Week 5
Nog even een openneertje naar Gramsbergen en wij denken dat we klaar zijn voor de winterse elfstedentocht. We bestuderen weersontwikkelingen als virologen het coronavirus. Soms krijgen we een knoop in de maag, maar paniek en angst leggen het af tegen enthousiasme en de wil mee te doen. Deze week wordt er een van middagdutjes, luisteren naar muziek van The Royal Wind Music, een bezoekje aan de fysio, pastapestomaaltijden, beetje schrijven, dagelijks kip en rodebietensap. Ik lees De Vlucht van Carrasco en Camino van Simsion en Buist. Waar komt een vluchtende eenling uit en waarom willen mensen 1.100 km wandelen naar Santiago de Compostella? Of, mijmer ik, meedoen aan een koor van 1.000 man dat gaat concerteren in het Concertgebouw of Albinoni op hobo leren spelen? Ik leg het aan Frans voor, maar beiden vinden we psychologiseren meer iets voor zorgzoekers dan voor fietsers. Ik blijf fietsend nadenken. Waarom gaan ruiters niet massaal over op hoefschoenen en bitloos mennen? Waarom wordt er bij de OZB niet secuurder naar marktwaarde gekeken? waarom blijft bij weldenkend Nederland AH de winkel van de plofkipliefhebbers en de nicotinelobby en de ABN de bank van de zwartgeldmachinerie? Waarom gaat Rutte bij de herdenking van oorlogsslachtoffers een keppeltje dragen? Wat betekent windkracht W 4 of W 5 in Friesland? Het land is uitgestrekt als de Drentse weerzin tegen nee-zeggen en vlak als de hersenen van PSV-hooligans die menen dat trainers wisselen helpt tegen verliezen. Op zich is de geest van Grutte Pier aan wie de heldhaftige woorden ‘Leaver deas as slaef’ kleven als wagensmeer aan fietskettingen, die door Zuidoost-Friesland waait als de winnaarsmentaliteit door het stadion van FC Emmen, voldoende voor ons. Wy sille sjen, fergeemje!



genieten, waarin the male chauvinist pig in mij al snel het verlangen naar een orgasme herkent en vervolgt met het dilemma van wel of niet een oordeel geven. Zinnemers is de luchtigste van de drie en etaleert zijn kwaliteit als sneldichter, nou ja, snelrijmer, als hij de uitslag van FC Emmen tegen Vitesse in twee regels beschrijft. Verder komt in zijn werk alledaags nieuws als pandaporno, Badr Hari, stikstof en de Brexit voor. Hij vloekt de farmers for defence, de klimaatontkenners, de idiotie van kickboksen, mallotige media-aandacht voor neukende panda’s en de knettergekke Boris J. niet stijf, maar spaart de kool en de geit wanneer hij uitkomt bij zijn eigen keuzeloosheid in allervriendelijkste en vrolijke liedjes en verzen.
Na de pauze laat Beltman ons genieten van zijn strakke versvormen, stapt Gähler van het podium en op het publiek af en demonstreert Zinnemers hoe liedteksten en cabaret verschillen van poëzie. Als entr’acte treedt Rudolf Kuko op die Emmens schoonheid à capella bezingt.
