Identitijd, 7 feb – 8 april in CBK Emmen

De tentoonstelling ‘Identitijd’ toont werk van zo’n honderd kunstenaars uit Drenthe en Overijssel. De term grensoverschrijdend betekent hier dus provinciegrensoverschrijdend. Als ik verder lees, kom ik erachter dat in Emmen enkel Drentse kunstenaars grensoverschrijdend exposeren, dus meer een vorm van gemeentegrensoverschrijdend. De kunstwerken van gevorderden, studenten, amateurs en profi’s hangen en staan gebroederlijk en gezusterlijk naast elkander aan de muren in drie CBK-ruimtes. Tegen betaling van €40,- mochten de kunstenaars iets inbrengen, variërend van minuscule objecten tot joekels van triptieken. Toeschouwers betalen niets. De werken worden gejureerd door het publiek en door een vakjury, die, blijkens de begeleidende tekst, let op opvallendheid en bijzonderheid. Kwaliteit staat hier niet bij. De beste (bijzonderste/opvallendste) tien krijgen een masterclass aangeboden. Van vijf kunstenaars hangt een naamkaartje bij de werken. Die doen niet mee bij de jurering. Als je vaker in het CBK komt herken je vanzelf werk van bepaalde kunstenaars. Ik zie werk van anonieme amateurs naast werk van anonieme profi’s (waaronder een docent aan de AKE die ook in een Noord-Nederlands museum exposeert). Voor mijn gevoel wringt dat een beetje: een gloedvolle amateur in competitie met een beroeps. Maar soit. Ik maak enkele ronden en neem alles in me op. Ik zie een staalkaart aan kwaliteiten, technieken, materialen en vormen. Het begrip ‘kunst’ wordt hier breed genomen. Je kunt je natuurlijk afvragen of videoproducties en fotografie tot de beeldende kunst gerekend kunnen of moeten worden, maar hier mag het er allemaal bij, de grens wat nou wel of niet kunst is wordt in ieder geval overschreden.

Mijn top-zes:

Drieluik: Stamboom, Tijd, Woestijn; gemengde techniek

Op 6: Een drieluik genaamd (v.l.n.r.) Stamboom, Tijd, Woestijn; gemengde techniek;

 

 

 

 

Op 5: Neftis’3, 4 en 5; keramiek;

Neftis’ 3, 4 en 5; keramiek

 

 

 

 

 

Op 4: Autoband met klok; gemengde techniek;

gemengde techniek

 

 

 

 

 

Op 3: Meisje, IJsje; acryl

Meisje, IJsje; acryl

 

Op 2: Wia van Dijk: Levensringen; digiprint op digibond;

Wia van Dijk, Levensringen; digiprint op digibond

 

 

 

 

 

 

Op 1: Tussentijd; acryl

Tussentijd; acryl

 

Fryske Matthäus Passion, Drachten De Lawei 27 maart 2018

Wat is er mooier dan de Mattheus Passion in je moerstaal beluisteren? Misschien een weekend op een onbewoond eiland met Carola Schouten. Op dinsdag 27 maart laten we ons inpakken door de prachtige muziek van Bach, uitgevoerd door het Noord-Nederlands Concertkoor, meer dan een handvol solisten, het Noord-Nederlands Orkest, het Martini Jongenskoor uit Sneek en dat allemaal onder leiding van dirigent Reinhard Goebel. De Lawei is uitverkocht, zelfs meer dan uitverkocht. Omdat enkele vrijkaarthouders niet komen opdagen kunnen dubbelgeboekten alsnog een plaats krijgen. Voor mij is dit, ongetwijfeld dankzij het Fries, de beste Mattheus die ik tot nu toe hoorde, met de tangoversie van Jan Rot op de tweede of hoogstens derde plaats. De teksten zijn liefdevol en kundig vertaald.

Bezoekers in Drachten krijgen een programmaboekje uitgereikt waarin de zangers niet zijn vermeld. Jammer, deze zuinige onvolledigheid. Van de solisten en dirigent zijn mooie flatteuze jeugdfoto’s opgenomen. En dat brengt mij bij het enige manco van de Mattheus Passion. Over Bachs muziek, de teksten, de uitvoering door de zangers en musici niets dan lof. Er wordt altijd veel geredekaveld over de tempi in Bachs werk, godzijdank houdt dirigent Goebel de vaart er lekker in, dat houdt de zangers ook beter bij de Friese les. Helaas contrasteert het vlotte muziektempo met de presentatie. Die gooit ons een eeuw terug. Natuurlijk is de beroemde lijdensweg en kruisiging geen lolletje maar daartegenover staat dat de erop volgende wederopstanding toch een vorm van een happy end is.

We zien alle uitvoerende deelnemers in stemmig zwart. Klassieke muziek blijft liefhebbers met deze sombere verkleedpartij op een afstand houden. De leden van het jongenskoor niet natuurlijk, die lijken zoveel op engelen dat ze een wit overhemd mogen dragen. Als je goed kijkt zie je wat protestkleuren. De dirigent, de strengste van het geheel en dus iemand van wie je het niet zou verwachten, draagt een rode buikband die hem op een stierenvechter doet lijken en, what’s more, hij draagt rode sokken. Hij probeert nog wel om ze aan het zicht te onttrekken door heel foute ca 20 cm te lange broekspijpen, maar bij het voorjaarshupje dat hij maakt als hij de bok bespringt toont hij het rood, ongeveer als de blosjes op de dameswangen op de eerste twee rijen. Bas Maarten Koningsberger (die in de pauze alom Jeroen van Koningsbrugge wordt genoemd) draagt een longblazer en met zijn strenge looks heeft hij het uiterlijk van een 19e -eeuwse patriciër die het lachen is vergaan, maar graag zingt en dat bovendien verrekte goed kan. Sopraan Johannette Zomer toont een voorliefde voor een punky kapsel: prachtig die springerige dwarse lokken. Al met al is het een stijve boel op de planken en dat weerspiegelt zich in de zaal: oud, wit, stram, grijs, ingehouden is in de meerderheid, als SP’ers in Oss. Het zou zoveel luchtiger en aantrekkelijker en, inderdaad sexyer kunnen.

