Matthäus Passion in Coevorden op 10 maart 2024

PERSBERICHT:

Matthäus Passion in Coevorden

Datum: 10 maart 2024

Locatie: Stadskerk Coevorden, Kerkstraat 6 Coevorden

Aanvang: 15.00 uur

Voor € 29,50 het mooist denkbare muziekstuk in een locatie met de beste akoestiek in Drenthe?

Jazeker, dat kan. De Matthäus Passion komt weer in Coevorden.

Na de door het publiek zeer gewaardeerde uitvoering van de  Matthäus Passion in 2022, zijn we erin geslaagd om dit jaar wederom met het CMT de uitvoering van de Matthäus Passion te organiseren in de prachtige stadskerk van Coevorden en wel op 10 maart 2024.

Bachs meesterstuk wordt uitgevoerd door het CMT, Collegium Musicum Traiectum uit Utrecht. Dit ensemble, opgericht in 2015, is een projectensemble voor jongvolwassen amateurmusici die een sterke interesse hebben in het uitvoeren van vocaal-instrumentaal repertoire. Er worden zoveel mogelijk authentieke instrumenten gebruikt en bij het koor wordt extra veel aandacht besteed aan verstaanbaarheid en klankkleur binnen de stemgroep.

De solisten van het CMT zijn nu bekend:

  • Sopraan: Janneke Stoute;
  • Alt: Wies de Greef;
  • Tenor: Bart van Lieshout;
  • Bas: Robert-Jan Agricola;
  • Evangelist: Andre Lopes;
  • Christus: Matthijs Mesdag.

Samen met koor en orkest staan zij garant voor een wervelend optreden dat het publiek een schitterende middag zal weten te bezorgen. Dankzij inspanningen van SCDZ, Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld, wordt Bachs Masterpiece voor een interessante entreeprijs aangeboden.

Kaarten à € 29,50  kunnen worden besteld door te mailen naar: zuidenveldcultureel@gmail.com; een pauzeconsumptie en programmaboekje zijn gratis

 

Joost Klein ‘Albino’ (2018)

Na afloop van het muziekevenement EuroSonicNoorderSlag in Groningen wordt de popprijs uitgereikt aan Joost Klein. Nog nooit van gehoord. Totdat ik erachter kom dat hij enkele weken eerder gepresenteerd was als Nederlands deelnemer aan het Eurovisie Songfestival. Aha, die. In krantenartikelen wordt geschreven dat Klein openhartig zingt en schrijft over mentale tegenslagen en sombertes. Niet doorsnee en alledaags, voor mij interessetriggers.

Ik kom erachter dat hij een boek heeft geschreven, ‘Albino’. Ik verwacht dat de lokale boekhandel Van der Velde en de Groninger bieb in het Forum een stapel naast de kassa hebben staan. Maar nee; Van der Velde is wel in het nieuws vanwege een nare angstcultuur onder medewerkers, maar op tijd boeken inslaan, ho maar en bij Forum hebben ze amper van Joost Klein gehoord. Ik leer dat Joost Klein een Fries is. Ook in mijn familie-, kennissen- en vriendenkring, voor een deel Fries, is er niemand die het boek ‘Albino’ heeft of zelfs maar gelezen heeft. Voor mij een stimulans.

Voor € 4,20 laat ik het boek vanuit het landelijke depot overkomen. De ondertitel luidt ‘De wedernoodzaak van een herbezinning op de vraag naar de mens’. Rare taal: ‘weder’ en ‘her’ in één zin. Zelden zo’n bijzonder boek gezien. Een zeer aparte omslag (zie foto). De inhoud bestaat uit: observaties, aforismen, vragen, tegeltjeswijsheden, gedichten, fotografie, bekentenissen. Bij een gedicht raakt de pagina soms vol, maar er zijn ook bladzijdes met slechts een handvol woorden. Ik noteer: persoonlijk, gevoelig, gekweld, worsteling met dode ouders, therapie, kunstzinnig, solistisch, komisch, wrang, eenzaam. De gedichten bevallen me wel. Zijn dit aanzetten tot songteksten? vraag ik me af. In ‘regels’ schrijft Klein dat je niet praat over dit boek, maar wil je dat toch doen, lieg er dan over. In het voorwoord lezen we dat Joost door zijn vader is gestimuleerd een boek te schrijven.

