Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.
Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

v.l.n.r. Ted, Mike, Frans, Klaas
De leraar Engels in mij blijft aanhikken tegen de uitspraak van de Engelse u die meer moet klinken als een a in pas dan een u in pus, maar ik ruil ergernis in voor flow. Karin Bloemen valt mee. Geen musicalstem met vlijmscherpe uithalen maar een ingetogen jazzy en sexy, zekerzeker, stem. Ze koketteert met haar ijzeren knieën als een James-Bond-schurk met zijn metalen gebit en met haar lijf als nieuwslezeressen van de commerciëlen maar god, wat kan dat mens zingen. Zij moet een kinderlijke fascinatie voor de verkleedkledingkist hebben gehad, maar het past, de vormen en de kleuren maken het mooooi. We eindigen met Joy to the world en In dulce jubilo en horen van onze groupies dat het goed was. Concertgebouw here we come . . .



Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.
Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.
Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.

Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.
29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het
begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.
Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.
De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.