Als een kind dat in steeds wijdere cirkels de omgeving om de zandbak exploreert onderzoek ik de wereld voorbij Reitemakersrijge. Ik ontdek onzichtbare kunst, beloopbare cultuur, flitskunst en ongebruikte stukjes natuur, ‘ter grootte van een krant’, die schreeuwen om ontwikkeld te worden. Aan de Brailleweg is op een groene postzegel ruimte voor tenminste tien tiny houses of microwoningen. Aan het water! Wachtend op ontwikkeling.
Wandelen stimuleert denken over grote raadselen. Waarom economie de exact- en kleurvastheid heeft van veelvormige bonte dahlia’s. Waarom mannen nog steeds niet een pijnvrij apparaat voor mammografieën hebben uitgedacht. Ik hoor iemand zeggen: ‘Als hun ballen tweejaarlijks op die manier zouden geplet worden, was er allang een verbeterde thermograaf uitgevonden.’
Schattingen over hoeveel van de Nederlandse museale kunst in depots ligt variëren van 65 – 95 %. Is onzichtbare kunst wel kunst? Boijmans van Beuningen heeft een museaal depot gemaakt. Wordt dat een nieuwe trend dan wordt de onzichtbare kunst ontsloten en daarmee weer kunst. En verdund natuurlijk, want de opgeslagen kunstwerken behoren niet tot de top van de collectie. 
De neiging dingen mooi te willen maken gaat ver in Groningen. Putdeksels zijn geïllustreerd met de Martinitoren. Je moet het, net als oprechte bedoelingen van Omtzigt-doders onder CDA’ers wel even willen zien natuurlijk. Iets verder: het witte KPN-gebouw.
Aan de Emmaviaductzijde zie je een ronding in de bakstenen als de billen van eeh, vorige week zou ik nog argeloos Carola hebben gezegd, maar nu noem ik de beelden van Fernando Botero of, veiliger nog, Margarethe 22 in de wei richting Hoogkerk. Iedereen stelt zich de vraag waarom de architect er niet gewoon een rechte muur van heeft gemaakt. Totdat een fietsmaat (fietsers weten nou eenmaal veel) je erop wijst dat het, vanuit de lucht gezien de bolling van een opengeslagen telefoonboek is. Stel je voor! Wil je deze kunstvorm aanschouwen, neem dan een drone en fotografeer het vanuit de lucht. 
Op de Grote Markt worden kleurige tekeningen geprojecteerd op het stadhuis. Wat een kleuren, dahlia’s, speelse schetsen, energie, vrolijkheid, kunst! Groningen, ik ga steeds meer van je houden.


Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹. 
De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe
een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden. 

