Winterfiets Elfstedentocht 6

Week 52

Even wat cijfertjes. 34 componenten telt mijn uitrusting. Maximaal 1.500 deelnemers kunnen op 2 februari meedoen aan de Winterfiets Elfstedentocht. Deze limiet maakt de tocht wel heel speciaal. Vergelijk dat eens met massastarts bij de pinksterfietstocht met meer dan 30.000 en de legendarische schaatstocht met plus 16.500 deelnemers. Nog 35 dagen.

Frans en ik fietsten zondag ontspannen naar Uelsen (D) en Hardenberg en inspannend terug via De Krim en Dalerpeel: 101 kms in 4,25 uur. Dat zou neerkomen op de tocht der tochten binnen de 9 uur.

Net over de grens, bij Wilsum, wordt het landschap glooiend, tegelijk lieflijk maar slopend, aantrekkelijk maar gemeen. Het begrip ‘vals plat’ krijgt inhoud, je ziet het haast niet maar voelt het wel, als afnemende rentetarieven op spaarrekeningen, als argumentengebrek in zwartepietdiscussies, als teveel liberalisme in het sociale domein.

Bijna geen wind, 7⁰ en lichte regen: i-d-e-a-le omstandigheden. Weinig verkeer gelukkig. Ik eet drie krentenbollen, een banaan en drink 1000 cc sportdrank en jus d’orange. Daarnaast drinken we onderweg twee keer thee, om, speciaal voor mij, de handen te warmen. Frans heeft verwarmde handschoenen, met lampjes.

Behalve voor striemende regen, hongerklop, harde wind, materiaalpech en extreme kou zijn we beducht voor zwaar tractorverkeer en kleine, vaak witte, bestelwagentjes op landbouwweggetjes. Die verhouden zich tot fietsers als onaangelijnde pitbulls tot joggers of pulsvissers tot slapende scholletjes. Het lijkt erop dat veel boeren, misschien omdat ze voor de gesubsidieerde tractoren geen wegenbelasting betalen en geen apk-keuring hoeven te doen, de openbare weg als verlengstukken van hun erf beschouwen, zoals inhalige nieuwewijkbewoners graaiend snippergroen annexeren. Wegbermen worden aan gort gereden en drek blijft iets te vaak, vooral bij bietenoverslag, duimendik op de weg liggen.

Gek, maar ondanks mijn verhoogde fietsactiviteiten, op 2e kerstdag fiets ik de Ellertsveldroute van 55 kms, kom ik wat aan. Mijn atb weegt (met 1 l drinken) 15,4 kg, de kleding 2,5 kg, met mij erbij net onder de 95 kgs. Een heel verschil met schaatsers die licht als vlinders naar de finish kunnen flabberen. Op zaterdag fiets ik, bij 1°, nog 47 kms met verwarmingspads in handschoenen en schoenen. Mwaaah. Geïsoleerde schoenen en verwarmde handschoenen kan ik nog net weerstaan.

Deze week 101, 55 en 47= 203 kms.

DeJongDeJongPlus Kerst in Contrast 21 december 2019

Ouwe volksverhalen over merkwaardige zwangerschappen en door sterren beschenen geboorten in nu door staatsagressie beheerste en door imbeciele, megalomane bestuurders bestuurde streken, wat heb je eraan? Nou niks natuurlijk, maar soms is de bijvangst interessante beeldende kunst (The scar of Bethlehem door Banksy) of prachtige muziek. De Martinikerk met Nederlands beste kerkorgel (dixit de Volkskrant) is uitverkocht bij Kerst in Contrast. Organisten Euwe en Sybolt de Jong, producenten van Koffers vol met Bach, de eersteprijswinnende Bach-cd 2019, bespelen vijf orgel(tje)s en bieden als Premier League spelertrainers kansen aan 8 vocalisten en een altvioliste. Natuurlijk missen we de kers-op-de-taart saxofoon van vorig jaar een beetje. De vocalisten beheersen de kerkruimte als de jeugd van Ajax rondo’s op het hoofdveld. De traditionele kerstsongs worden in een beweeglijke jas gepresenteerd, vanuit alle hoeken en gaten komen ze gezongen aangewandeld, een ideale gelegenheid om de stemmen afzonderlijk en samen te horen; en dat viel niet tegen. Maar goed dat in de klassieke muziek niet teveel rancuneus wordt teruggekeken, anders hadden we een van de fraaiste stukken (Vom Himmel hoch da komm ich her) van de antisemiet Luther moeten missen. (hieronder een filmpje van de processiezang In nativitate domini)

