De Lijst van Rob Stoker

Rob Stoker

Een oud-collega die een roman schrijft, dat maak je hoogstzelden mee. Mijn oude school is plaats van handeling, dus zit ik op het puntje van de stoel. Met veel interesse en plezier heb ik De Lijst gelezen.  Het  gaat niet over ‘de boekenlijst’ maar over een wraaklijst van een gefrustreerde leraar muziek met een nogal traditionele kijk op vrouwen. Muziek is niet het belangrijkste schoolvak en daar lijdt hoofdpersoon Tim van Galen bovenmatig onder. Hij is het mikpunt van spot van enkele collega’s en zijn vrouw. Tim besluit een lijst aan te leggen van collega’s die hem zieken: des te hoger het aantal punten, des te ruwer zijn wraakactie zal zijn.

Hier openbaart zich gelijk een zwakte in het boek. Een wraakactie eindigt in een ongeloofwaardige situatie: een beroerte na een hevige schrik is te veel van het goede. Hierdoor wordt het boek meer een thriller voor de jeugd dan een roman voor de volwassen lezer. De door cynisme verteerde Tim van Galen gaat te luchtigjes voorbij aan het verwoestende effect van zijn wraakactie; de totale paniek en innerlijke ontreddering duren maar heel even.

In Stokers boek herken ik brokstukjes van rafels van randen van schaduwen van oud-collega’s en uitvergrote stereotyperingen van schoolse werkelijkheden in de leraarskamer, bij rapportenvergaderingen, bij oudergesprekken (hoewel Van Galen ook hier wat cynischer aandoet dan goed voor de geloofwaardigheid van het boek is), de communis opinio over de uitzonderlijke positie van gym, de kerstmaaltijdhorreur, de cursusziekte in het onderwijs, het cijfersysteem Magister, de jaarlijkse grote avond, chantabele collega’s, gehannes met wachtwoorden, inloggegevens en mobieltjes, enzovoort en zo verder.

Tegenover de frustratie en ontevredenheid met zijn leven en vooral zijn relatie met zijn vrouw Wilma staat het vlammetje van een ontluikende verliefdheid op een leerling. Die verliefdheid is wederzijds en dat doet een gelukkig eind vermoeden. Stoker slaagt erin de hoofdpersoon dermate klunzig te laten opereren dat door de op elkaar gestapelde fouten hij uiteindelijk terecht komt onder de uitkomst biedende touwen in de gymzaal. Maar omdat daadkracht hier ontbreekt eindigt Tim van Galen schlemielig als een campingmuzikant in Frankrijk. Dat hij hier onvindbaar zou zijn is een van de vele ongerijmdheden.

Sterke spanningscomponenten in De Lijst maken dat je blijft lezen. Een vergeten leesbril, stiekem met een mobieltje gemaakte foto’s, een parfumgeurtje, een door de schooldirecteur (die zich aan het eind van het boek ontpopt als een bekwaam rechercheur) over het hoofd geziene aanwijzing in de vorm van een G-muzieksleutel, een autoportierraam als brievenbus, maken het boek een sterk jeugdboek. Vier sterren.

En de namen in het boek, geven die nog een link naar de werkelijkheid? Niet dat ik weet. Natuurlijk geven de namen persoonsinfo, je heet niet voor niets Henk Baas of Wekema. Ook hier ligt weer het cliché op de loer: Thomas Müller is natuurlijk de gymdocent en je hoeft niet te raden wie een creamuts is. Ook de liedtekstwoorden (What have I done?) spreken voor zich. Dat schrijver Stoker niet van gisteren is bewijst het taalgebruik van Sem.

Na Stokers debuut Dertig messteken is De Lijst een mooie start op weg naar meer. De omnipresentie van de schrijver geeft de lezer concrete beelden vanuit elke persoon. Ik zou zeggen: verfilmen met vooral ontelbare close-ups van flesjes en doosjes op de trap. (En ach die vier of vijf taalfoutjes: soit, die worden er bij de 2e druk wel uitgefilterd.)

