
Rob Stoker
Een oud-collega die een roman schrijft, dat maak je hoogstzelden mee. Mijn oude school is plaats van handeling, dus zit ik op het puntje van de stoel. Met veel interesse en plezier heb ik De Lijst gelezen. Het gaat niet over ‘de boekenlijst’ maar over een wraaklijst van een gefrustreerde leraar muziek met een nogal traditionele kijk op vrouwen. Muziek is niet het belangrijkste schoolvak en daar lijdt hoofdpersoon Tim van Galen bovenmatig onder. Hij is het mikpunt van spot van enkele collega’s en zijn vrouw. Tim besluit een lijst aan te leggen van collega’s die hem zieken: des te hoger het aantal punten, des te ruwer zijn wraakactie zal zijn.
Hier openbaart zich gelijk een zwakte in het boek. Een wraakactie eindigt in een ongeloofwaardige situatie: een beroerte na een hevige schrik is te veel van het goede. Hierdoor wordt het boek meer een thriller voor de jeugd dan een roman voor de volwassen lezer. De door cynisme verteerde Tim van Galen gaat te luchtigjes voorbij aan het verwoestende effect van zijn wraakactie; de totale paniek en innerlijke ontreddering duren maar heel even.
In Stokers boek herken ik brokstukjes van rafels van randen van schaduwen van oud-collega’s en uitvergrote stereotyperingen van schoolse werkelijkheden in de leraarskamer, bij rapportenvergaderingen, bij oudergesprekken (hoewel Van Galen ook hier wat cynischer aandoet dan goed voor de geloofwaardigheid van het boek is), de communis opinio over de uitzonderlijke positie van gym, de kerstmaaltijdhorreur, de cursusziekte in het onderwijs, het cijfersysteem Magister, de jaarlijkse grote avond, chantabele collega’s, gehannes met wachtwoorden, inloggegevens en mobieltjes, enzovoort en zo verder.
Tegenover de frustratie en ontevredenheid met zijn leven en vooral zijn relatie met zijn vrouw Wilma staat het vlammetje van een ontluikende verliefdheid op een leerling. Die verliefdheid is wederzijds en dat doet een gelukkig eind vermoeden. Stoker slaagt erin de hoofdpersoon dermate klunzig te laten opereren dat door de op elkaar gestapelde fouten hij uiteindelijk terecht komt onder de uitkomst biedende touwen in de gymzaal. Maar omdat daadkracht hier ontbreekt eindigt Tim van Galen schlemielig als een campingmuzikant in Frankrijk. Dat hij hier onvindbaar zou zijn is een van de vele ongerijmdheden.
Sterke spanningscomponenten in De Lijst maken dat je blijft lezen. Een vergeten leesbril, stiekem met een mobieltje gemaakte foto’s, een parfumgeurtje, een door de schooldirecteur (die zich aan het eind van het boek ontpopt als een bekwaam rechercheur) over het hoofd geziene aanwijzing in de vorm van een G-muzieksleutel, een autoportierraam als brievenbus, maken het boek een sterk jeugdboek. Vier sterren.
En de namen in het boek, geven die nog een link naar de werkelijkheid? Niet dat ik weet. Natuurlijk geven de namen persoonsinfo, je heet niet voor niets Henk Baas of Wekema. Ook hier ligt weer het cliché op de loer: Thomas Müller is natuurlijk de gymdocent en je hoeft niet te raden wie een creamuts is. Ook de liedtekstwoorden (What have I done?) spreken voor zich. Dat schrijver Stoker niet van gisteren is bewijst het taalgebruik van Sem.
Na Stokers debuut Dertig messteken is De Lijst een mooie start op weg naar meer. De omnipresentie van de schrijver geeft de lezer concrete beelden vanuit elke persoon. Ik zou zeggen: verfilmen met vooral ontelbare close-ups van flesjes en doosjes op de trap. (En ach die vier of vijf taalfoutjes: soit, die worden er bij de 2e druk wel uitgefilterd.)

















