Maarten ’t Hart 22 ‘De ortolaan’ (1984)

Op mijn 28e las ik boekenweekgeschenk De Ortolaan van Maarten ’t Hart. De vogel speelt in het boek een bijrol. Kernthema: een volwassen man, etholoog, getrouwd, raakt in de ban van een jongere vrouw die hij af en toe tegenkomt.

Maarten, etholoog, wordt gevraagd of hij een Belgische studente, Alma, kan huisvesten. Met haar bezoekt hij  de begraafplaats om naar vogels te luisteren en de ortolaan te zoeken. Een belangrijk gespreksonderwerp is of opvoeding en omgeving het gedrag bepalen of beïnvloeden. Hij raakt geïntrigeerd door Alma en het is alsof door haar aanwezigheid ‘alles op zijn plaats stond’.

Enkele jaren later ontmoet hij Alma weer, nu op een congres in Engeland. Alle mannelijke congresdeelnemers lijken door haar gebiologeerd en sloven zich voor haar uit. Maarten is zo van Alma onder de indruk dat hij het niet kan uitstaan als zij met andere, oudere congresgangers praat of wandelt. Bij alles wat hij doet, ziet of ruikt refereert hij aan haar. Hij neemt zelfs een nutteloze dwaaltocht door Londen voor lief, zolang zij maar bij hem is. Het boek telt veel citaten van K(ierkegaard).

Weer vijf jaar later ontmoet de ik-persoon Alma, nu in Edinburg. Ze is inmiddels getrouwd, maar de sensatie voor Maarten is gelijk: ze betovert hem, hoewel ze een té geprononceerd profiel, een té tere huid, té uitstekende jukbeenderen en té scherpe trekken heeft. Ze ontmoeten elkaar toevallig bij een ochtendwandeling, zij staat op een klip en durft niet verder. Maarten redt haar ternauwernood. Op het congres wendt zij zich van hem af. Tegen het eind van het congres komen ze weer nader tot elkaar.

Weer jaren later, nu voor de 4e keer, ontmoet Maarten Alma bij een congres in Duitsland. Op Alma’s vraag wie (filosoof) Adorno, de naamgever van de universiteit was, citeert Maarten Adorno’s uitspraak over bezet zijn, omdat er al een relatie bestaat die nieuwe uitsluit. Ze discussiëren over Darwin, Dawkins en meer. Later droomt Maarten zelfs van de onbereikbare Alma. Al wandelend komt hij een man tegen die dode vogels, die tegen het hoge Uni-gebouw waren gevlogen, opraapt. Maarten koopt voor 2 Mrk het kleinste vogeltje, een ortolaan, dat hij de volgende dag bij het afscheid uit zijn broekzak vist en Alma aanbiedt.

 

 

 

Tom Ysewijn – Alleen door Afrika, de opzienbarende reis van Kazimierz Nowak

Met mijn SpaakMasters fietsgroepje van Winsum noordwaarts fietsend in een striemende, koude regen achter een fietsmaat zonder spatbord, zodat kleiresten mijn bril teisteren en ik constant kleikorrels vermengd met koemest in mijn speeksel proef, denk ik aan het boek dat ik aan het lezen ben: ‘Alleen door Afrika’ over de Poolse schrijver/fietser/fotograaf/ontdekkingsreiziger Kazimierz Nowak, te boek gesteld door Tom Ysewijn en uitgegeven door uitgeverij Sterck & De Vreese¹.

Ongelooflijk hoeveel tegenslag een mens kan verdragen, is mijn eerste gedachte na het lezen van Alleen door Afrika. Nowaks fietsreis van Rome naar Tripoli naar Zuid Afrika en weer terug naar Algiers, Noord-Algerije is een aaneenschakeling van tegenslagen. Acht lekke banden per dag, ondoordringbare natuur, onbegaanbare paden, wilde dieren, malaria, kinine-, water- en voedseltekort, te hoge visumkosten, ontelbare kapotte spaken, criminele douaniers, bedorven drinkwater, insecten in broodmeel, stormen, koloniale wanpraktijken, zieke dromedarissen, schorpioenen, nijlpaarden, gieren, steenkoude nachten, loeihete zon, dagen aaneen rul zand, 60 kilo bagage, versleten kleding en meer. Zijn familie op verre afstand. Ontberingen in overvloed. Soms neemt Nowak een ander vervoermiddel. Zo huurt hij een dromedaris, koopt een paard, een boot, of loopt hij hele stukken.

