Orgelconcert Eeuwe Zijlstra Hervormde Kerk Coevorden 1 augustus 2018 (€ 9,-)

Heeft master organist Zijlstra de volgorde van zijn muziek veranderd met als gevolg dat hij al buigend het applaus staat te ontvangen terwijl het publiek nog niet begonnen is met klappen? Een prachtmuziekavond is het met kalknagels in wittig uitgeslagen museale sandalen, zweetplekken van oksels tot ellebogen, natte matjes, harige mannenkuiten onder een stoere driekwarter, sexy spatadertjes onder zomerjurkjes en windvlagen door de kerkruimte. Ik denk echt even dat die worden veroorzaakt door Eeuwe’s intense spel, per slot van rekening zijn orgels blaasinstrumenten, maar het zijn slechts de vier plafondventilators in combinatie met de twee bevroren bazuinblazers op het orgel. Zijlstra activeert registers, pijpen, tongwerken en windlades die lang onder het stof lagen en waarvan ik het bestaan amper vermoedde. Bij orgelconcerten heb je de kijkers en de luisteraars. Ik hoor tot beide. Eeuwe zwiert met zijn linkerarm als Rieu op het Plein van de Hemelse Vrede terwijl hij met rechts een flitsende fluittoon produceert. Hij kromt zijn rug als Epke na een Gaylord II en ontspant vervolgens als een paaldanser na een personeelsuitje bij de Franse Alliantie. Mijn avond was toch al goed begonnen. ‘Út Damwâld, ik wenne tsjinoer Eeuwe, ik ha wol mei him boarte,’ zei de eerste concertbezoekster toen ik vroeg waarvandaan ze kwam. ‘Ik spylje oargel by Eeuwe.’ ‘Mar giest dan ek yn Dokkum nei skoalle?’ ‘Jawis.’ Mijn hersenen begonnen te tollen. Had ik haar in mijn jeugdige verlegenheid ooit over het hoofd gezien? Ik dacht dat ik alle meiden uit de Friese wouden wel kende. ‘Hoe âld bisto, ik bedoel fan hokker jier bist?’ ‘Ik bin seisenfyftich,’ antwoordde ze met een alles verzengende lach. Haar leeftijd en het feit dat ze gymnasiaste was, verklaarden waarom ik haar eind jaren zestig in de fietsenkelder naast de Dokkumer Ee had gemist, daar waar alles gebeurde wat rector Heukels, stoker Brouwer en onzelieveheer verboden hadden. Als ik de bijsluiter bij het concert lees, zie ik dat Zijlstra als alle organisten lijdt aan de hoofdletterziekte. Er hoeft maar een diploma voorbij te komen, of, bij andere muzikanten, een snoepreisje naar Dresden, Kampen of Montpellier, of de hoofdletters dansen over het papier als afzwaaiers van Huntelaar of Serena Williams in het stadion. Na een hogeschoolvertolking van Post, Bach, Andriessen, Langlais, Cocker en Gárdonyi staat Zijlstra op en buigt. Bovenste beste humor vanaf de kraak. Ondertussen pijnig ik mijn hersens met Goaitske, Eabeltsje, Engeltje, Hemke, Hendrikje, Geertje, Tetje, Neeltje…..

Beeldentuin Clingenbosch, Wassenaar, rondleiding € 20,-

Clingenbosch is een topper onder de meer dan zeventig beeldentuinen in Nederland. Eigenaar, initiator, mecenas Van Caldenborgh werd rijk in de chemie. Dat woord heeft niet voor iedereen een gunstige bijklank. Ik associeer het met paars en oranje uitgeslagen sloten en bermen die ik in mijn jeugd, op weg naar school fietsend, tussen Oudwoude en Westergeest passeerde. Lekkende vaten, penetrante luchtjes en gezondheidsrisico’s. Tegelijkertijd heeft iedereen wel een zus of broer van wie het levenseinde met hulp van ‘chemo’s’ iets werd uitgesteld. Over Van Caldenborgh lees ik geen schandalen. Quote schat zijn vermogen op 400 miljoen. Het verschil met voetballers, wietkwekers en koninklijke hoogheden is dat hij niet zijn leven in het teken van belastingontwijking (Ronaldo, Messi, de Oranjes) stelt maar in dat van de moderne kunst. Hij verzamelt alles wat hij leuk vindt. Omdat daar niet echt een lijn in te ontdekken is maar het toch een naam moet hebben, een leuke bovendien, heet het eclectisch. Eclectisme is een mooi woord voor diversiteit. Als paella, als een zomerkermis, een beetje van dit en een beetje van dat. Dit gebrek aan dogma’s leverde tot nu toe verrekt mooie collecties op, binnenshuis (museum Voorlinden, Wassenaar) en buitenshuis (beeldentuin Clingenbosch, id.).

