Als Bach een combi van Pele, Cruijff en Messi in één is, dan is Gijs Boelen de Donny van de Beek van het orgel. Boelen speelt Bach, Händel, Franck en Boelen. Omgezet in een persoonlijke lijst wordt dat: I: Bach, II: Boelen en Händel en Franck gedeeld op III. Zeer jammer dat Boelens eigen compositie Moto Ostinato niet te beluisteren is op YouTube; via Google kom je bij Petr Eben i.p.v. bij Boelen. Ook zijn Arabische Dans vind ik, na 43 seconden zoeken <en dat is voor internetsurfers verrekte lang> niet terug, ook niet op Boelens eigen website [waarop wel fragmenten van ander, ook lang niet misselijk werk, bijvoorbeeld van Einaudi, zijn te beluisteren]¹. Mijn Donny-van-de-Beek-vergelijking vindt onder de concertbezoekers geen weerklank behalve glazige ogen; dit is een bewijs van wat ik de orgelmuziekbubbel noem. Terug naar de muziek. Bach = een combi van Pele, Cruijff en Messi: de uniciteit en de kwaliteiten zijn ongeëvenaard. Boelen is een jonge organist, een allround middenvelder met zowel aanvallende als defensieve kwaliteiten, een veelzijdige voor wie wat op een exceptioneel complex muziekinstrument beuken en timmeren en vlijen en zoekend tasten en strelen en aaien en uitdagend masseren niet genoeg is, nee, hij componeert zelf. Daarmee ontstijgt hij het leger van uitvoerende musici en wordt een, eh kunstenaar. Niet een uitvoerder of namaker maar een maker. 
Terug naar het concert (op 29 mei ’19 in Coevorden, entree € 9,-). Waarom Boelen met Bach begint is een raadsel, maar daarmee zijn de verwachtingen gelijk hoog gespannen. Na de eerste seconden hoor je het al: hier speelt een topper, Ajax-waardig. Soms inhouden, pingelen, diep over links of rechts, een schijnbeweginkje, een verrassend schot op doel maar nooit schwalbes, overtredingen en shirtjetrekken. Bij een onverwachte situatie, een tweede bal op het veld: gewoon rustig opnieuw beginnen. We slaan Händel en Franck maar even over, the usual suspects zeg maar, prachtmuziek daar niet van en gaan naar Boelens eigen werk: Moto Ostinato. Veelvuldig herhaalde thema’s, ik noteer vier +’jes. Ik verbeeld me zelfs dat het swingt. Geen wonder. In de bijsluiter noemt Boelen invloeden van de symfonische rock en de jazz. En de Arabische dans brengt je naar de allermooiste stegen van de verlokkelijkste Marokkaanse kasbahs, je ruikt de kruiden, de hashiesh, je voelt de zinnenprikkelende zon en de verleidelijke blikken onder halve sluiers en als je niet oplet word je gebeten door een muzikale slang die zich uitrekt om de dansmuziek te horen en net als je een biljet van € 10,- onder een riempje om een snel bewegende buik van een sensueel dansende schone wil steken, is het voorbij.
En waarom dan toch maar een veertig bezoekers? De orgelmuziek moet uit haar zelfgecreëerde bubbel komen. De deuren open. Orgels staan vaak in slecht toegankelijke kerkgebouwen. Het lijkt erop dat de belangstelling voor orgelmuziek gelijke tred houdt met leegloop bij de gastheer. Net zoals Cruyff Foundation met Cruyff courts in stadswijken de jeugd barrièrevrij aan het voetballen krijgt moeten de Boelens van deze tijd orgels op platte karren monteren, de Champions League Hymne bewerken, Ed Sheeran, Duncan Laurence, Franse en Amerikaanse (en vooruit) Nederlandse rappers en zich op markten, sta(t)(d)ionspleinen, op festivals enz. enz. vertonen. Als de bliksem, nu het nog kan.
¹Herstel: een fragment van Arabische Dans staat wel op Boelens website. Ik vind het na 2.14 minuten zoeken.












Je kijkt naar verticale, zwart-witte banen op papier. Je ogen registreren iets anders dan je hersenen willen dat je ziet. Je denkt links stroken te zien die zich losrollen van het oppervlak. Je kan er een pen aan vastklikken. Denk je. Je ziet rechts dat de fraaie krul zich weer vloeiend aan het papier laat hechten en opnemen. Dat is wat Grignani’s kunst weet te bewerkstelligen: niks krul, maar vlak als gevlinderd beton.
