Johan Dijkstra schilderde in 1924 een stenen brug, die hier steentil wordt genoemd. In Dijkstra’s tijd bestond de brug nog uit twee delen, de echte en de zgn. ‘aanbrug’. Zes Ploegleden lieten zich inspireren door Dijkstra’s aquarel, zegt de begeleidende tekst. Dus niet door de echte brug, concludeer ik. In dit = mijn zevende blogtekst over De Ploeg, ga ik verder in mijn pogingen te ontrafelen, te analyseren wat De Ploeg inhoudt. Museummedewerker Hans de Boer, die ooit samenwerkte met Bé Kracht in de tijd dat zij op de reclameafdeling van V & D arbeidden, is vrij stellig wanneer hij spreekt van “… de echte Ploeg en de huidige Ploeg.” Ik frons mijn wenkbrauwen bij het woord ‘echte’. De Boer: “Johan Dijkstra is met deze aquarel zeer herkenbaar als Ploeg-kunstenaar, dit is typisch het Groninger landschap.” Enthousiast wijst Hans de Boer ons de weg naar de echte steentil bij Dorkwerd. Er vaart, hoe bestaat het, net een bootje onderdoor met de naam Steentil. 
Wat gebeurt er, wat krijg je wanneer zes Ploegkunstenaars een plompe stenen boogbrug bij Aduard vastleggen? Hoe zwaar en indringend is Johan Dijkstra’s invloed? Gaan ze hem naschilderen, beentje lichten of proberen ze hem te overtreffen? Bij geen van de zes wordt Dijkstra’s kleurenexplosie gehaald. Bij Kracht zie ik fijne blauwen en paarsen. Bij Schreuder ontwaar ik diep roze in het steen van de brug, een kleur die in de wolken na-echoot. Van der Wal en Klaveringa houden zich in met kleur. Bij Klaveringa en Van den Berg zie ik een andere positie dan die van de foto (en het origineel?).

Thomas Dijkstra Steentil
Thomas Dijkstra, de jongste, centreert de brug, vervaagt de zijkanten en zuigt de kijker mee onder de brug door. Van der Wal kiest eigenwijs voor een ander jaargetijde. Duidelijk wordt dat hier niets wordt opgeschud, omgeploegd. Geen ontremde, dwarse, wilde gekkigheid. Ik zie een voortgang in de traditie. Alle zes lijken verknocht met het Groninger landschap zoals de oudjes dat waren en allezes produceren in een niet al te groot formaat een herkenbare brug. Van de zeven werken is er één niet met de kwast tot stand gebracht. De technieken zijn: olieverf, pastel, gemengde techniek, aquarel en houtsnede. Woonde ik naast de brug, ik kocht een afbeelding. Of ik de hoofdprijs zou willen betalen, mwaaah. De prijzen variëren van € 175,- tot € 800,-. Het komt me voor dat de meest arbeidsintensieve het goedkoopst is. Ik zie nog geen rode stippen.

Klaveringa Steentil
Bé Kracht pastel € 175 / Thomas Dijkstra olieverf € 650 / Geert schreuder olieverf € 800 / Reinier van den Berg houtsnede € 195 / Joke Klaveringa aquarel I en II per stuk € 375 / Aly van der Wal gemengde techniek € 550. Van Van den Berg en Schreuder ligt er een folder.

Geert Schreuder Steentil












Onder het mom van ‘een model inhuren’ was er veel mogelijk, ook in Veenoord. Van Gogh maakte ontdekkingstochten door de veengebieden en zijn doel was de gewone mens, de landarbeider, te schilderen. Maar het was voor de gesjeesde theologiestudent annex domineeszoon Van Gogh natuurlijk niet alle dagen feest in Drenthe. Met de trekschuit De Snikke was Vincent vanuit Hoogeveen neergestreken in Veenoord. Volgens museummedewerker Anne de Vries werd hij ternauwernood als gast geaccepteerd door hoteleigenaar Scholten. Ma Scholten laat hem binnen en Van Gogh krijgt een prachtig bovenkamertje. In dit nagemaakte hotelkamertje zouden zich enkele onbehandelde planken bevinden uit de periode dat Vincent van Gogh hier logeerde, aldus De Vries. Nog een overblijfsel uit de periode met de beroemde gast is een lampetset die via de kleindochter van mevr. Scholten boven water kwam. Geldgebrek, eenzaamheid, rusteloosheid en melancholie zouden Van Gogh na een maand of drie (andere bronnen spreken van twee) weer uit deze contreien hebben verdreven. De gezelligheid in het café op de begane grond was voor de kunstenaar of niet bereikbaar of niet genoeg. Vanuit Veenoord bezocht Van Gogh Zweeloo, waar Berlijner Max Liebermann, nog zo’n fervent Drentheganger, verbleef. Drenthe inspireerde Vincent, hij schreef er ruim twintig brieven en hij maakte er veertig kunstwerken. Dat Van Gogh een werkzaam leven leidde bewijzen de 1100 schetsen en studies, 900 olieverfschilderijen en aquarellen en de zowat 1000 brieven die hij naliet. Ook verhuizen vergde veel van zijn tijd. Na Groot-Zundert, Den Haag, Londen, Parijs, Ramsgate, Dordrecht, Amsterdam, Brussel, Hoogeveen strijkt Vincent neer in Veenoord/Nieuw-Amsterdam. Latere woonplaatsen zijn nog Nuenen, Antwerpen, Arles, en Auvers-sur-Oise.
geven een goede indruk van de toestand vroeger. Met een periscoop (!) kunt u op de zolder kijken waar oude spullen uit de tijd van Van Gogh zijn uitgestald.