Van Caldenborgh wil, als exhibitionistisch angehauchte particulieren die met een beeld van Willem Kind in de voortuin hun goede of slechte smaak etaleren en dat willen delen met voetgangers, honden en steenmartertjes, als plattelands tuineigenaren aangesloten bij ‘Groei en Bloei’ die bezoekers in de tuin lokken, zijn rijkdom delen met belangstellenden. Museum Voorlinden is het hele jaar geopend (entree € 15,- museumjaarkaart geldt hier niet). Op donderdagmiddag worden er rondleidingen georganiseerd in beeldentuin Clingenbosch. Die duren van 15.00 – 18.00 uur, met vooraf een kopje thee en achteraf een glaasje wijn, water of limonade. Per middag kunnen maximaal 75 personen meedoen, die dan in vier of vijf groepen worden verdeeld. Een (zeer) deskundige gids, wij hadden gids Coby, vertelt iets bij elk gepasseerd kunstobject; jammer dat ze de fallussymboliek in de ‘mushrooms’ onvermeld laat; kijk die fiere stammen eens, die schitterende eikels net onder de hoedrand, het gestileerde scrotum, pfff. De ontvangst is buitengewoon gastvrij. In 2018 zijn de rondleidingen uitverkocht.

Wie is de artiest? De uitvoerder of bedenker? De meeste objecten worden door de kunstenaars zelf gemaakt. Een klein deel wordt uitbesteed aan derden, die de opdracht voor de kunstenaar uitvoeren. Je kunt en moet je afvragen wie de kunstenaar is wanneer het idee om zo’n veertig glazen borsten fabrieksmatig te produceren wordt uitbesteed aan de plaatselijke ambachtelijke aannemer of glazenier. Over groei en bloei gesproken: paddenstoelen, aalbessen en rode appeltjes doen het goed in Clingenbosch.

Mushrooms, fiberglas/autolak, Sylvie Fleury 2005

 

Don, aluminium, Don Brown, 1998

Caldenhok, Chrysler met aanhanger, Atelier Van Lieshout, 2001 – 2002

 

Lost in Lead, lood, arduin en brons, Berlinde de Bruyckere, 2008 – 2011

 

Huis, gemengde techniek, Expo Henk 1994

 

Maria Roosen

 

Blessed, brons, keramiek 2001, Anya Gallaccio

 

Inloopconcert Henk Stekelenburg en Janet Emmelkamp 21 juli 2018 Grote Kerk Emmen

Als je Where e’er you walk kent en je hoort daarna bij een inloopconcert op een bloedhete zaterdag in juli 2018 in de Grote kerk te Emmen Janet Emmelkamp, begeleid door organist Henk Stekelenburg dit stuk van Händel zingen, beluisterd door een 140 luisteraars en bekeken door portretten van Ellen Kroeze, onder meer van een zeer strenge, misschien geschrokken kijkende, fronsende vrouw, dan denk je: prachtig gedaan Stekelenburg, Emmelkamp en Kroeze en je verwondert je des te meer over de muziek die je kent van counter-tenors Andreas Scholl en Philippe Jaroussky.

Voor de rest staat er deze middag uitsluitend Engelse orgelmuziek op het programma van mannen als Walton, Campion, Dowland, Purcell, Camidge, Wesley, West en Quilter. Typisch van de Engelse orgeltraditie is dat er gespeeld werd op klavierorgels die geen pedalen hadden. Als gevolg van de brexit van de katholieke kerk in Engeland en de take-over van de Anglicaanse werden er nogal wat kerken omgetoverd in ruïnes en kerkinterieurs kort en klein geslagen. Later kwam er een revival van de orgelmuziek.

In tijden dat de meeste kerken door multifunctioneel te worden het vege lijf kunnen redden, ongeveer als belastingkantoren voor leden van de koninklijke familie, zet de Grote Kerk te Emmen de toon met een combi van beeldende kunst, orgel- en pianomuziek met niet-alledaags kwalitatieve zang. En het werkt en hoe. Deze middag moeten er zelfs stoelen worden bijgezet en aanstaande maandag staat er een goddelijke biertap en worden er uitstekende wijnen geschonken . . . .

Stekelenburg is een uitstekend organist die met Passacaglia van John E. West, de Introduction and aria cantabile van Samuel Wesley en Händels Where e’er you walk op zijn best is. Het draaiorgelintro van Matthew Camidge in ‘Con Fuoco’ (‘met vuur’) mag er ook zijn.