Slotkoor

De meeste musici, allen profi’s en koorzangers kunnen hun partij natuurlijk wel dromen. Dus waarom dan zo aanhoudend koekeloeren in de partituren? Weg ermee zou ik zeggen, vort met de papieren. Sommige koorzangers zijn zo papiervast dat ze zelfs bij door iedereen gekende passages hun ogen aan het papier vastnagelen als Jezus’ voeten aan het kruis. Musici klampen aan hun muziekstandaard als Kamerleden aan de katheder bij hun maidenspeech. Een uitzondering was Georg -Jezus – Gädker die, als hij niet zong, vrijmoedig doch met gekwelde blik de zaal in keek, alsof hij zijn nieuwste scharrel ontdekte die het met een ander aanlegde. Je zal zien dat wanneer er meer vanuit het hart en minder vanaf het papier wordt gespeeld, de muziek gaat winnen aan expressie, aan gevoel.

Het publiek moet bij de Passiemuziek zijn handen fijnknijpen omdat applaudisseren ‘not done’ is. Als je rondkijkt zie je bevroren mensen die niets liever willen dan meedeinen, meeneuriën en af en toe, vooral na de zoveelste geslaagde solo, eelt op de handen klappen. Maar men doet het niet. Het mag niet. De ongeschreven gedragscode luidt: sacraal, stijf, bevroren, ingehouden negentiende-eeuws, Als uiteindelijk na afloop dan een klaterend applaus klinkt, voelt dat als een bevrijdende, orgastische ontlading, maar aan de houding van de dirigent te zien komt het applaus te vroeg.

Neo Rauch Museum de Fundatie Zwolle 21 jan – 3 juni 2018

 Wat levert twintig jaar kwasten in voormalig Oost-Duitsland Neo Rauch, – Neue Leipziger Schule – op? Een expo in de Overijsselse provinciehoofdstad met 65 schilderijen die allegorische geschiedenissen vertellen, bijna alle geschilderd in bestorven kleuren, soms lomp, soms haarscherp, maar nooit gelikt als de eveneens grote en hedendaagse verhaalschilderijen van Stone Roberts (American Dream, Assen). Het zijn een soort zoekplaatjes geworden waarop je, er rustig voor staand, steeds meer ontdekt, zoals je, een boek van Tommy Wieringa of Jeroen Brouwers lezend, steeds meer vindt. Alles is los te zien maar samengeklonterd levert het meer op.  Directeur Ralph Keuning (gesteund door toezichthouder Rogier van Boxtel) had alles uit de kast gehaald om publiek te verleiden te komen. In tv-spots hoorde je hem dwingend “U moet komen!” roepen. Nu zal een deel van de bezoekers ongetwijfeld gehoorproblemen hebben, maar er zouden grenzen moeten zijn aan de marketingstrategie. Vooruit dan maar.

Wat schildert iemand die zijn psyche onderzoekt en de naar boven drijvende wanen, angsten, visioenen, gedachtenspinsels, dromen visualiseert? Precies dat biedt de expositie ‘Dromos’ van Rauch. Alsof je voor een werk van Jeroen Bosch staat. Alsof je de dromennachtboeken van een psychiaterbezoeker leest. Associatieve draden, heen en weer en weer heen flitsende cartooneske beeldverhalen waarin gedold wordt met perspectief, kleur en vorm. Het wordt druk, op het oog onsamenhangend, complex, gelaagd en verwarrend: kunst zoals kunst moet zijn. Aantrekkend en afstotend tegelijk. Bevestigend en contrasterend. Nooit rustig, braaf, toedekkend of lauwwarm. Je moet je afvragen of de wetenschap dat Rauch uit voormalig Oost-Duitsland komt, zichtbaar is. Tussen de oogharen door herken je wat ik industrieel-folkloristische historisch-angehauchte fantoompijn zou willen noemen. Na de horrorschilderijen van Jan Cremer in een vorige, zowel opzienbarende als saaie, expositie in Zwolle is de onmiskenbare kwaliteit en diversiteit van Rauch een plezante verademing.

Soms lijken de beeldverhalen onaf of tegennatuurlijk gemixt: we zien een door elkaar lopende schotel met als ingrediënten kermistaferelen, aangetaste natuur, religieuze dan wel communistische symboliek, maskerades in donker licht, Maria’s vermomd als mannenbroeders, gevleugelde gnomen, sombere tafelkleden onder oplichtende waxinelichtjes, musicerende blinden, draderig poepende hondachtigen met mannenkoppen, drilboren als microfonen als palingen als dolfijnen, verbogen spoorrails onder zware luchten, rokende schoorstenen, fotografische doorkijkjes op enkel-, heup-, knie- of schouderhoogte…. Kortom never a dull moment.

De expo wordt toegelicht met quasi-filosofische quatsch: ‘Also das Kunstwerk ist etwas, was man nicht wollen kann, sondern das geschieht. Man kann ja den Löwenzahn auch nict anbauen.’ Een paardenbloem vergelijken met een door mensenhanden gewrocht kunstwerk: hahaha.

In een begeleidende film zien we de kunstenaar in zijn atelier met het formaat van een fabriekshal zijn werk doen: de kwast in de hand die verstopt is in een lashandschoen.

(¹) Een dromos is een toegangsweg naar een tempel met aan weerszijden een rij sfinxen.

 

 

 

 

Nieuw: Te Koop

acryl op mdf-paneeltjes op mdf-plaat; 50 x 50 cm; in particuliere collectie te Tilburg

 

2017 april; acryl op mdf-paneeltjes op mdf-plaat; 50 x 50 cm; in particuliere collectie te Wergea

 

12 2017; acryl op canvas
30 x 30 cm; € 30,-

Vanaf april 2018 is de rubriek Te Koop toegevoegd.

