I Wopke Hoekstra is de gebeten hond want hij spreekt, na Jeroen Dijsselbloem enkele jaren geleden, de Italianen en Spanjaarden aan op hun onvermogen financiële buffers te fixen. Hij heeft het grootste gelijk van de wereld, dat weet iedereen. Dat hij toch binnen 24 uur zijn woorden bijstelt, “ach, als je zoveel weerwoord krijgt, betekent dat dat je andere woorden had moeten kiezen,” zal iedereen herkennen, ik ook. Soms blijft de woordontvanger liever nog wat doofjes; Wopke stijgt op mijn virtuele ladder. Op termijn zullen zijn harde woorden contraproductief blijken te zijn: kritische noten dreunen tien keer langer door dan positieve feedback.
II Het is zeven uur in de ochtend en ik denk aan jullie, oude en nieuwe lezers in Houten, Huizen, Heemstede, Oude Pekela en nog verder. Ik ga over op elke week zes observaties. Besparen op postzegels ga ik, met deze postzegelloze brieven. Naar buiten kijkend hoor ik vogels die de kou trotseren als Friezen openstaande bruggen, zie ik de krachtige magnolia die op het punt staat de witte kaarsen te doen ontsteken en ontroerend-lieve paarsblauwe violen die de grauwe grijze tuinbodem doen oplichten en vrolijk maken als lipstick mijn buurvrouws toet.
III Even een levensteken in deze vreemde en interessante tijd, waarin voor het eerst dagelijks Covid-slachtoffers worden bijgehouden in taart- en staafdiagrammen, doden voortleven in Op1-discussies, landen worden vergeleken op gezondheidszorgefficiency en huisartsen, onder wie een aantal duimen draaiend en de dagelijkse bezoekersstromen door een telefoonlijn persend, die zich afvragen waar de klachten over plasproblemen, lage rugpijn, verstuikte enkels en huidschilfers blijven. Zelfs mensen met nieuwe knobbeltjes en hartlijders blijven in de kast en stellen opname uit.
IV C en deze keer bedoel ik niet Cruijff, Christus of chihuahua is verschrikkelijk. We tellen onder de dodelijke slachtoffers merendeels aan adipostas lijdende 80-plussers met onderliggende ziektes, lees ik en dat maakt het voor mij draaglijker. Mijn ouders stierven toen ze 67 en 73 waren en dat, zo kan ik je verzekeren, relativeert sterftecijfers en mortaliteitsstatistieken enorm.
V Ik kan het niet laten en vergelijk de aantallen Coronadoden met de 20.000 jaarlijkse tabaksslachtoffers (nieuwtje: Albert Heyn die maar doorgaat met het verdienmodel op de verkoop van tabaksproducten wordt nu op NS-stations verboden deze producten aan te bieden) en de bijna 10.000 doden ten gevolge van de griep in 2017/18. Met filosoof/medicus Marli Huijer, ex-denker des vaderlands, zeg ik: waar hebben we het over?
VI Een ketting- of piramidebrief bezorgt me elke morgen een verse stroom gedichten en verzen van uiteenlopende namen als Vasalis, Toon, The Cure, Zwagerman, Jan Kal, Soepboer, Hettinga, De Vries, en meer. Ik lees over ziekenhuizen die nog steeds deep-down elkaars concurrent zijn en de kaarten van vrije IC-kamers voor de borst houden, Duitsland waar 15.000 IC-bedden klaar staan, elkaar beconcurrerende laboratoria als HuisartsLab, Certe en Izore en bevraag mezelf driemaal daags hoe het komt dat de heere der heerscharen de bible belt bepaald niet spaart van deze pijnbank. Je hoort al mensen spreken over een parallelle wereld die na C meer duurzaam zal zijn en vrij van intensieve veeteelt, carnaval, overbodige reizen naar het einde van de wereld om daar op klompen de loop van een riviertje te bestuderen of in oude auto’s of op veel te hoge bergschoenen interessante bergpassen in den vreemde te vervuilen en goudenkettingverkopers te vernederen door 100% fooi te geven.



