Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.
Dat het heel lekker speelt horen we de volgende vijf kwartier. Dat is de broers Euwe en Sybolt de Jong, meer dan kundig bijgestaan door sopraan Lette Vos, wel toevertrouwd. Scheuer klinkt als een gefinetunede achtcilinder, goed als het op power aankomt en schitterend als het klein moet zijn, bijvoorbeeld als echoënde grote broer van een kistharmonium. En weer: geen opsmuk, feestkleuren en -kleren voor de musici maar stemmige grijzen en zwarten. Ik voel en zie overal de ingetogenheid van Maarten ’t Hart. De muziek van Höpner, Bach, Piazza en arrangementen van Euwe de Jong zorgt voor genoeg kleur.
Dat het feest is zullen we weten: niet vaak werd Scheuer zo liefdevol vierhandig bepoteld, geaaid, gekneed, gemasseerd als nu door de broers. Na twee koraalbewerkingen van Freu dich sehr, o meine Seele (van JSB en Christian <what’s in a name> Gottlob Hopner) wordt Bachs Preludium in C groot in twee versies gespeeld. Aan het honderdkoppige publiek, opvallend genoeg merendeels mannen, de vraag welk van de twee de post-copitationum versie is. Da’s een makkie, de tweede ademt een sfeer van bevrediging en voldoening terwijl de eerste een is van een enigszins wilde onstuimigheid, die klaarblijkelijk ook bij Bach past. Weer heel andere geluiden en sferen ontstaan bij Ich steh mit einem Fuss im Grabe. Nog even Piazza tussendoor en dan snel verder met Bach: we beluisteren het op twee harmoniums gespeelde Rondeau BWV 1067/7 en Air-plus. Vos’ stem komt goed uit en past bij de orgels als vrolijkheid in theaters.
Het Peerd van Ome Loeks wordt in quizstijl in zeven smaken opgediend: Mendelssohn, Reger, Händel, Satie (!), Mozart, Bach en Chopin. En voor The Sally Garden beluisteren we nog de Bach-uitsmijters Ertot uns en een preludium en koraal over Ein Feste Burg enz. Streekgenoot Scheuer (geboren in Emlichheim en later wonend en werkzaam in Coevorden) zal zich rustig en tevreden glimlachend in zijn graf hebben kunnen omdraaien. Wat een mooi orgel.


De elfstedentocht heeft iets magisch en manisch. Vanaf het moment dat fietsmaat Frans me een linkje stuurde over deze speciale winterfietseditie van de moeder aller tochten dacht ik: Yesss, gaan we doen. De term elfstedentocht heeft op mij dezelfde aantrekkingskracht als zeven maagden op een moslim, een witte trouwjurk op een bakvis of de Kaaimaneilanden, Lichtenstein en Guernsey op fiscalisten. Gelijk met het plan begon de voorbereiding. Maar waarop? Eerst even rekenen. Bij 200 km op de racefiets zit je al gauw aan 8 uur bij 25 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 9 uur. Mocht de moutainbike of de Gazelle nodig zijn i.v.m. gladheid dan wordt het iets van 10 uur bij 20 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 11 uur. Als we om 07.00 uur kunnen starten, zijn we of om 16.00 uur terug of om 18.00 uur. Onvoorziene gebeurtenissen of omstandigheden daargelaten. Hevige vorst kan voor een bevroren derailleur zorgen, langdurige sneeuw maakt koud, nat en zompig en een lekke band demoraliseert en geeft veel oponthoud. Mijn eerste aankoop is thermo-ondergoed bij de Hema. Vroeger heette dit een borstrok met lange onderbroek. Ik herinner me dat bejaardenhuisbewoners waar ik vroeger kwam als ventende medewerker van de groenteboer, lange onderbroeken droegen. Bij de gulp zag je gelige kringen die naar de buitenzijden als vloeistofdia’s of vochtkringen op eikenhouten tafelbladen uitwaaierden. Mijn zwarte Hema-exemplaar biedt comfort als handvatverwarming op een BMW 1100 RT en voelt aan als een tweede huid. De training kan beginnen. De tocht is in week vijf en nu zitten we in week 47. Nog negen weken voorbereiding dus. Dat moet genoeg zijn. Trainingsvoorschriften hebben zich in de afgelopen jaren gewijzigd als therapieaanpak in de psychiatrie. Het is als trainen voor de marathon of Spaans leren: veel en vaak is belangrijker dan hele marathons lopen. Wekelijks 200 km aan een stuk fietsen is niet nodig. Als de basisconditie in orde is, dan komt het eropaan om die in stand te houden en te verstevigen. Ik neem me voor niet meer naar weersverwachtingen te kijken en te luisteren maar vast te houden aan geplande tochtjes door weer en wind; op twee februari hebben we ook geen keus. En om het duuraspect inhoud te geven: niet meer halverwege bij Momerite in Gramsbergen koffie met appeltaart consumeren, maar zonder pauze doorfietsen. Deze week fietste ik twee keer Emmen/Gramsbergen v.v., Rijssen/Emmen, Rijssen/Holten: 270 km.

Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.
29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het
begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.
Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.
De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.
Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.
Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.
Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.
Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.
Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald
niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.
Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.
samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.
Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.
feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.
goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.