Wie is er bang voor Virginia Woolf?; De Lege Ruimte, Beilen (vrijwillige bijdrage)

Beilen, vrijdagavond 9 november 2018. Slordig geparkeerde auto’s en fietsen voor de deur. Door de dichte gordijnen sijpelt licht.  In de keuken is het voorprogramma: in een bench vertonen negen labradoodles hun onschuldige kunstjes. In de tot theater omgetoverde huiskamer proeven zo’n vijfentwintig toeschouwers een heel wat minder onschuldig theater.

Martha en George

Op de pick-up een plaat met Sweet Valentine. Een echtpaar van middelbare leeftijd zegt elkaar lachend de waarheid. Steken onder water veranderen fluks in steken boven water. Dat George kotsmisselijk van haar is. Dat Martha hem een zak vindt, een lul. De toon slaat om in vriendelijkheid wanneer een jonger echtpaar, Nick en

Martha, Honey, Nick George

Honey, op bezoek komt. Het is drie uur in de ochtend en de drank vloeit rijkelijk. Er wordt geflirt, gescholden, toegedekt en onthuld, gezopen en gekotst. George en Martha zijn tot elkaar veroordeeld. Ze slingeren heen en weer tussen elkaar vasthouden en elkaar verwensen. Dat auteur Albee tot de ‘angry young men’ gerekend wordt verbaast niemand.

Twee keer wordt het meesterlijke spel onderbroken door een pauze van een kwartier. Het publiek is onder de indruk. We zien amateurs vermomd als profi’s in een huiskamerzetting. Vooral Dick van Veen (George) imponeert. Van anderhalve meter zien we zijn sprekende kop. Nu eens lachend, dan weer grimmig en vilein als een rat. Ook als de spelers niet spreken, zijn ze duidelijk. De lichaamstaal is veelzeggend, even veelzeggend is het neurotisch krabben aan een drankflesetiket van Honey die symbolisch tot de kern wil doordringen. Een opgetrokken wenkbrauw, een gekrulde lip, een klakkende tong, een geile zoen, trillende neusvleugels, barstjes in lipstick: onze ogen zijn als inzoomende alles registrerende camera’s.

George, Honey, Nick Martha

Door de drie bedrijven heen wordt de sfeer openlijk vijandiger. Er wordt gekwetst, gevloekt, getierd, gepest en geschreeuwd. We maken kennis met een academisch milieu dat schaamteloos ontluisterend, theatraal beklemmend en agressief destructief is. Met humor gelukkig, zodat de schaduwen van de rafels van de randen iets herkenbaars krijgen. Maar mild wordt het nergens. In het derde bedrijf worden perverse spelvoorstellen gedaan als gastheertje vernederen, gastvrouwtje dekken en gastje grijpen. Een omarming wordt de totale oorlog genoemd.   Er moeten heel wat verhullende, maskerende laagjes worden weggekrabd vooraleer we de menselijke laag van verdriet en vertwijfeling herkennen, interpreteren en daarna proberen te begrijpen.

Na de voorstelling kan er worden nagepraat met de spelers, genoten van de gastvrij klaarstaande hapjes, drankjes en hondjes.

Dick van Veen – George, Suzanne Groote – Martha, Sonja Speelman – Honey, en Helmar Rouwenhorst – Nick spelen, geregisseerd door Jos Visscher, voor de twaalfde keer Wie is er bang voor Virginia Woolf. Na vanavond nog achttien keer te gaan. Deze productie van De Lege Ruimte kwam tot stand met subsidies van de provincie Drenthe en de gemeente Assen. Aanleiding was de expositie The American Dream (http://klaastaal.nl/the-american-dream-amerikaans-realisme-1945-2017-in-assen-en-emden/)

 

 

 

 

