Probeer maar eens bij een Spaanse rijwielhersteller in je nieuwste Spaans uit te leggen dat de schijfremmen van je mountainbike een naar metalig geluid maken. En dat het dan toch lukt, kijk dat gevoel heb ik graag. Vale, mira, bij de sympa bakkersvrouw vragen om een multicereal i.p.v. een witte plakbaguette die je darmen verkleeft en verstopt als een reparatieplug een buitenband van een drietonner, dat gaat, gesteund door glimlachjes en heen en weer schietende pupillen al heel aardig.
Ik wil een evenwicht zien te vinden in mijn beeld van Spanje en zoek daarom naar een uitgebalanceerde mix van Spaanse pros en cons. Dus èn constateren dat de situatiekaart van de camping je verneukt door te suggereren dat achter de heg het strand al begint èn vaststellen dat de jeugdwerkloosheid in enkele jaren van boven de 35 naar 15 % is gedaald. Constateren dat de verstikkende greep van het katholicisme, het koningshuis en Franco de Spanjaarden onder de dikke debiliserende duim hebben proberen te houden, maar ja, bij alle drie was/is de keus aan de Spanjaarden zelf naturalmente, naast oog hebben voor een welhaast aangeboren houding open te staan voor grensoverschrijders. En daarvan zijn er veel.
In het voorjaar is Spanje het land van de geknotte en uitbottende acacia, waarvan de nieuwe loten naar buiten willen spuiten als ontsnappende lucht na een bloeddrukmeting,
uitbundig bloeiende krentenbomen, de prunus japonica, die in geteelde toestand in de verte doet denken aan groepjes aan anorexia lijdende synchroonzwemsters die hun roze beentjes schuin omhoog boven de waterlijn naar de zon priemen en dat nog synchroon ook, hoerige bougainvillea’s en overschatte uit Nederland geïmporteerde voetballers.
Gelukkige Slaven van Tom Lanoye, De meeste mensen deugen van Rutger Bregman, 21 lessen voor de 21e eeuw van Yuval Harari en In de klauw van Klotinden van Piet Oly vullen de leemten van wifi-gerelateerde bezigheden en onvolgbaar nieuws over de nieuwe plagen: overstromingen, sprinkhanen en virussen die maar niet de vaart van muizenexplosies willen evenaren en de effecten waarvan maar niet in de schaduw kunnen staan van de 20.000 jaarlijkse doden die de door de Nederlandse staat gestimuleerde tabaksindustrie eist.


Zoals Martinus Nijhoff het ver in de vorige eeuw al zei: ‘Lees maar er staat niet wat er staat,’ zo zegt de Spaanse Nederlander Vincent Werner ‘No es lo que hay’ of in de titel van zijn e-book ‘It is not what it is, the real (S)pain of Europe’. Werner bekritiseert Spanje, maar dat doet hij uit liefde, hij werkt en woont al bijna 20 jaar in Barcelona. Zijn boek is bedoeld als een wake-up-call, hij wil Spanje een spiegel voorhouden. Als ervaringsdeskundige heeft hij nogal wat kritische noten gedistilleerd: de traagheid, bureaucratie, slappe arbeidsmoraal, gebrekkige talenkennis, vriendjespolitiek, financieel wanbeleid en ga maar door. Tegelijkertijd heeft Werner oog voor de positieve kanten van Spanje en roemt de vriendelijke Spaanse mensen, het schitterende klimaat, de kansen die het land heeft om uit te munten. Spanjaarden reageerden op Werner als kritische familieleden die elkaars falen en feilen en horkerigheden maar al te goed kennen en herkennen, maar het niet dulden wanneer derden daar een mening over verkondigen.
Spaans boek: Intemperie van Jesús Carrasco met daarnaast de vertaling (De Vlucht) en weer daarnaast twee Prisma woordenboeken. Spaans zou een niet moeilijke taal zijn, hoor je veel mensen zeggen die ooit ergens hebben gelezen dat persoonlijke voornaamwoorden veelal achterwege blijven of dat de Spaanse werkwoorden op -ir, – ar en -er op dezelfde manier vervoegd worden in de futuro. Dat haal je de koekoek. Valencia, vamos!
Misker & zonen, een industrieel seksbedrijf en een sloopbedrijf zit MICKSART COLLECTIEF. Een grote productiehal herbergt een expositieruimte, open ateliers en een koffiehoek. Zondagmiddag 16 februari is de officiële opening. Het is beredruk. Duidelijk is dat het publiek Eric Knegt, centrale spil van Micksart, kan vinden.