Dat DWDD-sidekick Erben Wennemars, die van ledigheid i.c. terugblikken op en praatjesmaken over de alleen in Nederland serieus beoefende schaatssport zijn werk heeft gemaakt, meefietst zegt me niks. Net zolang wachten met inschrijven totdat je op Buienradar ziet dat je pielemuis er waarschijnlijk niet af zal vriezen is een heldendaad als bungeejumpen in een boulderhal. Vandaag gaan we noordwaarts, richting Groningse steppen en permafrost, tegen de wind in. Namen als Mussel- en Stadskanaal hebben een aantrekkingskracht op ons als vette opkoopregelingen op varkensboeren. Onze bovenbenen, inmiddels cilinderzuigers uit een antieke sleep- of duwboot, willen weerstand voelen, druk en pressie als registeraccountants die boekencontrole doen bij makelaars en legeschuurverhuurders in Brabant. Het plan is 80 kms relaxed fietsen. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar wij weten beter. Na de slopende heenreis zullen we halverwege een matig windje in de rug voelen die ons huiswaarts zal stuwen en duwen als vrouwenhanden mannenruggen bij de ingang van zwangerschapsgymnastiek. De vermoede tegenkrachten voeden ons, maken ons sterk. We gaan elkaar aankijken en om het hardst roepen: “Godver, wat lekker, hier doen we het voor.” Adrenaline en endorfine zullen onze aderen doorspuiten en opschonen als vegers schoorstenen en onze knieën en kuiten zullen aanspannen en ontspannen als sluitspieren van zenuwachtige kickboksers op evenemententoiletten zonder slot op de deur. We hebben er zin in en kijken uit naar twee februari als hazewindhonden naar konijnen. We zijn nog geen vijf minuten weg of de vloer van de Siebrandsbrug haalt ons onderuit als klimaatontkenners discussianten met zinnige argumenten. Een uur pauzeren dicteert Frans. En weer is hij de verstandigste. Dan Buinerveen: 72 kms, gefietst op bolle weggetjes, onder regenbogen en even schitterende als overbodige, dreigende zwerken, indachtig Zoetemelks motto: de tour winnen doe je in bed. Uitgerust komen we thuis. Op zaterdag heeft Frans wat anders te doen, hij oefent hobo voor een gastrol bij het NNO. Ik ben erg gemotiveerd en wil zien wat mijn lijf doet bij een wat langere afstand. Ik rond Hasselt en Zwartsluis en weersta tien x de verleiding vroegtijdig af te buigen naar Meppel. Mijn lijf accepteert deze extra inspanning als agenten overwerken om Farmers for Defence binnen de lijnen te houden. Op het eind van de tocht sijpelt moeheid langzaam en bijna ongemerkt naar binnen als condens tussen twee lagen glas in een geïsoleerd raam. Ik finish na 160 kms in 7 fietsuren met 2 pauzes. Janke Lysbert benoem ik, zeker voor een jaar, misschien wel langer tot allerliefste nicht omdat ze aanbiedt in Leeuwarden pannenkoekjes te komen brengen. Week 4: 72 + 160 = 232 kms.
Als ik deze week wakker word van een vlagerige harde wind die om het huis jankt als een wolvenkind op zoek naar een moedertepel of scharrelschapenbloed met ecokeurmerk, lijkt mij finishen op 2 februari verder weg dan introductie van het homohuwelijk onder priesters of een genderneutrale CDA-fractieleidster. Ik leg me er deemoediglijk bij neer en vlucht in dromen en fantasieën en de veertiendaagse voorspelling van Buienradar die over twee weken 7⁰ en windkracht W 4 voorspelt. Misschien moet ik mijn ambitie bijstellen van ‘juichend over de eindstreep komen’ naar, eeh, ‘gewoon meedoen en maar kijken waar het schip strandt’. Afgelopen zondag met Frans in Coevorden was een betonrichel naast het fietspad al te hoog voor mijn bijgestelde ambitie en reactievermogen. Godver! Vertelt Frans, pillendraaier, zanger, hoboïst, echtgenoot, racefietser, net over een ingewikkelde hobodag op één februari, sommige mensen doen ook echt alles, flikkeren we op de grond. Een ruwe val op de betonklinkers herinnert me aan onze sterfelijkheid. Zo’n 120 jaar aan man verpakt in zo’n 160 kilo’s ligt uitgeteld in twee delen op de koude grond luisterend zich af te vragen waaraan Coevorden