Yongcheon Shin 환영 (in Dutch & English)

Als Zuid-Koreaanse hoboïst (met als tweede jeugdkeus sax en trompet)  kom je als gast terecht bij ons in Groningen. Na je vermoeiende repetities praten we wat bij en evalueren de dag. We serveren vier keer een ontbijt en constateren dat je goed eet: muesli, koffie, een gekookt ei en zoals wij ons verbazen over je brood met komijnekaas en vruchtenjam vind jij mijn combi yoghurt/muesli/jus d’orange gewaagd.

We voeren urenlange ontbijtgesprekken, steeds geanimeerder, over koude winters, warme zomers en windturbines in Korea, ambities, het Luthers Bach Ensemble met maestro Ton Koopman, over het bijna 30-voudige salarisverschil tussen onze koning en jullie president, prinsessenproblemen, je kleine kinderen die je missen, onze jarige zoon, dat je in Capelle en op meer plaatsen in Nederland hebt gewoond en dat jullie gezin in de coronaperiode weer terugverhuisde naar je moederland. Je voorliefde voor kibbelingen, de controverse Zuid- en Noord-Korea, Kim Jung Un, de miljoenenstad Seoul en dat je in Korea, mits je het toelatingsexamen haalt, in plaats van dienstplicht, voor 25 maanden musicus (in jouw geval dirigent van het politieorkest) kan worden, en de milde autokosten . En dat Groningers zo gastvrij zijn. Ja, klopt. Een glimlach van oor tot oor als ik je ’s morgens, wanneer je je hoofd om de deur steekt, 좋은 아침이에요laat horen met mijn foon.

We delen de liefde voor de prachtige muziek van Bach. Wat mooi dat je zo graag met maestro Koopman speelt. Met zijn drieën beluisteren we ‘Auf schmetternde Töne der muntern Trompeten’ ik krijg kippenvel. Je houdt van hiking in de Zuid-Koreaanse bergen en – nog een gedeelde interesse – je hebt wel eens gefietst van Maastricht via de Ardennen naar Frankrijk. Grote ogen als ik van mijn Grootkooruitspattingen vertel. Voor morgenvroeg studeer ik 맛있게 드세요 in.

Na EuroSonicNoorderSlag in Groningen klinken hobomuziekcomponisten Albinoni, Telemann, Vivaldi en Pasculli als muziek. Dan nog je favorieten Platti en Vivaldi. Dat je als hoboïst wel eens vier minuten aaneen je lippen moet klemmen aan het dubbelriet van je Spaanse Pau Orriols: topsport, bro. Maar hoe je hobby fotografie te combineren met de muziek? We zien je mooie zwart-witte pics in Groningen en filosoferen over de dealer van je BMW-3 als mogelijke sponsor voor je nog te bouwen website.

Yongcheon Shin 환영

As a South Korean oboist (whose second childhood choice is sax and trumpet), you come to us as a guest in Groningen. After your exhausting rehearsals we’ll catch up and evaluate the day. We serve four breakfasts and find that you eat well: granola, coffee, a boiled egg, and as we marvel at your bread with cumin cheese and fruit jam, you find my yogurt/muesli/jus d’orange mixture daring.

We have hour-long breakfast conversations, increasingly animated, about cold winters, hot summers and wind turbines in Korea, ambitions, the Lutheran Bach Ensemble with maestro Ton Koopman, about the almost 30-fold salary difference between our king and your president, princess problems, your little children missing you, our birthday son, that you lived in Capelle and more places in the Netherlands and that your family moved back to your motherland during the corona period. Your fondness for kibbelingen, the controversy South and North Korea, Kim Jung Un, the metropolis Seoul and that in Korea, provided you pass the entrance exam, instead of serving in the army, you can become a musician (in your case conductor of the police orchestra) for 25 months, and the mild car expenses . And that Groningers are so hospitable. Yes, true. A smile from ear to ear when I let you hear 좋은 아침이에요 in the morning, when you poke your head around the door.