De Ploeg 9: Galerie Van Strien (4 november – 27 december 2018) 100 Jaar De Ploeg

Thomas Dijkstra

Belangstellend gadegeslagen door Van der Valks verre toekan tonen maar liefst elf Ploegschilders hun werk bij galerie Van Strien in Nieuw-Amsterdam: Marjan Cornelius, Willem Corsius, Thomas Dijkstra, Harriët Geertjes, Annelies Gommer, Arien de Groot, Marten van Holten, Geert Schreuder, Mary Velthoen, Aly van der Wal en Janny van der Woude.  Historie en vooruitgang komen hier bij elkaar aan de periferie van Nederland. Aan Duitse zijde overzien van vooruitgang getuigende windturbines de streek die ooit werd gedomineerd door turfstekers, illegale jeneverstokers en heideplaggers. Godzijdank werd de regio aan de vergetelheid onttrokken door Vincent van Gogh en Max Liebermann die hier eind negentiende eeuw ronddoolden en artistieke sporen nalieten. Nieuw-Amsterdam begint met een splinternieuwe kade aan de Vaart Zuidzijde Friese watersportallure te krijgen en het verderop gelegen Erica en Weiteveen hebben al voldoende allure met resp. bard Daniël Lohues en een door de koning geopende schaapskooi.

Willem Corsius is de eerste die het spreekgestoelte bestijgt. Hij maakt reclame voor twee interessante Ploegpublicaties. Daarna betreedt Peter van Strien de zeepkist. Hij verhaalt van een protestgroepje Groninger kunstenaars dat protesteert tegen de aandacht voor De Ploeg. Schertsend spreekt hij van tegenacties in de vorm van ‘een schop onder de kont’ en ‘met een knokPloeg eropaf’.

Een voor een stelt hij de Ploegkunstenaars voor aan de ca. vijftig aanwezigen die gedurende zijn woorden zichtbaar moeite doen de alvast uitgestalde hapjes en drankjes even te laten voor wat ze zijn.

De toespraken bieden ampel gelegenheid om door de ramen naar buiten spiedend even weg te dromen. We zien grijze Drentse landschappen langzaam oplossen in een aarzelende nevelige schemer. Van Strien wil gezegd hebben dat De Ploeg meer is dan landschappen & ploegen die strakke voren trekken en memoreert:

  • detail Marjan Cornelius

    de kleurige feestmutsen van Marjan Cornelius en glaswerk in houtskool en potlood;

  • de strakke Waddenlijnen van Marten van Holten;
  • digimateriaal en driedimensionaal werk van Willem Corsius;
  • de geheimzinnig dreigende parkeergarages van Annelies Gommer;

    Annelies Gommer

  • de landschappen van de geest van Arien de Groot;
  • de liefde en fascinatie voor en de worsteling met de dingen die voorbijgaan en de schoonheid van verval van Geert Schreuder;
  • Aly van der Wal die erin slaagt het land, water en de lucht bijeen te brengen met het licht als de grote tovenaar;
  • Harriët Geertjes die in haar zoektocht beeld en intentie doet samenvallen;
  • Janny van der Woude die twee ‘plein-airtjes’ toont;
  • de mevrouw in het zwembad van Mary Velthoen die de worsteling van de mens (= wij) om het hoofd boven water te houden, toont;
  • en tenslotte Thomas Dijkstra die een thuiswedstrijd speelt en evenwicht in de expositie brengt met wat groter werk, o.a. een grote dame die vlakbij de entree de bezoekers welkom heet.

Na een liefdevol ingepakt overheerlijk augurkje en een glaasje witte wijn zien we zowaar een van kou rillende toekan goedkeurend knipogen.