Acryl op doek; 20 x 20;
€ 25,-

Acryl op MDF-paneel; 52 x 52; in particuliere collectie te Zwolle

Acryl op MDF; 60 x 11;
€ 66,- (of in drie maandelijkse termijnen van € 22,-)

 

acryl op mdf; 52 x 52 cm
in particuliere collectie te Amsterdam

 

acryl op mdf; 50 x 50 cm
€ 66,- of drie maandelijkse termijnen van € 22,-

 

Acryl op doek; 20 x 20
€ 25,-

Ogden Nash   Song of the Open Road

In februari verscheen de uitgave ‘Song of the Open Road’ van de Amerikaanse light-verse dichter Frederic Ogden Nash bij Koekanger Handpers¹, gerund door Peter en Margie Bekker. De uitgave/het uitgaafje (wanneer spreek je van een boekje?) is klein en bevat één gedicht van vier regels. Kleinere uitgaven zag ik nog niet. Toch bevat het maar liefst drie soorten papier in twee formaten: een bestorven groengrijzige omslag (19,7 x 14,3 cm) met rechtsonder een watermerk voorstellende een haan en een (drink)beker en daarnaast twee soorten bedrukt papier (18,9 x 14 cm). Een heel lichte papiersoort voor de titelpagina en dan nog een iets dikker, crèmekleurige papier, voor de tekst. Houd je het papier tegen het licht, zie je een fijn rasterwerk van doorzichtige lijnen. In totaal bevat het boekje 8 paginaatjes en een omslag. So far so good, genoeg verkleinwoorden. Nog enkele maten: het totale papieroppervlak is 810,91 cm², 1,33 keer zo groot als een A-viertje. De uitgave is een gebonden exemplaar. Een sierlijk blauw draadje is met liefde, dat zie je meteen, door drie gaatjes in het papier geregen, met in het midden een kunstig gestrikte knoop, de uiteinden waarvan op dezelfde afstand, dertien millimeter, zijn afgeknipt.

De inhoud van het vierregelige gedicht ‘Song of the Open Road’ luidt, vrij vertaald: ‘Ik denk dat ik nooit een reclamebord zal zien dat zo mooi is als een boom. Misschien zal ik helemaal nooit een boom zien, tenzij de reclameborden omvallen.’ In het nawoord licht de uitgever toe dat de auteur in 1940 het oorspronkelijke woord ‘misschien’ veranderde in ‘inderdaad’. Nog twee interessante verwantschapsverbindingen: de titel van het vers is gelijk aan die van een gedicht van Walt Whitman in Leaves of Grass. Song of the Open Road is een parodie op Trees van Joyce Kilmer, waarvan de eerste twee regels luiden: ‘I think that I shall never see / A poem lovely as a tree.’ Het vers in Nash’ moerstaal horen? Men surfe naar https://www.poemhunter.com/poem/song-of-the-open-road/

Wat een liefde voor het boekenvak spreekt uit het uitgeven van dit soort publicaties. Meer weten over de uitgever van dit soort werk? www.koekangerhandpers.com.

Ter vergelijking: driehonderdnegenennegentig woorden had schrijver dezes nodig voor de beschrijving van bijgaand versje van eenendertig woorden.

(¹Koekanger Handpers publiceert per jaar enkele uitgaven. In haar jarenlange bestaan werden honderden pareltjes verzorgd. Vele daarvan waren vanaf het moment van verschijnen gelijk een collector’s item.)

Randje Drenthe

Zoals Groningen de provincie van het Groninger trekpaard is, Friesland van de Elfstedentocht uit de geschiedenisboekjes, zo ontpopt Drenthe zich als de moeder aller fietsprovincies. De internationale overkoepelende wielerbond UCI (Union Cycliste Internationale) deelt speciale Bike Region Labels uit, een soort keurmerk voor regio’s die ernaar streven en daarenboven erin slagen fietsen te promoten. Drenthe is de eerste UCI Bike Region ter wereld. Drenthe wordt aangeprezen als een toonbeeld van een regio waar veel in fietsen wordt geïnvesteerd. De wielercultuur zit diep in Drenthe verankerd, als de olie onder Schoonebeek. Ook bij het Landelijk Fietsplatform scoort Drenthe vijf sterren. Mooie evenementen dragen bij aan de Drentse status als fietsprovincie, maar ook het uitstekende fietspadennetwerk van meer dan 2100 kilometer. Met de breed gedragen erkenning op zak, maakt de provincie zich op om het WK wielrennen in 2023 binnen te halen. De ambitielat ligt hoog. Dat is in Drenthe weleens anders geweest. Op diverse terreinen wordt gewerkt aan een nog betere inzet van fietsen. Gedeputeerde Henk Brink, met de portefeuilles verkeer en vervoer, economie en vrijetijdseconomie is trots op de koppositie die Drenthe inneemt. 

Voorbeelden van oude en recente fietsprojecten in Drenthe:

  • De Ronde van Drenthe, een monument van bijna zestig jaar oud;
  • Drenthe 200, een ultramarathon voor mountainbikers, fatbikers, cyclocrossers;
  • Een keur aan nieuwe fietsroutes: drenthe.nl/fietsen;
  • De inmiddels veertig jaar oude Gouden Pijl (men leze ‘Veertig Gouden Pijlen’ 2017);
  • Een nieuw fietstracé op de VAM-berg in Wijster, binnenkort uit de ontwikkelfase als een tweejarige uit de luiers, met hellingen van 8 – 13 % inclusief kasseienstrook;
  • Randje Drenthe, tien routes van ca 60 km, twee gekoppelde routes van 135 en 170 en de ultieme tocht van 255 km: fietssport.nl;
  • Cycling Valley, het fietsmekka van Noord-Nederland wordt ontwikkeld in Roden;
  • Para-Cycling World Cup, na 2017, dit jaar in juli en in 2019 de wereldkampioenschappen te Emmen;

Voor meer informatie: www.opfietseindrenthe.nl;