Het concert wordt besloten met My lady greensleeves en Drink to me only with thine eyes en nee, dit laatste nummer is geen drank- maar wel een liefdeslied. Beide nummers ken ik door en door, want ze stonden ooit op het repertoire van het koor in Sleen (waarin ik van 1995 – 2005 zong). Stekelenburg begeleidt Janet Ekkelkamp op de piano en ze vormen een uitstekend team. Als we de kerkruimte verlaten denk ik alvast aan de presentatie van de Gouden Pijl die hier aanstaande maandag zal plaatsvinden met

de kuiten van Kjeld Nuis

gasten als Kjeld Nuis, die behalve een sympathieke uitstraling, een puntige sik gestroomlijnde kuiten heeft. Good old Hennie Kuiper is er dan ook bij. In drie dagen twee keer naar de kerk. Mijn moeder zou zich, knipogend en glimlachend, in haar graf omdraaien.

Minne Veldman Bachconcert 11 juli NH kerk Coevorden (€ 9,-)

Waarom organisten liever Bach spelen dan The Beatles is een eenvoudige vraag. Veldman speelt Bach alsof hij niet anders doet en dat doet hij wel. Zijn jaarprogramma van ruim veertig concerten telt maar twee Bachspecials. Veldman is de eerste organist die ik in Coevorden hoor spelen die zijn merchandising op orde heeft met een meterslang rek met bladmuziek en c.d.’s in de verkoop; incl. een bordje ‘pinnen mag’ en een verkoopmedewerker (die tegelijk registrant is). De winkel is compleet met een twee meter hoge poster die zijn orgelspel aanprijst. In 2019 viert Minne zijn zilveren organistenjubileum met een tour door steden als Rotterdam, Den Haag, Maassluis, Groningen, Kampen en… Parijs. Deze man weet wat hij wil en wat hij kan. De tijd dat commercie zure reacties opriep ligt achter ons.

Uit Bachs kolossale orgeloeuvre van 250 stukken heeft Veldman een goede keus gemaakt. Als amateurluisteraar geniet ik van zijn spel dat begint met een soort première, het Praeludium et Fuga A-dur BWV 536 staat voor de eerste keer op het programma. Veldman speelt dit jeugdwerk van Bach met flair, de warming up is goed gelukt. Op mijn telefoon waarmee ik een foto maak, zie ik dat Treppier Engeland op 1-0 zet als Veldman de eerste toets aanslaat. Sommigen noemen dit de voorzienigheid. Dan voor mijn gevoel een stuk of twintig

Minne Veldman (fotografie Carel Dicke)

variatiemelodieën in Sei gegrußet, Jesu gütig, (gek, Veldmans bijgesloten info houdt het op elf variaties), stuk voor vrolijke melodielijnen. De zon volgt Veldmans rug als een langzame volgspot. Een meesterstuk voor elke organist heet het drietal Sonates 4 e-moll. Dat Bach een heethoofd was, een obstinate conflictzoeker, een opvliegende stijfkop, het zij zo. Er zijn kenners die menen te kunnen horen dat Bach zelf organist was. Zou kunnen. Wat opvalt is dat hij na 1708 niet meer als organist in functie was en toch de beste orgelmuziek componeerde. Terug naar Veldman die Vivaldiëske stukken speelt, Concerto a-Moll: Bachs bewerkingen voor orgel van Vivaldi’s concerten voor strijkers. Als je dat van tevoren weet of leest dan hoor je vanzelf Italië doorklinken in de muziek. Ook Veldman doet het: het mooiste bewaren voor het laatst: Passacaglia et Fuga c-moll: alweer een vroeg fluwelen jeugdwerk; door M. ’t Hart een weergaloze wondercompositie genoemd en wij weten: ’t Hart liegt nooit.  De muziek omhelst het publiek als een oude vriend zijn kameraden op een reünie. Zestig luisteraars zien en horen Veldman met gemak het WK voetbal verslaan.

 

King Lear William Shakespeare, Shakespeare theater Diever, 7 juli 2018 try-out € 13,50

Hans Jansen verzorgt vooraf een inleiding over Koning Lear, een stuk dat niet bekend staat als het meest publieksvriendelijke. Shakespearespecialist Jan Kott noemt het stuk ‘een reusachtige berg die door velen bewonderd maar door weinigen beklommen kan worden’. Jansen vergelijkt de rol van de hofnar met de rol van Rutte die Trump tegensprak. Alleen de nar mag de koning tegenspreken. De eerste grap is gemaakt en er golft een lach door het publiek dat, met de voeten in het zand, aan weerszijden tegenover het toneel zit. De stap van de nar naar Rutte, van Koning Lear naar Trump maakt duidelijk dat valse onderdanigheid, bastaardkinderen, hoog- en overmoed, verraad, liefde, haat, wetteloosheid, van alle tijden zijn.