We share a love for the beautiful music of Bach. How nice you love playing with maestro Koopman. The three of us listen to “Auf schmetternde Töne der muntern Trompeten” and I get goosebumps. You like hiking in the South Korean mountains and – another shared interest – you have cycled from Maastricht via the Ardennes to France. Big eyes when I tell of my Grand Choir exploits. For tomorrow morning I am rehearsing 맛있게 드세요.

After EuroSonicNoorderSlag in Groningen, oboe music composers Albinoni, Telemann, Vivaldi and Pasculli sound like music. Then your favorites Platti and Vivaldi. That as an oboist you sometimes have to clamp your lips to the double reeds of your Spanish Pau Orriols for four minutes in a row: top sport, bro. But how to combine your hobby of photography with the music? We see your beautiful black and white pics in Groningen and philosophize about your BMW-3’s dealer as a possible sponsor for your yet-to-be-built website.

Maarten ’t Hart 23 ‘Het roer kan nog zesmaal om’ (1984)

In de prachtreeks Privédomein verscheen in 1984 in negen hoofdstukken ’t Harts autobiografische Het roer enz. Wil je ’t Hart goed leren kennen, lees dan dit boek. Na een fraaie beschrijving van ’t Harts (over)grootouders volgt zijn kleuter- en lagereschoolperiode. Wijsneus Maarten ligt, mijlenver voor op zijn leeftijdsgenoten en dat weet hij. Over juf Van der Meulen en meester Mollema die enthou vertelt over ketterverbrandingen en de niet aflatende strijd tegen de papen. Op het lyceum zat M veelal in jongensklasse, zodat omgang met meisjes onmogelijk was. De studie biologie in Leiden begint harkerig maar bevalt M allengs beter en hij ontwikkelt een liefde voor plantjes (determineren) en later voor het gedrag van stekelbaarzen en ratten. Uiteindelijk promoveert Maarten.

Vervolgens beschrijft ’t Hart het ontstaan van zijn liefde voor muziek en zijn werkzaamheden als bediener van de sokkenbreimachine, Maarten breide één paar per dag, slagersjongen, bakkersknecht, aardbeien- en tomatenplukker, timmerfabriekmedewerker, leraar, universiteitsmedewerker tot zelfstandig letterkundige: schrijver. Interessant is hoe we  in deze autobiografische aantekeningen onderwerpen uit zijn verhalen en romans aangekondigd zien. Tussendoor vertelt Maarten over  zijn leeshonger, soms tot vijf boeken per dag.

Dan een stuk over ’t Harts ontwikkeling als uiterst productieve schrijver van romans, korte verhalen, artikelen en recensies, vooral in de tijd dat het proefschrift niet erg vlotte. ’t Hart vergeleek zichzelf steeds met de schrijfsuccessen van J.M.A. Biesheuvel, die aanvankelijk meer succes oogstte. Ook gaat ’t Hart in op (de effecten van) recensies en lezersreacties en de contacten met vertalers. Dan een hoofdstuk over films: ernaar kijken en eraan meewerken en over de oorlog, het leger, dienstplicht en zijn afkeer van verenigingen.

’t Hart schrijft met enthousiasme en vrolijkheid over zijn jeugd. Kritische noten bewaart hij voor het hedendaagse onderwijs en dan speciaal de middenschool. Of zijn angst voor tweedeklassen met zittenblijvers en zijn ondermaatse prestaties als leraar in lastige klassen daaraan hebben bijgedragen? ’t Hart besluit met een hoofdstuk over kerkgang, dominees, catechisaties en kerkscheuringen en de invloed daarvan op verliefdheden.

Lucie Horsch en Thomas Oliemans in Vredenburg

Is cultuur wat vroeger religie was, vraag ik me op zondagmorgen in de trein naar Tivoli Utrecht af. We bezoeken familie en een concert van Horsch en Oliemans met muziek van Fauré, Debussy, Brahms, Schubert en Ravel. Huiskamergelukmuziek op zijn best. Van Ravel luisteren we naar ‘Histoires Naturelles’ met absurdistische liederen over de pauw, krekel, zwaan, ijsvogel en parelhoen. En dat in mijn Maarten ’t Hart-jaar. De Herzzaal is met ruim 500 bezoekers bijna uitverkocht. Wij zitten op het schellinkje, maar rij S biedt nog uitstekend zicht en prima geluid. Naar beneden kijkend zie ik een eredienst. Devotie. Ingetogen blijmoedigheid. Met Horsch en Oliemans als aanbeden musici.

