Zijn gezicht een lach van oor tot oor. Engels is voor hem dan ook geen straf. Zijn Engelse taalvaardigheid dankt hij aan zijn oneindig surfgedrag, games, mij, internationale chatgroups over ranzigheden van Australië tot Amerika’s westkust, BBC 1 t/m 3, en alles ertussenin.
‘Sir, what’s the meaning of the word turtle?’
‘Eeuwe, a sea animal that …’
‘Thanks sir, now I know,’ onderbreekt hij me, daarmee zijn kennis van het Engels en mijn overbodigheid, voor hem althans, tonend. Zijn linkerhand krult onrustig in de scheur in zijn spijkerbroek bij zijn knie.
Klas vier VMBO-TL aan de Anne Wadman Scholengemeenschap te Oosterzwaag werkt aan een examentekst. Hoe komt een Drentse scholengemeenschap aan de naam van een Friese schrijver?
‘Heeft de oude Trientsje Flokstra erdoor gedrukt,’ meldt Stien Wiekema, ‘Wadman is gewoon de beste Noord-Nederlandse auteur van een kaliber dat Drenthe niet kent.’ Stien kijkt triomfantelijk de leraarskamer rond als een bull’s eye gooiende dartster na afloop van een avondje pub-quizzen in Zaal De Brinkies.
Drie jaar werk ik in Oosterzwaag en elke dag brengt me verbazingen als gevulde eksternesten een populierklimmer. Ik ben nog gedreven na twintig jaren in de hoofdvestiging van mijn school te E. Wil de inspecteur imponeren. Laten zien dat de zuipkeetjongens terecht Italië, Spanje en Finland verslaan in de proficiency-index die wereldwijd de Engelse taalvaardigheid onder studenten meet. En met Eeuwe heb ik beet. Goud. Hij is als Shangri Las’ leader of the pack. Bruinsma en Sprangers van de natte hoek, nog voorbij de gymzaal, verguizen hem als een rat en Toebesma, Fruwel en Quant-Sjok, tehatexers pur sang, een creatief drietal dat ik toch echt een keer over klaarkomen in het invalidentoilet had horen fluisteren, iets wat IJkkers in elke personeelsvergaderingpauze betwist, kunnen niets met Eeuwe beginnen.
‘Sir, done,’ en hij dumpt zijn tekst op mijn tafel.
‘And well done too, if you ask me,’ imiteert hij mij grijnzend en zelfbewust. De rest van 4TL zweet en reikhalst naar de eindelesfluit. Eeuwe pakt de spons uit de emmer waarbij krijtkalkrestjes een ingenieuze cirkel aan het wateroppervlak vormen als warme pis in natte sneeuw en veegt het bord schoon. Precies als hij is laat hij geen witte sporen achter en doet ook de aluminium randen. Heerlijk.
‘Time is up,’ roept hij door de klas, een minuut voor het einde en hij begint routineus de papieren op te halen.
Bij het volgende inspectiebezoek, ik krijg godverdomme weer die gladde bloedmooie Suze Rondemans – Ben Sallah die me alleen al met haar parfum imponeert als een tuimelaarster zaad zoekende straatdoffers en dan moet die mij tot op het bot verpulverende Berberse oogopslag nog komen, schuif ik Eeuwe naar voren met een wat ik instant-speech-opdracht noem.
‘Who’s in for an instant speech?’ vraag ik aan het eind van een pittig grammaticalesje over de lijdende vorm in het Engels.
‘I am sir,’ klinkt het luid en duidelijk en niet-ingestudeerd.
Suze Rondemans, achter in het lokaal, kijkt op uit d’r papierwinkel, I-padje op de tafelrand naast d’r gespierde verleidelijk opgetrokken linker voet die een libidokilling enkelsokje, verrek, nog met wol gevoerd ook, verraadt. Haar wenkbrauwen op zijn scherpst gelijnd als Riffijnse geometrische teksthaken uit de voor Marokko aangepaste Word-invoegsymbolen.
‘Attention please, I’d like to inform you of Squirtles, turtles and more,’ gaat Eeuwe rustig van start.
En dan begint mijn Eeuwe in feilloos R P, zeg maar Engelands ABN, een verhaal over Pokémon spelende dorpsmeisjes die zogenaamd niet weten dat squirting spuiten betekent maar wel allemaal op jacht zijn naar de blauwe Squirtle. Pokémonvaktermen als Wartortle, hidden ability, Isle of armor komen voorbij als biersoorten in zijn vaders als man cave verhulde zuipkeet aan de rand van Oosterzwaag waar ongeschoren Oosterzwagers gezamenlijk de Formule I volgen waarbij ze, halfdronken, luid Vroem-Vroem roepen.