Een ingenieus voorverkoopsysteem voorkomt lange wachtrijen voor de kerkdeuren en garandeert goede plaatsen, met net als in stadions: de beste plaatsen zijn de duurste. Een contrast met voetbal: de skyboxen zijn hier goedkope harde herenbanken.

Het is kersttijd en dus kun je wat verwachten. De muziek, zowat twintig kerstsongs, klinkt schitterend, de harmonia lichtvoetig en klein en het kerkorgel zoals hij eruitziet: groots, kleurrijk en imposant. De gekste teksten (met als toppunt een zich op het sterven verheugen) worden met het grootste plezier en de grootst mogelijke zangkwaliteiten gezongen. We horen geraffineerde echootjes, waarbij stemmen en orgelklanken, nog eens extra vertraagd door 25 meter afstand, elkaar nazeggen alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld is. Soms doet een deel van het publiek, wie weet gestimuleerd door de even traditionele als verfrissende tocht langs de benen, hoestend en kuchend mee, wat, samen met de contrasterende (het concert heet niet voor niks ‘Kerst in Contrast’) kermisklanken van de Grote Markt een weldadig en tegelijk enigszins vervreemdend effect heeft.

Publiek dat verwacht dat de broers De Jong het barokorgel lekker van jetje geven, komen bedrogen uit. Het lijkt alsof Euwe en Sybolt steeds meer op de achtergrond blijven en dat is goed, maar we hebben de limiet wel bereikt. Ik ga niet zeggen wat ik het mooist vond, ik kan moeilijk kiezen. Ik denk dat het Bachs Adagio en Gigue is.

Winterfiets Elfstedentocht 5

Week 51

Deze week bestudeer ik uitgebreid de weersomstandigheden van twee februari van afgelopen jaar. Ik word gerustgesteld, het was om het vriespunt, dus doable. Ontstaan er soms scheurtjes in mijn optimisme? Afscheidsbijeenkomsten, een straatdiner, De Nachtstemmer van ’t Hart en museumbezoek veroorzaken een gedwongen rustperiode van vijf dagen. Rust en voeding zijn voor fietsers van vitaal belang, als omzichtigheid bij wijk- of familiedisputen. Op vrijdag start ik om 08.30 uur met als doel 100 km te fietsen. Ik rijd richting Mussel- en Stadskanaal en buig halverwege af naar Onst- en Vlagtwedde. Het eerste stuk rijd ik binnen twee uur met een gemiddelde van 25+.

Met de wind in de rug geniet ik van het kale, grijze landschap, van mijn geluidjesvrije derailleur en van Groningse boerinnen die met deze kou de ramen lappen en zodra ze mij zien aankomen zich zo ver omhoog rekken dat ik stukken blote, in- en inkoude rug zie; maar altijd draaien ze zich om om mij luid ‘joehoe’ toe te roepen. Als aangetrouwde kleinzoon denk ik aan dichter Jan Boer. Van Jan Boer naar Maarten ’t Hart is een kleine stap. Ik geniet na van Maarten ’t Harts nieuwste, De Nachtstemmer, met een verrassende sodomiepassage op p 37. De geit Drieke ondergaat de zoöfiele inspanningen van haar baas Ai (what’s in a name) Stront gelaten, onbekommerd, sereen, stoïsch, zelfs totaal onaangedaan. Seks met dieren, ze doen maar, zo lang beiden ermee instemmen en het zonder schadelijke gevolgen blijft. ’t Hart voegt zich met dit thema bij Jan Wolkers; beiden groeiden op in streng christelijke milieus. Een Groningse orgelstemmer, Pottjewijd, gespecialiseerd in Schnitger-orgels, gaat orgels stemmen in een Zuidhollands havenstadje en raakt in allerlei verwikkelingen, vooral met een bloedmooie Portugese vrouw en haar dochter, verzeild.