Het misschien kleinste Europese museum, het M.A.X te Chiasso in Zuid-Zwitserland, een soort schoenendoos op poten, exposeert werk van Franco Grignani: fotografie, grafisch werk en (kleine) objecten. Het museum ademt rust en kalmte als een Zwitsers kantoor voor de registratie van bootvluchtelingen. Er worden speciale rondleidingen georganiseerd: voor (groepen) scholieren, werkers in het onderwijs, grootouders, vrienden van het museum en ouders met kleine kinderen. Ook zijn er speciale publiekspresentaties, internationale presentaties en manifestaties samen met Il Cinema Teatro. Voor deze activiteiten is tijd genoeg, want de expositie duurt maar liefst zeven maanden.
Fotografie is vaker kunstig dan kunst.
We zien een foto van ijzergaas achter spiegelend glas: een beetje vouwen, bijknippen en kneden, klaar, afdrukken maar, denk je. Bij iets langer spieden en turen ontwaren we nieuwe vormen en structuren, als je wil ontdek je een schildpadkop. Naast grafisch werk, het meeste in zwart en wit en het commercieelste, posters en affiches voor bedrijven, in kleur, en fotografie zien we ruimtelijk werk. Grignani ontwierp veel bedrijfslogo’s. Hij werd bekend door het Woolmark-logo, dat in 2011 door het Creative Review Magazine werd verkozen tot ‘Beste logo aller tijden’.
De expositie begint met een video over de kunstenaar. In één van de eerste zaaltjes zien we een prachtige potloodtekening die Grignani’s artistieke vaardigheid onderstreept. Buiten hangen pubers rond, met de rust van een Christen-Unie congres in de Alpen, verveeld chillend voordat de deuren na twee uren pauze, Zwitserland hè, weer openzwaaien.
Wethouder Jeroen Huizing zag met lede ogen aan dat de paasbulten dit jaar kleiner dan normaal zouden blijven vanwege een schaarste op het snoeitakkenfront. Vuurtjes stoken willen we allemaal. Zelf fakkelde ik, tot vorig jaar, zelfs tuinafval op. De wethouder zal ook van branden houden, schat ik. Royaal stelde hij voor dat de gemeente Coevorden snoeihout beschikbaar wil stellen aan paasbultbouwers. Paasvuren zijn een mooie traditie en er zijn hier kwade geesten genoeg die erom vragen met een vuurtje en rook verjaagd te worden. Wethouder Huizing licht zijn standpunt toe door te zeggen dat ‘de Randstad-elite’ zich te veel zou mengen in het Paasvuren-ja-paasvuren-nee-discours. De wettenhouder maakt hier gebruik van een veelgebruikte retorica-truc door kritische naturen een onecht label op te plakken, ook wel framen genoemd. Niet iedere kritische geest maakt deel uit van de Randstad-elite.


T/m 5 mei 2019 is de glasverzameling van Dale Chihuly nog te zien in het Groninger Museum. Ik hoorde er iemand over pochen. Ach, iedereen kan zich vergissen. Maar ja, niet iedereen heeft jeugdherinneringen aan een glazen asbak op tafel waardoorheen magische kleuren sliertten als uitgerekte olieresten in een sloot, of aan uitvergrote kleuren in het verenkleed van een kievit of een sierduif. Niet iedereen paart in het geheugenlabyrint de kleurenexplosie van de glazen bollen aan een doos kerstballen of stuiters die, eenmaal tevoorschijn getoverd vanachter het knieschot, de kleurenreceptoren in je ogen bijna deden exploderen als onweer je oren. Ook niet elkeen zal in zijn jeugd bij de Chinees hebben
gegeten, zittend naast een aquarium waardoorheen felgekleurde tropische visjes heen en weer schichtten als ongestuurde raketjes op oudjaarsavond. Die jeugdbeelden komen bij mij op als boertjes na een vette maaltijd als ik de kitscherige, fabrieksmatig geconcipieerde glasproducties in Engelse-dropkleuren aanschouw in het Groninger Museum. Het carnavaleske glas probeert zo fanatiek op een koraalrif te lijken dat het blasfemische proporties aanneemt. Hier, zo realiseer ik me, wordt een loopje met k u n s t genomen. Dat de museumdirectie heeft besloten een extra € 5,- te leggen op de entree voor handenarbeid en huisvlijt is onderkoeld gezegd onkies. Huur een ploeg eersteklas glasblazers in, zet die in een goed geoutilleerde fabriekshal en laat ze glas blazen en draaien en druppend uitrekken en weer afkoelen dat het een aard heeft. Zet twintig rode glazen kaarsen rechtop in een grindbak in de buitenlucht en laat het publiek
denken dat dit soort geglazuurde pijlstaarterecties moeilijk maakbaar en daardoor kunstig zijn. Demonteer de losse, nog nasissende en druipende onderdelen zoveel mogelijk, leg ze in met piepschuim beklede, gewatteerde kisten en transporteer die naar musea in provinciehoofdsteden waar men houdt van kerstballen, druipkaarsen en zich verwonderen over fake transportproblemen. Echt, iedereen mompelde: “Hoe hebben ze dit hierbinnen gekregen?” Miniaturen worden in de museumwinkel aangeboden voor oversized prijzen: van € 6.000 – € 7.500,- Zoveel opgeblazen lucht verdraagt dit mooie museum niet; we zien op het oog onverwoestbare stalen spanten in de Coop
Himmelb(l)au-vleugel spontaan corroderen ten teken van een geelhesjesgevoel dat onhoorbaar maar permanent NEE roept, als een viraal gaand twitterbericht van een gedrogeerde Brexitvoorstander. Mendini zou zich in zijn graf ….