Vanaf de Reitemakersrijge is er veel te zien. Kleuren trekken aan mij als idée fixes aan praattafeleconomen die de weg kwijt zijn en vaccinatiemijding aan pluimvee-industriëlen. Elke morgen kijk ik of hij er staat, de gele reiziger aan de overkant van de A. Tegenover ons een glazen huis. Block House staat er in het groen. Geen Blokhuis, Blokkendoos of
Blokhoes. Een ingenieuze onbegrijpelijke pijl wil naar het voormalige kolossale KPN-gebouw naast ons wijzen, maar weet niet hoe. Een appartementencomplex met 200 vierkante krokodillentandjes als brievenbussen. Veelal bestemd voor studenten van ver buiten Nederland. Het is een groot gebouw met aan de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat een doorgang naar een binnenplaats. Op de binnenplaats een goudkleurige blokkendoos boordevol met wooneenheden als een uitvergroot schoenendozenmagazijn uit het duurdere segment.
Vanaf onze binnentuin gezien, zie je vier verdiepingen met nieuwe kozijnen in de 60 cm dikke muren. Soms klinkt muziek, zowel alledaagse, jeuzelende, naargeestige 3FM-muziek met als dieptepunt infantiele raps, als indringend uitheemse, meer onbekende, gemaakt op snaarinstrumenten die vanwege de van geitendarmen gemaakte snaren bij de Partij van de Dieren op de zwarte lijst staan. Een enkele Blockhouser houdt de ramen dag-en-nacht wijd open alsof de verwarming op hol is geslagen.
Bij de koop van ons huis aan de Reitemakersrijge heb ik extra veel belangstelling voor de isolatie van het huis. De bezonning, ligging, kleuren, indeling, vraagprijs, staat van onderhoud laat ik graag aan vrouw I over, maar de muurisolatie is mijn focus. We zijn niet bang voor straat- of burengeluiden, we vinden het prima af en toe leven naast ons te horen. Nee, het tegenovergestelde speelt een rol: bij vlagen ben ik een enthousiast (project)koorzanger en ik wil de buren geen overlast bezorgen. Mijn muzikale smaak is niet breed. Naast liedjes van Ede Staal, Joop Visser, Meindert Talma, Willem Wilmink en passiemuziek heeft kerstmuziek mijn voorkeur. En mijn muzikaal vermogen is niet bijzonder groot, ik moet het, net als mijn fietstempo op peil houden, vrouwen doorgronden, geduld oefenen, het bedrijf ASML volgen, Spaans en Gronings studeren, hebben van dagelijkse observaties omzetten in studiedoelen. Vanaf half september tot begin december studeer ik dagelijks op ruim twintig carols, traditionals en vierstemmige decemberevergreens. Sommige stukken, bijna alle gearrangeerd door Etty van der Mei, zijn taai. De verrekt moeilijke inzet van ‘For unto us a child is born’, het straffe ritme van ‘The royal line’, het voor mij nog wat onbekende ‘O du Fröhliche’, het heerlijk uitbundige fortissimo van ‘Gloria’ in ‘Born is the light’ en de mars ‘Transeamus’. Voor een hard-core atheïst zijn bij dit repertoire de teksten van minder belang. Kippenvel en ondersteuning krijg ik van maandelijkse repetities met het Grootkoor dat met 70 sopranen, 60 alten, twaalf bassen en elf tenoren een interessante bezetting heeft. Geluksgevoel verwarmt me [grote woorden voor een Fries, maar ik houd me nog in]. Groningen is nieuw voor me en ik maak graag kennis met sopranen Bertha uit Onderdendam, Moniek uit Haren, Anneke uit Beilen, en Hans, Gait (Gerrit), Sietske en Geeske uit Groningen. Beide laatsten doen vanwege hun specifieke
stemkwaliteiten mee met de tenoren. Heerlijk die stemvastheid waarop ik graag leun als een wankele CDA’er op koersvaste Hugo. Bij de sopranen doet een ‘Senior Voice’-winnares mee. Ik onderdruk een vloek als ik hoor dat het concert in de Martinikerk niet doorgaat. Maar ik begrijp het, net als ik gelaten alle coronamaatregelen begrijp en accepteer. Nog harder vloek ik als ik hoor dat het optreden in het Concertgebouw wordt afgelast. Maar ook hiervoor heb ik, anders dan toen ik de inmiddels beroemde foto van een rokende Carola Schouten zag, begrip. Nu richt ik mijn hoop op een koorconcert in weer het Amsterdamse Concertgebouw op 23 oktober 2022. Met als gastzangers Tania Kross en Henk Poort. 

We hebben een huisarts, een favoriet eethuisje, een bieb, parkeerplaats, filmhuis, een tandarts, een fietsenmaker, een installateur, schilder, aannemer, pedicure, een organist en sportschooljongens onder wie een masseur. En een foute [want nog steeds schaamteloos kankerverwekkende producten verkopende] supermarkt. Genoeg zorg dus. Een paar dingen vallen op. De boosterprikrij is aan de lange kant. De griepprikrij was korter. Waarom lukt het gisse huisartsen in Oss en Helden-Panningen wel op grote schaal boosterprikken te gaan zetten en die in Groningen niet? Iedereen zag toch aankomen dat wat boosteraccelleratie handig zou zijn. Te druk? Mocht het al dan? Het is een verschil in denken. Of je probeert vooraf je kaartenbak zo gezond mogelijk te houden, of je reageert achteraf op regelgeving.
ijna een half jaar Groningen een gevoel van tevredenheid. Of kerst daar iets mee te maken heeft? Corona dan? Terwijl we mijmerend rondscharrelen in het onvolprezen A-Kwartier werken gemeentemannen, bijgestaan door een stadsarcheoloog, aan een nieuw bankje aan het grasperkje naast het A-bordes. En niemand die protesteert! Dat toont de vrije geest van de binnenstadsbewoner. 
Aan Gedempte Zuiderdiep 132 is, wie weet, het kleinste museum ter wereld gevestigd. Het Pitcairn Museum, open 24/7, gratis. Vier keer per jaar een nieuwe expositie. Geen Mystery-Spot, geen Ames-kamer: meer een vitrine, een kijkdoos. Blijf ervoor staan en verwonder je. Een museumzaal met een
oppervlakte van 60 x 40 ongeveer. Centimeters. Na lang kijken zie je
referentiepunten die je op weg helpen: de hoogte van het bankje, de plinten, de houtnerven in de vloer. Suderdaip 132 heet ook wel het glazen torentje. Vijf woonlagen, de bovenste een unieke B & B, zijn gevat in een stalen constructie waarvan een groot deel zichtbaar is. Een bijzonder gebouw.

