Met zijn vijven treinen we naar Amsterdam, waar het Grootkoor met zo’n 350 zangers een benefietconcert geeft in het Concertgebouw. Voor ons een soort generale repetitie voor het kerstconcert in Groningen. Generale in het Concertgebouw! Ik glimlach. Voel een lichte opwinding. Mijn omgeving, voor zover het oog reikt net als ik opgegroeid in wat grenst aan brisante cultuurarmoede, vindt het cool of koel. En dan een benefietconcert ook nog. Provincie trakteert hoofdstad. Friese Boys, ’t Fean, The Knickerbockers, Pekel FC en WKE spelen met, andere provincieselecties in een uitverkochte Arena voor mantelzorgers, gehandicapten, zieken, vrijwilligers, daklozen en sponsoren.
Gouden componistennamen kijken voornaam de zaal in als nieuwe Kamerleden naar de bezoekerstribune. De helft van de zaalvloer is ontruimd voor rollators en rolstoelen. Het publiek bestaat uit vrijwilligers, mantelzorgers en mensen met een beperking van welke aard dan ook. Het ontroert me. Ik vestig mijn blik op een oude meneer met een bleke AJAX-sjaal die lekker meezingt en -dirigeert. Verderop twee gehoofddoekte prinsessen die ongelovig om zich heen kijken en zich blind staren op de teksten. Vetcool. Kapotmooi.
Dirigent Nan wandelt langs de rijen en houdt de microfoon voor meezingend publiek dat ‘Bas Nijhuis weet de eindstand al,’ en ‘Het is stil aan de overkant,’ graag inruilt voor ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Dirigent Etty houdt ons bij de les als burgemeester Femke raadsleden. Of opzwepen wel het juiste woord is, vraag ik me al fantaserend af. Aansturen, leiden, stimuleren. We doen graag wat haar mond, ogen en handen dicteren. Solist Florian floreert bij zijn maiden performance; organist Martin Mans en pianist Rob van Dijk doen hun best.
Tussendoor pieker ik me suf over de vraag of de koorleden egoïsten of altruïsten zijn. De eenvoudige, traditionele kerstteksten gaan langs me heen als moderne kunst langs breiwerkliefhebbers of haakwerk langs kunstminnaars. Als winkelmatten afgesleten clichés als The everlasting father, prince of peace, mighty God, das Christus Kind, ze kunnen me wat. Het gaat om het bindende maakwerk. Muziek van Händel, Schubert, Saint Saëns. Het zingen doet iets met me. Het magistrale orgelgeluid dat de stemmen bij elkaar houdt als, ja sorry, elastiek om spaghettistelen die in warm water ontdooien en samengevoegd met een saus van solistische toevoegingen lekker worden. Dat is het woord: Lekker.


Eén van ’t Harts bekendste. Ik was 24 toen ik dit boek las: autobiografisch en een soort ode aan, monument voor ’t Harts vader die op vroeg overleed. In twaalf hoofdstukken beschrijft Maarten ’t Hart de aangekondigde dood van zijn vader. Elk hf beslaat een verhaal waarin de dood ad orde komt..
Groningen, stadsschouwburg 2 dec 2023. Heten alle Friezen voor Groningers Jelle, omgekeerd is het Tammo, de artiestennaam van Johannes Peetsma. In enigszins waterig (kijken i.p.v. kieken, Friezen i.p.v. Vraizen, Delfzijl i.p.v. Delfsiel) Gronings neemt Tammo ons in een strak, ijzeren format mee langs het oeuvre van Ede Staal. Liedje – sketchje – liedje – sketchje. Eerst denk ik dat hij met zijn Groningse variant import-Groningers wil plezieren, maar God Ter Laan leert me dat het een Gronings dialect is uit de noordoostelijke hoek.
Maar wat een prestatie: begonnen als Tiktokker staat Tammo nu, met de pas gewonnen Haide Bliksem Award in de buutse in een uitverkocht huis met, zijpaadje, het mooiste plafond denkbaar. Maar of hij de gedroomde opvolger van Rooie Rinus en Pé Daalemmer wordt?
In vier delen: Vrouwen en discriminatie, Biologie, Schrijvers en dichters, Reizen.
29 november 2023. Groningers worden uitgenodigd gast van de raad te zijn. Van de gemeenteraad. Krek wat voor ons. Via de mail een afspraak gemaakt met een gisse griffiemedewerker, dan nog een herinneringstelefoontje en op pad. Om 15.00 uur melden we ons bij de balie en voeren vervolgens een rondetafelgesprek met andere gasten: studenten, gepensioneerden en alles daartussen. Het ontvangstcomité bestaat uit Roelf Reinders van de griffie, Sophie Middelhuis van GroenLinks en Mariska Sloot van de Stadspartij. Baliemedewerkers, stagiairs, catering: allemaal super gastvrij en hartelijk. We bespreken de gastenspeerpunten: parkeerperikelen bij het Hoornse Meer, tekort aan fietsenparkings, Wajonguitkeringen die onder druk staan van vrijwilligerswerk, lantaarnpalen in Haren en meer.