Dat onze Spanjetrip anders gaat worden is duidelijk. We volgen de ontwikkelingen in Nederland via de NOS-app en als ik mezelf wil frustreren via de ultimas noticias van El Pais; de datos actualizados zijn eenvoudiger te interpreteren. We ontmoeten Nederlanders die zich hebben uitgeput met vijf maanden rustig aan doen aan de costa’s. In El Campello, acht kilometers van Alicante vraag ik mijn buren: “Hoe fiets je het best naar Alicante?” “Ach, ik heb het geprobeerd maar die fietspaden hier zijn verschrikkelijk, ik heb het opgegeven.” Naar Alicante fietsend, begrijp ik hun antwoord steeds beter. Onaffe straten, onbegrijpelijke wegafsluitingen, afval en gebroken glas op plaatsen waar beter afvalbakken pasten. De algemene organisatiegraad in Spanje is lager dan die in Nederland. Ik bedenk een televisieformat waarbij mensen aan de Spaanse kusten tiny houses plaatsen zonder de autoriteiten te verwittigen. Mijn oudste broer waarschuwt me voor de gebrekkige Spaanse zorg. Ambulances zijn vaak slecht toegerust. Hygiëne laat te wensen over.
In Valencia fietsen we door de stad en stuiteren tegen te hoge stoepranden als balletjes tegen geluidsranden in flipperkasten, maar wat is dat gaaf. Spanjaarden zijn in dubio: ze waarderen je fietslef maar ze haten het door jou veroorzaakte oponthoud. Op zondagmorgen met dik duizend man naar een recital in het Palau de les Arts Reina Sofia en daarna een drankje in het park. Mouwen opgestroopt en randen van de korte broek tot in de liezen omhoog geduwd om geen zonnestraaltje te missen. Op weg naar de haven en naar het strand in de opkomende wijk Nazaret passeren we een muur die het uitzicht belemmert. Halverwege een ingelast klimmuurtje. Ik vraag een passerende mevrouw, Luna, ernaar en ze vertelt me dat achter de muur een parkproject van 85 ha wordt ontwikkeld en dat een Institución des Deportes voor het klimmuurtje heeft gezorgd.
Wil ik eens lekker schaterlachen dan pak ik Rutger Bregmans De meeste mensen deugen erbij en lees ik over gefileerde psychologische onderzoeken. Deze schrijver deugt. We wisten natuurlijk al dat in de sociale psychologie zo’n 50 % niet repliceerbare onderzoeken als normaal en, godbetert, acceptabel wordt beschouwd. Maar dat hij psychologie ergens vermakelijk straattoneel of volkstheater noemt en daarvoor naar mijn weten (nog) niet vervolgd wordt, geeft te denken over de beroepsgroep. Manipulaties, betaalde en/of vooraf geïnstrueerde proefpersonen, gebrekkig toezicht, het lijkt wel op hedendaags bankentoezicht. Bregman is een nieuwsgierige, interessante denker en goede vragensteller. Hij spant de kroon in het hoofdstuk over het mysterie van Paaseiland. Hij ontrafelt het raadsel van de supergrote beelden op een eiland waar geen bomen groeien. Kannibalisme, een stammenoorlog tussen de Lang-oren en de Kort-oren en een soort beeldenstorm completeren de ellende. Wetenschappers (archeologen, geologen, filosofen) bijten hun tanden erop stuk en publiceren de ene onzinanalyse na de andere. Maar dan maakt RB kennis met de naar Bach-cantates luisterende bloemetjesoverhemden dragende Jan Boersema (milieubioloog, met belangstelling voor geschiedenis en filosofie), die het logboek van de kapitein Roggeveen die in 1721 Paaseiland herontdekt had, even had gelezen en alle wetenschappelijke opvattingen die tot dan toe als waarheid waren beschouwd, op de kop zette.
13.30 uur én een rijstboer. Alfonso Garçia legt ons graag de irrigatie van de rijstvelden uit en brengt ons, onder werktijd, naar het binnenmeer Albufera alwaar we kunnen zien hoe de schuiven werken die de waterlopen leiden en controleren. Alfonso begrijpt, gracias a dios, mijn krakkemikkige Spaans. Hij moet lachen als ik van een verhoging spring en enkeldiep wegzink in de vette, natte klei waarmee hij dijkjes maakt. Mijn fancy sneakers worden werkschoenen.
uitbundig bloeiende krentenbomen, de prunus japonica, die in geteelde toestand in de verte doet denken aan groepjes aan anorexia lijdende synchroonzwemsters die hun roze beentjes schuin omhoog boven de waterlijn naar de zon priemen en dat nog synchroon ook, hoerige bougainvillea’s en overschatte uit Nederland geïmporteerde voetballers.