Najaarsconcert Toonkunstkoor Emmen 3 november 2018 (€ 27,50)

Prima koor, uitstekend orkest, heel goede solisten, vakkundige dirigent, aangename akoestiek, redelijke stoelen, matige catering¹, povere publieksorganisatie², professioneel programmaboekje en ge-wel-di-ge muziek. De balans tussen het orkest en het zestigkoppige koor is stevig als een duwbootconstructie op een rivier. Bij de start houd ik mijn hart vast: we tellen slechts vijftien mannen. Maar het gaat (net) goed. Binnenkort bestaat het koor 75 jaar, als die verrekte griep zich maar gedeisd houdt …

Het koor is in drie rijen verdeeld. Dat zouden, gezien de curieuze breedte van de zaal (de G. H. kerk te Emmen) ook twee hebben kunnen zijn. Voor het publiek is het jammer dat sommige koorleden bij de meest simpele teksten naar de bladmuziek blijven turen als koningskinderen naar hun belastingvrijstellingen.

Toonkunstkoor Emmen met v.l.n.r. Van Heel, Janssen, Ziegler en Raykov

Klinkt de start van Bachs Magnificat nog wat onzeker, gaandeweg het concert, zeg maar vanaf het Fecit Potentiam en vooral bij Suscepit Israel, wordt het echt muziek. Vooral de sopranen spetteren en laten de systeemplafondplaten trillen. De muziek leidt me helemaal af van de bestudering van de op een tattoo gelijkende, met glittertjes ingezette mouweinden van soliste Helena Van Heels robe. En wow wat hebben de solisten Henrieke Janssen, Evelyn Ziegler, Daniël Vecht die stevig op Sven Kramer lijkt  en Mattijs Hoogendijk een goede inbreng, een beetje als de teamleiders in een schoolorganisatie.

In Vivaldi’s Gloria hoor je goed dat Bach net wat meer noten nodig had voor zijn meesterwerken dan deze Italiaan en later ook Mozart met zijn Krönungsmesse. De start met Gloria in exelsis Deo belooft wat: lekker weinig tekst en een goede koorpresentatie. De mannen zijn zelfs heerlijk bezig in het Qui tollis peccata mundi. Dirigent Iassen Raykov heeft soms maar minimale handbewegingen nodig om het koor te leiden naar wat de componisten bedoelden.

Er is wat verwarring na afloop van het eerste deel, mag er nu wel of niet geklapt worden. Deze klapkramp veroorzaakt een koddig tafereel wanneer het publiek applaudisseert als de solisten al halverwege de koffiekamer zijn. Brrr.  Klassiekemuziekuitvoeringen zouden nog leuker worden als de musici niet steeds zouden doen alsof hun concentratie bij het minste of geringste applaus zou oplossen als publieksdorst bij het gemis van een lekker pauzedrankje.

Dan de Krönungsmesse van Mozart. Er wordt van harte gemusiceerd, het koor zingt bij vlagen voluit en ongeremd en in een prachtige combi met de solisten. Een krakende stoel, papiergeritsel, onverstaanbare teksten, wie maalt daarom bij het horen van het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei: prachtig, prachtig.

 

¹Koffie en thee voor € 1,- uit kannen schenken in de pauze kan eigenlijk niet meer. Inruilen voor flesjes fris, bier en glaasjes wijn.

²Stoelen vrij houden voor sponsoren, brrr. Op de eerste rij heb je dan twaalf lege plaatsen voor typen die betalen om maar niet te hoeven komen.

Kampioenschap Light Verse Emmen (28 oktober café Groothuis, € 15,-)

Een volle zaal, ongemakkelijke houten terrasstoeltjes, tien dichters (acht wedstrijddeelnemers en twee presentatoren), een liedjeszanger die maar blijft puberen: kortom een prachtmiddag. Özcan Akyol had zonder kennis van zaken bij DWDD opgemerkt dat het light verse zo goed als dood was. Deze middag bewijst het tegendeel. Natuurlijk, in de literatuurgeschiedenis en literatuurkritiek bestaat Light Verse marginaal, net als korfballen in de sport. Opvallend, en weer net als in het korfbal: bijna alle acht deelnemers vanmiddag komen uit plattelandsregio’s. Bekende namen uit de oude en dode doos zijn: Kees Stip, Drs. P en Driek van Wissen. Nog levende light-verse mastodonten: Lévi Weemoedt, Ko de Laat en Kees Torn. In Drenthe hebben we het illustere viertal Boudestein, Hoogland, Peters en Omvlee.