Dick van Veen als Lear

Tijdens het spel denk ik na over hoe het komt dat gesubsidieerd theater het moeilijk had, heeft en als er niets verandert, zal houden en het ongesubsidieerde Shakespeare (openlucht) Theater te Diever dat per jaar meer dan 23.000 enthousiaste bezoekers trekt, floreert als bereklauwen in wegbermen.  Een nadeel is dat je kans maakt naast een clubje leesgroeplezeressen komt te zitten dat luidruchtig harde worst kauwt, bespreekt of de nieuwste Van Rooijen meer iets voor vader- dan wel moederdag is en olijven- en kersenpitten tussen natte vingers wegschiet en ploppend een Chablis ontkurkt. In de verte hoor je kwinkelerende merels en hard tikkende spechten die het opnemen tegen opgevoerde brommers die van zuipkeet naar zuipkeet sjakkeren.

Het komt hierdoor: Diever probeert al jarenlang het publiek naar de zin maken met onbeschaamde kwaliteit en enthousiasme verpakt in een aantrekkelijke jas. Gedreven toneelspelers, schitterende decors, fantastische kostuums, een rustgevend gebrek aan kakkinositeit en modernistische aanstelleritis, een sympa entreeprijs en eenvoudig ogende maar geniaal gefabriceerde rekwisieten doen de rest. En een klassiek stuk natuurlijk van good-old Shake, gebaseerd op een verhaal uit omstreeks 1200, verpakt in een stijlvolle, moderne jas. Met een vleug humor; dat kan je wel overlaten aan vertaler/regisseur Nieborg. Veelschrijver Shakespeare presteerde het om in een kort leven (hij werd maar 52) meer dan 1000 pagina’s (dundruk) tekst te schrijven; dit aantal wordt hedentendage alleen door Herman Brusselmans overtroffen. Dankzij het Shakespeare theater blijven de zevenendertig meer dan 400 jaar oude toneelstukken levend als de koran in Krommenie. 

We zien vormvolle vorm en inhoudsvolle inhoud in een unieke entourage, totaaltheater met een regionale touch, goed licht en geluid, een gepassioneerde organisatie met meer dan goede randvoorwaarden: in plaats van te dure, te zoute Sligroknabbels in de pauze, puike rookworst van de scouts, prima (Vollkunststoff) banken die de gemiddelde houten kerkbank met herniaopwekkende rugleuningen ver achter zich laten. Een puike lezing vooraf, drinkbare kannenkoffie, parkeerruimte om de hoek. Wat wil je nog meer?

Om met de nar te spreken: ‘Have more than thou showest / Speak less than thou knowest / Lend less than thou owest / Ride more than thou goest / … / Leave thy drink and thy whore / And keep in-a-door’.

Kijken!

 

 

Fries Accordeonorkest, CityProms, Wilhelminaplein 1 juli 2018 (gratis)

Was de accordeon vroeger onder de muziekinstrumenten wat de kermis onder de familie-uitjes was, de schar onder de platvissen; nu is het prachtige instrument zo gewoon en geaccepteerd als pasta op de restaurantkaart, als een vrijdenker bij het CDA. Een veelzijdig instrument met enorm veel muzikale mogelijkheden. Onder de paraplu van het op klassieke muziek gerichte CityProms in Leeuwarden, beluisteren we een concert met meer dan 100 (zegge en schrijve honderd) accordeons. Acht Friese verenigingen leveren muziekmakers: jong, oud, man, vrouw, zo goed als allen wit.

De brandende zon zorgt voor een broeierige sfeer. Het is ruim 24 ⁰ en dat betekent dat er rodekruismedewerkers worden opgeroepen. Om je heen zie je spiegelbrillen, colberts boven driekwartbroeken, witte sokken in sandalen of zwarte schoenen, vrouwen die soms moeite doen de wind onder hun rokjes vandaan te houden, maar vandaag is alles goed. 

Dirigent Tim Fletcher kondigt de nummers aan en geeft nuttige informatie. Er zijn vier solisten: een violiste, trompettist, accordeonist en een klarinettist, beste spelers hoor, maar zij hadden net zo goed thuis kunnen blijven. Vandaag draait alles om de 100 accordeons die het dikke prima alleen af kunnen. Terwijl een Burgumse mevrouw mij in mijn oor fluistert wat het verschil is tussen een bandoneon en een accordeon, begint het spektakel.

