Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.
Verslagen Vriendschap is een spannend, filmisch geschreven jeugdboek. Felix en Leon zijn twee zestienjarigen die in een slaperig houtzagersstadje wonen. Leon is een enigszins onzekere jongen uit een gewoon gezin die blij is vriendschap met Felix te kunnen sluiten en kennis maakt met Felix’ aantrekkelijke tante Lynn. Felix woont bij zijn tante in een pension en zit vol geheimen en geheimzinnigheden. Beide jongens zitten voor het schoolexamen en werken graag in de houtzagerij.
Tegenover deze twee staat een trio anti-helden: Mike, Joshua en Peter, ook wel de ratjes of huftertjes genoemd. Bij een vervelende confrontatie pakt Felix met zijn klauw Mike even bij de pols tot het kraakt. Later chanteert hij de ratjes met foto’s waarop ze masturberend zijn afgebeeld. Het verhaal is dooraderd met geheimen en leugens en stoere jongensdingen. Dat alles zorgt voor een onheilspellende sfeer.
Vanaf het begin komen geheimzinnige zaken aan de oppervlakte. Een geblindeerde zwarte Audi staat her en der in het stadje geparkeerd. Van de chauffeur heeft niemand het gezicht ooit gezien. Waarom zou een jongen zijn vader in de brand steken? Felix heeft een jaar in een jeugddetentie-inrichting gezeten. Langzaam wordt de verhaallijn ontpeld. Halverwege het boek vallen zaken op hun plaats en wordt duidelijk wat er zich vroeger heeft afgespeeld. De spanning wordt niet aangetast, integendeel.
De door Stoker gepresenteerde wereld doet gedateerd aan. Roken is nog stoer, je kunt zelfs stoer sigaretten uit pakjes toveren, vrouwen runnen pensions, het huishouden of een koffiepunt en mannen zagen hout, zijn boswachter, advocaat, alcoholist of psycholoog. Die psycholoog is een gekke Henkie wiens therapie door patiënten wordt gesaboteerd. Stoere houtzagers noemen een schuchtere jongen ‘homootje’, ogen spuwen vuur en staren alsof ze water zien branden. Stoker hanteert het taalgebruik van een VMBO-leraar: niet te lange zinnen in een klare taal; het enige vreemde woord is parameters.
Literaire beeldspraak of metaforen zijn zo goed als afwezig. Wat het jeugdboekgevoel vergroot is dat Stoker achternamen vaak achterwege laat. De advocaat heet Tom, de psycholoog Robin en de boswachter Tim. Een vader die zijn handen niet van zijn dochter kan afhouden geeft het boek een moderne impuls. Verder in het boek blijkt ook hier dat de leugen zwaarder weegt dan het vermeende misbruik.
Het boek is kunstig geconstrueerd en verdeeld in hoofdstukken die alle het woord ‘onheil’ bevatten: Het jaar van het onheil, Het jaar voor het onheil, Vijf jaar na het onheil en meer. De plaats van handeling wordt niet nader aangeduid maar je voelt op elke bladzijde Amerika. Het betreft een provinciestadje waardoorheen een rivier loopt. Het landschap is heuvelachtig met naaldboombossen. Alle personen hebben Engelstalige namen. Omdat Stokers vertelperspectief dat van de alwetende is weet de lezer veel meer dan de personages en dat staat soms de geloofwaardigheid in de weg. Voor een filmscript is dat natuurlijk ideaal; de filmlocatie lijkt, afgaande op de omslagfoto, al bekend.
(¹) 9 bleef iets langer bleef hangen / 12 Felix gezicht, 163 Felix verklaring / p 26 aan het eind van dag / 39 deze gezicht / halfopgerookte?? / 42 ofzo / 44 een vent hebt / 65 Anna = Anne / 77 binnen korte termijn?/ 103 herinnerde hij / 106 behalve (met) wiskunde / 108 in het pension en liepen we / 128 dat ze echt in paniek in raakte / 129 muziek te luisteren / 133 die slipje / 152 gelijk hoog /p180 mili-eutechnische/

29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het
begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.
Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.
De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.
Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.
Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.
Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.
Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.
Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald
niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.
Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.
samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.
Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.
feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.
goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.


Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.
bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.
Het bibliotheekzaaltje is met zestig stoelen vol. Vrijwilligers, biebmedewerkers, leesgroepleden en twee pubers. 85 % vrouw. Geroutineerd vertelt bestsellerauteur Akyol, BMI van 25, sjoemel-Audi, polootje, lichte jeans, blote voeten in sneakers en charmant plukkend aan een onzichtbare broeksriem onder een afwezig buikje, zijn verhaal over zijn Turkse achtergrond, zijn jeugd in Deventer. Veel vooroordelen over cultuurarme Turkse immigranten worden bevestigd: ouders die niet of nauwelijks Nederlands (willen) leren spreken, jongeren die met geritselde Armanishirts een straatuniform creëren, een wijk die Ankara aan de IJssel heet, Turkse werknemers die zo snel mogelijk een uitkering binnenharken en jeugd die knoeit met studiefinanciering. En natuurlijk een Nederlandse omgeving die zich niet bekommert om integratie, gepersonaliseerd in het cliché van een lagereschooljuf die een slimme gast een te laag schooladvies geeft. De schaamteloze openhartigheid over de zich misdragende en naar de criminaliteit afglijdende jongere is weldadig. Het is een EO-verhaal in optima forma. Akyol, de kansarme crimineel wordt de bekeerde predikant die op tijd het licht kreeg aangereikt door een (detail: Surinaamse) cipier die zijn brave inborst, studiezin en leesgierigheid ziet en hem Rozemarijntje, stripboeken, Baantjer, ’t Hart, Goethe en Céline geeft. Eus, de autobiografie, past over Özcans leven als een niets verhullend cellofaantje over een doos frikandellen. Akyol, opgegroeid in een vrijzinnig Alevitisch nest, zeg maar de ietsisten in de Islam, journalistiek gestudeerd aan het christelijke Windesheim in Zwolle en gesjeesd aan de gereformeerde VU in Amsterdam, is op zijn sterkst wanneer hij voorbij de sappige details treedt van een bierdrinkende vader en een moeder die niet weet wat scheiden is en verhaalt van de magische sensatie die het lezen en nu dus schrijven hem geeft en de invloed van literatuur, van taal, van veel lezen op zijn persoonlijke ontwikkeling tot een volledig mens. Akyol, bedankt!
Een nieuw, schitterend museum. Dankzij de interessante architectuur is er ook voor volwassenen veel te zien, want ja, het museum is in de eerste plaats heel geschikt en aantrekkelijk voor kinderen. Aan de buitenkant vallen de joekels van natuursteensierstrips op waarvan je altijd hoopt dat ze naar beneden komen als jij elders bent. Vanuit de hal naar boven kijkend valt op dat de vloeroppervlakte per verdieping kleiner wordt. Dat biedt zowel beneden als boven mooie, ruimtelijke zichtlijnen. Dankzij deze ruimte-indeling is dit een museum dat, vergeleken met de kubieke meters, weinig vierkante meters expositieruimte heeft. Via een meer dan prachtige, luie trap, loop je langs de (oneven) etages waar veel te zien of te beleven is. De even etages ontbreken voor de bezoekers, omdat ze of niet (lijken te) bestaan of zijn ingericht voor andere doeleinden. In het auditorium op de begane grond staat een preparatie van een meeuw aangekondigd: iets wat plattelandskinderen op jongensverjaarsfeestjes kunnen bekijken is hier museaal. 
allemansvriend ontpopt.