De programmaboekjes, als reisgidsen in de handen, zijn van zwaar glanzend papier zodat knisperen tot een minimum wordt beperkt. Er wordt aandachtig meegelezen als Horsch en Oliemans de poëtische dierteksten zingen. Of zingzeggen, want een melodie ontbreekt eigenlijk bij deze prozagedichten. Wel bijna perfecte pianomuziek. Quatre-mains en trois-mains, waarbij de zwevende werkloze vierde hand me intrigeert. Oliemans, bijna twee keer zo oud als Horsch, heeft ’t bovenste knoopje los. Geen stropdas, toe maar. Zwart pak. Horsch draagt een keurige lange donkeroranje rok, die ze ook in Groningen droeg. Wat een twee-eenheid, wat een dynamiek. Een vleugel vergeleken met een orgel is als een Opel Astra naast een full options BMW-6-serie, maar toch bekoort de muziek ons. Leraren Frans in de zaal delen tienen uit voor een perfecte dictie en uitspraak. Ik hoopte bij Brahms op enkele Liebeslieder, had ik lekker mee kunnen neuriën, maar het vocale duet ‘Es rauschet das Wasser’, over wolken, water, sterren en ware liefde is heel mooi.

Bij de halve glaasjes water (de wijn is op) na afloop in de foyer denken we na over het verschil met die heel andere muziekbubbel EuroSonicNoorderSlag in Groningen, waar een leeftijdsgenoot van Lucie Horsch, Joost Klein, aanstaand Nederlands Songfestivaldeelnemer, de popprijs krijgt. Muzikale bubbels die wat locatie en bezoekers mijlenver van elkaar af staan, maar die elk de kracht hebben mensen te bekoren, te beroeren. Het idee dringt zich op wat er gaat gebeuren als Lucie, mezzospraan, pianiste en blokfluitwondervrouw eens een gooi zou gaan doen op dat heel andere podium op weg naar talloze douze points…

Autodelen

Als senior met een grote historie aan auto’s (ik tel er wel 15)  kostte het me moeite afscheid te nemen van onze laatste comfortabele auto, die ik nu, in retrospectief, een vette cabriodieselbak (zeg nooit heilige koe) noem. We willen het anders doen en zijn samen met buren gaan autodelen en rijden nu een Renault Clio, liefkozend Cliootje genoemd. Inmiddels is een derde buur toegetreden tot onze CCP (Clio Coöperatie Pompplein) en wie weet volgen er meer.

Tegelijk is de gemeente Groningen bezig met reclame maken voor autodelende buurtcoöperaties, waarbij 15 tot 20 buren in een coöperatie vier à vijf elektrische auto’s gaan leasen. In de randstad zijn coöperaties met 80 deelnemers en tien auto’s niet ongewoon. De gemeente Groningen en het overkoepelende platform (voor meer info zie: www.wijzijndeel.nl en duurzaamgroningen.nl/autodelen ) stimuleren het ontstaan van coöperaties met een gratis laadpaal, een vaste parking en administratieve ondersteuning. Coöperaties kunnen verschillende auto’s kiezen, voor elk type gebruiker geschikt, ideaal! In een bijgeleverd standaardcontract staat dat overschrijding van een bepaald aantal kilometers tot een lagere kilometerkostprijs leidt. Dat is een verschil met de CCP, die, duurzaamheid en dus minder autokilometers propagerend, bij meer kilometers op meer kosten uitkomt; logisch! De vaste kosten worden één op één gedeeld, de variabele kosten op basis van gereden kilometers.

Autodelen wordt steeds populairder. Cijfers uit 2021 melden dat van de 7.600.000 auto’s in Nederland er 87.800 deelauto’s zijn, dat is ruim één procent. Met gemeentelijke, provinciale en particuliere initiatieven gaat dat aantal snel stijgen, vooral in binnensteden. Bewoners van buitenwijken en plattelanden blijven gek genoeg meer beren op de weg zien, terwijl de positieve effecten bij veelrijders exponentieel groter zijn.