Fryske Franje heet het eerste stuk dat speciaal voor vandaag is gecomponeerd door Herman Peenstra: een zwierig stuk muziek met onmiskenbaar folkinvloeden. De toon is gezet. Dan vijf dansen, snelle en langzame uit de Suite van Johann Krieger. Ik zie hier en daar al meedansende polsen en ellebogen als van overijverige pianisten die camera’s op zich gericht weten. Ze hebben er zin in, weet je dan als toeschouwer. Naar een van de mooiste, oude buurten in Leeuwarden, de Vegelinbuurt, werd de Vegelin Suite van Jacob de Haan genoemd. Een ijzersterk begin, midden en eind. De muzikanten zijn op stoom, het publiek ligt aan hun voeten en de waardering voor de accordeon stijgt met de minuut. Natuurlijk is de Jupiter Hymne van Gustav Holst met een bijna Wagneriaanse start, een beetje zwaar voor deze luchtige middag, maar niemand die erom treurt. Vooral als de accordeonisten wat meer kabaal maken zit ik op het puntje van de houten bank. Concentratie alom.  La Valse d’Amelie van Yann Tiersen dient zich aan, filmmuziek en tegelijk studiemuziek voor piano. Zoals bij maaltijden en seks vaak het lekkerste tot het eind wordt bewaard, wordt het bijzondere concert afgesloten met Pachalbels meer dan beroemde canon en… Astrid Piazzolla’s Libertango. Hier klinkt de gearrangeerde tango nuevo nog beter dan toen het bijna even mooie Adios Noninos werd ondersteund door Maxima’s traan bij het huwelijk van Willem A en Maxima. Klassieke muziek en accordeons? Vijf sterren. Goud.

Sacred Concert van Duke Ellington, NHL Stendenkoor, Big Band Friesland, special guest Ruben Hein, dirigent Hans de Wilde in de Grote Kerk Leeuwarden; 30 juni 2018 (gratis)

Als onderdeel van CityProms bezoeken we een gloedvol concert in de Grote Kerk in Leeuwarden, Europa’s culturele hoofdstad. Swingende big-bandmuziek, een goedwillend koor, een begenadigd zanger/pianist en een begeesterde dirigent. Mooie ingrediënten voor een schitterende muziekavond in Leeuwarden. De Grote Kerk, evenals de andere Leeuwarder protestantse kerken inmiddels zo multifunctioneel als een CPN-partijbureau in Oost-Groningen, is overvol met meer dan 500 enthousiaste bezoekers. Het door de witte kerkmuren ingeklemde Müller-orgel kijkt streng toe op wat er aan frivools staat te gebeuren. Immense pilaren vernauwen het zicht en focussen op het goed zichtbare koor. Van de muzikanten is, zoals gebruikelijk bij kerkconcerten, voorbij tien meter niets meer te zien.

The Sacred Concerts werden door Edward Kennedy Ellington, vanwege zijn chique verschijning The Duke genoemd, op latere leeftijd gecomponeerd. Ellington schreef zowel de feestelijke gospelmuziek als de teksten.

De Big Band Friesland kan knallen als vuurwerk na een dorpsfeest. Het risico dat de band door de gevoelige kerkakoestiekgrens boort en het koor gaat overheersen voel je op je klompen aan. Deze keer is het niet erg. Je hoopt er zelfs op. Meer dan het koor zorgt de band voor de muziek, de jazz, de swing. Als je rondkijkt zie je meedeinende hoofden. Hoe jonger de luisteraars, des te meer beweeglijke onrust. Het koor zorgt voor de lassende verbinding. Je voelt dat de koperblazers het liefst de witte textielversiering onder het kerkdak aan flarden willen spelen. De aan lange lijnen gespannen witte kledingstukken, van overhemd tot gulploze mannenslip, van trouwjurk tot doorkijkblouse, toneren artistiek onder het crèmekleurige plafond. Het zorgt voor een vrolijk makend, mooi contrast. Steeds als de muzikanten te ver dreigen te gaan horen we de koorstemmen die de boel bij elkaar houden, als een net om een school gevangen vissen. Ook pianist/zanger Ruben Hein etaleert zijn muzikale klasse.