28 x Andalusië, 22 – 28 MALAGA

Martes, seis marzo. Malaga heeft in zijn eentje wat Cordoba, Torremolinos en Antequera samen hebben. En nog wat meer. Een grote, flitsende, open, mooie, cultuurrijke stad. Schitterend aan het water, de Alboránzee, gelegen. Met ondertussen een autovrije of -luwe binnenstad. De laatste twintig jaar is er op dat vlak veel ten goede veranderd. We doen mee aan een ‘free city tour’ van drie uren. Gids Alejandro vertelt met enthousiasme & deskundigheid over de gezellige, ruime pleinen, fraaie straten met de talloze musea en kerken.  Picasso liet hier zijn sporen na als een pas ontdekte Van Gogh in de TEFAF-brochure. Plaza de la Constitucion, Plaza de la Merced zijn je van het. Straatmuziek, met oog voor detail beschilderde schuttingen, lustig betegelde straten, overal is met zorg en oog aandacht aan besteed. Joáo en Breixo doen het even rustig aan. Ze komen uit Portugal en Joao, de muzikant wordt verteerd door liefdesverdriet en ligt het doel van het leven te overdenken. Breixo (23)  is vrolijker. Als hij zijn schoolcarrière beschrijft maakt hij het gebaar van een door de golven laverend schip dat hier en daar een haventje aandoet en alle tijd heeft om het einddoel te bereiken. Ze slapen op het strand. Ik probeer wat voor de mannen te tokkelen op het eenvoudig geconstrueerde instrument. Een strakke staaldraad als een boog gespannen en op het eind een uitgeharde, open kalebas als trommel.

Miércoles siete marzo. De zon beschijnt de daken tegenover ons als een te felle bouwlamp op gipsplaten in een nieuwbouwhuis. Malaga telt zo’n 28 musea. Nou ja, musea, daar zitten dan ook musea bij over Malagese wijn, Andalusische kostuums, het bisschoppelijk paleis en zo meer. De kathedraal, hier bekend als La Manquita, de eenarmige, telt hier zelfs dubbel: èn als museum èn als kathedraal. Dat is een beetje als een ijssalon bij de KvK meetellen als melkverwerkend bedrijf en als genotshuis. Toen we van Antequera naar Malaga reden staken we wel zestien keer een miezerig stroompje over, de Rio Guadalmedina. Tegenover ons appartement is het uitgegroeid tot een betonnen goot die meestal droog staat en waar Malagezen hun honden uitlaten. Heel soms gaat ergens een schuif open en kolkt er een bruine, licht onwelriekende stroom voorbij, zoals, stel ik me voor, op Twitter na een Forum voor Democratie-discussie.

We bezoeken het CAC, het Centre de Arte Contemporáneo. Een mooi gebouw en een schitterende expositie. Deze maand krijgen Secundino Hernández en de Duitser Stephan Balkenhol de ruimte. Balkenhol toont houten sculpturen. Mannen en vrouwen in erg grote of juist kleine uitvoeringen, los staand in de vrije ruimte of aan de wand gespijkerd. In de vaste collectie zit werk van Norberto Gil, Peter Halley e.v.a. Na een uurtje in de onderbroek liggen en lezen op het strand gaan we de stad weer in. Ik laat mijn schoenen poetsen en we zien grote en voor deze keer uitzonderlijk goed uitgevoerde graffiti.

Jueves ocho marzo. We dwalen wat door de stad. Bij warenhuis El Corte Inglés is het rustig. Bij Victoria’s Secret demonstreren meisjes, vrouwen en enkele jongens voor de expansie van het feminisme. Ze roepen en zingen vrolijke leuzen, o.a. dat ze vandaag een koopstaking houden. Als het rumoer aanzwelt zien we ze vanuit de verte met bh’s zwaaien als cowboytje spelende jongens met lasso’s. We zijn bijna een maand in Spanje en dan valt je weleens wat op. Als je meer dan zestig jaar in Noord-Nederland hebt gewoond, dan is Spanje een schok. Waar zijn de boodschappentassen,  fietsen, zonnepanelen, brievenbussen, stadse geveltuintjes, rollators, snackbars en wekenlange wolkenluchten? Het weer, de vrouwen, het eten, the way of life, allemaal anders. En de infra. Zet de Drentse keienweggetjes, bolle, kierende Groninger klinkerwegen, brokkelige Coevorder stadsvloer met breuklijnen als in kapot abriglas, eens naast de glimmende blokken graniet en zonbeschenen marmerplaten in voetgangersgebieden in Spaanse steden, dan zie je de verschillen. Het Stendhal-syndroom ligt op de loer als verkoudheid in september.

Viernes, nueve marzo. Heel traag klimt de zon omhoog op de muren als ik naar de bakker op de hoek loop. Ik koop hetzelfde als gisteren en eergisteren en betaal drie keer een ander bedrag. Het winkelmeisje en ik verbazen ons er niet over. Ze vindt het vreemd dat ik haar plastic tasje afwijs. Voor Spanjegangers staat altijd wel een markt op het menu, als kikkers voor reigers. Wij bezoeken Mercado de Atarazanas in het oude deel van Malaga. Vlees, vis en vers gestapelde aardbeien. Buiten zit een geduldig wachtende koopvrouw met fresia’s. We eten liefdeloze tapas op een plein en bezoeken dan het museum van Malaga’s beroemdste inwoner, de uitvinder van het kubisme: Picasso, de beste kunstenaar van de 20e eeuw? Het overzichtelijke museum toont alle zijden van Picasso: (zelf)portretten, vrouwen, geometrische werken, sculpturen van mensen, stieren en duiven. Na dit bezoek zie je allerlei Picassoësque invloeden, waar je ook kijkt. We maken een uitstapje naar Rincon de la Victoria. Als we ooit nog eens in Spanje gaan wonen, dan hier. Op fietsafstand van Malaga, gelegen naast de zee en minder druk dan Torremolinos. We spreken   Sergio Santamaría, oud-speler bij FC Barcelona en nu werkzaam als inmobilario. Hij vertelt gespeeld te hebben met De Boer, Kluivert sr. en getraind onder Van Gaal. Als ik hem niet gelovend aankijk zegt hij: ‘Google me.’

