Met aanjagers/zangers Anne de Blok en Stephan Peters waait er een muzikale wind door de Grote Kerk in Emmen die de bezoekers vrolijk stemt. De band Shaffy 85 speelt de witkalk van de muren en de antieke kroonluchters vibreren zichtbaar, een beetje als het ingetogen publiek dat staand het slotnummer meezingt. Expressief, enthousiast, opzwepend, speels, beweeglijk, inventief, gevoelig, spontaan en vooral muzikaal tot op het bot zijn ze alle vijf: zangeres, actrice, sing&songwriter, theatermaakster en presentatrice Anne de Blok, zanger Stephan Peters (studeerde cum laude af aan het conservatorium), pianist Jochem le Cointre (studeerde aan de New York Piano Academy), bassist (¡Broeia!- en Doppler Trio-lid) Floris Jan van den Berg en drummer Tim Hennekes (21, winnaar van Outstanding Talent Award).
Twee uitstekende keuzen had Rotary Emmen gemaakt met Shelterbox als goed doel en als muzikale act Shaffy 85. De soms toch wat stoffige muziek van chansonnier Shaffy en List kreeg met deze vijf jonge gasten een push up, een boost, een extra vibe. En in de pauze was er voldoende tijd om even naar de kunst aan de muren te kijken, bij te praten over skioorden, de aftrekbaarheid van voorjaarsvakantiekosten voor burn-outlijders, op te scheppen over de kinderen, de nieuwe leasebak of de beste tijd op de Col-du-Vam, en te genieten van een drankje en de retrohapjes leverworst, salamischijfjes, minibifiworstjes, droge worst en komkommerschijfjes: Rotary Emmen -never a dull moment.
Het best zijn de zangers als de beide markante barkrukken worden gelaten voor wat ze zijn zodat Anne en Stephan de zaal kunnen betoveren met een superstrak dansje voor het podium en hun aanstekelijk vrolijke zang. De nummers Houd van mij als de wind, het schitterende, meer dan 100 jaar oude Mens durf te leven (van Dirk Witte), De een wil de ander, Zo triest (om een vrouw), het tijdloze An en Jan en veel meer werden afgewisseld met goede instrumentale solo’s: een schitterend jazzy uitgewerkt Laat me van pianist Le Cointre (die op afstand iets wegheeft van een juveniele uitvoering van Guy Verhofstadt) en een langzaam startende en opzwepend eindigende drumsolo van Hennekes vervoerden het publiek, dat met zo’n 170 koppen de zaal zo goed als vulde. Het overbekende Sammy werd graag, zij het bij vlagen nogal a-ritmisch en tegen het valse aan, meegezongen, evenals het overbekende, bijna religieuze Zing, bid, huil, lach, werk enzovoort.

De Rode Hoed is gevuld met senioren die het zich kunnen permitteren overdag gratis lezingen te bezoeken. Vintagejasjes, coltruien en extreem hoog opgetrokken broeken. De voorste rij stoelen is gereserveerd. Een grijze meneer knikkebolt nog voordat Wagendorp is begonnen. Een oude mevrouw gaat lekker op het bordje ‘gereserveerd’ zitten. Achter mij hoor ik een geprangde stem: “Hèhè, we gaan eindelijk weer eens uit onder leeftijdsgenoten,” en even verder gekweld: “Ik moest lessen Nederlands overnemen. Ach, wilde ik wel hoor, maar de bijgeleverde teksten zaten vol fouten.” De klaagzang stopt als Stijn Fens plaatsmaakt voor de spreker van dienst. Wagendorp houdt een schitterend betoog over sport (de belangrijkste bijzaak die bestaat) en Fens (ooit een rechtsbenige linkermiddenvelder). Sport wordt draaglijk door fictie. Buddingh, Krabbé, Mulder zijn de meestervertellers. En natuurlijk Fens en Wagendorp. Vanwege zijn steeds afzakkende bril oogt Wagendorp wat breekbaar. Zonder gene verheerlijkt hij Abe Lenstra, de beste voetballer ooit, en verguist hij Johan Cruyff dankzij wie wij twee wereldkampioenschappen zijn misgelopen. Wagendorp, humoristisch, op het cabareteske af, Groenloër met Friese roots, spaart Amsterdam en Ajax niet. Wagendorps tekst is al vooraf te koop voor € 5,- Ik vrees papiergeritsel met al die oudjes, zoals meelezers bij de Matheus Passion een extra roffeltje invoegen bij Jezus’ lijdensweg als het einde der pagina’s wordt bereikt, maar het valt mee. De Rode Hoed is niet uitverkocht en dat is jammer. Of regeert hier de wet van de gesponsorde stoelen waarbij vooraf bestelde stoelen niet bezet worden omdat de kaarteigenaar liever naar een paaldansclub verderop gaat?