Maar ook schrijft Nowak in zijn notities naar huis over de betoverende natuur, de prachtige flora en fauna, een peilloze sterrenhemel en een rugzak vol ervaringen die hij niet had willen missen.

De door Nowak beschreven barre tocht door Afrika duurde meer dan vijf jaren (van 1931 – 1936).  Zijn doel was onderweg een reisverslag te schrijven en foto’s te maken en die naar huis te sturen waarna zijn vrouw het materiaal door zou verkopen aan kranten en tijdschriften. Dat is gelukt. Nowak maakte meer dan 10.000 foto’s.

Opvallend: naarmate zijn reis vordert schept Nowak er genoegen in ’s nachts in zijn primitieve tentje te overnachten en wijst hij aangeboden overnachtingsgelegenheden af. Nowak schrijft ongefilterd over de soms schrijnende man-vrouwverhoudingen. Hij heeft een open oog voor de pracht van het continent, maar ook voor de talloze keerzijdes. Aan het eind voelt de reiziger een immens verlies. Een jaar na thuiskomst overlijdt de schrijver/fietser/fotograaf.

Wat een boeiend boek, een boek waarin je je echt helemaal kan verliezen, telkens weer benieuwd naar welke tegenslagen op de volgende pagina worden onthuld: leesvoer voor elke fietser die weleens tegenwind heeft…

¹Of het haastwerk was, wie weet. Zeker is dat uitgeverij S&DV iets te weinig aandacht heeft besteed aan de tekstcorrectie. Enkele handenvol haren in de soep ontsieren het verder prachtig vormgegeven boek, maar ik neem, Nowak indachtig, de imperfecties voor lief.

Maarten ’t Hart 21 ‘Het eeuwige moment’ (1983)

In het titelverhaal analyseert ’t Hart wat en hoe schrijvers als Hotz, Svevo, Vestdijk, De Vries e.a. als ‘het eeuwige moment’, de illusie van iets dat eeuwig duurt, verwoordden. Hoe, door wie en hoe vaak (100 x in 100.000 gedichten) muziek in poëzie wordt beschreven toont ’t Harts grenzeloze belezenheid. Volgens Jeroen brouwers zou ’t Hart 600 woorden/minuut lezen. ’t Hart, liefhebber van Vestdijk, analyseert of en hoeveel (muziekliefhebber) Vestdijk over muziek schrijft in zijn romans, daarbij maakt hij ook nog een verschil tussen soorten muziek: kerkmuziek, vocaal, instrumentaal. Houd je van Vestdijk noch Mozart dan is ’t Harts analyse van Vestrdijks opvattingen, minutieus, meticuleus, over Mozart een harde noot.

In de serie verhalen over literatuur is ’t Hart weer lekker op dreef. In Emily Brontë ontdekt ’t Hart een romantisch, gepassioneerd genie met een mathematische inslag. Bijzondere berekeningen zouden de sleutel voor begrip van Wuthering Heights vormen. Het lijkt erop dat ’t Hart naar Daanje verwijst als hij stelt dat Brontë gehoopt heeft op lezers die bereid zijn over elk detail na te denken. Symbolisme van het incest motief, omgekeerde herhaalde motieven: ’t Hart gaat maar door.

Van Charles Dickens, van wie ’t Hart alle 14,5 romans heeft gelezen (en sommige herlezen) beschrijft ’t Hart, na David Copperfield (900 pagina’s) in enkele dagen te hebben herlezen, zijn humor, de typische namen in zijn roman , de aanschouwelijkheid van het proza, de metaforen, zijn humor en het grote aantal personages per boek (90 in Martin Chuzzlewit); sommige passages zijn als gedichten die men wel 100 maal lezen kan. En passant noemt ’t Hart wat Karel van het Reve en Bomans over Dickens zeiden.