De officiële opening wordt verricht door Herman Idema, directeur van ondernemingsvereniging VPB. Hij gaat kort in op de rol van kunst (“kunst brengt liefde”) en licht de achtergrond van de overgang van het Rensenpark naar de Kapitein Grantstraat toe. Eric Knegt heeft een grote gunfactor en dat is mooi. Idema dicht Micksart Collectief een grote naamsbekendheid toe. Micksart is gericht op workshops, samenwerking, alles ondersteund door een hechte vriendengroep. Tijdens Idema’s toespraak gaat de website
Exposities: Micksart exposeert werk van de kunstenaars Patty Aalbersberg, Tinus D., Theo Leering, Pauline Luiten, Ina Marcus, Erik Neijmeijer, Nohablalogica, Jacques Tange, Themocrazy, Ramon Velema, Joost Vink, Daniël ter Waarbeek en Jack Zweers.

Het is volbracht, we hebben de 205 kms afgelegd in bijna 10 fietsuren, 8 regenuren, ½ strakkewinduur op een dag van 03.45 – 23.30 uur. Van de 1.200 deelnemers waren wij ongeveer de enigen op een atb. Eigenlijk viel de tocht mee en dat komt door het uitblijven van harde tegenwind en gemene kou; desalniettemin zijn 200 deelnemers onderweg afgehaakt. Weervoorspellers zaten er naast als een over het klimaat twitterende Baudet. In de Elfstedenhal heb ik, als enige, lekker en uit volle borst mee kunnen zingen met het Fryske Folksliet, op de trompettonen naast Wennemars. Dan voel ik me Frieser dan Fries, als een Turk in Almere.



genieten, waarin the male chauvinist pig in mij al snel het verlangen naar een orgasme herkent en vervolgt met het dilemma van wel of niet een oordeel geven. Zinnemers is de luchtigste van de drie en etaleert zijn kwaliteit als sneldichter, nou ja, snelrijmer, als hij de uitslag van FC Emmen tegen Vitesse in twee regels beschrijft. Verder komt in zijn werk alledaags nieuws als pandaporno, Badr Hari, stikstof en de Brexit voor. Hij vloekt de farmers for defence, de klimaatontkenners, de idiotie van kickboksen, mallotige media-aandacht voor neukende panda’s en de knettergekke Boris J. niet stijf, maar spaart de kool en de geit wanneer hij uitkomt bij zijn eigen keuzeloosheid in allervriendelijkste en vrolijke liedjes en verzen.
Na de pauze laat Beltman ons genieten van zijn strakke versvormen, stapt Gähler van het podium en op het publiek af en demonstreert Zinnemers hoe liedteksten en cabaret verschillen van poëzie. Als entr’acte treedt Rudolf Kuko op die Emmens schoonheid à capella bezingt.
Dat DWDD-sidekick Erben Wennemars, die van ledigheid i.c. terugblikken op en praatjesmaken over de alleen in Nederland serieus beoefende schaatssport zijn werk heeft gemaakt, meefietst zegt me niks. Net zolang wachten met inschrijven totdat je op Buienradar ziet dat je pielemuis er waarschijnlijk niet af zal vriezen is een heldendaad als bungeejumpen in een boulderhal. Vandaag gaan we noordwaarts, richting Groningse steppen en permafrost, tegen de wind in. Namen als Mussel- en Stadskanaal hebben een aantrekkingskracht op ons als vette opkoopregelingen op varkensboeren. Onze bovenbenen, inmiddels cilinderzuigers uit een antieke sleep- of duwboot, willen weerstand voelen, druk en pressie als registeraccountants die boekencontrole doen bij makelaars en legeschuurverhuurders in Brabant. Het plan is 80 kms relaxed fietsen. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar wij weten beter. Na de slopende heenreis zullen we halverwege een matig windje in de rug voelen die ons huiswaarts zal stuwen en duwen als vrouwenhanden mannenruggen bij de ingang van zwangerschapsgymnastiek. De vermoede tegenkrachten voeden ons, maken ons sterk. We gaan elkaar aankijken en om het hardst roepen: “Godver, wat lekker, hier doen we het voor.” Adrenaline en endorfine zullen onze aderen doorspuiten en opschonen als vegers schoorstenen en onze knieën en kuiten zullen aanspannen en ontspannen als sluitspieren van zenuwachtige kickboksers op evenemententoiletten