Vorm- en klankvastheid zijn bij light verse net zo belangrijk als regelgeving bij subsidieaanvragen. Om het voor de jury gemakkelijker te maken worden er deze middag ‘performance’ en ‘actualiteit’ aan toegevoegd. Houd je je bij Tachtiger Kloos’ definitie van poëzie als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie dan red je het deze middag niet. Bij light verse wordt de emotie vervangen door de rekenliniaal. Zorgvuldig worden rijmschema’s toegepast en versvoeten en lettergrepen geteld. Lichtvoetigheid, niet per se gelijk aan humor, telt ook nadrukkelijk mee.

Melvin Bonnet

Van de 62 inzenders haalden acht de finale. Ieder krijgt zes minuten de tijd om werk voor te dragen. Twee doen dat uit het hoofd. Liedjeszanger Melvin Bonnet mag maar liefst vijf keer zijn zorgelijke, ironische, sarcastische, puberale, dwarse, confronterende, leuke gedachtenspinsels met ons delen: over een depressie, zijn ex-vriendin, zijn liefde voor lelijke vrouwen, de complexe zorg voor zijn pielemuisje en meer. Kortom: <in zijn woorden> ‘kutmuziek voor een kutpubliek’.

Terug naar de acht finalisten:

Wim Meyles (1949), oud-docent Engels uit Sint Pancras start met drie sonnetten en enkele filosofiertjes. Onderwerpen die voorbijkomen: de tijgermug, de Hollandse fauna en grafschriften.

Dan Inge Boulonois (1945), ex-stadsdichter van Heerhugowaard die met een fluwelen stem over minister Bruno Bruins, haar niet bestaande X-benen en een hete hooimaand schrijft.

Nog een ex-stadsdichter, Arjan Keene (1963) uit Ede die ooit goed scoorde in de Turing- en Willem Wilmink-wedstrijden. Keene trekt de aandacht met Vijftig Tinten Drenthe.

Dan titelhouder, leraar, cabaretier Machiel Pomp (1968) uit Posterholt: legerkistjes, een guerillabroek en trui met hoodie. Mooie woordvondsten, een stem als een klok en alles uit het hoofd. Over performen gesproken!

Abbing

Christiaan Abbing (1984), vakleerkracht groep 5/6 uit Veenendaal komt het fraaist bij de actualiteit door een vers te verscheuren analoog aan het pas geveilde kunstwerk van Banksy.

Een thuiswedstrijd is het voor oud-onderwijzer Bertus Beltman (1941). Beltman,

Beltman

nestor in de groep gemeentedichters in Emmen, eert in zijn verzen Ben Feringa en FC Emmen en leest een ballade over ‘De laatste wil’ voor.

Uit Zaltbommel komt Marion van Rooij. Zij brengt Kees Stip in onze herinnering met enkele fraaie Trijntje Fops, bijvoorbeeld met ‘Op een kapoen’.

Niels Blomberg (1958) uit Almere vergelijkt de twee onlangs overleden zangers Aznavour en Koos Albers met elkaar en gaat via de Col du Vam, Track & Trace naar Trek in Trees. Ook alles uit het hoofd!