Sábado diez marzo. Bewolking trekt over Malaga. De wereld lijkt somber, als de toekomst van ontmaskerde kalver- en mestfraudeurs. Toch trekt de stad ons weer aan. Het worden vandaag winkels en overdekte mercado’s. Mijn bewondering voor marktkooplui, meestal profi’s en soms losvaste amateurs, is groot. Met liefde voor je product asperges uitgestald in een kruiwagen: klasse! Boekhandels hebben wel de stokoude El Ciclista van Krabbé maar de nieuwste van Vincent Werner niet. Goede schoenen, een paraplu en een lichte regenjas zorgen ervoor dat we de straten zowat voor ons alleen hebben. Een fraaie graffito met een schildpad en een donna hebben op ons hetzelfde effect als een rap: als je herkent dat er meer tijd aan is besteed dan vijf minuten infantiel, seksistisch gebroddel met bier en een pilletje of twee, vallen ze vaak mee. Deze vitale schildpad lijkt weg te zwemmen uit een door GreenPeace bewaakte, want ultraschone, rioolbuis terwijl moeder Maria er wat weer-, hulpe- en hopeloos bij staat met geloken ogen. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht zie ik een poster van de Partij voor de dieren voor mij, starring Marianne Thieme als Maria. Net even buiten oud-Malaga vind je moderne kantoorgebouwen die je ook in Düsseldorf, Gent of  Almere-zuid aantreft.

Domingo, once marzo. Vandaag blijft de temperatuur wat achter en zijn er buien voorspeld. Via Carreteria en Alamos slenteren we de stad in. Tegelijk met de zon arriveren we op Plaza de la Merced. Daarna steken we door naar het Centre Pompidou Málaga. We bekijken enkel de vaste collectie en die valt niet mee. Langs Muelle 1 naar de Playa, waar we licht lunchen met een handvol sardienen en een watertje. Daarna bezoeken we de onneembaar lijkende vesting La Alcazaba en het Teatro Romano. La Alcazaba, een van oorsprong Moorse burcht, werd uiteindelijk door de christenen na een lang beleg, overgenomen. De geschiedenis toont aan dat door de eeuwen heen, religies een garantie waren voor kamp, strijd en agressie.

Lunes, doce marzo. De zon is slapjes ingekapseld tussen grijze en donkere wolken, als de CDA-principes tussen wat Buma kan en wat hij wil. Torrox en Nerja staan op de reislijst. Uiteindelijk halen we Nerja niet, maar Torrox, Torrox Costa en Lagos wel. Torrox ligt tegen een heuvelrug geplakt. Voetgangers die de nauwe straatjes ingaan nemen beter een kompas mee. Ook met harde wind bekoort de kust. De zon kruipt uit zijn schulp en koestert ons.

Martes, trece marzo. Boven de 18, 19, 20 graden verandert het straatbeeld. Er zijn aanmerkelijk meer straatmuzikanten. De kwaliteit van de muziek wisselt nogal. We beluisteren een gitarist die na een half Beatlesnummer met zijn gitaar rondgaat, een zanger van operamuziek met een versterker, een cellist die zijn muziekstudie op straat praktiseert, en enkele begenadigde gitaristen die, gadegeslagen door Maassluise vertegenwoordigers van de ‘red hat society’ (“Er kunnen enkel vrouwen lid worden; we komen maandelijks bij elkaar en onze stelregel is: we zeuren, klagen en roddelen niet en iedereen draagt iets paars en een rode hoed,”), prachtige Spaanse flamencomuziek spelen. Als we even niet kijken groeit de groep van twee naar drie spelers.

28 x Andalusië, 15 – 21 ANTEQUERA

strijdperk

Martes veintesiete febrero. Antequera ligt op 575 hoogte, 55 km boven Malaga. Het is een Andalusisch provinciestadje van ca 40.000 inwoners en heeft een arena voor stierengevechten. Stieren opjagen, in een hoekje drijven en dan gefaseerd doodsteken onder luid handgeklap vinden Spanjaarden net zo gewoon als Nederlanders vissen, kievitseieren rapen, kistkalveren slachten, haantjes shredderen, bokken kelen en op weerloze dieren jagen.  Het enige verschil: stieren willen uit pure wraakzucht de belagers nog weleens te grazen nemen. Met Drenthe heeft de Antequera regio gemeen dat er vroeger Hunnen woonden.

vlag van Andalusië

Miércoles veintiocho febrero. Dia de Andalucia, dag van Andalusië. Op deze dag wordt herdacht dat de regio Andalusië, met als hoofdplaats Sevilla, op 28 februari 1980 als autonome regio werd erkend door de Spaanse regering. De scholen zijn gesloten en de winkels hebben aangepaste winkeltijden. Veel musea zijn op deze dag gratis toegankelijk.

Antequera, amandelboom en zware luchten

Jueves uno marzo. Hoewel archeologische opgravingen en steenklompen zoals hunebedden op ons doorgaans de aantrekkingskracht hebben als Staphorster klederdracht op een lingeriefetisjist, bekijken we toch de folder over dolmens in Antequera aandachtig. De folder en de regen slagen erin ons vandaag thuis te laten blijven. Het wordt een dagje lezen en later de stad bewandelen. We zien conventen met gesloten deuren, prachtig betegelde halletjes, door amandelbloesem begeleide vergezichten en fitnessapparaten in de vrije ruimte. Die zie je in deze regio alom.

 

(detail) M. Sánchez

Viernes dos marzo. Voor het eerst een paraplu gekocht in Andalusië, dus op naar het MAD,

marmerijs

het prachtige, maar bijna uitgestorven Museo de Arte de la Diputación. Naast een vaste collectie, met o.a. werk van Leoncio Talavera met het ontroerende doek Niño con cisne (jongen met zwaan), Antonio Reyna Manescau, José Navarrete Oppelt, Enrique Symonet y Lombardo, Adolfo Ocón, en folkloristische, ontwapenend onnozele,

M. Sánchez – La nave de los locos

stierenvechters van José Denis Belgrano is er recent werk te zien van Juan Miguel Quiñones: kleine marmeren sculpturen van taartjes en ijsjes. En van Matías Sánchez: grote verhalende doeken met duidelijke middeleeuwse invloeden. Vooral voor de grote doeken van Sánchez kom je gemakkelijk op (en erover) de zes seconden die museumbezoekers gemiddeld stilstaan om een werk te bekijken.

