
Stijn aan het werk
Wethouder Robert Kleine, tentoonstellingmaker Joost Slijpen, AKE-voorzitter Cora Lameris, gitarist Gerard Rolink, mondharmonicaïst Chris Vrijbloed, communicatieofficier Suze van der Ster, vrijwilligers Petra Folkertsma, Roelie Overvoorde, Nelleke van den Berg en Inge Bousema: allemaal leuk en aardig, maar het ging vanavond natuurlijk om de twee jongste AKE-leden STIJN Weekamp (2004) en TEUN van Dijk (2002). Beiden zijn al enkele jaren lid van Amateur Kunstenaars Emmen. Zijn jongeren in de sport een natuurverschijnsel, in cultureel angehauchte clubs bepaald niet, daar zijn ze zo zeldzaam als roetveegpieten op het platteland. Met verve stonden Stijn en Teun geconcentreerd te arbeiden voor in de zaal.

Teun (voor) Stijn (achter)
In zowat alle openingswoorden werd dit tweetal aangehaald. Wat doen twee jonge kerels bij het vergrijsde AKE? Teun (Emmerhout, 5e klas VWO):”Ik houd van tekenen en schilderen. Dat artistieke komt nog in de familie voor, de internationaal bekende kunstenaar Adrie de Fluiter is namelijk een oom van mijn vader. De kwaliteit van de kunstlessen op school is, eh, wat oppervlakkig, er is ook weinig tijd voor. Bij AKE oriënteer ik me op kunst en leer ik de basisvaardigheden. Het is een belangrijke hobby voor mij. Over tien jaar? Dan ben ik architect.” Stijn (Parcival College Groningen, h/v): “Op school krijgen we slechts een blokuur tekenen, voor mij wat te weinig. Bij AKE ontwikkel ik mijn tekenvaardigheden.”
De Emmense amateurkunstenaars exposeren al sinds jaar en dag bij het CBK Emmen. In de afgelopen periode scoorde AKE goed met een expositie in het Rensenpark. Meer dan 5.000 bezoekers bezochten de groepsexpo. Voorzitter Cora meldt dat deze expositie voor een vijftig nieuwe leden heeft gezorgd.

Mariola Bekel: sieraden
Wethouder Robert Kleine heeft de wanden van zijn kantoor permanent ter beschikking gesteld van AKE-leden.

Jan Liewes: Koolzaad
Op deze manier is hij verzekerd van een verse aanvoer van landschappen, bloemen, planten, een prachtig expressionistisch lammetje, enz. waar hij geen omkijken naar heeft. Hij roemt de samenwerking AKE – CBK. Samen met Stijn en Teun opent hij de expositie. Joost Slijpen is trots en blij en prijst deze expo als een fantastische en noemt, vanwege de drukte, vandaag een Black Thursday, parallel aan de in Amerika superdrukke Black Friday. Cora Lameris gaat in op de laagdrempeligheid van AKE.
Meer dan tachtig werkstukken worden in ‘Groei’ getoond. Keramiek, sieraden, installaties, collages,

Janny Eising: Lammetje
houtskooltekeningen, aquarellen, natuursteen, olieverven en meer. Eyecatcher is natuurlijk een mooie fontein.

Nadja Kerkmeer, Bart Mol: Installatie
Wethouder Kleine verklaart stellig dat dit kunstwerk nu net niet op zijn werkkamer een plaats krijgt, vanwege een mogelijk te sterke plasreflex. Natuurlijk zie je veel kwaliteitsverschil, maar het plezier dat van de getoonde werken afspat is overduidelijk. En dan die lekkere muziek op de begane grond…