Dan beraadt de jury zich even en krijgen Van Pamelen en Zinnemers de gelegenheid hun kunsten te vertonen. Eindstand: op drie Abbing, op twee Keene en als winnaar Pomp.

vlnr: winnaar Pomp, presentatorduo Zinnemers en Van Pamelen

 

 

Strepen

Of je hem een strepenfetisjist kan noemen is onbekend. Wel dat hij van strepen houdt. Hij twijfelt nog over zijn hipsterbaardje, wel of geen voren. Op een camping nabij Bilbao schiet hij ’s morgens in zijn blauwe Adidas sportbroek. De broek is veel te ruim. Tot ongeveer tien jaar geleden kocht hij, vitale zestiger, alles een maat te groot. Zijn vrouw, die lang in de psychiatrie heeft gewerkt, begrijpt hem nu eindelijk. Erboven een wat verschoten Adidas hemd. De strepen van het hemd lopen bijna door in die van de broek. Zijn zoon had hem weleens de suggestie gedaan zijn benen af te plakken met afplakband dat schilders zo graag gebruiken om zo een verticale natuurlijke en van schouder tot voet doorlopende belijning te maken. Scherts natuurlijk. Op de ongemakkelijke tafel voor hem ligt een bijna twee weken oude El País. Zijn Spaans stokt. Gulzig drinkt hij twee koffie. Op weg naar het toiletgebouw draagt hij fier zijn toilettas en een schone nieuwe onderbroek in zijn linkerhand en de bandhanddoek in de rechter. De onderbroek zoals altijd onder de toilettas. Ook houdt hij met de rechter de koordjes vast die uit de broeksband bungelen. Omdat ze straks toch weer los moeten kan ik ze net zo goed even vasthouden, is zijn idee. Behendig en met twee tegelijk neemt hij de traptreden. Zijn bovenbenen doen hun werk als cilinderzuigers. Wie dat niet gelooft mag ze betasten. Net voorbij de deurloze opening van de chemische stort, wordt hij aangeroepen door een vrouw. Het is een bloedmooie plattelands Française. Hij schat haar eind vijftig. Terwijl hij die schatting maakt realiseert hij zich dat ze dan waarschijnlijk eind zestig is. Of hij de uitgang naar la plage weet. Bij de receptie had ze wel een plattegrond gekregen, maar dit soort dingen haalt ze altijd door elkaar, vooral de laatste tijd. Iets in haar maakt dat hij haar wantrouwt. Hoe stom kan je zijn? Je ziet in de verte de schuimkoppen van de oceaan die wanhopig opgewonden en doelloos de scheiding tussen vloed en eb proberen te markeren. Wat is Frans toch een gemakkelijke taal. Gewoon even prendre vervoegen, dan een strategische keus maken tussen tu en vous en de r een beetje laten rollen. En vooral niet vergeten aan het eind van de zin je stem wat omhoog te laten gaan. Bij het woord links maakt hij zijn standaardgrap ‘de plaats waar het hart zit’. Ze kijkt hem niet begrijpend aan. Zeker iemand uit het noordoosten, denkt hij, die verstaan schoolfrans slecht. Omdat zijn sluitspier ongeduldig wordt neemt hij de handdoek over van rechts naar links en wijst naar de zee. Vol begrip en mededogen kijkt ze naar beneden waar de strepen van zijn afgegleden sportbroekje zonder effect naadloos proberen samen te smelten met de kleurige horizontalen van de Effio-sokken.