In de afdeling dagboeken komt Kierkegaard aanbod. De 7.000 aantekeningen die na zijn dood aan verschillende personen werden toevertrouwd leidden tot 20 delen dagboeken. Zo erg was ’t Hart onder de indruk van Kierkegaard dat hij het eerste boek van K dat jij onder ogen kreeg 12 keer herlas. Het hielp hem bij zijn geloofsverlies. Om K in zijn moedertaal te kunnen lezen, is ’t Hart zelfs Deens gaan leren.

Van Södeberg had ‘t Hart in 1970 nog nooit gehoord, maar na drie bladzijden in Dokter Glas gelezen te hebben wist hij al dat hij alles van S wilde lezen en weten. Via een analyse van de overeenkomsten tussen kerkscheuringen, soortvorming in de evolutie en het ontstaan van nieuwe literaire genres, komt ’t Hart uit bij Darwin en (het grote aantal vrouwelijke schrijvers van) de misdaadroman. ’t Hart pleit voor opheffing van de scheiding tussen misdaad- en gewone roman. Na essays over Highsmith en Canetti weidt ’t Hart lekker uit over de vraag ‘Waarom schrijft u?’

In Memoriam WILLEM KIND

Op mijn achttiende bezoek ik met een vriend de Ecole des beaux arts in Parijs en leer Giacometti kennen; zes jaar later maak ik kennis met het werk van Rotterdammer Willem Kind en herken de ijle, surrealistisch-expressionistische figuren; mijn eerste lesje kunstgeschiedenis in de praktijk is een feit..

Als ik de kerstpost open en een Duitse postzegel zie weet ik: ha, een kaart van Wim en Femke. Ik verheug me op het openen van de enveloppe want Willem en Femke zitten in de kerstkaarteneredivisie: geen groepsWhatsAppberichtje, een BCCmail of een ansicht van dertien in een dozijn, maar een eigen, creatieve kaart, vaak een scherpe foto uit een buitenland met een passende tekst. Maar, …dan zie ik een prefabindustriekaart, word ongerust en denk: godver, nee….

We schrikken van Femkes bericht op de nieuwjaarskaart: Wim is zeer ziek. Longkanker. Uitgezaaid. Palliatie. Naar nieuws. Een week later krijgen we het bericht dat Willem overleden is. Jammer dat zijn leven stopt, tragisch voor zijn gezin. Maar dit verhaal heeft een keerzijde. Rijden we naar Den Bosch, dan komen we vakkundig hand- en laswerk van Willem Kind bij een voordeur tegen, ook in tuinen en huiskamers van familie en vrienden in Apeldoorn, Groningen, Leiden, Nijmegen, Odoorn. In Emmerhout de reuzenletters A, B en C, de grote kop langs de weg in Borger, de turfsteker in Erica. Beelden in Bargeres, Klijndijk…; kortom Willem mag dan dood zijn, hij leeft overal voort, zijn artistieke geest waart rond.

Onze eerste kennismaking met Willem is in zijn atelier in Angelslo: hij levert ons een meer dan manshoog stalen beeld van een vogel, een loopvogel noemen wij hem: poëtisch, fier, in rake kleuren rood, goud en blauw. In een leuke optocht wordt het tuinbeeld aangeleverd. Bij elke verhuizing nemen we hem weer mee: van Emmen naar Sleen en weer terug naar Emmen en uiteindelijk belandt hij in een mooie tuin in Groningen. Nog steeds blijven mensen staan en kijken ernaar met veel belangstelling. Later werkt hij op een industrieterrein in Emmen en Neuenhaus. Enkele keren kopen we iets, soms om zelf te houden en soms als cadeau voor anderen. De prijs, ach daar worden we het vaak over eens; soms beslechten we de koop met een fles Jameson.

De naam Willem Kind staat voor heel eigen, van afstand herkenbare beelden. Stuk voor stuk dragen ze zijn handtekening. Of Willem als oeuvrebouwer zal worden gezien, wie zal het zeggen. In zijn thuisbasis Emmen is hij een alom bekende kunstenaar. Of hij genoeg erkenning krijgt in de Zuidenveldregio? Het CBK Emmen heeft naar mijn weten nooit een solo-tentoonstelling aan hem gewijd. Ongetwijfeld zullen particulieren nu hun beelden graag afstaan voor een overzichtstentoonstelling in een gelegenheidsruimte. De beelden van Willem Kind zullen de tand des tijds doorstaan en Willem leeft, op weg naar, vooruit, de eeuwigheid .