Chris en Gerard


In de mobiele bios Locacinema van Emmens Filmhuis kijken zo’n honderd gasten in de grote zaal van het CBK-gebouw, zonder verduisterende gordijnen maar met gitzwarte raampartijen, naar een film over Escher, die de meesten nog van vroeger kennen van de grote stapels onverkoopbare ramsj bij wat destijds De Slegte heette. We zien een kwetsbaar kind uit Leeuwarden dat naar Toscane moet verhuizen om aan te sterken, en zich ontwikkelt tot een succesvol kunstenaar met wiskundige inslag die trouwt met een vrouw die aanleg heeft voor psychische problemen met wie hij twee zoons krijgt van wie er een later korte tijd achter de Italiaanse fascisten aanloopt. Eschers vrouw ontwikkelt wat ‘mental problems’, Escher zelf op latere leeftijd darmkanker. Escher is iemand die zijn hele leven twijfelt aan zichzelf en zich steeds minder begrepen en daardoor eenzaam voelt. Commerciële gasten in Amerika vergrijpen zich aan zijn werk door orgastisch- psychedelisch kleuren te rammen in de sobere grijs- wit- en zwarttinten en deze piraterij dan voor te veel geld illegaal verkopen.
Als je Eschers werk bekijkt verbaast het dat hij is begonnen met modellen en landschappen, veelal houtsnedes. Schitterend komen de prachtige, soms gemetamorfoseerde beelden voorbij van eindeloze trappen, vlinders, reptielen, vogels en vissen die in elkaar overgaan. Het wiskundige in zijn werk noemt hij het resultaat van eindeloos zoekend systematiseren en weer vraagt hij zichzelf af of het wel kunst is wat hij maakt.


















Aan de uiterste westzijde van de baai in San Sebastian zijn drie stalen sculpturen tegen de rotsen geprikt als punaises op een planbord. Of ze symbool staan voor de Euro’s die Spanje binnenstromen, vraag ik een Spaanse meneer in mijn tussen A1 en A2 zwevende Spaans. Eerst begrijpt hij me niet. Even later stapt hij op me af en zegt verrast nu de gelijkenis met het € – teken te zien. Hier vlakbij een interessant soort Land Art (of Wind Art). Door vijf buizen die op een pleintje uitkomen wordt op onverwachte momenten harde wind geblazen, veroorzaakt door verhoogde luchtdruk die ontstaat door tegen de rotsen beukende golven. Vrouwen met pit gaan er wijdbeens boven staan en laten de wind doen wat ooit Marilyn Monroe hen op een foto voordeed. San Sebastian of Donostia is een heel mooie stad. Net voorbij de Pyreneeën met zijn harde, gemene uitlopers die racefietsers kunnen plagen, prikken en kwellen als Palestijnse humor rabbijnen. Aan de Atlantische Oceaan met de Kontxa Baai zijn zachtgouden stranden waar een parasol € 18,- per dag doet. Tussen 11.00 en 14.00 uur is hier een interessant verschijnsel te zien. Duizenden
mensen lopen als mieren of beter pinguïns of nog beter de laatste katholieken in een soort mars, colonne of processie langs de waterkant. Van oost naar west en van west naar oost, zorgvuldig beide lichaamszijden beurtelings aan de zon gunnend. Rustig maar niet slenterend, opgewekt maar niet schaterlachend, ongeordend maar niet chaotisch, overduidelijk met een door niemand betwiste bedoeling maar nooit blindelings. Het lijkt wel automatisch, bijna een natuurverschijnsel. Op de kaart bekeken loopt de rivier Urumea de stad uit als de pisbuis uit een mannenlijf. Grote parken vormen de groene longen. Een schitterende fietsbaan, de caril rojo, brengt de fietser waar hij maar wil zijn. Natuurlijk is er een handvol musea, maar er is ook het Tabakalera, een Internationaal Centrum van Hedendaagse Cultuur. Een groot en mooi gebouw aan de Urumea en vlak naast de spoorlijn. Op het plein ervoor wordt de bezoeker strak voorbijgekeken door een prachtgraffito van een traditioneel geklede, serieus kijkende Afrikaanse vrouw.
Het Tabakalera is geen museum. Desalniettemin zijn er interessante exposities. Nu een overzicht van Filmische Fotografie van Eloy de la Iglesia, Oscuro Objeto de deseo (obscure gewenste objecten). Indringende foto’s. Een
kolossaal en een hele muur dominerend jongensportret zoals elke man zich graag herinnert, compleet met navelpluis. Iets verder een bloedstollende injectienaald die mannen nachtmerries bezorgt.
Om de hoek een vrolijk makende binnenhuis graffito op een bont beschilderde ateliervloer die bij kijkers glimlachen tevoorschijn tovert als de afschaffing van dividendbelasting bij ceo’s. 