Met aanjagers/zangers Anne de Blok en Stephan Peters waait er een muzikale wind door de Grote Kerk in Emmen die de bezoekers vrolijk stemt. De band Shaffy 85 speelt de witkalk van de muren en de antieke kroonluchters vibreren zichtbaar, een beetje als het ingetogen publiek dat staand het slotnummer meezingt. Expressief, enthousiast, opzwepend, speels, beweeglijk, inventief, gevoelig, spontaan en vooral muzikaal tot op het bot zijn ze alle vijf: zangeres, actrice, sing&songwriter, theatermaakster en presentatrice Anne de Blok, zanger Stephan Peters (studeerde cum laude af aan het conservatorium), pianist Jochem le Cointre (studeerde aan de New York Piano Academy), bassist (¡Broeia!- en Doppler Trio-lid) Floris Jan van den Berg en drummer Tim Hennekes (21, winnaar van Outstanding Talent Award).
Het best zijn de zangers als de beide markante barkrukken worden gelaten voor wat ze zijn zodat Anne en Stephan de zaal kunnen betoveren met een superstrak dansje voor het podium en hun aanstekelijk vrolijke zang. De nummers Houd van mij als de wind, het schitterende, meer dan 100 jaar oude Mens durf te leven (van Dirk Witte), De een wil de ander, Zo triest (om een vrouw), het tijdloze An en Jan en veel meer werden afgewisseld met goede instrumentale solo’s: een schitterend jazzy uitgewerkt Laat me van pianist Le Cointre (die op afstand iets wegheeft van een juveniele uitvoering van Guy Verhofstadt) en een langzaam startende en opzwepend eindigende drumsolo van Hennekes vervoerden het publiek, dat met zo’n 170 koppen de zaal zo goed als vulde. Het overbekende Sammy werd graag, zij het bij vlagen nogal a-ritmisch en tegen het valse aan, meegezongen, evenals het overbekende, bijna religieuze Zing, bid, huil, lach, werk enzovoort.
De Rode Hoed is gevuld met senioren die het zich kunnen permitteren overdag gratis lezingen te bezoeken. Vintagejasjes, coltruien en extreem hoog opgetrokken broeken. De voorste rij stoelen is gereserveerd. Een grijze meneer knikkebolt nog voordat Wagendorp is begonnen. Een oude mevrouw gaat lekker op het bordje ‘gereserveerd’ zitten. Achter mij hoor ik een geprangde stem: “Hèhè, we gaan eindelijk weer eens uit onder leeftijdsgenoten,” en even verder gekweld: “Ik moest lessen Nederlands overnemen. Ach, wilde ik wel hoor, maar de bijgeleverde teksten zaten vol fouten.” De klaagzang stopt als Stijn Fens plaatsmaakt voor de spreker van dienst. Wagendorp houdt een schitterend betoog over sport (de belangrijkste bijzaak die bestaat) en Fens (ooit een rechtsbenige linkermiddenvelder). Sport wordt draaglijk door fictie. Buddingh, Krabbé, Mulder zijn de meestervertellers. En natuurlijk Fens en Wagendorp. Vanwege zijn steeds afzakkende bril oogt Wagendorp wat breekbaar. Zonder gene verheerlijkt hij Abe Lenstra, de beste voetballer ooit, en verguist hij Johan Cruyff dankzij wie wij twee wereldkampioenschappen zijn misgelopen. Wagendorp, humoristisch, op het cabareteske af, Groenloër met Friese roots, spaart Amsterdam en Ajax niet. Wagendorps tekst is al vooraf te koop voor € 5,- Ik vrees papiergeritsel met al die oudjes, zoals meelezers bij de Matheus Passion een extra roffeltje invoegen bij Jezus’ lijdensweg als het einde der pagina’s wordt bereikt, maar het valt mee. De Rode Hoed is niet uitverkocht en dat is jammer. Of regeert hier de wet van de gesponsorde stoelen waarbij vooraf bestelde stoelen niet bezet worden omdat de kaarteigenaar liever naar een paaldansclub verderop gaat?