Beste Klaastaallezers,

Bij de jaarwisseling 2023/2024 hierbij mijn Groningse nieuwjaarsgroet.

Moi!

Wies met lutje keroazie

 

Wat hebt wie ja oflopen joar mooie herinnerings

moakt, mit zingen, fietsen, lezen, schrieven, ja

zölfs mit novvelk LHBTQ+kleuren op stoepe

krieten bie Museumbrugge, mit Vraize vlagen in

Surhuzum en nije vrunden moaken in Stad,

Ommelaand en Zuud Afrika.

De weerld stoat ien fik en braandt, ik schrik van

nijs in kraant: man, stoensbounder en kompeer in

ain, loat  vraauw stoan noast benzinepomp noa

pispauze bie tankstation aargens tusken Beem

en Bethlehem.

Mor goud dat oes onthold korrodeert as old iezer

ien swieneschure: alles ontholn ken ja nait ja en

k peins over de körtste mor muilekste òfstand

maank haart en heufd.

Wie hebt verrekte veul belang bie n goud nij-joar

mit veur joe allermieterst veul

blauwe lochten en laifs van K l a a s & I n g e

(ter info: keroazie = moed, kompeer = mafkees; stoensbounder =  zonderlinge man)

Wat leren mijn Google-statistics me? Ons energieverbruik steeg van € 65,-/maand in 2002 naar € 125,-  in 2023. Mijn eigen zorgkostenrisico van € 875,- kreeg geen deuk. Ons VanDerMeulenFonds -hierover later meer- doet waar het voor ingesteld is en gaat ‘t derde jaar in. ‘k Maakte op Gazelle, Sensa en Giant 7.000 fietskilometers -> 20 per dag. ‘k Schreef 92 KlaasTaaltjes met tegen de 4000 Klaastaalgebruikers (zeg nooit ‘volgers’), met een gemiddelde leestijd van 1.34 m. Via ‘momentopname rapporten’ kan ik ook van alles lezen over ‘organic search, email, Analytics Intelligence, referral, direct, organic social, first visit, session, (nieuwe) gebruikers, afwijkingsdetectie, user engagement, page view, aantal clicks per dag/week/maand, gebruikersactiviteit per cohort,  conversies, gebruikers per land’ en meer, maar daar ligt mijn interesse niet. Ik vind het leuk om te schrijven en om eieren te leggen.

Opvallend: enkele (ook in mijn ogen zeer goed geslaagde) artikelen blijven ook in 2023 weer populair: Lale Gül, Salomon Levy, (mijn adviezen aan) projectontwikkelaar Peter van Dijk, mijn niet aflatende stroom IM’s, (oppassen dat ik ze niet premortaal schrijf) en (koor)concertverslagen. Zelf een non-facebooker zie ik wel effecten van teksten delende facebookgenbruikers.

Tot nu toe bevalt mijn Maarten ’t Hart-projectje: per week een boek van ’t Hart herlezen. Hierdoor moeten de corrupte, frauderende Zwolse hartspecialisten nog even wachten (Hartspecialisten Zwolle. Het grootste ziekenhuis van Nederland staat in Zwolle, het Isala. Het specialisme hartzorg is van uitmuntend verworden tot corrupt en frauderend. Vijf specialisten die zich specialiseerden in hartchirurgie en zelfverrijking hebben zich verkocht aan de miljardenindustrie). En ook Kinderhartchirurgie. Minister Kuipers besluit dat de kinderhartchirurgie wordt geconcentreerd in Rotterdam en Groningen. Een gedurfd besluit om dit specialisme naast Rotterdam in het dunstbevolkte gebied te plaatsen. Verliezers Leiden en Utrecht gedragen zich als autonomen en accepteren de beslissing niet en stappen naar de rechter. Mantelzorg. Onderzoek toont aan dat vermeende probleem bij/onder mantelzorg(ers) eerder een resultaat is van gelehesjesdiscussies bij televisiepraattafels dan dat er sprake is van een tekort aan mantelzorgers. Kranten staan vol over bullshitbanen: een definitie van bullshitbanen is nog lastig. Enkele doen de ronde: die banen waarvan beoefenaren na pensionering moeiteloos en goed betaald willen doorgaan tot hun 70e. Of: banen die boven komen drijven in antwoorden na de door beoefenaren gestelde vraag: vind ik mijn baan nutteloos? Dan zien we: kunstenaar, PR-functionaris, financieel manager, horecamedewerker, econoom, IT-medewerker, assemblagemedewerker, deurwaarder, schoonmaker, marketingmanager.