Ruben Hein centrale man

Zijn fluwelen, jazzy stem die nooit rauw klinkt, heeft een flink bereik en heeft hier hetzelfde effect als in een rokerige jazzclub. Dirigent Hans de Wilde organiseert de boel. Hij jaagt aan en temporiseert wanneer nodig en dirigeert met een mooie, hippe slag. De koorleden volgen hem als hongerige scouts hun akela. Het koor functioneert als een extra instrument. Dat niet alle inzetten spot on zijn, soit. Dat 90 procent van de teksten onverstaanbaar is, maakt niet uit. Vijftig tot zestig stembanden organiseren is iets anders dan op tijd lucht persen door metalen sax- of trompetkleppen. Een sexy jonge drummer van wie de testosteron bijna via zijn handen door de stokken naar buiten stroomt ontlokt het publiek een dubbelapplaus; de meest drieste bezoekers wagen zich aan vingerfluiten. Wat we horen is de drive om samen mooie muziek te maken op een warme zomeravond. Enthousiasme, plezier en goede wil zorgen voor spirit.

Maar goed dat er geen teksten worden bijgeleverd zoals bij andere combi’s van muziek en zang veelal gebruikelijk is. Vanavond kunnen we heel goed zonder het lamlendige geknisper van turning pages. Het Friese publiek reageert op zijn gevoel, ingetogen en opgetogen tegelijk, en natuurlijk wordt er wel eens te vroeg en te vaak geapplaudisseerd. Natuurlijk lopen er enkelen rond die zo nodig willen fotograferen. Het zorgt allemaal voor een ontspannen en prachtig zomeravondconcert. Wauw wat mooi!

Expositie Ruud Venekamp in het CBK te Emmen (vanaf 23 juni 2018)

Zonder titel

Bij Ruud Venekamp lever je, zegt de folder, de betekenis van het werk in voor de verf, het doek, de vorm, de geur (sic!). De toon is gezet. Dat belooft wat. Als je zijn werk ziet, nog steeds dixit de folder, springen geel, blauw, roze en groen in het oog. Tentoonstellingsmaker en CBK-medewerker Joost Slijpen noemt het een vrolijke tentoonstelling. De fikse ruimte vraagt om veel of groot werk. Het woord goed hoor ik niet. Venekamps werk is moeilijk in een kader te vatten. Slijpen noemt hem een schilder-schilder met een onderzoekende toets, die zoekt naar vorm en inhoud. Eens kijken wat de reclametekst gaat betekenen als je over literatuur spreekt: let bij het nieuwste boek van Middendorp niet op de inhoud, maar op het formaat, de kaft, de bladspiegel en de geur.

Hoogleraar Rosemarie Buikema opent de expo met een hyperkorte analyse. Zij haalt de inmiddels in de psychiatrie in onbruik geraakte Freud erbij om het kleurgebruik van Venekamp te duiden. Toeschouwers zouden getriggerd worden door het kleurgebruik, op zoek naar wat erachter zit. Letterlijk achter de verflagen, want hier en daar kieren zachte roze tinten onder de harde gelen vandaan. De ogen worden getrokken door een detail en vanuit dat punctum wordt er verder gekeken. Kunst raakt een snaar, iets waar je geen contact mee hebt of zelfs hebt verstopt. Bij aanraking kan het tot ontroering leiden.

Nootmuskaatplantage

Helaas duurt Buikema’s toespraak slechts vijf minuten en dat stelt me teleur. Echt, ik had op een stevig openingsverhaal gerekend. Ik word niet ontroerd door Venekamps werk. Een goede toelichting trekt mensen soms over de streep. Ik zie veel grote doeken, duur ook (ongeveer tussen de 3,5 en 4,8K) waarop gelen, groenen en rozen domineren. Bij de meeste van zijn werken zou het niet opvallen indien ze gekanteld gepresenteerd zouden worden. Ik zie botanische figuren: takken, bomen en varens, die soms op slordige afdrukken lijken. Veel schilderijen hebben een soort kaderlijnen aan de randen. Soms herken ik heel brede kwaststreken, als van een blokkwast.

Venekamp was student en is nu docent aan de kunstacademie Minerva in Groningen. (Vanwege de eenzijdig op abstracte kunst gerichte opleiding, werd in 2005 als tegenhanger de klassieke academie opgericht). Venekamps invloed op kunststudenten is aanzienlijk. Na zijn studie ontving hij beurzen en stipendia met een deel waarvan hij inspiratieopwekkende, verre reizen bekostigde. Zijn werk wordt aangekocht door particulieren, musea en (grote) bedrijven.

Waarom doet zijn schilderwerk mij niets? Ik mis een reflectie op de wereld rondom mij. Ik zie (soms haastig geschilderde) schilderijen, decoraties, kleurrijke, te dure, abstracte illustraties. Als positieve emoties pas na extra info kunnen worden opgewekt, ontbreekt er iets in het werk zelf. Deze kunst heeft een gedegen hoorcollege, zowel over de maakgeschiedenis als over psychiatrische zijpaden nodig om de smaak te ontsluiten, maar het werk zelf of de maker geeft de toelichting niet.