Met professor Ronald Hanson (1976) die een lezing houdt over quantuminternet heeft het kenniscafé in Emmen weer bereikt wat kenniscafés goed maakt: een bedaagd publiek prikkelen met een uitdagend, complex verhaal. Dat Hanson een jonge spreker is met roots in Emmen (hij is opgegroeid in Emmerhout, was een leerling aan het Esdal College) maakt het extra interessant. Hanson studeerde in Groningen, Delft en California en is directeur van wetenschappelijk instituut QuTech. Dat kenniscafébezoekers de draad kwijtraken bij de antwoorden op vragen uit de zaal: dat hoort er allemaal bij. De zaal is voor 90 % bevolkt met jongens die 50 tot 70 jaar geleden ernstig leden onder de afwezigheid van internet.
Hanson, met zijn ploeg medewerkers internationaal koploper wat de ontwikkelingen aangaat van het quantuminternet, gunt ons een inkijkje in de laboratoria van de TU in Delft. We maken kennis met de mogelijkheden van teleportatie van data in verstrengelingen. Het NOS-journaal maakte er destijds, in 2014, starring Rob Trip, een interessant item van. Over de verstrengelingen merkte Einstein al eens op: “Spukhafte Fernwirkung; das kann nicht sein.” Hanson zet ons weer met beide benen op de grond als hij uitlegt dat de quantum-ICT zijn oorsprong vond in het uit enen of nullen bestaande telraam. Het uiteindelijke doel: een computer maken die de beste supercomputers verslaat, ligt in het verschiet. Hansons enige faux pas is een ongepaste opmerking over een beroepsgroep die onmisbare kabelfaciliteiten voor laboratoria verzorgt.
Met de spetterende muziek van Otto Schwartz High Voltage besluit het Drents Jeugdorkest de nieuwjaarsbijeenkomst in het Atlas Theater op vier januari 2019. De muziek spat de zaal in als dunne verf op een doek. Als deze club losgaat, dan berg je maar. Wat een koper: goud! Vier hoornisten van wie er, net als indertijd noorderling Jacob Slagter, zeker één zal doorbreken in het Concertgebouw Orkest voorspel ik, spelen krachtig. Ook horen we ijzersterke trombones, trompetten en slagwerkers van het niveau van The Analogues en overal onderdoor de subtiele onmisbare muzikale steun van eufoniums.


In de eindejaars WinterSalon van Groninger Kunstkring de Ploeg wordt de Ploegprent gepresenteerd. In dit jubileumjaar niet een enkele prent maar een map met twintig kopieën van nieuw Ploegwerk. Twee Ploegleden, Busman en Okel, slagen erin de nieuwsgierigheid naar hun werk naar grote hoogten te stuwen door hier en nu, maar eigenlijk het gehele bijna afgelopen jubileumjaar zo goed als onzichtbaar te blijven voor het (grote) publiek. Plaats van handeling is dit jaar Museum Oude Wolden in Bellingwolde. Kerstkransjes, glühwein, fikse sneden beboterde ‘poffert’, een achtergrondmuziek spelend bandje en een zwierige, in een imposante roze jurk gestoken mevrouw die ons naar binnen lokt; kortom laat de winter maar komen. Museumdirecteur Obby Veenstra en Ploegvoorzitter Willem
Corsius spreken warme welkomstwoorden. Corsius memoreert dat deze expositie ongeveer het einde inluidt van het tegelijk inspirerende en (voor de jubileumcommissie) uitputtende jubileumjaar. Na de plechtigheden, er wordt nog een ingelijste Ploegprent van Joke Klaveringa verloot onder de Ploegvrienden, zal er in een museumzaal getekend, geschetst en geschilderd kunnen worden. Er is een model ingehuurd, dat, gekleed, haar gezicht en kledij in de plooi zal proberen te houden. (Inderdaad de zwierige mevrouw van zo-even).