De voordelen zijn duidelijk: autodelen is (spot)goedkoop, veroorzaakt minder CO2-uitstoot, minder blik op straat, in binnensteden meer ruimte en door het coöperatie-aspect ontstaat meer verbinding. Mensen zoeken elkaar op, starten coöperaties en denken na en praten over duurzaamheid. Een bijzonder effect: autodelers gaan minder autorijden. Reden we ooit 25.000 kilometers per jaar, het afgelopen jaar was dat 9.000 en de daling zet, mede geholpen door een NS-kortingsabonnement, door. Interessante publicaties zien het licht, bijvoorbeeld ‘The uphill struggle of carsharing in The Netherlands’. Nog een voordeel: burencoöperaties kunnen hun werkveld verruimen met de inbreng van (weinig gebruikte) keukenapparatuur, (tuin)gereedschappen en bakfietsen bijvoorbeeld.

Maarten ’t Hart 22 ‘De ortolaan’ (1984)

Op mijn 28e las ik boekenweekgeschenk De Ortolaan van Maarten ’t Hart. De vogel speelt in het boek een bijrol. Kernthema: een volwassen man, etholoog, getrouwd, raakt in de ban van een jongere vrouw die hij af en toe tegenkomt.

Maarten, etholoog, wordt gevraagd of hij een Belgische studente, Alma, kan huisvesten. Met haar bezoekt hij  de begraafplaats om naar vogels te luisteren en de ortolaan te zoeken. Een belangrijk gespreksonderwerp is of opvoeding en omgeving het gedrag bepalen of beïnvloeden. Hij raakt geïntrigeerd door Alma en het is alsof door haar aanwezigheid ‘alles op zijn plaats stond’.

Enkele jaren later ontmoet hij Alma weer, nu op een congres in Engeland. Alle mannelijke congresdeelnemers lijken door haar gebiologeerd en sloven zich voor haar uit. Maarten is zo van Alma onder de indruk dat hij het niet kan uitstaan als zij met andere, oudere congresgangers praat of wandelt. Bij alles wat hij doet, ziet of ruikt refereert hij aan haar. Hij neemt zelfs een nutteloze dwaaltocht door Londen voor lief, zolang zij maar bij hem is. Het boek telt veel citaten van K(ierkegaard).

Weer vijf jaar later ontmoet de ik-persoon Alma, nu in Edinburg. Ze is inmiddels getrouwd, maar de sensatie voor Maarten is gelijk: ze betovert hem, hoewel ze een té geprononceerd profiel, een té tere huid, té uitstekende jukbeenderen en té scherpe trekken heeft. Ze ontmoeten elkaar toevallig bij een ochtendwandeling, zij staat op een klip en durft niet verder. Maarten redt haar ternauwernood. Op het congres wendt zij zich van hem af. Tegen het eind van het congres komen ze weer nader tot elkaar.

Weer jaren later, nu voor de 4e keer, ontmoet Maarten Alma bij een congres in Duitsland. Op Alma’s vraag wie (filosoof) Adorno, de naamgever van de universiteit was, citeert Maarten Adorno’s uitspraak over bezet zijn, omdat er al een relatie bestaat die nieuwe uitsluit. Ze discussiëren over Darwin, Dawkins en meer. Later droomt Maarten zelfs van de onbereikbare Alma. Al wandelend komt hij een man tegen die dode vogels, die tegen het hoge Uni-gebouw waren gevlogen, opraapt. Maarten koopt voor 2 Mrk het kleinste vogeltje, een ortolaan, dat hij de volgende dag bij het afscheid uit zijn broekzak vist en Alma aanbiedt.

 

 

 

Tom Ysewijn – Alleen door Afrika, de opzienbarende reis van Kazimierz Nowak

Met mijn SpaakMasters fietsgroepje van Winsum noordwaarts fietsend in een striemende, koude regen achter een fietsmaat zonder spatbord, zodat kleiresten mijn bril teisteren en ik constant kleikorrels vermengd met koemest in mijn speeksel proef, denk ik aan het boek dat ik aan het lezen ben: ‘Alleen door Afrika’ over de Poolse schrijver/fietser/fotograaf/ontdekkingsreiziger Kazimierz Nowak, te boek gesteld door Tom Ysewijn en uitgegeven door uitgeverij Sterck & De Vreese¹.