Maarten ’t Hart 20 ‘De droomkoningin’ (1983)

Weer eens iets anders van ’t Hart: een thriller. De hoofdpersoon, farmacoloog Thomas Kuyper, gaat, smoorverliefd, op kroegentocht met een vrouw, Jenny Fortuyn, die later wordt vermist. Rechercheur Joost Lambert en Krijn Meuldijk doen onderzoek, ook bij de verdachte en zijn vrouw Leonie, die vooralsnog niets weet van het onderzoek, thuis. In bijzinnen schetst ’t Hart zijn wereldbeeld en komen bekende thema’s voorbij als (on)gewenste kinderloosheid, natuurobservaties, dromen, verleidelijke vrouwen voorbij, rattenonderzoek en kannibalisme bij ratten, maatschappijkritiek, subsidiebeleid bij wetenschappelijk onderzoek. Uiteindelijk wordt de verdacht opgesloten, alles wijst in zijn richting.

Thomas (vanuit de cel) en Leonie beginnen brieven te schrijven. T vertelt van zijn fascinatie voor Jenny de biebmedewerkster en Leonie vertelt over het onderzoek. Er is een vermoeden dat de ratten de vermiste vrouw hebben opgepeuzeld, iets wat Thomas weerspreekt.

Leonie beschrijft in haar dagboek hoe ze Thomas’ gangen nagaat en met mensen spreekt die Jenny goed kenden. Het kinderwensthema komt prominent naar voren. Ook gaat ze naar een vrouwenhuis waar over het vrouwelijk orgasme wordt gediscussieerd, ze probeert zich Jenny’s gedrag voor te stellen. Steeds meer kruipt Leonie in de rechercheursrol en onderzoekt ze wat er mogelijk gebeurd is, in het lab ziet ze zeekoeien op sterk water. Zijstraat: de mogelijkheid dat het lijk, diepgevroren, in flinters wordt gesneden en weggemoffeld doet denken aan het verhaal ‘Gevederde vrienden’ van Jan Wolkers.

Thomas is rustig bij het proces. Er blijkt weinig tot geen concreet bewijs tegen hem te zijn en hij wordt vrijgelaten. De vermoorde vrouw in een fles op alcohol is niet Jenny maar een andere vrouw. Leonie is uiteindelijk gerustgesteld als blijkt dat Thomas niet met Jenny naar bed is gegaan, hoewel hij dat wel had gewild. Als in een echte detective lopen er allerlei draden door elkaar en maken het boek een goed gewrocht geheel. ’t Hart schreef er drie jaren aan.

Maarten ’t Hart 19 ‘De vrouw bestaat niet’ (1982)

’t Hart wil feministische ideeën en overtuigingen toetsen aan zijn eigen ervaringen en inzichten. In ‘De vrouw bestaat niet’ relativeert ’t Hart het feminisme door fenomenen die het feminisme typeren te analyseren. Pippie Langkous, de koningin, Indira Ghandi, Krijnie Baks (de koningin van de straat). Margareth Thatcher: allen dominante vrouwen die sullige, trouwhartige, goedaardige mannen vaak de baas zijn. Jongens zijn in het onderwijs- en zorggebied vaak benadeeld tegenover gepriviligieerde vrouwen/meisjes, hoewel ze fysiek iets  sterker zijn. Dat niet alle feministen op ’t Harts boek, dat zes drukken scoorde in zes maanden, zaten te wachten moge duidelijk zijn.