San Sebastian / Donostia

Aan de uiterste westzijde van de baai in San Sebastian zijn drie stalen sculpturen tegen de rotsen geprikt als punaises op een planbord. Of ze symbool staan voor de Euro’s die Spanje binnenstromen, vraag ik een Spaanse meneer in mijn tussen A1 en A2 zwevende Spaans. Eerst begrijpt hij me niet. Even later stapt hij op me af en zegt verrast nu de gelijkenis met het € – teken te zien. Hier vlakbij een interessant soort Land Art (of Wind Art). Door vijf buizen die op een pleintje uitkomen wordt op onverwachte momenten harde wind geblazen, veroorzaakt door verhoogde luchtdruk die ontstaat door tegen de rotsen beukende golven. Vrouwen met pit gaan er wijdbeens boven staan en laten de wind doen wat ooit Marilyn Monroe hen op een foto voordeed. San Sebastian of Donostia is een heel mooie stad. Net voorbij de Pyreneeën met zijn harde, gemene uitlopers die racefietsers kunnen plagen, prikken en kwellen als Palestijnse humor rabbijnen. Aan de Atlantische Oceaan met de Kontxa Baai zijn zachtgouden stranden waar een parasol € 18,- per dag doet. Tussen 11.00  en 14.00 uur is hier een interessant verschijnsel te zien. Duizenden mensen lopen als mieren of beter pinguïns of nog beter de laatste katholieken in een soort mars, colonne of processie langs de waterkant. Van oost naar west en van west naar oost, zorgvuldig beide lichaamszijden beurtelings aan de zon gunnend. Rustig maar niet slenterend, opgewekt maar niet schaterlachend, ongeordend maar niet chaotisch, overduidelijk met een door niemand betwiste bedoeling maar nooit blindelings. Het lijkt wel automatisch, bijna een natuurverschijnsel. Op de kaart bekeken loopt de rivier Urumea de stad uit als de pisbuis uit een mannenlijf. Grote parken vormen de groene longen. Een schitterende fietsbaan, de caril rojo, brengt de fietser waar hij maar wil zijn. Natuurlijk is er een handvol musea, maar er is ook het Tabakalera, een Internationaal Centrum van Hedendaagse Cultuur. Een groot en mooi gebouw aan de Urumea en vlak naast de spoorlijn. Op het plein ervoor wordt de bezoeker strak voorbijgekeken door een prachtgraffito van een traditioneel geklede, serieus kijkende Afrikaanse vrouw. Het Tabakalera is geen museum. Desalniettemin zijn er interessante exposities. Nu een overzicht van Filmische Fotografie van Eloy de la Iglesia, Oscuro Objeto de deseo (obscure gewenste objecten). Indringende foto’s. Een kolossaal en een hele muur dominerend jongensportret zoals elke man zich graag herinnert, compleet met navelpluis. Iets verder een bloedstollende injectienaald die mannen nachtmerries bezorgt. Om de hoek een vrolijk makende binnenhuis graffito op een bont beschilderde ateliervloer die bij kijkers glimlachen tevoorschijn tovert als  de afschaffing van dividendbelasting bij ceo’s. 

Turk in Almere-zuid over Friese fonteinen en meer

Zoals de Turk in een Almeerse buitenwijk streeds Turkser wordt zo word ik in Emmen steeds Friezer. Woorden als cultuur, vooruitgang, moedertaal, hafabra, kerkorgels, schaatsen, kaatsen, zeilen, paarden, zelfredzaam, windenergie, betaaldvoetbal, eigenzinnig, eiland, infrastructuur, gemeenschapszin, kaas, artistiek, literatuur, kunnen niet voorbijkomen of ik maak de uitstap naar de moeder aller provinciën: F. Natuurlijk moesten we de elf fonteinen zien. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad (voor Maastricht, voor Groningen en voor Haarlem) delen ook de andere tien steden mee in de winst. In elke stad, behalve Dokkum, want Dokkum is wat traag, wordt een fontein geïnstalleerd. Mooie dingen hoor die fonteinen, daar niet van. In één woord kwetsbaar, origineel, bijbels, over-the-top, artistiek, decoratief, duur, vergankelijk, sober, prachtig, allemaal tegelijk. In IJlst een boeket blommen op een zwarte tol, in Stavoren een Jonas; ongelijk de bijbelse variant is deze via een permanent openstaande bek te betreden: mensen wordt in ruil voor een nat pak toegestaan op de tong te gaan zitten en een Jonaëske ervaring op te doen.

Voorbij Hindeloopen, net voor Workum kijk je even naar links. Zonder na te denken rijd je door, totdat je beseft wat je ziet: een opdekoppe boerderij. Hoe ‘oarsom tinke ‘oarsom bouwe’ wordt. Kijk zelf en verbaas je met mij….