Ongelooflijk hoeveel tegenslag een mens kan verdragen, is mijn eerste gedachte na het lezen van Alleen door Afrika. Nowaks fietsreis van Rome naar Tripoli naar Zuid Afrika en weer terug naar Algiers, Noord-Algerije is een aaneenschakeling van tegenslagen. Acht lekke banden per dag, ondoordringbare natuur, onbegaanbare paden, wilde dieren, malaria, kinine-, water- en voedseltekort, te hoge visumkosten, ontelbare kapotte spaken, criminele douaniers, bedorven drinkwater, insecten in broodmeel, stormen, koloniale wanpraktijken, zieke dromedarissen, schorpioenen, nijlpaarden, gieren, steenkoude nachten, loeihete zon, dagen aaneen rul zand, 60 kilo bagage, versleten kleding en meer. Zijn familie op verre afstand. Ontberingen in overvloed. Soms neemt Nowak een ander vervoermiddel. Zo huurt hij een dromedaris, koopt een paard, een boot, of loopt hij hele stukken.

Maar ook schrijft Nowak in zijn notities naar huis over de betoverende natuur, de prachtige flora en fauna, een peilloze sterrenhemel en een rugzak vol ervaringen die hij niet had willen missen.

De door Nowak beschreven barre tocht door Afrika duurde meer dan vijf jaren (van 1931 – 1936).  Zijn doel was onderweg een reisverslag te schrijven en foto’s te maken en die naar huis te sturen waarna zijn vrouw het materiaal door zou verkopen aan kranten en tijdschriften. Dat is gelukt. Nowak maakte meer dan 10.000 foto’s.

Opvallend: naarmate zijn reis vordert schept Nowak er genoegen in ’s nachts in zijn primitieve tentje te overnachten en wijst hij aangeboden overnachtingsgelegenheden af. Nowak schrijft ongefilterd over de soms schrijnende man-vrouwverhoudingen. Hij heeft een open oog voor de pracht van het continent, maar ook voor de talloze keerzijdes. Aan het eind voelt de reiziger een immens verlies. Een jaar na thuiskomst overlijdt de schrijver/fietser/fotograaf.

Wat een boeiend boek, een boek waarin je je echt helemaal kan verliezen, telkens weer benieuwd naar welke tegenslagen op de volgende pagina worden onthuld: leesvoer voor elke fietser die weleens tegenwind heeft…

¹Of het haastwerk was, wie weet. Zeker is dat uitgeverij S&DV iets te weinig aandacht heeft besteed aan de tekstcorrectie. Enkele handenvol haren in de soep ontsieren het verder prachtig vormgegeven boek, maar ik neem, Nowak indachtig, de imperfecties voor lief.

Maarten ’t Hart 21 ‘Het eeuwige moment’ (1983)

In het titelverhaal analyseert ’t Hart wat en hoe schrijvers als Hotz, Svevo, Vestdijk, De Vries e.a. als ‘het eeuwige moment’, de illusie van iets dat eeuwig duurt, verwoordden. Hoe, door wie en hoe vaak (100 x in 100.000 gedichten) muziek in poëzie wordt beschreven toont ’t Harts grenzeloze belezenheid. Volgens Jeroen brouwers zou ’t Hart 600 woorden/minuut lezen. ’t Hart, liefhebber van Vestdijk, analyseert of en hoeveel (muziekliefhebber) Vestdijk over muziek schrijft in zijn romans, daarbij maakt hij ook nog een verschil tussen soorten muziek: kerkmuziek, vocaal, instrumentaal. Houd je van Vestdijk noch Mozart dan is ’t Harts analyse van Vestrdijks opvattingen, minutieus, meticuleus, over Mozart een harde noot.