ZA Bij de prijsuitreiking van de Haide Bliksem Award op het Groninger festival in Hoogezand wordt champ geschonken voor winnaar, Grunnfluencer Johannes Peetsma alias TikTokTammo en tien glazen voor wie maar wil. De aarzeling in het publiek om een gratis glaasje te halen, zal ik, inhalige, dorstige, assertieve Fries, nooit begrijpen.
rondvragen in de leraarskamer krijg ik van Tineke een rood leren minirokje aangeboden. Dan nog een hemdje, kralen, pruik en witte stola. En een panty met verticale rode strepen van een collega, ik meen uit de natte hoek, die zich ’s weekends in travestie in Emmens night life stort. De catwalk is breed genoeg en ik red de twee passages zonder gestruikel op de van Henny geleende stiletto’s. Ik voel me op mijn gemak en ga langzamer en uitdagender lopen. Ik herinner me aanwijzingen van Gerda: ‘Je biceps vooral niet aanspannen en draai je voeten ietsje naar buiten, schuin voor elkaar en maak geen olifantspassen.’ De volgende mentorles wordt een feestje.
DI ‘Een reis door de Groningse en Nedersaksische orgeltuin’ is een prachtig standaardwerk voor de beginnende orgelliefhebber. Het bevat een duidelijke theorie over hoe orgels werken, verschillende soorten en een mooi overzicht in een orgelvlekkenkaart van de orgels in Groningen en Noord-Duitsland, met de nadruk op meesterbouwer Schnitger en minder op Hinsz. Daarnaast zijn er enkele ‘orgelroutes in Nedersaksen’ opgenomen. En, nooit weg, een begrippenlijst en een lijst informatieve websites.
Het proefschrift van Maarten ’t Hart, mijn meest speciale publicatie van de meester is genaamd: ‘A study of short term behaviour cycle’, een ethologische studie naar het gedrag van de driedoornstekelbaars, compleet met een lijst van vijftien stellingen.
Kijk, daar staan we: 70 personeelsleden van De Dissel, in de jaren 80 de grootste school voor voortgezet onderwijs in Emmen, 55 mannen en 15 vrouwen. Openbaar, want we realiseren ons maar al te goed de onwenselijkheid van (bijzonder) christelijk onderwijs. Een inclusieve school met ook leerlingen uit Marokko, Joegoslavië, Ethiopië, want hoewel het woord witte school nog niet bestaat, weten we dat we daar van moeten wegblijven. In latere jaren krijgt elke vestiging een taalklas waar leerlingen uit AZC’s naadloos instromen. De beste collega’s worden mijn beste vrienden. Onze school behoort tot de fine fleur van het voortgezet onderwijs in Drenthe. Nou ja, tenminste enkele vakken dan. Bijvoorbeeld het vak maatschappijleer dat via het SLO de landelijke toon zet. En komt minister Jo Ritzen enkele jaren later niet bij ons langs voor advies over invoering van nieuwigheden als de medezeggenschapsraad en basisvorming?
Meino Smit is een zeldzame koppeling van (biologische akkerbouw)boer en wetenschappelijk onderzoeker. Die zijn er dus ook. Dat werd tijd. Geen ontevreden LTO-zwalker, Farmer Defence overaldrager, omgekeerdevlagger maar iemand die met verstand van zaken nagaat hoe het echt zit. Dat zullen de verongelijkte standaardboeren, hun organisaties, Caroline van de Plas en Piet Adema de zwalker hem niet in dank afnemen. Leesvoer voor Wollaars/Tweebeke. Smit beschrijft een verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw en vraagt zich af waar de ethische en morele overwegingen in de landbouw zijn gebleven. Smit staaft zijn uitspraken met goed leesbare onderzoeken, weergegeven in duidelijke statistieken. Om hem zelf aan het woord te laten pak ik een interview met de Volkskrant uit 2021 erbij. Wat zegt Smit?

In deze Salamander pocket (een goedkope pocketboekenreeks van 1934 tot 1984) staan acht verhalen, waarvan vijf in eerdere bundels verschenen. ‘De dorstige minnaar’, ‘De vloekende dievegge’ en ‘Ongewenste zeereis’ zijn nieuw. Het eerste verhaal koppelt een oom die een perpetuum mobile wil maken aan een gedresseerd puttertje dat wordt geleerd water op te hijsen in een emmertje aan een kettinkje en dan als beloning kanarievrouwtjes mag bevruchten. Het tweede gaat over een kauwtje dat ‘sodommieters’ kan zeggen op een begraafplaats en daar twaalf jaar blijft.