Aan de uiterste westzijde van de baai in San Sebastian zijn drie stalen sculpturen tegen de rotsen geprikt als punaises op een planbord. Of ze symbool staan voor de Euro’s die Spanje binnenstromen, vraag ik een Spaanse meneer in mijn tussen A1 en A2 zwevende Spaans. Eerst begrijpt hij me niet. Even later stapt hij op me af en zegt verrast nu de gelijkenis met het € – teken te zien. Hier vlakbij een interessant soort Land Art (of Wind Art). Door vijf buizen die op een pleintje uitkomen wordt op onverwachte momenten harde wind geblazen, veroorzaakt door verhoogde luchtdruk die ontstaat door tegen de rotsen beukende golven. Vrouwen met pit gaan er wijdbeens boven staan en laten de wind doen wat ooit Marilyn Monroe hen op een foto voordeed. San Sebastian of Donostia is een heel mooie stad. Net voorbij de Pyreneeën met zijn harde, gemene uitlopers die racefietsers kunnen plagen, prikken en kwellen als Palestijnse humor rabbijnen. Aan de Atlantische Oceaan met de Kontxa Baai zijn zachtgouden stranden waar een parasol € 18,- per dag doet. Tussen 11.00 en 14.00 uur is hier een interessant verschijnsel te zien. Duizenden
mensen lopen als mieren of beter pinguïns of nog beter de laatste katholieken in een soort mars, colonne of processie langs de waterkant. Van oost naar west en van west naar oost, zorgvuldig beide lichaamszijden beurtelings aan de zon gunnend. Rustig maar niet slenterend, opgewekt maar niet schaterlachend, ongeordend maar niet chaotisch, overduidelijk met een door niemand betwiste bedoeling maar nooit blindelings. Het lijkt wel automatisch, bijna een natuurverschijnsel. Op de kaart bekeken loopt de rivier Urumea de stad uit als de pisbuis uit een mannenlijf. Grote parken vormen de groene longen. Een schitterende fietsbaan, de caril rojo, brengt de fietser waar hij maar wil zijn. Natuurlijk is er een handvol musea, maar er is ook het Tabakalera, een Internationaal Centrum van Hedendaagse Cultuur. Een groot en mooi gebouw aan de Urumea en vlak naast de spoorlijn. Op het plein ervoor wordt de bezoeker strak voorbijgekeken door een prachtgraffito van een traditioneel geklede, serieus kijkende Afrikaanse vrouw.
Het Tabakalera is geen museum. Desalniettemin zijn er interessante exposities. Nu een overzicht van Filmische Fotografie van Eloy de la Iglesia, Oscuro Objeto de deseo (obscure gewenste objecten). Indringende foto’s. Een
kolossaal en een hele muur dominerend jongensportret zoals elke man zich graag herinnert, compleet met navelpluis. Iets verder een bloedstollende injectienaald die mannen nachtmerries bezorgt.
Om de hoek een vrolijk makende binnenhuis graffito op een bont beschilderde ateliervloer die bij kijkers glimlachen tevoorschijn tovert als de afschaffing van dividendbelasting bij ceo’s. 

Zoals de Turk in een Almeerse buitenwijk streeds Turkser wordt zo word ik in Emmen steeds Friezer. Woorden als cultuur, vooruitgang, moedertaal, hafabra, kerkorgels, schaatsen, kaatsen, zeilen, paarden, zelfredzaam, windenergie, betaaldvoetbal, eigenzinnig, eiland, infrastructuur, gemeenschapszin, kaas, artistiek, literatuur, kunnen niet voorbijkomen of ik maak de uitstap naar de moeder aller provinciën: F. Natuurlijk moesten we de elf fonteinen zien. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad (voor Maastricht, voor Groningen en voor Haarlem) delen ook de andere tien steden mee in de winst. In elke stad,
behalve Dokkum, want Dokkum is wat traag, wordt een fontein geïnstalleerd. Mooie dingen hoor die fonteinen, daar niet van. In één woord kwetsbaar, origineel, bijbels, over-the-top, artistiek, decoratief, duur, vergankelijk, sober, prachtig, allemaal tegelijk. In IJlst een boeket blommen op een zwarte tol, in Stavoren een Jonas; ongelijk de bijbelse variant is deze via een permanent openstaande bek te betreden: mensen wordt in ruil voor een nat pak toegestaan op de tong te gaan zitten en een Jonaëske ervaring op te doen.
Voorbij Hindeloopen, net voor Workum kijk je even naar links. Zonder na te denken rijd je door, totdat je beseft wat je ziet: een opdekoppe boerderij. Hoe ‘oarsom tinke ‘oarsom bouwe’ wordt. Kijk zelf en verbaas je met mij….






deuren en ijzeren kozijnconstructies met middeleeuwse isolatiewaarden. En zie designs van fietshelmen, bestek, rugzakken, telefoons, klemmetjes, sportkleding, mountainbikes, kookplaten, kunststof kozijnen die in de EBI in Vught niet zouden misstaan, een gyrocopter, en meer. Badkuipen, elektrische ramen, pennen, laptops en wastafels waarvan de schoonmaker die in elk mens huist kan zien dat gebruik ervan een dag lang spatvlekkenpoetsen zal vergen. Maar toch is weer niet zo veel te zien als de verwende bezoeker van de jaarlijkse Eindhoven Design Academy verwacht. Tuurlijk, Duitsland,
dan zeg je Grohe kranen en Gardenaslangenhaspels en Hiltie apparatentuig, en een Audi aluminium body
opgehangen aan het plafond als een kroonluchter in de Keulse dom, maar waar zijn Benz, Porsche en VW? Veel uitgestalde waar mag je aanraken, maar na verloop van tijd ontdek je steeds vaker de irritante ‘nicht berühren’ bordjes en het gemis van productinformatie (materialen, prijzen, datering). Naarmate je dichter bij het dak komt, stijgt de temperatuur als in de nok van een zorgcomplex of wietkwekerij. In dit museum, nou ja, museum: geen airco. Wel soort van zwevende loopbruggen van staal en beton, die na het drama in Genua onheilspellend hoorbaar kraken en meegeven. 2000 voorwerpen uit 45 landen. Echt? Bij de uitgang denk ik meer aan 750 stuks, gemakkelijk te doen in een uur. Buiten, ha frisse lucht, volgt de ene verwondering op de andere als regeringsperioden van Die Angela: wilde vlinderstruiken en gulden roede in een kunstig vormgegeven en licht aangetast industrieel geheel met in cement verzonken spoorlijntjes, reuzenraderwerken, oneindig lijkende roltrappen, overal buiten zittend rokend personeel en een informatie-Ecke met twintig centimeter dikke betonnen muren. Twee verbeterpunten: maak alles interactief en aanraakbaar en maak een ruimte waarin elk jaar twaalf eindexamenwerkstukken van de designacademie te zien (en aan te raken) zijn.