La Nave de los locos van Sánchez = Het Narrenschip van Jeroen Bosch.

bibliotheek Antequera

Sábado tres marzo. We bezoeken de openbare bibliotheek in Antequera, gevestigd

naambord bieb

in een prachtig gebouw met een stijlvol binnenplein. Het doet me aan een klooster denken. Bovenop het torentje een nestelende ooievaar. De bieb werd geopend in 2004. Er is een gedeelte voor kinderen en op de eerste verdieping voor volwassenen. Het is zaterdag en er wordt goed gebruik gemaakt van de lees- en studiezaal. De donkerhouten kasten en het hoge gebogen plafond geven de ruimte de grandeur die je in films van Harry Potter ziet en in moderne leeszalen mist. Waar vind je nog echte encyclopedieën? Nou, hier.

Alejandro y Javier

Er zijn relatief veel jongeren, sommigen met een laptop, allen met smartphones en velen met grote schrijfblocs. Naast elkaar aan een grote leestafel zitten Javier Peral Aguilar en Alejandro Rodríguez Terrones. Beiden zijn zestien jaar. Ze zitten hier geregeld te studeren, bijna elke zaterdag en vandaag de hele dag. Alejandro vertelt dat hij aanstaande maandag een toets heeft, vandaar zijn studiezin. Javier leest een boek voor de literatuurlijst. Terwijl ik hen fluisterend spreek is het verder doodstil. Een meisje verderop, druk bezig met het maken van aantekeningen voor een geschiedeniswerkstuk, kijkt me al eens wat bozig aan en na vijf minuten komt de bibliothecaresse ons tot stilte manen. Met een optimistisch gevoel over Spanjes toekomst, vertrek ik.

Hee, waar hoorde en zag ik de naam Aguilar eerder? In Cordoba zag ik een borstbeeld van Monsénor Antonio Gómez Aguilar (1927 – 1993). Familie van Javier Peral?

strak, strakker, strakst

Antequera bezoeken zonder een blik op de dolmens geworpen te hebben gaat eigenlijk niet. In 2016 kwam de internationale erkenning, waar elke hunebeddenshow naar hunkert, van de werelderfgoedlijst van de Unesco en dat is te zien. Een heuse receptie met een videopresentatie in het Spaans, het Spaans en het Spaans, een indrukwekkende, strakke toegangspoort en een ruime parking. Te zien zijn grote stenen blokken die kamers vormen waarvan de daken bestaan uit lateien of valse

twee x profiel

koepels. De drie tombes die begraven lagen onder de originele aarden grafheuvels behoren tot de meest opmerkelijke architecturale bouwwerken van de Europese prehistorie. Maar het mooist van al is een in de verte zichtbaar profiel van een kop die, als Beatrix’ contouren op een postzegel, in het beton op de voorgrond wordt gespiegeld.

afwatering

Domingo cuatro marzo. Zon en regen wisselen elkaar vandaag af als winst en verlies bij Ajax. Er oefent een goed klinkende tenor in ons trappenhuis. De akoestiek is perfect. De open ruimte nodigt hem uit om tussen de strakke toonladders door te roken. In het paleisachtige stadsmuseum, Museo de la ciudad de Antequero, mag je niet fotograferen, zie ik helaas te laat. De suppoost met wapenstok knipoogt. Op de museumwebsite stopt de programmeringsinfo bij 2015. Bij regen klateren vier fikse waterstralen uit de geopende slangenbekken aan de gooteinden op de binnenplaats. Bij het horen en zien ervan gaan vele oudere señores onmiddellijk met mij naar de aseos om daar broederlijk naast elkaar staand, benen wat uit elkaar, kont iets naar achteren, de blik bestuderend gericht op interessant afbladderend stucwerk dertig centimeter voor ons, met een groot gevoel voor timbre, lichter klaterende stralen te produceren. En vooral de concentratie niet verliezen!

Op de begane grond de verplichte, misbare, archeologische brokken, scherven en stukken. Op de eerste verdieping

saaie, want te bont geborduurde, overgooiers als werkkleding voor pastoors, kardinalen en bisschoppen. Verder geestelijke parafernalia van zilver en vormloze, kleurrijke, joekels van schilderijen van dimensieloze, blijde bijbelse taferelen die in hun eenzijdigheid, de gruwelen van de eerste vijf Bijbelboeken zijn hier niet te zien, de afgebeelde ongeloofwaardigheden slechts versterken.

 

Gehangende

Weer iets hoger José Maria Fernandez (1881 – 1947) en bovenin, het dichtst bij de hemel en de water spuwende slangenbekken, Cristóbal Toral (1940). Fernandez, een tijdgenoot van Edward Munch, wekt de indruk Munchs werk (De schreeuw) te kennen (zie de gezichtsuitdrukking van de gehangende).

De zaal met Toral maakt ons bezoek de moeite waard. Fijn en realistisch geschilderde, verweesd en eenzaam rondkijkende vrouwen op bedranden, een dode emigrant naast zijn schamele bezittingen, heel veel troosteloos en treurniswekkende collecties dozen, opgestapelde meubels en kastjes. Ze willen je een verhaal vertellen dat veel verder gaat dan dat van de obligate kerkvaderen twee verdiepingen lager.  De verwijzing naar de spullen die na deportaties van vele Joden in WOII overbleven, is glashelder. Toral klaagt de terroristische barbarij aan en noemt daarbij Daesh oftewel I S bij naam.

Wolfgang

Lunes, cinco marzo. Aan de grootste en drukste winkelstraat in Antequera, de Calle Infante Don Fernando, die de stad doorsnijdt van het kasteel naar de stierenvechtersarena, zie ik Wolfgang zitten, een vriendelijke meneer met een wit sikje en een paardenstaart onder een pet. Voor hem een bakje met wat muntgeld. Ik schiet hem aan met mijn vaker gestelde vraag: “Habla usted Inglès?” en tot mijn verbazing antwoord hij – in het Engels – bevestigend. Mooi dat scheelt alvast. Inge loopt even door en wacht verderop in de straat. Ik wil weten hoe hij in het straatleven verzeild raakte en vraag hem of ik hem enkele vragen mag stellen en of ik hem mag fotograferen.  “Of course,” is het snelle antwoord. Wolfgang is negenenvijftig jaar oud, afkomstig uit Duitsland, hij is niet getrouwd en heeft twee dochters van 34 en 25 jaar oud. Hij heeft geen contact met zijn dochters en hun moeder, dus hij weet niet hoe het hun gaat en of er kleinkinderen zijn. Duitsland heeft echt voor hem afgedaan. Hij heeft geen vast adres. Als ik hem vraag wat er gebeurt als hij een keer ziek wordt, houdt hij zich op de vlakte.