 

Hister, Fred Goverde en Traumahelikopter

Met als werktitel ‘Hister komt Goud’, wonen we een bijzondere muziekavond in het Aa-Theater bij op 3 februari 2024. Het programma biedt minder Gronings dat de titel doet vermoeden. Hister (betekenis: zenuwachtig, opgewonden) zingt in het Gronings, Fred Goverde gewoon in het Nederlands en Traumahelikopter (waarschijnlijk) in het Nederlands en Engels.

Heel slim, de avond begint met een podiumgesprek: Michel Weber en Merel Weijer van Hister bevragen (componist, zanger) Arnold Veeman en (gitarist, zanger) Fred Goverde en er ontstaat een gesprek dat de achtergronden van de muziekmakers toelicht. Zouden meer concerten mee moeten beginnen. Het gesprek waaiert alle kanten op, van Vivaldi’s oprotmuziek tot Michels verzoek aan Arnold en Fred een nummer voor Hister te componeren.

Hister opent de avond, bijgestaan door gitarist John Krol. Hister is een, eeh, a-typische tweepersoonsband met punkinvloeden, en speelt vanavond drie nummers, waaronder het door Arnold geschreven nummer ‘Roemte’ dat zich als een landschapsschilderij ontvouwt. Poëtisch, ijzig en indringend tegelijk. De teksten sneeuwen wat onder. Het verschil tussen drummer Michel, uitgelaten, expressionistisch, en de ingetogen, gecontroleerde Merel kan niet groter zijn. Krols bijdrage wordt door het publiek geapprecieerd.

Dan de gevoelige, duidelijk te volgen teksten van gitarist/zanger Fred. Zijn gedachtewereld opent vergezichten. We horen tekstflarden als ‘ik wil niet dat de Beatles in de hel zijn’, en ‘ik wil genieten van de bloei van mijn leven, maar ik heb er geen tijd voor’. De zaal gaat uit zijn dak als ze een schitterend refrein mogen meezingen. Om het feministisch angehauchte  publiek niet tegen de haren in te strijken licht hij de tekst ‘luister huismus, straatkat, kutwijf, luister; je mag best weten dat ik nooit aan je denk’ wat toe. Conclusie: onderschat nooit jongemannenleed.

Tenslotte (what’s in a name) Traumahelikopter: een drummer (met ‘Jesus Lizard’ op zijn shirt) en twee gitaristen met punky music op zijn best. En hardst. De vloer gaat deinen en het publiek laat het drankje en de tortillachips even staan en schuifelt naar voren en laat zich temmen door de indringende muziek van de band die al een hele geschiedenis in de landelijke scene heeft. De drummer doet zijn werk staand en spreidt zijn benen om tot de gevoelige snaartrom te geraken, de spijkerbroekstof tot het optimum gespannen. Heerlijk wat een avond.

Peter Middendorp ‘De kant van Ada’ (2024)

Het (prachtig vormgegeven) boekje (met de afmetingen van een zakreisgids) ‘De kant van Ada’ doorbladerend valt gelijk de hoeveelheid wit op. Een uiterst karig aantal woorden per pagina, gemiddeld 150, dat zijn dimensies die je bij poëzie tegenkomt. Het lijkt erop alsof de uitgever zich nog heeft verrekend met het aantal pagina’s, want aan het eind van het boek vind je nog blanco pagina’s, alsof lezers aantekeningen kwijt willen. Meer een novelle dus dan een roman. Het boek is ingenieus ingedeeld en telt 21 hoofdstukjes, met een ‘Voor’ en een ‘Na’. Het punt-leesteken  wordt spaarzaam gebruikt en het lijkt alsof er een omslag om het boek zit, die slechts een derde van  een vrouwenhoofd toont, maar dat is maar schijn. Wat ook onduidelijk is voor Ada: ben ik slachtoffer of medeschuldige?