’t Hart toont aan dat feministische auteurs, zonder uitzondering afkomstig uit de betere milieus, hun stelligheden (over huilgedrag, conditionering, rolpatronen, cultuur <-> natuur, opvoeding, jeugdliteratuur, enz.)  baseren op ongefundeerde en onbewezen aannames. Zijn tegenwerpingen zijn dan weer gestoeld op zijn privé-ervaringen, maar dan wel ondersteund door een keur aan literatuur.

’t Hart wijdt een hoofdstukje aan het fenomeen mannenhaat en vrouwelijke genieën, de boven- of ondervertegenwoordiging van vrouwen in literatuur, muziek, beeldende kunst. Vooral onder componisten zijn er weinig vrouwen tot de top doorgedrongen hoewel er veel vrouwelijke componisten zijn. Hetzelfde geldt voor koks: heel vel vrouwen koken maar sterrenkoks zijn bijna allen mannen.

Smakelijk verhaalt ’t Hart van ongelijke kansen tussen m/v in (zwaar lichamelijk) werk, militaire dienst, salariëring, seksisme op universiteiten. Voor een club biologen gaf ’t Hart voor ’t eerst een lezing met de naam ‘De vrouw bestaat niet’, iets wat wel wat reuring veroorzaakte. Een heel hoofdstuk gaat over ‘De zwembadmentaliteit’ van Andreas Burnier en Anja Meulenbelts ‘De schaamte voorbij’ een boek dat ’t Hart vergelijkt met een boek van Henk van der Meyden: Privégeheimen. Ook interessant is het deel over feminisme als religie, beide met de drang tot zending en missie.

Heel persoonlijk wordt het wanneer ’t Hart schrijft dat hij vanaf zijn achtste heeft gehunkerd naar geslachtsverandering, maar dat hij dat door te schrijven op de achtergrond heeft weten te dringen.

Open brief: Peter van Dijk, bedankt!

Nieuws! Projectontwikkelaar Peter van Dijk verkoopt lap grond Noordbarge aan Jehova’s.

Alweer drie jaar geleden richtte ik mijn cri de coeur ‘Peter van Dijk, keer om alstublieft’ aan projectontwikkelaar Peter van Dijk en later een iets ingekorte versie aan de gemeenteraad van Emmen om zo een dreigende misstap van De Dijk te voorkomen. De Dijk wilde twaalf peperdure foeilelijk boerderettes in Noordbarge bouwen, in een rurale doe-maar-gewoon-omgeving. Of mijn open brief gewerkt heeft? Wie zal het zeggen. Feit is dat Peter van Dijk nu een U-turn heeft gemaakt en van het oorspronkelijke onzalige plan is teruggekeerd. Mijn beargumenteerde betoog om ook te bouwen voor de kleinere portemonnee lijkt effect te hebben gehad. Bravo! Het worden er nu slechts drie schuurwoningen op idioot grote percelen en 30 appartementen.

Mijnheer Van Dijk: zeer bedankt. We zijn er bijna. ‘Wat nu weer,’ hoor ik u grommend denken. Mijn verzoek en breed gedragen opvatting onder Noordbargers, die tandenknarsend zien dat voor jonge dorpsgenoten er nietnooitnever iets te koop is, is nu dat u kleinere wooneenheden gaat bouwen voor Noordbargers pur sang. Verkoop het niet aan een vanwege immoreel en uiterst bedenkelijk gedrag lange tijd onder de loep van het Openbaar Ministerie vallende geloofssekte de Jehova’s Getuigen. U om een reactie gevraagd, vertelt u mij telefonisch dat perikelen omtrent een ontsluitingsweg en andere veranderde inzichten als verhoogde bouwkosten tot de gamechanger hebben geleid. U repliceert dat mogelijk immoreel gedrag van de beoogde koper nog niet tot een veroordeling heeft geleid en dat, mocht je deze lijn doortrekken, ook zaken doen met de katholieke kerk onmogelijk zou zijn. Dat is maar al te waar.

