Week 52
Even wat cijfertjes.
34 componenten telt mijn uitrusting. Maximaal 1.500 deelnemers kunnen op 2 februari meedoen aan de Winterfiets Elfstedentocht. Deze limiet maakt de tocht wel heel speciaal. Vergelijk dat eens met massastarts bij de pinksterfietstocht met meer dan 30.000 en de legendarische schaatstocht met plus 16.500 deelnemers. Nog 35 dagen.
Frans en ik fietsten zondag ontspannen naar Uelsen (D) en Hardenberg en inspannend terug via De Krim en Dalerpeel: 101 kms in 4,25 uur. Dat zou neerkomen op de tocht der tochten binnen de 9 uur.
Net over de grens, bij Wilsum, wordt het landschap glooiend, tegelijk lieflijk maar slopend, aantrekkelijk maar gemeen. Het begrip ‘vals plat’ krijgt inhoud, je ziet het haast niet maar voelt het wel, als afnemende rentetarieven op spaarrekeningen, als argumentengebrek in zwartepietdiscussies, als teveel liberalisme in het sociale domein.
Bijna geen wind, 7⁰ en lichte regen: i-d-e-a-le omstandigheden. Weinig verkeer gelukkig. Ik eet drie krentenbollen, een banaan en drink 1000 cc sportdrank en jus d’orange. Daarnaast drinken we onderweg twee keer thee, om, speciaal voor mij, de handen te warmen. Frans heeft verwarmde handschoenen, met lampjes.
Behalve voor striemende regen, hongerklop, harde wind, materiaalpech en extreme kou zijn we beducht voor zwaar tractorverkeer en kleine, vaak witte, bestelwagentjes op landbouwweggetjes. Die verhouden zich tot fietsers als onaangelijnde pitbulls tot joggers of pulsvissers tot slapende scholletjes. Het lijkt erop dat veel boeren, misschien omdat ze voor de gesubsidieerde tractoren geen wegenbelasting betalen en geen apk-keuring hoeven te doen, de openbare weg als verlengstukken van hun erf beschouwen, zoals inhalige nieuwewijkbewoners graaiend snippergroen annexeren. Wegbermen worden aan gort gereden en drek blijft iets te vaak, vooral bij bietenoverslag, duimendik op de weg liggen.
Gek, maar ondanks mijn verhoogde fietsactiviteiten, op 2e kerstdag fiets ik de Ellertsveldroute van 55 kms, kom ik wat aan. Mijn atb weegt (met 1 l drinken) 15,4 kg, de kleding 2,5 kg, met mij erbij net onder de 95 kgs. Een heel verschil met schaatsers die licht als vlinders naar de finish kunnen flabberen. Op zaterdag fiets ik, bij 1°, nog 47 kms met verwarmingspads in handschoenen en schoenen. Mwaaah. Geïsoleerde schoenen en verwarmde handschoenen kan ik nog net weerstaan.
Deze week 101, 55 en 47= 203 kms.


staatsagressie beheerste en door imbeciele, megalomane bestuurders bestuurde streken, wat heb je eraan? Nou niks natuurlijk, maar soms is de bijvangst interessante beeldende kunst (The scar of Bethlehem door Banksy) of prachtige muziek. De Martinikerk met Nederlands beste kerkorgel (dixit de Volkskrant) is uitverkocht bij Kerst in Contrast. Organisten Euwe en Sybolt de Jong, producenten van Koffers vol met Bach, de eersteprijswinnende Bach-cd 2019, bespelen vijf orgel(tje)s en bieden als Premier League spelertrainers kansen aan 8 vocalisten en een altvioliste. Natuurlijk missen we de kers-op-de-taart saxofoon van vorig jaar een beetje. De vocalisten beheersen de kerkruimte als de jeugd van Ajax rondo’s op het hoofdveld. De traditionele kerstsongs worden in een beweeglijke jas gepresenteerd, vanuit alle hoeken en gaten komen ze gezongen aangewandeld, een ideale gelegenheid om de stemmen afzonderlijk en samen te horen; en dat viel niet tegen. Maar goed dat in de klassieke muziek niet teveel rancuneus wordt teruggekeken, anders hadden we een van de fraaiste stukken (Vom Himmel hoch da komm ich her) van de antisemiet Luther moeten missen. (hieronder een filmpje van de processiezang In nativitate domini)
Het is kersttijd en dus kun je wat verwachten. De muziek, zowat twintig kerstsongs, klinkt schitterend, de harmonia lichtvoetig en klein en het kerkorgel zoals hij eruitziet: groots, kleurrijk en imposant. De gekste teksten (met als toppunt een zich op het sterven verheugen) worden met het grootste plezier en de grootst mogelijke zangkwaliteiten gezongen. We horen geraffineerde echootjes, waarbij stemmen en orgelklanken, nog eens extra vertraagd door 25 meter afstand, elkaar nazeggen alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld is. Soms doet een deel van het publiek, wie weet gestimuleerd door de even traditionele als verfrissende tocht langs de benen, hoestend en kuchend mee, wat, samen met de contrasterende (het concert heet niet voor niks ‘Kerst in Contrast’) kermisklanken van de Grote Markt een weldadig en tegelijk enigszins vervreemdend effect heeft.
Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.

Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.
Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.
Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.
Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.