Op de terugweg ervaar ik een straffe (inmiddels aangetrokken) zijwind en moet ik het zonder Groningse boerinnen doen. Ik doe mijn muts af en een tweede laag handschoenen uit.  Ik denk terug aan ons Grootkooroptreden in Assen en het meesterlijke concert van The Analogues met Abbey Road in het Atlas Theater en ik vraag me af waarom dit een tributeband heet en niet gewoon een coverband die zo perfect mogelijk Beatlesimitaties presenteert. Waarom dragen alle veertien mannelijke musici gladde schoenen (vrouwen noemen dit schoentjes)? Ik kende, schat ik, zo’n 70 % van de nummers. En wat een kopersectie!

Ik wil mijn lijf testen. Om het uur consumeer ik vast voedsel (een banaan of kleine krentenbol) en drink gedurende de hele route slechts 500 cc. Tussen Vlagtwedde en Ter Apel filosofeer ik over fouter dan foute combi’s: oranje en belastingen, religies in onderwijs, boeren en gesubsidieerde bedrijfsbeëindiging. Het voelt lekker om al fietsend mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe inzichten. Een familiekroniek schrijven, wil ik, de laatste tijd krijg ik aanzetten op presenteerbladen. Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.

Nog even de de voordelen van deelemigratie naar Spanje in kaart en onderhandelingsklaar krijgen. Kortom: laat de kerst maar komen. Ik eindig met 106,7 kms (meer dan de helft van de tocht der tochten) in 4,25,31 = boven de 24/u. Ik rijd het in één stuk, met twee keer een minuut pauze om iets te eten en/of een selfie te maken. Bij thuiskomst heb ik een stevige trek, ongeveer als na een diner in een tweesterrenrestaurant. Ik bereid me een feestmaal, met 450 cc zoutarme cup-a-soup (erwtensoep en Chinese kippensoep door elkaar), aangevuld met stukjes gerookte forel van gisteren en ruim 300 cc boerenkool met stukjes worst, dat allemaal door elkaar geroerd tot een stevige groene soep. Heerlijk. Emmen – Onstwedde: 106,7 kms.

Grootkoor Drenthe en Karin Bloemen (Assen, 13 december De Nieuwe Kolk)

Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.

Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

v.l.n.r. Ted, Mike, Frans, Klaas

De leraar Engels in mij blijft aanhikken tegen de uitspraak van de Engelse u die meer moet klinken als een a in pas dan een u in pus, maar ik ruil ergernis in voor flow. Karin Bloemen valt mee. Geen musicalstem met vlijmscherpe uithalen maar een ingetogen jazzy en sexy, zekerzeker, stem. Ze koketteert met haar ijzeren knieën als een James-Bond-schurk met zijn metalen gebit en met haar lijf als nieuwslezeressen van de commerciëlen maar god, wat kan dat mens zingen. Zij moet een kinderlijke fascinatie voor de verkleedkledingkist hebben gehad, maar het past, de vormen en de kleuren maken het mooooi. We eindigen met Joy to the world en In dulce jubilo en horen van onze groupies dat het goed was. Concertgebouw here we come . . .