In de serie verhalen over literatuur is ’t Hart weer lekker op dreef. In Emily Brontë ontdekt ’t Hart een romantisch, gepassioneerd genie met een mathematische inslag. Bijzondere berekeningen zouden de sleutel voor begrip van Wuthering Heights vormen. Het lijkt erop dat ’t Hart naar Daanje verwijst als hij stelt dat Brontë gehoopt heeft op lezers die bereid zijn over elk detail na te denken. Symbolisme van het incest motief, omgekeerde herhaalde motieven: ’t Hart gaat maar door.

Van Charles Dickens, van wie ’t Hart alle 14,5 romans heeft gelezen (en sommige herlezen) beschrijft ’t Hart, na David Copperfield (900 pagina’s) in enkele dagen te hebben herlezen, zijn humor, de typische namen in zijn roman , de aanschouwelijkheid van het proza, de metaforen, zijn humor en het grote aantal personages per boek (90 in Martin Chuzzlewit); sommige passages zijn als gedichten die men wel 100 maal lezen kan. En passant noemt ’t Hart wat Karel van het Reve en Bomans over Dickens zeiden.

In de afdeling dagboeken komt Kierkegaard aanbod. De 7.000 aantekeningen die na zijn dood aan verschillende personen werden toevertrouwd leidden tot 20 delen dagboeken. Zo erg was ’t Hart onder de indruk van Kierkegaard dat hij het eerste boek van K dat jij onder ogen kreeg 12 keer herlas. Het hielp hem bij zijn geloofsverlies. Om K in zijn moedertaal te kunnen lezen, is ’t Hart zelfs Deens gaan leren.

Van Södeberg had ‘t Hart in 1970 nog nooit gehoord, maar na drie bladzijden in Dokter Glas gelezen te hebben wist hij al dat hij alles van S wilde lezen en weten. Via een analyse van de overeenkomsten tussen kerkscheuringen, soortvorming in de evolutie en het ontstaan van nieuwe literaire genres, komt ’t Hart uit bij Darwin en (het grote aantal vrouwelijke schrijvers van) de misdaadroman. ’t Hart pleit voor opheffing van de scheiding tussen misdaad- en gewone roman. Na essays over Highsmith en Canetti weidt ’t Hart lekker uit over de vraag ‘Waarom schrijft u?’

In Memoriam WILLEM KIND

Op mijn achttiende bezoek ik met een vriend de Ecole des beaux arts in Parijs en leer Giacometti kennen; zes jaar later maak ik kennis met het werk van Rotterdammer Willem Kind en herken de ijle, surrealistisch-expressionistische figuren; mijn eerste lesje kunstgeschiedenis in de praktijk is een feit..

Als ik de kerstpost open en een Duitse postzegel zie weet ik: ha, een kaart van Wim en Femke. Ik verheug me op het openen van de enveloppe want Willem en Femke zitten in de kerstkaarteneredivisie: geen groepsWhatsAppberichtje, een BCCmail of een ansicht van dertien in een dozijn, maar een eigen, creatieve kaart, vaak een scherpe foto uit een buitenland met een passende tekst. Maar, …dan zie ik een prefabindustriekaart, word ongerust en denk: godver, nee….

We schrikken van Femkes bericht op de nieuwjaarskaart: Wim is zeer ziek. Longkanker. Uitgezaaid. Palliatie. Naar nieuws. Een week later krijgen we het bericht dat Willem overleden is. Jammer dat zijn leven stopt, tragisch voor zijn gezin. Maar dit verhaal heeft een keerzijde. Rijden we naar Den Bosch, dan komen we vakkundig hand- en laswerk van Willem Kind bij een voordeur tegen, ook in tuinen en huiskamers van familie en vrienden in Apeldoorn, Groningen, Leiden, Nijmegen, Odoorn. In Emmerhout de reuzenletters A, B en C, de grote kop langs de weg in Borger, de turfsteker in Erica. Beelden in Bargeres, Klijndijk…; kortom Willem mag dan dood zijn, hij leeft overal voort, zijn artistieke geest waart rond.