Geachte heer Van Dijk: indertijd, het was in 2020, heeft het bestuur van AOC Terra u de koop van het perceel gegund terwijl toen de Jehova’s een hoger bod op tafel legden. AOC Terra toonde aan een functionerend geweten te hebben. U had – en terecht – de gunfactor. Geef nu de gunfactor door aan Noordbarge om twee zwaarwegende redenen:

  • Belast uw geweten niet en verkoop niet aan een gesloten instituut dat van nare rigide uitsluitingspraktijken van uittreders en seksueel overschrijdend gedrag wordt beticht. Uitgetredenen worden verstoten en raken in een sociaal isolement.
  • Maak van Noordbarge niet nog meer een dorp achter de hekken. Het huidige terrein van de Jehova’s is door manshoge groene hekwerken voor gewone mensen niet te betreden. Stalen hekken en camera’s zeggen botweg ‘Ho.’ Er komen steeds meer extravagante woningen achter tralies en bewaakt door camera’s. Meer en meer verwordt Noordbarge tot een tweede Orvelte of Veenmuseum met akelige bordjes: Niet Betreden! Privé terrein! Sociale cohesie wordt vermalen, en ongewenste tegenstellingen vernielen de dorpse sfeer.

Geachte heer Van Dijk: de handtekeningen zijn nog niet gezet vertelt u mij en wederom doe ik een dringend beroep op u: keer om alstublieft en zoek een acceptabele, sociale oplossing en verkoop de grond in betaalbare percelen aan jonge en oude Noordbargers, start een tiny-house-project of knarrenhof. Maak weer een pas op de plaats, keer om en word een held van Noordbarge, Emmen. U hebt getoond het in u te hebben, luister naar uw hart en niet naar de portemonnee, opdat we later gezamenlijk kunnen scanderen: Peter van Dijk: bedankt!

Maarten ’t Hart 18 ‘De zaterdagvliegers’ (1981)

Een verhalenboek, deze keer met 12 (meest) jeugdverhalen. Na ruim 42 jaar herinner ik me het verhaal ‘Het longvolume’ tot in detail, weergaloos voor beginnende docenten, ik las het vroeger in elke klas voor. Verder veel interessante, mooie, onderwijsgerelateerde verhalen.

  • Het brandende braambos: een meisje, Esther, wil met M nadoen wat haar zus en vriendje doen en probeert de jonge M tot zoenen en neuken te krijgen, maar M bidt liever en probeert haar te bekeren en een plasserd bij haar naar binnen brengen?
  • Velasques Keurkorps Major: M krijgt sigarenbandjes van een ’s avonds voorbij wandelende meneer en M is blij dat de meneer door een goede daad te verrichten behouden zal blijven voor het hellevuur. Na keelkanker sterft de man.
  • Het stilleven: M’s vader maakt zich druk over een schilderij, een stilleven, dat hij mogelijk krijgt. Op de begraafplaats is een man die gelooft dat zijn vrouw ’s nachts zal opstaan. Het gevreesde stilleven wordt een schilderij van een boerderij.
  • Een nachtgezicht: over een man die twee keer ’s jaars in een GGZ wordt opgenomen omdat zijn vrouw niet wil seksen, een verhaal met schitterende bijbelse zijpaden.
  • De versnijdenis: een beginnende biologiedocent worstelt met orde houden en stelt het lesbegin uit door lang te bidden: schitterend verhaal over voortgezet onderwijs.
  • Het longvolume: over orde houden in het v.o.. De leraar bio behandelt enkel nog alle soorten bevruchtingswijzen om de klas stil te houden en daarna mat hij de grootste druktemakers af door ze longvolumeproeven te laten doen. Meesterlijk verhaal.
  • Zondagavondslang: de bioloog wordt gegijzeld door een naar achteraf blijkt niet giftige slang die door de ratten wordt opgegeten.
  • De waterstaafwants: bij een eerstejaars biologie-excursie raakt de docent onder de indruk van een studente; zij blijft als enige over en ze vinden de waterstaafwants .
  • Onder de witte knop: een bekende bioloog/auteur wordt overstelpt met interviewverzoeken die de start van een nieuwe roman vertragen.
  • De eerste lichting: de artiekelenauteur heeft de verkeerde brief in de verkeerde brievenbusgleuf gegooid en wacht de hele middag op de lichting. Vergeefs.
  • Het Muiderslot: een muskusratvanger die van muskusraten houdt en een bioloog gaan op pad, gevolgd door een radioreporter.
  • De zaterdagvliegers: over duivenhouders, zaterdag- en zondagvliegers, die een centje bijverdienen door erwten te selecteren op slechte. Japie, een duivenmelker sterft op het dak als hij wacht op terugkerende duiven.