Winterfiets Elfstedentocht 4

Week 50

Door weer en wind en regen fietsen we zuidwestwaarts. Het plan is een tocht van 100 à 130 kms: de driehoek Emmen – Hoogeveen – Hardenberg. Het regent vlagerig en er is een stevige wind, kracht 5. In Hoogeveen, uitloper van de bible belt, vinden we na enig zoeken warme koffie bij een benzinestation. We laten een nat spoor achter als Staphorster deelnemers die met kleding afzwemmen bij diploma C. Ons gemiddelde zit onder de 20/uur. We besluiten Hardenberg te laten schieten en ronden de tocht via Hollandscheveld, Nieuweroord en Geesbrug af. Harde wind en koude kosten veel extra energie. In ruim 3,5 uur en een kleine 80 km lever ik 1,8 kg in. Gelukkig komt nicht Leonoor ’s middags op bezoek: thee, chocola, flesje bier, pizza en toetje brengen mijn krachten terug als een zak mais bij een haan die in een kippenren soleerde. Toch komen er minieme barstjes in ons optimisme. Ik besef dat 15 km tegenwind in Drenthe iets anders is dan 80 km tegenwind op de Friese ijsvlakte.

Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.

Ik heb me op een nieuw zadel op de Bulls Desert Falcon getrakteerd. En dan mijn verdere, oude (textiele) uitrusting: een hemd met korte mouwen, een fietsbroek, lange sokken, oversokken, hemd met lange mouwen, thermohemd en – lange onderbroek, lange fietsbroek, fietsjasje, dichte motorkraag, reflecterend jasje, lange katoenen kraag, ijsmuts, helm, wollen handschoenen, overhandschoenen, schoenen, overschoenen en de Volkskrant van gisteren die mijn buik en borst beschermt tegen kou. Deze week Emmen/Hoogeveen: 80 km. 2x Ellertsveldroute à 55. totaal 190 kms.

Winterfiets Elfstedentocht 3

Week 49

Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.

Nog even wat rekenwerk: de uiterste finishtijd is 22.00 uur lees ik. Ah, mooi. Van 07.00 – 22.00 = 15 fietsuren maximaal. Dat is redelijk en moet doable zijn. Dat betekent wel dat ik naast mijn verdikte stuurlint, behalve ruimte voor een bel, spiegeltje, ligstuur, telefoonhouder nog plaats moet vinden voor een lamp.

Er kunnen 1.500 deelnemers starten. De snelste inschrijvers mogen om 07.00 uur vertrekken. Daar zitten wij bij, schat ik. Ik ben begonnen met de inname van sportdrankjes met sinaasappelsmaak. Per 50 km klok ik 0,5 l weg. Daarnaast houd ik mijn dieet in de gaten, maar gezond eten vond ik toch al nooit een straf. En alcohol? Door de week nul en in het weekend twee flesjes bier. Bij speciale ontmoetingen, feestjes of etentjes accepteert de fietser in mij een zonde als een moslim katenspek, een katholiek veelwijverij of een protestant bordeelbezoek op kerstavond. Deze week ervaar ik kou en mist: Emmen – staatsbossen 55; Emmen – Noordseschut 65: totaal 120 km.

Winterfiets Elfstedentocht 2

Week 48

Mijn realiteitsgevoel groeit als hoop onder seizoenkaarthouders van FC Emmen of zelfvertrouwen onder Grootkoorleden die in december optreden met diva La Bloemen. Als ik hoor dat er in elke Friese stad een stempel binnengeharkt moet worden stel ik, enigszins verontrust, mijn rijtijdenschema bij als Carola de stikstofplanning. Tien keer een stempel halen met een korte onderbreking is al snel 150 minuten: een kleine 2,5 uur. Dat wordt op de racefiets dus minimaal 10,5 uur en op de atb of de Gazelle Chamonix met ligstuur uit 2008 12,5 uur. Zonder tegenslagen. Zou er een uiterste eindtijd zijn? Ook lees ik in blogs van deelnemers dat niet de hele route is uitgepijld. Blixems, dat gaat, zo weet ik uit ervaring, misverstanden, omleidingen en wegversperringen opleveren. Zou best een uurtje extra kunnen betekenen. En ergens lees ik dat de totale afstand niet 200 maar 205 km is. Dat brengt mijn nieuwste tijdprognose op: 200 km wordt 205, vermeerderd met 10 km omrijden en afronden naar boven: 220 km. Per atb met 20 km/u: 11 uur, plus 10 kwartier pauzes = 2,5 uur = totaal 13,5 uur. Bij een start om 07.30 wordt dat een eindtijd van 21.00 uur.