Onze eerste kennismaking met Willem is in zijn atelier in Angelslo: hij levert ons een meer dan manshoog stalen beeld van een vogel, een loopvogel noemen wij hem: poëtisch, fier, in rake kleuren rood, goud en blauw. In een leuke optocht wordt het tuinbeeld aangeleverd. Bij elke verhuizing nemen we hem weer mee: van Emmen naar Sleen en weer terug naar Emmen en uiteindelijk belandt hij in een mooie tuin in Groningen. Nog steeds blijven mensen staan en kijken ernaar met veel belangstelling. Later werkt hij op een industrieterrein in Emmen en Neuenhaus. Enkele keren kopen we iets, soms om zelf te houden en soms als cadeau voor anderen. De prijs, ach daar worden we het vaak over eens; soms beslechten we de koop met een fles Jameson.

De naam Willem Kind staat voor heel eigen, van afstand herkenbare beelden. Stuk voor stuk dragen ze zijn handtekening. Of Willem als oeuvrebouwer zal worden gezien, wie zal het zeggen. In zijn thuisbasis Emmen is hij een alom bekende kunstenaar. Of hij genoeg erkenning krijgt in de Zuidenveldregio? Het CBK Emmen heeft naar mijn weten nooit een solo-tentoonstelling aan hem gewijd. Ongetwijfeld zullen particulieren nu hun beelden graag afstaan voor een overzichtstentoonstelling in een gelegenheidsruimte. De beelden van Willem Kind zullen de tand des tijds doorstaan en Willem leeft, op weg naar, vooruit, de eeuwigheid .

Beste Klaastaallezers,

Bij de jaarwisseling 2023/2024 hierbij mijn Groningse nieuwjaarsgroet.

Moi!

Wies met lutje keroazie

 

Wat hebt wie ja oflopen joar mooie herinnerings

moakt, mit zingen, fietsen, lezen, schrieven, ja

zölfs mit novvelk LHBTQ+kleuren op stoepe

krieten bie Museumbrugge, mit Vraize vlagen in

Surhuzum en nije vrunden moaken in Stad,

Ommelaand en Zuud Afrika.

De weerld stoat ien fik en braandt, ik schrik van

nijs in kraant: man, stoensbounder en kompeer in

ain, loat  vraauw stoan noast benzinepomp noa

pispauze bie tankstation aargens tusken Beem

en Bethlehem.

Mor goud dat oes onthold korrodeert as old iezer

ien swieneschure: alles ontholn ken ja nait ja en

k peins over de körtste mor muilekste òfstand

maank haart en heufd.

Wie hebt verrekte veul belang bie n goud nij-joar

mit veur joe allermieterst veul

blauwe lochten en laifs van K l a a s & I n g e

(ter info: keroazie = moed, kompeer = mafkees; stoensbounder =  zonderlinge man)

Wat leren mijn Google-statistics me? Ons energieverbruik steeg van € 65,-/maand in 2002 naar € 125,-  in 2023. Mijn eigen zorgkostenrisico van € 875,- kreeg geen deuk. Ons VanDerMeulenFonds -hierover later meer- doet waar het voor ingesteld is en gaat ‘t derde jaar in. ‘k Maakte op Gazelle, Sensa en Giant 7.000 fietskilometers -> 20 per dag. ‘k Schreef 92 KlaasTaaltjes met tegen de 4000 Klaastaalgebruikers (zeg nooit ‘volgers’), met een gemiddelde leestijd van 1.34 m. Via ‘momentopname rapporten’ kan ik ook van alles lezen over ‘organic search, email, Analytics Intelligence, referral, direct, organic social, first visit, session, (nieuwe) gebruikers, afwijkingsdetectie, user engagement, page view, aantal clicks per dag/week/maand, gebruikersactiviteit per cohort,  conversies, gebruikers per land’ en meer, maar daar ligt mijn interesse niet. Ik vind het leuk om te schrijven en om eieren te leggen.

Opvallend: enkele (ook in mijn ogen zeer goed geslaagde) artikelen blijven ook in 2023 weer populair: Lale Gül, Salomon Levy, (mijn adviezen aan) projectontwikkelaar Peter van Dijk, mijn niet aflatende stroom IM’s, (oppassen dat ik ze niet premortaal schrijf) en (koor)concertverslagen. Zelf een non-facebooker zie ik wel effecten van teksten delende facebookgenbruikers.