Als ik de aanwezige wethouder vraag naar het decoratieve gehalte van Venekamps kunst, wordt hij onrustig en haalt Slijpen erbij. Liever spreekt hij over de weldadigheid van het CBK, welks doel tweeledig is: educatief en kunst ontsluitend.

De Plantage; detail

Even terug naar professor Buikema. Ik herken in haar de literatuurvorser die een mooi verhaal wil vertellen. Je peutert aan de oppervlakte en dan zie je dat het erachter gebeurt. Het eigen thema van de kunst confronteert en roept nieuwe vragen op. Het aan Freud ontleende begrip Deckerinnerung wordt erbij gehaald. Herinneringen uit de jeugd zouden zijn toegedekt en door eraan te peuteren weer naar boven kunnen komen. Een interessante zienswijze, temeer daar Freud in de psychiatrie al decennia bij het grofvuil is gezet. Jammer dat de klok hier haar grootste vijand is. De patriarchale beknotting ervaar ik bijna als een belediging van het publiek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Museum Møhlmann Appingedam Duizend Moderne Miniaturen € 6,- (museumkaart ‡ geldig)

1000 kunstwerken van 123 kunstenaars (ruim 70 mannen en ruim 50 vrouwen) zijn uitgestald in een prachtig particulier museum in Appingedam, misschien wel het mooiste onafhankelijke museum in Noord-Nederland. De muren en wanden hangen vol, er is redelijk wat publiek, maar nooit krijg je het gevoel dat het te vol is. Museum Møhlmann flikt het maar weer. Zoals Rob Møhlmann het zelf ooit flikte (tussen 1982 en 1993) om 124 schilderijen te maken in de Canto-serie, waarbij op elk schilderij het blikje van het merk Canto centraal staat. Permanent te zien in dit museum.

Peperkamp, 6 werken, waaronder Puck en Belle

Misschien had Møhlmann het aantal inzendingen per kunstenaar moeten beperken, misschien ook niet. Duizend miniaturen zijn te zien. De maximale afmeting is 14 bij 14. 123 kunstenaars hebben werk ingezonden: figuratief, realistisch werk. Het kleine formaat voorkomt te hoge prijzen, al is € 1.600,- voor een klein werk van Hofman veel geld. De ondergrens ligt ergens bij € 60,- voor een werk van De Smidt. Wat een techniek, wat een vernuft, wat een verscheidenheid. Sommige werken zijn zo klein dat de aanwezige vergrootglazen goede diensten bewijzen. De gemiddelde leeftijd van de kunstenaars is (schat ik) 60+. Dat is ook te zien. Veel portretten, bloemen, dieren (heel veel vogels natuurlijk), schelpen, peulvruchten en veel natuur. Pečenica heeft maar liefst 100 werkjes (voor zover ik me kan herinneren alle groenige landschappen in de scraperboardtechniek)

H.T.G. Wolters – Spitsmuis

ingezonden. Hier vechten de typeringen seriematige productie en oorspronkelijk werk een robbertje. 100 werken in dezelfde trant maakt de expositie niet sprankelender. In andere kunsten (muziek, literatuur) bonzen jongeren op de deur, maar hier begint de jeugd bij 30. Slechts 11 kunstenaars uit de jaren 80 en 70, de rest is allemaal ouder. Dat wreekt zich in de thematiek. De emoties zijn braaf, doorleefd en gemoedelijk, het woord ouwelijk klinkt te negatief. Weinig oppositie, boosheid, geilheid, humor, opstandigheid, gedurfdheid. Hier en daar zijn de handen van oude meesters meer dan zichtbaar,

een landschap van Verkerk

ook letterlijk de handen van docenten aan de (klassieke) academie (Van Loon) en handen van museumdirecteuren (Thijn, Møhlmann, Horneman – Ottens). Naast lithografieën en scraperboardtechniek zie ik aquarel of olieverf op paneel, koper, camembertdoosjes, doek, leisteen, karton, hout, schelpen, metaal, marmer, muizenval, gips, en dan nog driedimensionaal werk in brons, keramiek, terracotta, Belgisch hardsteen, marmer en wie weet nog meer. Ik mis het werk van twee Groninger kunstenaars die al langer klein werk maken: Gommer en Jonkman.