Middendorp betoont zich een stilist van de bovenste plank: prachtige zinnen, op het poëtische af: ‘En al dat weten, van al die jaren, donderde in één klap in me neer’. Beschreven wordt de innerlijke gedachtenwereld van Ada, vrouw van Tille Storkema, de moordenaar van Rosalinde (in het echt Marianna Vaatstra). Het boek laat zich lezen als een soort vervolg van ‘Jij bent van mij’ uit 2018 waarin boer Tille Storkema centraal staat, zij het dat de vorm enorm verschilt.

‘De kant van Ada’ toont de tragiek van de vrouw achter de man achter de boer achter de moordenaar. Het boek roept veel vragen op: heeft het misbruik in Ada’s jeugd en haar lichamelijke uitverkoop aan jongens achter het fietsenhok met de daad van haar man te maken? Heeft zij een vermoeden van de moord gehad? Erger nog: ervan geweten? Wat is de (veranderende) rol van de plattelandsgemeenschap, de verdachtmakingen gericht aan het AZC in de buurt? Waarom trouwt dochter Suze met de eerste de beste (Freddy)?

De boeken ‘De kant van Ada’ en ‘Jij bent van mij’ intrigeren mij zeer omdat ik uit die streek kom. Ik ken de boerderij van Storkema (in Oudwoude). Ik ken de weg waarlangs Marianne Vaatstra werd vermoord (nabij Veenklooster). Ik ken het dorp (Kollum) waar de protesten tegen het AZC (aan de Trekweg) vorm kregen, waar de burgemeester bij een protestdemonstratie tegen immigranten, onder de tafel in het dorpshuis kroop. Van het boek is een toneelstuk in de maak.

Maarten ’t Hart 24 ‘De scheltopusik’ (2003)

In deze Bijenkorfuitgave t.g.v. de literaire boekenmaand in 2003 wordt aan de ik-persoon gevraagd een oogje te houden op de slang van de kleinzoon van een goudkustdorpsgenote, een bloedmooie vrouw met prachtige, vochtig glanzende lippen. Als hij gaat kijken is het beest ontsnapt. Het blijkt een glasslang of scheltopusik, een pantserhazelworm te zijn. De kleinzoon wil hem niet meer zodat de slang bij Leonora en haar man belandt.

Later kom Leonora bij de ik-persoon langs om haar sores te kunnen uiten. Ze vertelt dat haar man de kinderen verteld heeft dat hij niet hun echte vader is. De man lijdt aan wanen. De ik-persoon, een gescheiden bioloog, komt af en toe langs om wat op de Bechsteinpiano te spelen. De scheltopusik is weer verdwenen en in het dorp ontstaat onrust vanwege vermeende agressie van het onschuldige dier. Om de aandacht van haar mans wanen af te leiden verhindert Leonora Maartens zoektocht naar de scheltopusik, hem zoenend houdt ze hem in haar greep. Er komt een DNA-onderzoek om aan te tonen dat de kinderen wel van Abel en Leonora zijn. Na enige tijd weet de ik-persoon de scheltopusik weer te vangen.

Bedroefd vertelt Leonora dat haat man Abel ’s nachts aan een hartinfarct is overleden. Na de begrafenis eist de kleinzoon de slang op maar de ik-persoon kondigt aan ‘m in zijn natuurlijke biotoop in Kroatië te willen bevrijden.

Dit is duidelijk niet ’t Harts beste boek, of boekje, een novelle. De dialogen zijn draderig, te lang uitgesponnen er wordt veel herhaald. Wellicht een wat in te grote haast neergepend gelegenheidswerkje voor de Bijenkorf?