de duizenden kraaien op de elektriciteitslijnen te danken heeft. Even houd ik mijn ogen gesloten en ga alle vijf vitale lijfonderdelen langs. Dan is het tijd voor flarden Hitchcock, Coevordense kofferbakmoorden, Armageddon, ganzenhoedsters, de symboliek van een aangekoekt randje op een ketchupfles als symbool van vergankelijkheid in de hedendaagse beeldende kunst, organiste Zhukova en haar bloedstollende rode dress; mijn breinflitsen maken overuren. Een onbewust tot in de puntjes beheerste valtechniek, een ijzeren conditie en het rotsvaste gevoel dat Lieve Heren evenmin bestaan als royals met een fatsoenlijke belastingmoraal houden ons en beide fietsen schadevrij. Nulnadanienteneat mankeert ons vieren! Fluitend en om de vijf minuten hondsgelukkig terugblikkend op dit ‘Mirakel van Coevern’ <binnenkort in theater de Hofpoort> ronden we Slagharen, Hoogeveen en Westerbork. Na 93 kms volgt een blauweplekkenonderzoek in warm badwater. Verlangend kijk ik uit naar een rustweekje: beetje mantelzorgen, Spaans studeren, tuin opknappen en Buienradar volgen. Zuidoost-Drenthe: 93 kms. Naschrift: breaking njewzz: vandaag, 19/1, weer onderuit, nu op Siebrandsbrug Emmen. De kunststof planken, gevoerd met dwarse snorretjes die er stroef uitzien, trokken aan ons als Citrixgaten aan Poetineske hackers. We moeten in 2 weken tijd onze naïeve argeloosheid zien kwijt te raken.

Ik heb, een beetje laat, dat dan weer wel, de statistiekenknop van 
34 componenten telt mijn uitrusting. Maximaal 1.500 deelnemers kunnen op 2 februari meedoen aan de Winterfiets Elfstedentocht. Deze limiet maakt de tocht wel heel speciaal. Vergelijk dat eens met massastarts bij de pinksterfietstocht met meer dan 30.000 en de legendarische schaatstocht met plus 16.500 deelnemers. Nog 35 dagen.
staatsagressie beheerste en door imbeciele, megalomane bestuurders bestuurde streken, wat heb je eraan? Nou niks natuurlijk, maar soms is de bijvangst interessante beeldende kunst (The scar of Bethlehem door Banksy) of prachtige muziek. De Martinikerk met Nederlands beste kerkorgel (dixit de Volkskrant) is uitverkocht bij Kerst in Contrast. Organisten Euwe en Sybolt de Jong, producenten van Koffers vol met Bach, de eersteprijswinnende Bach-cd 2019, bespelen vijf orgel(tje)s en bieden als Premier League spelertrainers kansen aan 8 vocalisten en een altvioliste. Natuurlijk missen we de kers-op-de-taart saxofoon van vorig jaar een beetje. De vocalisten beheersen de kerkruimte als de jeugd van Ajax rondo’s op het hoofdveld. De traditionele kerstsongs worden in een beweeglijke jas gepresenteerd, vanuit alle hoeken en gaten komen ze gezongen aangewandeld, een ideale gelegenheid om de stemmen afzonderlijk en samen te horen; en dat viel niet tegen. Maar goed dat in de klassieke muziek niet teveel rancuneus wordt teruggekeken, anders hadden we een van de fraaiste stukken (Vom Himmel hoch da komm ich her) van de antisemiet Luther moeten missen. (hieronder een filmpje van de processiezang In nativitate domini)
Het is kersttijd en dus kun je wat verwachten. De muziek, zowat twintig kerstsongs, klinkt schitterend, de harmonia lichtvoetig en klein en het kerkorgel zoals hij eruitziet: groots, kleurrijk en imposant. De gekste teksten (met als toppunt een zich op het sterven verheugen) worden met het grootste plezier en de grootst mogelijke zangkwaliteiten gezongen. We horen geraffineerde echootjes, waarbij stemmen en orgelklanken, nog eens extra vertraagd door 25 meter afstand, elkaar nazeggen alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld is. Soms doet een deel van het publiek, wie weet gestimuleerd door de even traditionele als verfrissende tocht langs de benen, hoestend en kuchend mee, wat, samen met de contrasterende (het concert heet niet voor niks ‘Kerst in Contrast’) kermisklanken van de Grote Markt een weldadig en tegelijk enigszins vervreemdend effect heeft.
Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.