Zijn beroep is ‘Steinmeister’. Heel af en toe heeft hij losse klussen bij particulieren. Een keer helpen bij de verbouw van een huis, een schoorsteen metselen, dat werk. Of het leven op straat hem bevalt? “Zeker, ik ben helemaal vrij. Ik heb nu alle tijd.  ’s Morgens ga ik hier zitten, op mijn in plastic zakken verpakte twee slaapzakken. Dit is alles wat ik heb. ’s Middags om ongeveer drie uur, krijg ik een warme maaltijd van een heel aardige Braziliaanse vrouw. Ik slaap op straat, dat wil zeggen bij de overkapte entree van een gerechtsgebouw, je weet wel, zo’n straatje waarlangs ze verdachten naar binnen brengen.” Terwijl we doorpraten verander ik van houding en ga even op de tegels zitten. Ik wil niets romantiseren, maar Wolfgang maakt bepaald geen zielige indruk. Terwijl ik met hem praat, worden er geen munten in het voor hem staande doosje geworpen. “Spanje bevalt me heel goed, het weer is prima. Nee, ik heb geen computer. Ik had een mobieltje, maar dat is kapot. Spanje heeft geen sociaal vangnet voor mensen als ik. Wel kun je per week drie warme maaltijden krijgen in steden als Antequera. Als ik me wil douchen, neem ik voor een nacht een kamer in een hostel, voor ongeveer € 15,-.” Zonder het te merken zijn we overgegaan van het Engels op het Duits. Wolfgang: “Ik spreek vijf talen: Spaans, Duits natuurlijk, Engels, Portugees en een heel klein beetje Nederlands.” Als ik wegga en hem groet geef ik hem mijn kaartje met (website)adres, kan hij het nog een keer nalezen. Ik besef dat ik hem in gedachten niet een bedelaar zou noemen, maar, eeh, een vrije dakloze. “Wolfgang, alles gute!”

28 x Andalusië, 8 – 14 CORDOBA

Martes veinte febrero.

Centro deCreación Contemporánea C3A

Het Centro de Creación Contemporánea de Andalucía, ook bekend als het C3A, oogt aan de buitenkant als piepschuim.

Museuminterieur

Binnen zijn alle muren van beton, de bekistingsplaten nog zichtbaar. Tien minuten voorbij het gekrioel van de Mezquita-Catedral is het hier een oase van rust. We tellen vijf bezoekers. De entree is gratis. 12.000 m² ruimte is gecreëerd door de architecten van Nieto Sobejano. We zien een audiovisuele show over de Vietnamoorlog. Metershoge en -brede beeldschermen tonen in de oceaan stortende helikopters. Vietnamese inwoners beschrijven welke impact Amerikaanse luchtaanvallen hadden. Vervreemdend. Indringend. Wat een contrast met een zaal waarin Yoko Ono bezoekers vraagt iets te breien t.b.v. de wereldvrede.

Miércoles veintiuno febrero. Zwervend door Cordoba (met 325.000 inwoners twaalfde Spaanse stad) geloof je niet dat Spanje de vierde economie in Europa is. Vooral de straatjes in de Joodse wijk doen je meer denken aan Urk dan aan Madrid. Wat een mooie stad, doorsneden door de Rio Guadalquivir, met tegenover de Mezquita de wonderschone brug Puente Romano met selfies makende plattelanders, straatmuziek in alle vormen en duiven die er een wedstrijd van lijken te maken zo hard mogelijk onder de brugbogen door te vliegen zonder elkaar en de stenen pilaren aan te raken.

Puente Romano

In C vind je een flink aantal kerken, een synagoge, een universiteit, heel vaak de zon, plaveisel gemaakt van kiezels en marmeren stoepranden, veel interessante court yards, zeg maar binnentuinen of patio’s. De patio’s hebben de sterrenstatus van Wereld Erfgoed bereikt. Ooit was Cordoba één van de belangrijkste steden in de wereld, met meer dan 500.000 inwoners. In de tiende eeuw was Cordoba een kalifaat, met zo’n 500 moskeeën.

Jueves veintidós febrero.

Ook Spanje

Mijn verleden als campingbaas heeft mijn interesse voor riolen en het systeem van vuilnis verwerken aangewakkerd. Spaanse steden kennen een prima systeem voor de vuilnisverzameling. Overal staan verzamelcontainers en in steden zijn veel ondergrondse containers. De bovengrondse afvalbakken zijn gemaakt van roestvrijstaal. Die dingen heb je in Groningen en Palermo ook. In Spanje zagen we enkele malen dat de bakken werden schoongepoetst door brigades vuilnismannen. “Puedo fotografar usted?” “Si, naturalmente.”

Viernes veintitres febrero.

Plaza de la Corredera

Zoals in een schoolgebouw of markthal het geluid aanzwelt als je de ruimte nadert, zo hoor je in Cordoba toenemend gezoem als je dichter bij het Plaza de la Corredera komt. Misschien Europa’s, nou ja, Spanjes, nou ja Cordoba’s mooiste plein. Aan vier zijden omsloten door hoge gebouwen waan je je in een theaterzaal. Eenmaal op het plein valt het geroezemoes weg en kun je genieten van de voorstelling van parende honden, fietsende peuters, je smartphone met een hevig zwijgende André van Duyn in een DWDD-discussie die ertoe doet, zon, terrasgenoegens, een verdwaalde violist, het nieuwste boek van Lize Spelt en meer.

Omhoog man!