Ik laat mijn racefiets een beurt geven, het wordt een slechtnieuwsgesprek: nieuwe ketting, nieuwe tandwielcassette, revisie trapas, beurt, remblokken en het ongevraagde, maar gewaardeerde gratis advies om een nieuwe bike aan te schaffen.

Ik probeer bij de tourorganisatie antwoord te krijgen op vragen over verlichting, voeding, bepijling, eindtijd, en meer. Elk antwoord roept weer nieuwe vragen op, een beetje als bij een journalist die Dijkhoffs wachtgeldregeling uitpluist of Ruttes geheugen na zeventig oorlogsdoden. Het valt me op dat mijn zin in de tocht geen deuk oploopt. Voor een extra trainingsrondje offer ik graag een paar hoofdstukken over simulant, solist, aanvoerder, verkeersbrokkenpiloot, geldwolf, zenuwlijder, stervoetballer, intrigant, familyman, Spanjeman, schoolstaker Jopie Cruijff op. Week 48: twee keer Nieuw-Dordrecht/Exloo: 2 x 55 km en MM-Gramsbergen v.v. 65: totaal 175 km.

200 jaar Scheuer orgel in Hardenberg

Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.

Dat het heel lekker speelt horen we de volgende vijf kwartier. Dat is de broers Euwe en Sybolt de Jong, meer dan kundig bijgestaan door sopraan Lette Vos, wel toevertrouwd. Scheuer klinkt als een gefinetunede achtcilinder, goed als het op power aankomt en schitterend als het klein moet zijn, bijvoorbeeld als echoënde grote broer van een kistharmonium. En weer: geen opsmuk, feestkleuren en -kleren voor de musici maar stemmige grijzen en zwarten. Ik voel en zie overal de ingetogenheid van Maarten ’t Hart. De muziek van Höpner, Bach, Piazza en arrangementen van Euwe de Jong zorgt voor genoeg kleur.

Dat het feest is zullen we weten: niet vaak werd Scheuer zo liefdevol vierhandig bepoteld, geaaid, gekneed, gemasseerd als nu door de broers. Na twee koraalbewerkingen van Freu dich sehr, o meine Seele (van JSB en Christian <what’s in a name> Gottlob Hopner) wordt Bachs Preludium in C groot in twee versies gespeeld. Aan het honderdkoppige publiek, opvallend genoeg merendeels mannen, de vraag welk van de twee de post-copitationum versie is. Da’s een makkie, de tweede ademt een sfeer van bevrediging en voldoening terwijl de eerste een is van een enigszins wilde onstuimigheid, die klaarblijkelijk ook bij Bach past. Weer heel andere geluiden en sferen ontstaan bij Ich steh mit einem Fuss im Grabe. Nog even Piazza tussendoor en dan snel verder met Bach: we beluisteren het op twee harmoniums gespeelde Rondeau BWV 1067/7 en Air-plus. Vos’ stem komt goed uit en past bij de orgels als vrolijkheid in theaters.

Het Peerd van Ome Loeks wordt in quizstijl in zeven smaken opgediend: Mendelssohn, Reger, Händel, Satie (!), Mozart, Bach en Chopin. En voor The Sally Garden beluisteren we nog de Bach-uitsmijters Ertot uns en een preludium en koraal over Ein Feste Burg enz. Streekgenoot Scheuer (geboren in Emlichheim en later wonend en werkzaam in Coevorden) zal zich rustig en tevreden glimlachend in zijn graf hebben kunnen omdraaien. Wat een mooi orgel.