Kloeke kerken van De Ploeg in Ezinge

Johan Dijkstra

In Museum Wierdenland te Ezinge is tot eind mei ’24 de Kloekekerkenexpositie van De Ploeg te zien, nou ja De Ploeg, een gedeeltelijke, zeg maar de oude Ploeg. Van de huidige Ploeg is er niets te zien. Of het gemis van huidige Ploegleden Dik Breunis, Geert Schreuder, Bé Kracht en Reinier van den Berg, die allen  ook kerken schilderen of beeldhouwen tot een amputatie-expositie leidt? Mwaah. De tentoonstellingmakers hebben ongetwijfeld hun best gedaan, maar toch o zo jammer dat ze slechts de helft van De Ploeg, de oude garde, serieus nemen en exposeren en als middelbareschoolleraren die zich vastklampen aan lesmethoden van ver in de vorige eeuw, voorbij gaan aan de huidige Ploegleden. Opzet? Argeloosheid? Onkunde? Zuinigheid? Wie weet. Argeloze bezoekers worden natuurlijk om de tuin geleid, bij de neus genomen, misleid, besodemieterd. De helft leveren van wat je in de titel aankondigt zou bij de Keuringsdienst van Waarde tot een rel leiden.

kerk in Eenum

Wat zien we wel?  Zeker veertien Ploegkunstenaars tonen zowat 50 kerken, in was- en olieverf, aquarel, etsen, krijt en gouaches. Veel werk komt uit particuliere collecties. Ken je het Groninger landschap, dan herken je ook de meeste kerkjes wel. Bedaagde architectuur in kleine, soms minieme dorpen, omsloten door een agrarisch, vaak kaal landschap. De Ploeg heet niet voor niets De Ploeg, de oorspronkelijke opzet was ‘omploegen’, vernieuwen. Dat is soms gelukt en soms niet. Laat ik me tot het beste deel beperken.

Bij vlagen spat de vrolijkheid van het doek. Dijkstra, Hansen en De Vries bijvoorbeeld maken van de vaak grauwe, saaie, grijze,

Job Hansen

Romaanse steenklompen een fleurige bedoening, alsof je Gert van Hoef vrolijk ‘Flight of the Bumble-bee’ op een Hintz of Schnitger hoort spelen in plaats van Johannes de Heer op een krakend en piepend, aftands huisorgeltje. Mooie wolkenpartijen, zwiepende bomen en vooral verrassend veel kleur, die de oude en loodzware gebouwen lijkt op te lichten en de moeite van het bestuderend bekijken waard maken. Kijk bijvoorbeeld eens naar Dijkstra’s kerk in Eenum. En dan Hansen, hij is de meest non-conformistische als hij brutaal een blauwe garagedeur voor het kerkje van Stitswerd schildert. Of die schitterende knotwilg van

Jannes de Vries

De Vries voor het kerkje van Oostum, ik tel zo acht kleurschakeringen. Verder is er werk van de usual suspects als Martens, Jordens, Alkema, Wiegers, Melgers, Van der Zee en Altink, maar ook van minder bekende goden als Ruurd Elzer en Max Ali Cohen, elk met één werk.

Een aardig, extra element is het werk van fotografen. We zien zo’n vijftien mooi vergrote zwart-witte foto’s van amateurs en ook bij hen sijpelt lichtheid door in de oude, loodzware gebouwen. Er wordt maar raak gespeeld met zon en schaduw en verrassende gezichtspunten.

Ondanks drie vette sponsoren wordt bezoekers nog wel € 2,- extra in rekening gebracht naast de museumjaarkaart, maar waard is het.

Yongcheon Shin 환영 (in Dutch & English)

Als Zuid-Koreaanse hoboïst (met als tweede jeugdkeus sax en trompet)  kom je als gast terecht bij ons in Groningen. Na je vermoeiende repetities praten we wat bij en evalueren de dag. We serveren vier keer een ontbijt en constateren dat je goed eet: muesli, koffie, een gekookt ei en zoals wij ons verbazen over je brood met komijnekaas en vruchtenjam vind jij mijn combi yoghurt/muesli/jus d’orange gewaagd.