Wat is me bijgebleven? ‘Jongen’ van Hage, ‘Pioen’ van Van der Winkel, ‘La douce France’ van Van der Vegt, de dubbele landschappen van Verkerk, Van der Wals door merg en been gaande Groningse permafrostlandschappen, ‘Zoetigheid op kruishoogte’ van Pol, Peperkamps ‘Puck’en ‘Belle’, het kleine en fijne precisiewerk van Koetse, ‘Muis op duimstok’ van Wolters, en natuurlijk het bekende tekenwerk van Woldhek. Maar de kroon spannen Elias met ‘Bert’, Snijders met ‘Vrouw Hakkers’ en het indringende portret van een vrouw van Renting. Bij deze drie zie ik de menselijke vertwijfeling, de hapering van het leven, het ongepolijst-markante van de imperfectie, kortom de herkenbare mens.

Pol Zoetigheid op kruishoogte

Binnenkort in dit museum: De Vrouwelijke Toets, met louter vrouwelijke kunstenaars

Erwin Wiersinga, orgelconcert Coevorden 30 mei 2018, € 9,-

Een terugblik op het concert van Wiersinga, volgens mijn standaardformule: A = { C(³)M(²) . S<p.e[fd]>} -> 510, waarbij w = aantal woorden, S = sfeer, bestaande uit de componenten publieke belangstelling (p), faits divers (fd) en entourage (e), vermenigvuldigd met de zwaarder wegende componenten Concert (C) en Muziek (M): een artikel (A).

In de week dat er in Groningen een cd verschijnt met de liedjes van Ede Staal, gespeeld op een kerkorgel, dat Nanne van der Werff het atheïstische requiem Un requiem Athée van Onfray op muziek zet, komt eredivisionist en international Erwin Wiersinga in Coevorden spelen op het Van den Berg en Wendt-orgel in de NH kerk. Wiersinga is orgeldocent in Berlijn en titulair organist op het barokorgel in de Martinikerk en huisorganist in Roden. Vanavond is het zweten voor hem. Overdag is het bijna 30⁰ en de afkoeling is minimaal.

Ongelovige orgelmuziekliefhebbers zijn als antikapitalisten die plaatjes van bankbiljetten sparen. Ze voelen zich aangetrokken maar ze begrijpen het niet altijd. Maar het proces van doorgronden is begonnen. In de orgelmuziek heb je van alles rondlopen. Ik spits mijn oren en luister. Vanavond hoor ik van de Feike-Asma-speler en de Nederland-Zingt-organist. Ik ken al de autodidactische kerkorganist, idem met enkele jaren muziekschool of een al dan niet afgeronde conservatoriumopleiding met een bachelor of mastertitel. Ze houden elkaar wel aardig in de gaten.

Af en toe als ik in een kerk kom en het orgel bekijk of beluister en omhoog kijk naar de eeuwige afbladderende of juist poetste, sekseloze bazuinspelers, denk ik aan een citaat van wijlen Harry Kuitert die zei dat alles van boven bedacht wordt door beneden. Kijk, now we’re talking, denk ik dan. 

Ruim veertig luisteraars zitten verspreid in de kerk. Er worden opnames gemaakt. Om in de stemming te komen luisteren we naar Bach, who else. Natuurlijk denk ik bij Bach ook aan de pruik, de rode konen en de getuite mond.  Maar Bach is ‘beyond images’. Alleen wat je hoort telt. Het ‘Komm, Gott, Schöpfer, Heiliger Geist’ bereidt ons voor op een uurtje 18e en 19e eeuwse classics. Wat een mooi begin, lekker kort, dansend bijna. De Fuga in d BWV 539 is bijkans nog lichter en luchtiger, oorspronkelijk voor viool, maar who cares. De mix adagio/vivace-andante/un poco allegro klinkt als een onrustige besluiteloze stoofschotel maar wordt het niet. Wiersinga stoomt Bachs Sonate in e BWV 528 weloverwogen en rustig gaar. Dan iets van Boehm, het Vater Unser im Himmelreich, een in één woord prachtige aria.

Terug naar Bach met het ‘Fruhlingspraelidium’ en de door Wieringa bewerkte Variaties in cis van Schumann. Na de orgelsonates van Medelssohn Bartoldy naar Bachvereerder Boely met Bin ich gleich von dir gewichen, waarin, hoe kan het anders, Bach doorklinkt. Na afloop probeer ik Wiersinga uit te horen over aanstormende, jonge talenten die (dixit Wiersinga)’Hun talenten verkloten en blijven hangen als Feike Asma’s.’ En dan de vraag over het Coevorder orgel. Hij schaart het onder de tien beste in Drenthe. “Ik ben wel nieuwsgierig welke collega het bij de beste drie indeelde. Het is maar net waarmee je het vergelijkt. Het is een instrument uit de jaren 70, wat schel.”