Kerstconcert Grootkoor Groningen

20 december 2023. Het schip van de Martinikerk kan 1.200 bezoekers aan. Zoveel zullen er misschien niet zijn geweest bij het kerstconcert van Grootkoor Groningen, laten we het op 750 houden. 750 mensen in het publiek en 170 zangers, verschillend en toch gelijk. Wie weet wat achter die groenige sjaaltjes en stropdassen schuilt, het is de liefde voor zingen die de groep bindt. En kijk, met Johan, Erna, Rogier en Bram ontstaat iets wat je een beginnend vriendengroepje kan noemen.

Vijf keer repeteren en drie concerten in Amsterdam, Assen en Groningen met bevlogen koordirecties,  gedreven zangers, toppianisten, Martin Mans die Schnitger ervan langs geeft, een jonge solist met een gouden stem en bezwerende armgebaren als een Achtstedagadventistenpredikant en een heuse deus ex machina: een als tinnitus zoemende drone die als een loerende engel later voor indringende reclamebeelden gaat zorgen. Prachtig allemaal. En dan mijn zeven familieleden die mijn kuif in de picture houden en mijn lonkende knipogen naar moeder Theresa op de bok moeten missen: een heerlijke avond.

Van alle kanten vallen de stemmen in en elkaar bij: wij tenoren, veertien pax, willen ons laten horen en zingen vanuit de tenen. Ik voel me vrij, vooral bij de toch wat lastige inzet van ‘O du Fröhliche’, waarbij we de vrouwen voor moeten laten gaan. Dan toch spatzuiver en lekker hard durven inzetten op ‘Freue dich’ gaat me steeds beter af, geweldig. Op het lekkere af zelfs. En wat is er tegen op een start met het eerste couplet van het Grunneger Volkslaid? Niks! Het kan door jarenlange veronachtzaming niet tippen aan het Friese, maar het begin van ‘Ain pronkjewail in golden raand’ is er.

Okee, en dan de minpuntjes, waren die er soms niet? Natuurlijk. Steeds vraag ik me af of geluidsversterking nodig is. Vorige week hoorden we in Dalen 15 jongevrouwenstemmen die microfoonloos een volle kerk temden, dus wat mij betreft: weg met geluidversterking. De apoëtische teksten waarvan de houdbaarheidsdatum al lang verstreken is en die na eeuwen meer een soort mantra-achtige bezweringsformules worden. Waarom niet eens een nieuw stuk van een hedendaagse dichter getoonzet dat een combi maakt van kerst, Gaza, FC Groningen, spreidingswet, stikstoffraudeurs, blond bier en zoete poffers? Een iets kleurrijker outfit: i.p.v. de permafrostaandoende groengouden kleurtjes op de zwart-witte basisuniformen eens sexy, felle kleuraccenten? Een flashmobachtig begin: zingend uit alle hoeken en gaten aankomen en stommelend en struikelend, met fel flikkerende discolampen, beschaafde laserpennen of glowinthedarklichtstaafjes belicht het podium betreden. O ja en koordirigenten: houd als Pieter, Dilan en Frans ook de flanken in de gaten, richt je niet enkel naar de brede weg voor je.

Terug naar de bühne: ik sta voor het eerst naast Jelle uit Franeker en Hanny uit Zuidlaren. We tikken elkaar even aan bij een extra fijne uithaal of splitsecondmissertje. Farizeërs in het publiek maken kennis met de kunsten van Schnitger, Nederlands beste orgel. Bij thuiskomst horen we wel weer of Bouterse wel of niet een seriemoordenaar is, maar voor nu: laat die kerst maar komme!