We voeren urenlange ontbijtgesprekken, steeds geanimeerder, over koude winters, warme zomers en windturbines in Korea, ambities, het Luthers Bach Ensemble met maestro Ton Koopman, over het bijna 30-voudige salarisverschil tussen onze koning en jullie president, prinsessenproblemen, je kleine kinderen die je missen, onze jarige zoon, dat je in Capelle en op meer plaatsen in Nederland hebt gewoond en dat jullie gezin in de coronaperiode weer terugverhuisde naar je moederland. Je voorliefde voor kibbelingen, de controverse Zuid- en Noord-Korea, Kim Jung Un, de miljoenenstad Seoul en dat je in Korea, mits je het toelatingsexamen haalt, in plaats van dienstplicht, voor 25 maanden musicus (in jouw geval dirigent van het politieorkest) kan worden, en de milde autokosten . En dat Groningers zo gastvrij zijn. Ja, klopt. Een glimlach van oor tot oor als ik je ’s morgens, wanneer je je hoofd om de deur steekt, 좋은 아침이에요laat horen met mijn foon.

We delen de liefde voor de prachtige muziek van Bach. Wat mooi dat je zo graag met maestro Koopman speelt. Met zijn drieën beluisteren we ‘Auf schmetternde Töne der muntern Trompeten’ ik krijg kippenvel. Je houdt van hiking in de Zuid-Koreaanse bergen en – nog een gedeelde interesse – je hebt wel eens gefietst van Maastricht via de Ardennen naar Frankrijk. Grote ogen als ik van mijn Grootkooruitspattingen vertel. Voor morgenvroeg studeer ik 맛있게 드세요 in.

Na EuroSonicNoorderSlag in Groningen klinken hobomuziekcomponisten Albinoni, Telemann, Vivaldi en Pasculli als muziek. Dan nog je favorieten Platti en Vivaldi. Dat je als hoboïst wel eens vier minuten aaneen je lippen moet klemmen aan het dubbelriet van je Spaanse Pau Orriols: topsport, bro. Maar hoe je hobby fotografie te combineren met de muziek? We zien je mooie zwart-witte pics in Groningen en filosoferen over de dealer van je BMW-3 als mogelijke sponsor voor je nog te bouwen website.

Yongcheon Shin 환영

As a South Korean oboist (whose second childhood choice is sax and trumpet), you come to us as a guest in Groningen. After your exhausting rehearsals we’ll catch up and evaluate the day. We serve four breakfasts and find that you eat well: granola, coffee, a boiled egg, and as we marvel at your bread with cumin cheese and fruit jam, you find my yogurt/muesli/jus d’orange mixture daring.

We have hour-long breakfast conversations, increasingly animated, about cold winters, hot summers and wind turbines in Korea, ambitions, the Lutheran Bach Ensemble with maestro Ton Koopman, about the almost 30-fold salary difference between our king and your president, princess problems, your little children missing you, our birthday son, that you lived in Capelle and more places in the Netherlands and that your family moved back to your motherland during the corona period. Your fondness for kibbelingen, the controversy South and North Korea, Kim Jung Un, the metropolis Seoul and that in Korea, provided you pass the entrance exam, instead of serving in the army, you can become a musician (in your case conductor of the police orchestra) for 25 months, and the mild car expenses . And that Groningers are so hospitable. Yes, true. A smile from ear to ear when I let you hear 좋은 아침이에요 in the morning, when you poke your head around the door.

We share a love for the beautiful music of Bach. How nice you love playing with maestro Koopman. The three of us listen to “Auf schmetternde Töne der muntern Trompeten” and I get goosebumps. You like hiking in the South Korean mountains and – another shared interest – you have cycled from Maastricht via the Ardennes to France. Big eyes when I tell of my Grand Choir exploits. For tomorrow morning I am rehearsing 맛있게 드세요.

After EuroSonicNoorderSlag in Groningen, oboe music composers Albinoni, Telemann, Vivaldi and Pasculli sound like music. Then your favorites Platti and Vivaldi. That as an oboist you sometimes have to clamp your lips to the double reeds of your Spanish Pau Orriols for four minutes in a row: top sport, bro. But how to combine your hobby of photography with the music? We see your beautiful black and white pics in Groningen and philosophize about your BMW-3’s dealer as a possible sponsor for your yet-to-be-built website.

