kippenvel en ondersteuning krijg ik van maandelijkse repetities met het Grootkoor dat met 70 sopranen, 60 alten, twaalf bassen en elf tenoren een interessante bezetting heeft. Geluksgevoel verwarmt me [grote woorden voor een Fries, maar ik houd me nog in]. Groningen is nieuw voor me en ik maak graag kennis met sopranen Bertha uit Onderdendam, Moniek uit Haren, Anneke uit Beilen, en Hans, Gait (Gerrit), Sietske en Geeske uit Groningen. Beide laatsten doen vanwege hun specifieke
stemkwaliteiten mee met de tenoren. Heerlijk die stemvastheid waarop ik graag leun als een wankele CDA’er op koersvaste Hugo. Bij de sopranen doet een ‘Senior Voice’-winnares mee. Ik onderdruk een vloek als ik hoor dat het concert in de Martinikerk niet doorgaat. Maar ik begrijp het, net als ik gelaten alle coronamaatregelen begrijp en accepteer. Nog harder vloek ik als ik hoor dat het optreden in het Concertgebouw wordt afgelast. Maar ook hiervoor heb ik, anders dan toen ik de inmiddels beroemde foto van een rokende Carola Schouten zag, begrip. Nu richt ik mijn hoop op een koorconcert in weer het Amsterdamse Concertgebouw op 23 oktober 2022. Met als gastzangers Tania Kross en Henk Poort. 

We hebben een huisarts, een favoriet eethuisje, een bieb, parkeerplaats, filmhuis, een tandarts, een fietsenmaker, een installateur, schilder, aannemer, pedicure, een organist en sportschooljongens onder wie een masseur. En een foute [want nog steeds schaamteloos kankerverwekkende producten verkopende] supermarkt. Genoeg zorg dus. Een paar dingen vallen op. De boosterprikrij is aan de lange kant. De griepprikrij was korter. Waarom lukt het gisse huisartsen in Oss en Helden-Panningen wel op grote schaal boosterprikken te gaan zetten en die in Groningen niet? Iedereen zag toch aankomen dat wat boosteraccelleratie handig zou zijn. Te druk? Mocht het al dan? Het is een verschil in denken. Of je probeert vooraf je kaartenbak zo gezond mogelijk te houden, of je reageert achteraf op regelgeving.
ijna een half jaar Groningen een gevoel van tevredenheid. Of kerst daar iets mee te maken heeft? Corona dan? Terwijl we mijmerend rondscharrelen in het onvolprezen A-Kwartier werken gemeentemannen, bijgestaan door een stadsarcheoloog, aan een nieuw bankje aan het grasperkje naast het A-bordes. En niemand die protesteert! Dat toont de vrije geest van de binnenstadsbewoner. 
Aan Gedempte Zuiderdiep 132 is, wie weet, het kleinste museum ter wereld gevestigd. Het Pitcairn Museum, open 24/7, gratis. Vier keer per jaar een nieuwe expositie. Geen Mystery-Spot, geen Ames-kamer: meer een vitrine, een kijkdoos. Blijf ervoor staan en verwonder je. Een museumzaal met een
oppervlakte van 60 x 40 ongeveer. Centimeters. Na lang kijken zie je
referentiepunten die je op weg helpen: de hoogte van het bankje, de plinten, de houtnerven in de vloer. Suderdaip 132 heet ook wel het glazen torentje. Vijf woonlagen, de bovenste een unieke B & B, zijn gevat in een stalen constructie waarvan een groot deel zichtbaar is. Een bijzonder gebouw.

de bedden bezettende bible belt, die enge retro farmers, de mest- of witteschoolfraudeurs, de logge ongeschoolde paarden koemanbommelboerseedorfcocudavidsbastengullitstam die maar geen ruiters willen worden, kompasloze dubbelepettendragers vermomd als fiscaal juristen, jagers op agressieve konijntjes, de
mocromaffia, het TagiWeskibondje of toch gewoon de arme tot prinses gemaakten, de ladenlichters van de ABN met zwarte Guernseylijnen, de roomse angst voor Benedetta’s staafje van de pleziergoederenboer, het hossend stadionpubliek, de nieuwshypochonders onder de twitterintelligentsia, de tabaks- lachgas- en farmaceutenindustrie?
Huug, Jaap, Mark, een glaasje zelf gewonnen bessensap, supersub Alexandra, oude ploggers op zondagmorgen, Silvana, godin Minnesma, Carmen Mola die toch drie mannen is, wat fietsersvriendschap, dekselse Bojan & Gretha, onverjaarde broederliefde, een duinenwandeling, een warme hand, een moers- of streektaalkus, wat extra aandacht, de guilty pleasure van een dwarsgedachte, held Josh Cavallo, een ultravrije laatste wil, fijne herinneringen, een handvol weggesneden laatmaarzorg, voetbalplezier van 020 en Wergea United, een minibieb, wat Wilmink, Talma, Staal-cultuur, een shotje molnupiravir, de Omtzigtrenaissance, meerstemmig koorgezang, verstilde kunst, een gehaakte blokjessjaal, trombones zonder dirigent, een parkje aan de A, wat zeg ik? Puur ontknoopt geluk in 2 0 2 2 !