Te koop vlinderstrikjes

model: Riekeltsje

Vanaf nu in de rubriek TE KOOP: vlinderstrikjes gemaakt van metaal.

Er zijn acht modellen, elk met een eigen naam. De dassen zijn handgemaakt en daardoor dus uniek. Volgens mannenmodegoeroe Arno Kantelberg hoeft de Nederlandse man nooit bang te zijn overdressed te zijn. Vlinderdasjes van ijzerdraad zijn apart, nieuw, hip en sexy. En goedkoop. Alle modellen kosten € 39,95,- en dat is inclusief geschenkdoos en naar inzicht van mij: verzending of bezorging. Nog een noviteit: door de even simpele als effectieve als exclusieve sluiting onder de boord, kan de drager zichzelf redden.

een paar keer draaien en klaar

Dus geen gestress met vrouwenhanden voor slecht verlichte spiegels in hallen, walk-in-closets of een obscure hoek in de slaapkamer. Een met kunststof gecoate stalen kern wordt enkele keren om elkaar gedraaid en klaar! Bestellingen via: info@klaastaal.nl.

Verkoopadressen:

Van Nelleke, Conceptstore, Wilhelminastraat 77 Emmen;

Galerie Micksart, Hoofdstraat 20, Emmen.

model Grutte Pier

8 modellen

Red Dot Design museum, Essen (D) € 9,-

Ga voor het indrukwekkende Ruhrgebied met het meer dan schitterend industrieel complex dat een compleet beeld schetst van de Duitse kolenindustrie in de vorige eeuwen, inmiddels Unesco-werelderfgoed. Verwonder je over de vernuftige kolossale industriële ijzeren installaties in gebouwen van donker baksteen met immense stalen deuren en ijzeren kozijnconstructies met middeleeuwse isolatiewaarden. En zie designs van fietshelmen, bestek, rugzakken, telefoons, klemmetjes, sportkleding, mountainbikes, kookplaten, kunststof kozijnen die in de EBI in Vught niet zouden misstaan, een gyrocopter, en meer. Badkuipen, elektrische ramen, pennen, laptops en wastafels waarvan de schoonmaker die in elk mens huist kan zien dat gebruik ervan een dag lang spatvlekkenpoetsen zal vergen. Maar toch is weer niet zo veel te zien als de verwende bezoeker van de jaarlijkse Eindhoven Design Academy verwacht. Tuurlijk, Duitsland, dan zeg je Grohe kranen en Gardenaslangenhaspels en Hiltie apparatentuig, en een Audi aluminium body opgehangen aan het plafond als een kroonluchter in de Keulse dom, maar waar zijn Benz, Porsche en VW? Veel uitgestalde waar mag je aanraken, maar na verloop van tijd ontdek je steeds vaker de irritante ‘nicht berühren’ bordjes en het gemis van productinformatie (materialen, prijzen, datering). Naarmate je dichter bij het dak komt, stijgt de temperatuur als in de nok van een zorgcomplex of wietkwekerij. In dit museum, nou ja, museum: geen airco. Wel soort van zwevende loopbruggen van staal en beton, die na het drama in Genua onheilspellend hoorbaar kraken en meegeven. 2000 voorwerpen uit 45 landen. Echt? Bij de uitgang denk ik meer aan 750 stuks, gemakkelijk te doen in een uur. Buiten, ha frisse lucht, volgt de ene verwondering op de andere als regeringsperioden van Die Angela: wilde vlinderstruiken en gulden roede in een kunstig vormgegeven en licht aangetast industrieel geheel met in cement verzonken spoorlijntjes, reuzenraderwerken, oneindig lijkende roltrappen, overal buiten zittend rokend personeel en een informatie-Ecke met twintig centimeter dikke betonnen muren. Twee verbeterpunten: maak alles interactief en aanraakbaar en maak een ruimte waarin elk jaar twaalf eindexamenwerkstukken van de designacademie te zien (en aan te raken) zijn.