zonder slot op de deur. We hebben er zin in en kijken uit naar twee februari als hazewindhonden naar konijnen. We zijn nog geen vijf minuten weg of de vloer van de Siebrandsbrug haalt ons onderuit als klimaatontkenners discussianten met zinnige argumenten. Een uur pauzeren dicteert Frans. En weer is hij de verstandigste. Dan Buinerveen: 72 kms, gefietst op bolle weggetjes, onder regenbogen en even schitterende als overbodige, dreigende zwerken, indachtig Zoetemelks motto: de tour winnen doe je in bed. Uitgerust komen we thuis. Op zaterdag heeft Frans wat anders te doen, hij oefent hobo voor een gastrol bij het NNO. Ik ben erg gemotiveerd en wil zien wat mijn lijf doet bij een wat langere afstand. Ik rond Hasselt en Zwartsluis en weersta tien x de verleiding vroegtijdig af te buigen naar Meppel. Mijn lijf accepteert deze extra inspanning als agenten overwerken om Farmers for Defence binnen de lijnen te houden. Op het eind van de tocht sijpelt moeheid langzaam en bijna ongemerkt naar binnen als condens tussen twee lagen glas in een geïsoleerd raam. Ik finish na 160 kms in 7 fietsuren met 2 pauzes. Janke Lysbert benoem ik, zeker voor een jaar, misschien wel langer tot allerliefste nicht omdat ze aanbiedt in Leeuwarden pannenkoekjes te komen brengen. Week 4: 72 + 160 = 232 kms.
Als ik deze week wakker word van een vlagerige harde wind die om het huis jankt als een wolvenkind op zoek naar een moedertepel of scharrelschapenbloed met ecokeurmerk, lijkt mij finishen op 2 februari verder weg dan introductie van het homohuwelijk onder priesters of een genderneutrale CDA-fractieleidster. Ik leg me er deemoediglijk bij neer en vlucht in dromen en fantasieën en de veertiendaagse voorspelling van Buienradar die over twee weken 7⁰ en windkracht W 4 voorspelt. Misschien moet ik mijn ambitie bijstellen van ‘juichend over de eindstreep komen’ naar, eeh, ‘gewoon meedoen en maar kijken waar het schip strandt’. Afgelopen zondag met Frans in Coevorden was een betonrichel naast het fietspad al te hoog voor mijn bijgestelde ambitie en reactievermogen. Godver! Vertelt Frans, pillendraaier, zanger, hoboïst, echtgenoot, racefietser, net over een ingewikkelde hobodag op één februari, sommige mensen doen ook echt alles, flikkeren we op de grond. Een ruwe val op de betonklinkers herinnert me aan onze sterfelijkheid. Zo’n 120 jaar aan man verpakt in zo’n 160 kilo’s ligt uitgeteld in twee delen op de koude grond luisterend zich af te vragen waaraan Coevorden de duizenden kraaien op de elektriciteitslijnen te danken heeft. Even houd ik mijn ogen gesloten en ga alle vijf vitale lijfonderdelen langs. Dan is het tijd voor flarden Hitchcock, Coevordense kofferbakmoorden, Armageddon, ganzenhoedsters, de symboliek van een aangekoekt randje op een ketchupfles als symbool van vergankelijkheid in de hedendaagse beeldende kunst, organiste Zhukova en haar bloedstollende rode dress; mijn breinflitsen maken overuren. Een onbewust tot in de puntjes beheerste valtechniek, een ijzeren conditie en het rotsvaste gevoel dat Lieve Heren evenmin bestaan als royals met een fatsoenlijke belastingmoraal houden ons en beide fietsen schadevrij. Nulnadanienteneat mankeert ons vieren! Fluitend en om de vijf minuten hondsgelukkig terugblikkend op dit ‘Mirakel van Coevern’ <binnenkort in theater de Hofpoort> ronden we Slagharen, Hoogeveen en Westerbork. Na 93 kms volgt een blauweplekkenonderzoek in warm badwater. Verlangend kijk ik uit naar een rustweekje: beetje mantelzorgen, Spaans studeren, tuin opknappen en Buienradar volgen. Zuidoost-Drenthe: 93 kms. Naschrift: breaking njewzz: vandaag, 19/1, weer onderuit, nu op Siebrandsbrug Emmen. De kunststof planken, gevoerd met dwarse snorretjes die er stroef uitzien, trokken aan ons als Citrixgaten aan Poetineske hackers. We moeten in 2 weken tijd onze naïeve argeloosheid zien kwijt te raken.