de bedden bezettende bible belt, die enge retro farmers, de mest- of witteschoolfraudeurs, de logge ongeschoolde paarden koemanbommelboerseedorfcocudavidsbastengullitstam die maar geen ruiters willen worden, kompasloze dubbelepettendragers vermomd als fiscaal juristen, jagers op agressieve konijntjes, de
mocromaffia, het TagiWeskibondje of toch gewoon de arme tot prinses gemaakten, de ladenlichters van de ABN met zwarte Guernseylijnen, de roomse angst voor Benedetta’s staafje van de pleziergoederenboer, het hossend stadionpubliek, de nieuwshypochonders onder de twitterintelligentsia, de tabaks- lachgas- en farmaceutenindustrie?
Huug, Jaap, Mark, een glaasje zelf gewonnen bessensap, supersub Alexandra, oude ploggers op zondagmorgen, Silvana, godin Minnesma, Carmen Mola die toch drie mannen is, wat fietsersvriendschap, dekselse Bojan & Gretha, onverjaarde broederliefde, een duinenwandeling, een warme hand, een moers- of streektaalkus, wat extra aandacht, de guilty pleasure van een dwarsgedachte, held Josh Cavallo, een ultravrije laatste wil, fijne herinneringen, een handvol weggesneden laatmaarzorg, voetbalplezier van 020 en Wergea United, een minibieb, wat Wilmink, Talma, Staal-cultuur, een shotje molnupiravir, de Omtzigtrenaissance, meerstemmig koorgezang, verstilde kunst, een gehaakte blokjessjaal, trombones zonder dirigent, een parkje aan de A, wat zeg ik? Puur ontknoopt geluk in 2 0 2 2 !

Aan de Reitemakersrijge staan geen auto’s geparkeerd. Wel is er een ondergrondse commerciële parking. Daarover zo meteen meer. Wat is het parkeerbeleid? Groningen doet als een Agrarisch Onderwijs Centrum: het ontmoedigt de studenten om met de New Holland, Fendt of John Deere (of opa’s Mc Cormick met hef, grondbakje en aftakas) naar school te komen maar biedt hun wel het naast de school gelegen sporterrein als parkeerplaats aan.
Buiten de diepenring kan zelfs ook nog een bezoekersvergunning worden aangevraagd. Wil je het karretje per se onder dak stallen, dan is er de buurtstalling: per dag € 2,40. De hele dag in een parking voor de prijs van één ijsbolletje. Voor beide is een wachtlijst van circa drie maanden. Gun je je kar gedurende de wachtperiode een roestvrij onderkomen, sommige autojongens verwennen hun vierwieler als een vrouw haar schoenencollectie, dan kan je terecht in een particuliere ondergrondse parking. Kosten € 5,- per dag. Voor de moeilijke beslisser is er nog een vierde mogelijkheid: een particuliere openluchtstalling: zo’n € 3,20 per dag. Kan je wel naast het museum staan.
Op de diploma-uitreiking van de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in den Haag zien we slechts 2% kwastvaardigen. Wel veel concepten, installaties en fotografie.
Dat Omvlee voor de omslag niet koos voor het veenlijk uit Yde maar voor een zedige schets en profil van de mysterieuze, elders ook wel sensueel afgebeelde Mata Hari komt denkelijk door zijn (partiële) Friese roots en zijn marketing-technisch inzicht. Het is een schitterende bundel geworden met zeer mooie illustraties van schoonzus Hanneke. Bij e l k vers maar liefst. Wat kan dat mens tekenen zeg. Treffend en raak, soms humoristisch, altijd verduidelijkend, met als beste die bij ‘2004 Moord op Van Gogh’.