Maarten ’t Hart 23 ‘Het roer kan nog zesmaal om’ (1984)

In de prachtreeks Privédomein verscheen in 1984 in negen hoofdstukken ’t Harts autobiografische Het roer enz. Wil je ’t Hart goed leren kennen, lees dan dit boek. Na een fraaie beschrijving van ’t Harts (over)grootouders volgt zijn kleuter- en lagereschoolperiode. Wijsneus Maarten ligt, mijlenver voor op zijn leeftijdsgenoten en dat weet hij. Over juf Van der Meulen en meester Mollema die enthou vertelt over ketterverbrandingen en de niet aflatende strijd tegen de papen. Op het lyceum zat M veelal in jongensklasse, zodat omgang met meisjes onmogelijk was. De studie biologie in Leiden begint harkerig maar bevalt M allengs beter en hij ontwikkelt een liefde voor plantjes (determineren) en later voor het gedrag van stekelbaarzen en ratten. Uiteindelijk promoveert Maarten.

Vervolgens beschrijft ’t Hart het ontstaan van zijn liefde voor muziek en zijn werkzaamheden als bediener van de sokkenbreimachine, Maarten breide één paar per dag, slagersjongen, bakkersknecht, aardbeien- en tomatenplukker, timmerfabriekmedewerker, leraar, universiteitsmedewerker tot zelfstandig letterkundige: schrijver. Interessant is hoe we  in deze autobiografische aantekeningen onderwerpen uit zijn verhalen en romans aangekondigd zien. Tussendoor vertelt Maarten over  zijn leeshonger, soms tot vijf boeken per dag.

Dan een stuk over ’t Harts ontwikkeling als uiterst productieve schrijver van romans, korte verhalen, artikelen en recensies, vooral in de tijd dat het proefschrift niet erg vlotte. ’t Hart vergeleek zichzelf steeds met de schrijfsuccessen van J.M.A. Biesheuvel, die aanvankelijk meer succes oogstte. Ook gaat ’t Hart in op (de effecten van) recensies en lezersreacties en de contacten met vertalers. Dan een hoofdstuk over films: ernaar kijken en eraan meewerken en over de oorlog, het leger, dienstplicht en zijn afkeer van verenigingen.

’t Hart schrijft met enthousiasme en vrolijkheid over zijn jeugd. Kritische noten bewaart hij voor het hedendaagse onderwijs en dan speciaal de middenschool. Of zijn angst voor tweedeklassen met zittenblijvers en zijn ondermaatse prestaties als leraar in lastige klassen daaraan hebben bijgedragen? ’t Hart besluit met een hoofdstuk over kerkgang, dominees, catechisaties en kerkscheuringen en de invloed daarvan op verliefdheden.

Lucie Horsch en Thomas Oliemans in Vredenburg

Is cultuur wat vroeger religie was, vraag ik me op zondagmorgen in de trein naar Tivoli Utrecht af. We bezoeken familie en een concert van Horsch en Oliemans met muziek van Fauré, Debussy, Brahms, Schubert en Ravel. Huiskamergelukmuziek op zijn best. Van Ravel luisteren we naar ‘Histoires Naturelles’ met absurdistische liederen over de pauw, krekel, zwaan, ijsvogel en parelhoen. En dat in mijn Maarten ’t Hart-jaar. De Herzzaal is met ruim 500 bezoekers bijna uitverkocht. Wij zitten op het schellinkje, maar rij S biedt nog uitstekend zicht en prima geluid. Naar beneden kijkend zie ik een eredienst. Devotie. Ingetogen blijmoedigheid. Met Horsch en Oliemans als aanbeden musici.

De programmaboekjes, als reisgidsen in de handen, zijn van zwaar glanzend papier zodat knisperen tot een minimum wordt beperkt. Er wordt aandachtig meegelezen als Horsch en Oliemans de poëtische dierteksten zingen. Of zingzeggen, want een melodie ontbreekt eigenlijk bij deze prozagedichten. Wel bijna perfecte pianomuziek. Quatre-mains en trois-mains, waarbij de zwevende werkloze vierde hand me intrigeert. Oliemans, bijna twee keer zo oud als Horsch, heeft ’t bovenste knoopje los. Geen stropdas, toe maar. Zwart pak. Horsch draagt een keurige lange donkeroranje rok, die ze ook in Groningen droeg. Wat een twee-eenheid, wat een dynamiek. Een vleugel vergeleken met een orgel is als een Opel Astra naast een full options BMW-6-serie, maar toch bekoort de muziek ons. Leraren Frans in de zaal delen tienen uit voor een perfecte dictie en uitspraak. Ik hoopte bij Brahms op enkele Liebeslieder, had ik lekker mee kunnen neuriën, maar het vocale duet ‘Es rauschet das Wasser’, over wolken, water, sterren en ware liefde is heel mooi.