Winterfiets Elfstedentocht 1

Week 47

De elfstedentocht heeft iets magisch en manisch. Vanaf het moment dat fietsmaat Frans me een linkje stuurde over deze speciale winterfietseditie van de moeder aller tochten dacht ik: Yesss, gaan we doen. De term elfstedentocht heeft op mij dezelfde aantrekkingskracht als zeven maagden op een moslim, een witte trouwjurk op een bakvis of de Kaaimaneilanden, Lichtenstein en Guernsey op fiscalisten. Gelijk met het plan begon de voorbereiding. Maar waarop? Eerst even rekenen. Bij 200 km op de racefiets zit je al gauw aan 8 uur bij 25 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 9 uur. Mocht de moutainbike of de Gazelle nodig zijn i.v.m. gladheid dan wordt het iets van 10 uur bij 20 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 11 uur. Als we om 07.00 uur kunnen starten, zijn we of om 16.00 uur terug of om 18.00 uur. Onvoorziene gebeurtenissen of omstandigheden daargelaten. Hevige vorst kan voor een bevroren derailleur zorgen, langdurige sneeuw maakt koud, nat en zompig en een lekke band demoraliseert en geeft veel oponthoud. Mijn eerste aankoop is thermo-ondergoed bij de Hema. Vroeger heette dit een borstrok met lange onderbroek. Ik herinner me dat bejaardenhuisbewoners waar ik vroeger kwam als ventende medewerker van de groenteboer, lange onderbroeken droegen. Bij de gulp zag je gelige kringen die naar de buitenzijden als vloeistofdia’s of vochtkringen op eikenhouten tafelbladen uitwaaierden. Mijn zwarte Hema-exemplaar biedt comfort als handvatverwarming op een BMW 1100 RT en voelt aan als een tweede huid. De training kan beginnen. De tocht is in week vijf en nu zitten we in week 47. Nog negen weken voorbereiding dus. Dat moet genoeg zijn. Trainingsvoorschriften hebben zich in de afgelopen jaren gewijzigd als therapieaanpak in de psychiatrie. Het is als trainen voor de marathon of Spaans leren: veel en vaak is belangrijker dan hele marathons lopen. Wekelijks 200 km aan een stuk fietsen is niet nodig. Als de basisconditie in orde is, dan komt het eropaan om die in stand te houden en te verstevigen. Ik neem me voor niet meer naar weersverwachtingen te kijken en te luisteren maar vast te houden aan geplande tochtjes door weer en wind; op twee februari hebben we ook geen keus. En om het duuraspect inhoud te geven: niet meer halverwege bij Momerite in Gramsbergen koffie met appeltaart consumeren, maar zonder pauze doorfietsen. Deze week fietste ik twee keer Emmen/Gramsbergen v.v., Rijssen/Emmen, Rijssen/Holten: 270 km.

Als je moeder doodgaat

Je moeders tijd is bijna op en ik zoek troost voor jou

In woorden op digitaal papier en ontvouw de tijd;

Handenvol gedachten worden zichtbaar. Onophoudelijk

Transeamus neuriënd ga jij door je jeugd op zoek naar het begin.

 

Daar is je vader al, je broers en zussen, je moeder houdt

De wacht, bewaker van geluk, gezin en droomt van

Voorspoed boven oppervlakkigheid. Je voelt je oude straat,

De roomse school, de geur van wijn, beloften van geloven.

 

Je rent wat rond en wandelt, schrijft en zingt Tolite hostias.

Je rekt de tijd tot lijnen naar geluk in Weesp; je harddisk

Mixt een diep dolor met gloria gloria gloria als tussenstation

Naar stof en gruis. Vervloekt de tijd van gaan die komt.

 

Zijdezachte herinneringen worden kaal, jong gras nu steen.

Godver vriend, de tijd is op, wees blij en zing een lied.