Sábado veinticuatro febreo. In Cordoba geen Friese paarden maar Andalusische. In het Caballerizas Reales worden paardenshows opgevoerd. Het begint met gaapverwekkende longeeroefeningen en het eindigt met circusachtige trucs: een zittend, achteruitlopend, met een voorbeen zwaaiend, met een in het rood geklede zwierige danseres dansend paard. € 15,-. De zitplaatsen zijn aan de krappe kant. Voor mij een iele Deense meneer die links door zijn vrouw en rechts door een Spaanse deerne zowat wordt geplet als een zwetend broodje kaas in een te volle rugzak.

Fernando Clemente

Domingo veinticinco febrero.  Na het zoveelste mooie straatje, putdeksel, voordeur, leicitroenboom, of plein, was het wel eens tijd voor hardcore moderne kunst. Ik tref het met geometrisch werk van Baez, Clemente, Pereñiguez en Romero onder de naam ‘Geométrico Trip South’ in het nieuwe Centro de Arte Rafael Botí. Heerlijke, overzichtelijke, a-romantische, onbegrijpelijke, meetkundig te berekenen structuren in olieverf.

This is what it is

Lunes veintiseis febrero. Tussendoortje I: aan deze datum is af te lezen dat het Spaans het telwoord zes letterlijk aan het Fries heeft ontleend: seis. Tussendoortje II: Terwijl ik genieten en rondbanjeren in Andalusië combineer, lees ik dat Spanje het bloed van een specifieke Nederlander wel kan drinken. Vincent Werner (woont en werkt al 17 jaar in Spanje) schrijft over The real (S)pain of Europe een boek ‘It is not what it is’ over Spaanse gebreken. Zijn kritische analyse komt voort uit liefde voor Spanje.

Catedral Mezquita

Je kunt er niet in zaalvoetballen maar paaltjesvoetbal zou wel gaan. 23.000 m²vloerruimte telt de Catedral Mezquita. Ooit was het een moskee. Na 1236 wordt het als kathedraal gebruikt. ’s Morgens van 08.30 – 09.30 is er vrije entree. Daarna kost het € 15,-. De maatvoering, pracht en praal en het idee van de omtovering van moskee naar kathedraal (stel je zoiets nu eens voor) doet je mond af en toe open zakken van verbazing. Schitterende architectuur, met bladgoud opgeleukte kapellen aan de buitenzijde die je aan de Sint Pieter doen denken, restaurateurs die met een scheermesje immense staalconstructies roestvrij krabben, grote vloerdweilmachines met zwaailicht, geen reclame: prachtig allemaal.

Plaza Tendillas, Cordoba

bachelor-party-tijgers

Het is zaterdagmiddag, twee uur. We gaan zitten op een door de zon verwarmde marmeren bank op het mooie Plaza Tendillas. Lekker even een boek lezen in de zon. Het is er gezellig druk. We zien mensen die naar een feest gaan, oude wandelaars, uitbundig goed geklede bejaarden, bachelor-partytijgers, jongeren die wat rondhangen, een meisje dat de nagels van een hondje vijlt door het liefdeloos achter zich aan te sleuren, opa’s die duiven voeren en een handvol toeristen. Iedereen lijkt tevreden en gelukkig. Ik zie geen jongeren die hun gezichten verbergen onder hoodies met bontkragen.

drie aardige jongens

Geen rondraggende scooters te zien. Ik probeer met passanten een gesprekje te voeren over het leven in Spanje. Eerst spreek ik drie aardige jongens aan. Hun Engels en mijn Spaans blijven achter bij onze bereidheid tot praten. Dan drie iets oudere personen, van wie er één wat Engels spreekt. De mevrouw van wie ik de leeftijd op 19 à 20 schat blijkt 39 jaar oud te zijn. We lachen er allemaal hartelijk om. Ze

links de 39-jarige

werkt zes dagen per week acht uur per dag bij een groenbedrijf. Ze is zeer tevreden met het leven in Cordoba. Mijn Spaans is te slecht voor een vlotte conversatie. Als ik net weer begin te lezen komen er vier jongeren op me af. Een microfoon vastgeknoopt aan een mobieltje. “Mogen we u wat vragen over het beroep van ….. leraar?” “Tuurlijk, leuk. Maar daarna wil ik jullie wat vragen.”

Carmen, Maria, Miguel en Juan zijn vijftien jaar oud en ze zitten in het laatste jaar van hun schoolopleiding. Na dit jaar gaan ze naar het twee jaar durende Bachillerato en daarna willen ze naar de universidad, in Cordoba, Madrid, Jerez en Granada. Ze kiezen merendeels voor grotere steden dan Cordoba, want die zijn interessanter. De gewenste studierichtingen zijn: marketing, onderwijs, digital design en piloot. Ze vinden alle vier het leven in Cordoba prima. Het is een fijne en gezellige, kleine stad. Het onderwijs voor jongeren is gratis. Op Juan na, denken ze in de toekomst allemaal in Spanje te blijven. Juan overweegt Amerika. Cordoba is een veilige stad, tenminste het centrum. Misschien dat enkele andere wijken wat minder veilig zijn. Natuurlijk is er in Spanje sprake van een hoge jeugdwerkloosheid, maar alle vier zijn het erover eens dat als je hard wil werken en studeren, er banen te krijgen zijn. “Het ligt ook aan jezelf.” Als ik ze vraag naar hun politieke voorkeuren noemen er drie de nu regerende P P, de Partido Polular, en Miguel weet het nog niet. Zonder aarzelen noemen ze desgevraagd de naam van Mariano Rajoy als Spanjes eerste man.

Carmen, Maria, Juan, Miguel

Ook zijn ze het er alle vier over eens dat de Europese Unie goed is voor Spanje en voor de andere Europese landen. Dezelfde munteenheid en gemakkelijk reizen zijn belangrijke voordelen. Misschien dat eruit stappen voor Engeland wel beter is. Opvallend is dat ze niet (meer) actief sport beoefenen. In het verleden wel. Genoemd worden dansen, basketbal, volleybal en voetbal. Naast FC Barcelona en Real Madrid wordt Real Betiz genoemd als favoriete voetbalclub.