Bij de halve glaasjes water (de wijn is op) na afloop in de foyer denken we na over het verschil met die heel andere muziekbubbel EuroSonicNoorderSlag in Groningen, waar een leeftijdsgenoot van Lucie Horsch, Joost Klein, aanstaand Nederlands Songfestivaldeelnemer, de popprijs krijgt. Muzikale bubbels die wat locatie en bezoekers mijlenver van elkaar af staan, maar die elk de kracht hebben mensen te bekoren, te beroeren. Het idee dringt zich op wat er gaat gebeuren als Lucie, mezzospraan, pianiste en blokfluitwondervrouw eens een gooi zou gaan doen op dat heel andere podium op weg naar talloze douze points…

Autodelen

Als senior met een grote historie aan auto’s (ik tel er wel 15)  kostte het me moeite afscheid te nemen van onze laatste comfortabele auto, die ik nu, in retrospectief, een vette cabriodieselbak (zeg nooit heilige koe) noem. We willen het anders doen en zijn samen met buren gaan autodelen en rijden nu een Renault Clio, liefkozend Cliootje genoemd. Inmiddels is een derde buur toegetreden tot onze CCP (Clio Coöperatie Pompplein) en wie weet volgen er meer.

Tegelijk is de gemeente Groningen bezig met reclame maken voor autodelende buurtcoöperaties, waarbij 15 tot 20 buren in een coöperatie vier à vijf elektrische auto’s gaan leasen. In de randstad zijn coöperaties met 80 deelnemers en tien auto’s niet ongewoon. De gemeente Groningen en het overkoepelende platform (voor meer info zie: www.wijzijndeel.nl en duurzaamgroningen.nl/autodelen ) stimuleren het ontstaan van coöperaties met een gratis laadpaal, een vaste parking en administratieve ondersteuning. Coöperaties kunnen verschillende auto’s kiezen, voor elk type gebruiker geschikt, ideaal! In een bijgeleverd standaardcontract staat dat overschrijding van een bepaald aantal kilometers tot een lagere kilometerkostprijs leidt. Dat is een verschil met de CCP, die, duurzaamheid en dus minder autokilometers propagerend, bij meer kilometers op meer kosten uitkomt; logisch! De vaste kosten worden één op één gedeeld, de variabele kosten op basis van gereden kilometers.

Autodelen wordt steeds populairder. Cijfers uit 2021 melden dat van de 7.600.000 auto’s in Nederland er 87.800 deelauto’s zijn, dat is ruim één procent. Met gemeentelijke, provinciale en particuliere initiatieven gaat dat aantal snel stijgen, vooral in binnensteden. Bewoners van buitenwijken en plattelanden blijven gek genoeg meer beren op de weg zien, terwijl de positieve effecten bij veelrijders exponentieel groter zijn.

De voordelen zijn duidelijk: autodelen is (spot)goedkoop, veroorzaakt minder CO2-uitstoot, minder blik op straat, in binnensteden meer ruimte en door het coöperatie-aspect ontstaat meer verbinding. Mensen zoeken elkaar op, starten coöperaties en denken na en praten over duurzaamheid. Een bijzonder effect: autodelers gaan minder autorijden. Reden we ooit 25.000 kilometers per jaar, het afgelopen jaar was dat 9.000 en de daling zet, mede geholpen door een NS-kortingsabonnement, door. Interessante publicaties zien het licht, bijvoorbeeld ‘The uphill struggle of carsharing in The Netherlands’. Nog een voordeel: burencoöperaties kunnen hun werkveld verruimen met de inbreng van (weinig gebruikte) keukenapparatuur, (tuin)gereedschappen en bakfietsen bijvoorbeeld.