Zoals Martinus Nijhoff het ver in de vorige eeuw al zei: ‘Lees maar er staat niet wat er staat,’ zo zegt de Spaanse Nederlander Vincent Werner ‘No es lo que hay’ of in de titel van zijn e-book ‘It is not what it is, the real (S)pain of Europe’. Werner bekritiseert Spanje, maar dat doet hij uit liefde, hij werkt en woont al bijna 20 jaar in Barcelona. Zijn boek is bedoeld als een wake-up-call, hij wil Spanje een spiegel voorhouden. Als ervaringsdeskundige heeft hij nogal wat kritische noten gedistilleerd: de traagheid, bureaucratie, slappe arbeidsmoraal, gebrekkige talenkennis, vriendjespolitiek, financieel wanbeleid en ga maar door. Tegelijkertijd heeft Werner oog voor de positieve kanten van Spanje en roemt de vriendelijke Spaanse mensen, het schitterende klimaat, de kansen die het land heeft om uit te munten. Spanjaarden reageerden op Werner als kritische familieleden die elkaars falen en feilen en horkerigheden maar al te goed kennen en herkennen, maar het niet dulden wanneer derden daar een mening over verkondigen.
Spaans boek: Intemperie van Jesús Carrasco met daarnaast de vertaling (De Vlucht) en weer daarnaast twee Prisma woordenboeken. Spaans zou een niet moeilijke taal zijn, hoor je veel mensen zeggen die ooit ergens hebben gelezen dat persoonlijke voornaamwoorden veelal achterwege blijven of dat de Spaanse werkwoorden op -ir, – ar en -er op dezelfde manier vervoegd worden in de futuro. Dat haal je de koekoek. Valencia, vamos!
Misker & zonen, een industrieel seksbedrijf en een sloopbedrijf zit MICKSART COLLECTIEF. Een grote productiehal herbergt een expositieruimte, open ateliers en een koffiehoek. Zondagmiddag 16 februari is de officiële opening. Het is beredruk. Duidelijk is dat het publiek Eric Knegt, centrale spil van Micksart, kan vinden.
De officiële opening wordt verricht door Herman Idema, directeur van ondernemingsvereniging VPB. Hij gaat kort in op de rol van kunst (“kunst brengt liefde”) en licht de achtergrond van de overgang van het Rensenpark naar de Kapitein Grantstraat toe. Eric Knegt heeft een grote gunfactor en dat is mooi. Idema dicht Micksart Collectief een grote naamsbekendheid toe. Micksart is gericht op workshops, samenwerking, alles ondersteund door een hechte vriendengroep. Tijdens Idema’s toespraak gaat de website
Exposities: Micksart exposeert werk van de kunstenaars Patty Aalbersberg, Tinus D., Theo Leering, Pauline Luiten, Ina Marcus, Erik Neijmeijer, Nohablalogica, Jacques Tange, Themocrazy, Ramon Velema, Joost Vink, Daniël ter Waarbeek en Jack Zweers.

Het is volbracht, we hebben de 205 kms afgelegd in bijna 10 fietsuren, 8 regenuren, ½ strakkewinduur op een dag van 03.45 – 23.30 uur. Van de 1.200 deelnemers waren wij ongeveer de enigen op een atb. Eigenlijk viel de tocht mee en dat komt door het uitblijven van harde tegenwind en gemene kou; desalniettemin zijn 200 deelnemers onderweg afgehaakt. Weervoorspellers zaten er naast als een over het klimaat twitterende Baudet. In de Elfstedenhal heb ik, als enige, lekker en uit volle borst mee kunnen zingen met het Fryske Folksliet, op de trompettonen naast Wennemars. Dan voel ik me Frieser dan Fries, als een Turk in Almere.