Haar mondspieren lijken strak. We lezen dat het om Hoppers vrouw gaat die haar man te verstaan heeft gegeven niet langer van modellen gebruik te maken maar dat hij haar moet schilderen. Een eenzame vrouw, denk ik, als ik haar bekijk. ‘Verdomme, waarom moest dat raam zo nodig open,’ denkt ze. ‘Straks zal Ed wel weer zeggen dat het alleen om het licht om de muur ging. Wat gaat hij met mijn okselhaar doen en mijn artrosevinger? Als dit maar goed gaat.’
Een muf ruikend henneptouw biedt houvast bij paniekaanvallen. Boven je kiert een baan licht en zijn duiven, rustgevend als altijd, hoorbaar. De wind suist om de taps toelopende torenspits. Bij elke stap dwarrelt stof op. Je verbaast je telkens weer over de ingenieuze pengatverbindingen die de balken spijkervrij aan elkaar kluisteren. Hier en daar een krijtstreep als een spoor van je voorganger, een halve eeuw geleden.



Jennifer Koning presenteert realistisch en impressionistisch geschilderde (huis)dierenportretten. 

en, en minstens evenveel (groot)ouders aan hun spel met de dieren muis, vos en tijger. Met flair en kunde bespelen ze unieke muziekinstrumenten en het piepjonge publiek als Beethoven zijn klavier. De iets oudere kinderen, vanaf ongeveer zeven jaar, blijven op veilige afstand. Van alle zijden opperste concentratie. Het plezier spat eraf als verfspetters op een doek.

ven voorbij aan het polyinterpretabele van deze zin, het is per slot van rekening feest. Hij bedankt het bestuur voor de werklust en inzet. Hij droomt even weg naar vorig jaar toen het bestuur bestond uit drie vrouwen. Uit de woorden ‘het heeft erom gespannen’, ‘kantje boord’ en ‘met de hakken over de sloot’ duidt Corsius aan dat het niet altijd feest is geweest. Vergeleken met landelijk bekende kunstenaarsverenigingen als het Haagse Pulchri en het hoofdstedelijke Arti et Amicitiae, verenigingen die honderden leden tellen, is De Ploeg een kleine club. Niet alle tweeëntwintig Ploegleden zijn op het feest aanwezig, ik mis een handvol.
Het wordt dan wel geen hossende polonaise, maar een lichtkens wiegen, een minieme heupswing, een schoenvol vibrerende tenen, die voorzichtig pompom tikkend de maat volgen, dat zeker en vast. Het eeuwfeest kan beginnen. En zoals op elke verjaardag enkele tandeloze tuberculeuze ooms en tantes het jarige neefje vergeten en pas op komen dagen als ze hardhandig in de zij worden gepord en hun rollator met de neus in de juiste richting wordt klaargezet, doen we het deze keer zonder Hendrik, Ebrien, Jaap, Fleur, Sipke, René en Mariëtta (**).
Ik spreek een vriendelijk echtpaar dat relaxed op hun beurt wacht met een grote lijst voor zich, ingepakt in een wit laken van het logeerbed. Veel meer dan dat het een werk van Werkman is, kom ik niet te weten. Dat het niet een olieverfschilderij is, wil de meneer nog wel kwijt. Als bij griepvaccinaties bij de huisarts wordt af en toe een achternaam opgeroepen en dan tijgt men naar voren.Achter een tafel zit een secretaresse die streept en schrijft en turft en afvinkt dat het een lust is en de kunstdragers, met of zonder boodschappentassen, naar Ter Borg dirigeert.
echte Arie Zuidersma. Ik ben best benieuwd wat de taxatie zal zijn.” Later zie ik de jongeman weer, buiten terwijl hij het parkeerplein oversteekt. “En, hoe ging het?” vraag ik hem. “Niet slecht, het werd op zo’n € 600,- tot € 800 getaxeerd.”