Tot nu toe bevalt mijn Maarten ’t Hart-projectje: per week een boek van ’t Hart herlezen. Hierdoor moeten de corrupte, frauderende Zwolse hartspecialisten nog even wachten (Hartspecialisten Zwolle. Het grootste ziekenhuis van Nederland staat in Zwolle, het Isala. Het specialisme hartzorg is van uitmuntend verworden tot corrupt en frauderend. Vijf specialisten die zich specialiseerden in hartchirurgie en zelfverrijking hebben zich verkocht aan de miljardenindustrie). En ook Kinderhartchirurgie. Minister Kuipers besluit dat de kinderhartchirurgie wordt geconcentreerd in Rotterdam en Groningen. Een gedurfd besluit om dit specialisme naast Rotterdam in het dunstbevolkte gebied te plaatsen. Verliezers Leiden en Utrecht gedragen zich als autonomen en accepteren de beslissing niet en stappen naar de rechter. Mantelzorg. Onderzoek toont aan dat vermeende probleem bij/onder mantelzorg(ers) eerder een resultaat is van gelehesjesdiscussies bij televisiepraattafels dan dat er sprake is van een tekort aan mantelzorgers. Kranten staan vol over bullshitbanen: een definitie van bullshitbanen is nog lastig. Enkele doen de ronde: die banen waarvan beoefenaren na pensionering moeiteloos en goed betaald willen doorgaan tot hun 70e. Of: banen die boven komen drijven in antwoorden na de door beoefenaren gestelde vraag: vind ik mijn baan nutteloos? Dan zien we: kunstenaar, PR-functionaris, financieel manager, horecamedewerker, econoom, IT-medewerker, assemblagemedewerker, deurwaarder, schoonmaker, marketingmanager.

Maarten ’t Hart 20 ‘De droomkoningin’ (1983)

Weer eens iets anders van ’t Hart: een thriller. De hoofdpersoon, farmacoloog Thomas Kuyper, gaat, smoorverliefd, op kroegentocht met een vrouw, Jenny Fortuyn, die later wordt vermist. Rechercheur Joost Lambert en Krijn Meuldijk doen onderzoek, ook bij de verdachte en zijn vrouw Leonie, die vooralsnog niets weet van het onderzoek, thuis. In bijzinnen schetst ’t Hart zijn wereldbeeld en komen bekende thema’s voorbij als (on)gewenste kinderloosheid, natuurobservaties, dromen, verleidelijke vrouwen voorbij, rattenonderzoek en kannibalisme bij ratten, maatschappijkritiek, subsidiebeleid bij wetenschappelijk onderzoek. Uiteindelijk wordt de verdacht opgesloten, alles wijst in zijn richting.

Thomas (vanuit de cel) en Leonie beginnen brieven te schrijven. T vertelt van zijn fascinatie voor Jenny de biebmedewerkster en Leonie vertelt over het onderzoek. Er is een vermoeden dat de ratten de vermiste vrouw hebben opgepeuzeld, iets wat Thomas weerspreekt.

Leonie beschrijft in haar dagboek hoe ze Thomas’ gangen nagaat en met mensen spreekt die Jenny goed kenden. Het kinderwensthema komt prominent naar voren. Ook gaat ze naar een vrouwenhuis waar over het vrouwelijk orgasme wordt gediscussieerd, ze probeert zich Jenny’s gedrag voor te stellen. Steeds meer kruipt Leonie in de rechercheursrol en onderzoekt ze wat er mogelijk gebeurd is, in het lab ziet ze zeekoeien op sterk water. Zijstraat: de mogelijkheid dat het lijk, diepgevroren, in flinters wordt gesneden en weggemoffeld doet denken aan het verhaal ‘Gevederde vrienden’ van Jan Wolkers.

Thomas is rustig bij het proces. Er blijkt weinig tot geen concreet bewijs tegen hem te zijn en hij wordt vrijgelaten. De vermoorde vrouw in een fles op alcohol is niet Jenny maar een andere vrouw. Leonie is uiteindelijk gerustgesteld als blijkt dat Thomas niet met Jenny naar bed is gegaan, hoewel hij dat wel had gewild. Als in een echte detective lopen er allerlei draden door elkaar en maken het boek een goed gewrocht geheel. ’t Hart schreef er drie jaren aan.