Als Eeuwe een krijtje pakt en op het punt staat een squirtende vrouw af te beelden grijp ik in.
‘Thanks, Eeuwe, enough is enough.’
Suze glimlacht naar mij.

Tot slot allerbeste A nog iets over ballen, ik verwed een deel van mijn salaris eronder dat er meer collega’s hetzelfde thema gaan benoemen dat ik vanaf hier ga aansnijden wanneer ik je meest karakteristieke pose ga beschrijven die je in de personeelskamer aanneemt tijdens de middagpauze: je ziet een in blauwe jeans gehulde mevrouw, zeg maar gerust middle-aged, langs de koffiemachine schichten als een krolse kraai die een zilveren lepeltje ontwaart, met de blik strak gericht op de soeppan: het lid eraf en dan, het lijf iets naar voren hellend, tussen broek en shirt een reep wit, tuur je enkele seconden in de pan, je beslissensoren op volle toeren draaiend en dan neem je behoedzaam de soeplepel ter hand en maak je kleine draaikolkjes in de vloeistof, als een verfmenger in de Hema, waarbij je, de zijden van de soeplepel naar links en dan weer naar rechts kantelend, goed kunt observeren of er stukjes vlees en of gehakt voorbij komen en als dat het geval is (en kok K kennende is dat vaak het geval), dan priemen je ogen in de diepte van de pan, je gewicht steunt nu geheel op je tenen, en begint het jongleren met de soeplepel: een geconcentreerd spel van heen en weer schuiven, als een kaasmaker die stremsel en wei scheidt, geluiden en bewegingen om je heen sluit je uit als een leerling die een examen gaat maken, waarbij het erop aankomt zo weinig mogelijk soep en zoveel mogelijk vaste stoffen in de lepel te vangen, als een goudzoeker in de weer met zeven en pannen om het kostbare residu niet te laten wegstromen, of als een bioloog die in troebele sloten kikkerdril op staat te vissen; als je goed luistert, hoor je de soepgolfjes over de soepelepelrand klotsen als buiswater in een BM’er op de Fluessen en dan, op het moment dat je beet hebt, zien we een gelukzalige glimlach op je gezicht: beet, hebbes, gotcha, je kijkt door je bril als een ivf-dokter die door de microscoop een serie zeldzame superspermatozoïden waarneemt, een junk net voor een hemels shotje, een koning voor de aankoop van een speedboat, en voor de sier laat je de soeplepel nog een keer naar beneden plonsen en kom je, net als iedereen, amechtig gapend, in je richting kijkt, met louter nattigheid naar boven met hoogstens ijle vermicellisliertjes of een draadje magere prei uit de collectie van Coöperatie Vergeten Groentes, dat je breed meanderend over de dikke buit onderin je soepkom sprenkelt, met een air van: wat een waterig soepje, waarbij je dan ook nog eens tergend semi-goedkeurend mompelt: ‘K had vandaag zeker een vegadagje, nou ja, ook lekker,’ of woorden van die strekking, als een verslaafde priester die na enkele kelken wijn veinst een watertje te drinken, of een alcoholiste die op een personeelsavond, naast de geheelonthoudende baas zittend, om een sjuutje vraagt en dan baan je je een weg naar je stoel, zet je neder en het grote genieten vangt aan, pretoogjes achter de bril; wie het waagt je tijdens dit haast orgastische moment te storen krijgt een vernietigende blik.


Je vleugels zijn bijna doorschijnend als kermis- of kerstmisengels in de schappen van de action naast de mirre en de kukident, jij, vlinder, rebelse vogel, je kiest voor ons huis met nog steeds r-factor 0, de pas geverfde zuidzijde nog wel, goed hoor, je stuiterde tegen de steen als moshende libellen op een zwembadrandfeest, wie ben je? je voelt je licht, bijna als een lege verzameling dagpauwogen; verre familieleden van jou moeten het doen met aleppo, siddeburen, bethlehem of oudwoude, zonder snoeiharde houtvingers zoek je scherptediepte op zacht wit, je bent de onschuld zelve, als met wierook ventende herders, toonbeeld van saudade, van een afstand oog je breekbaar, maar je hebt grinta van een judoër, je vleugelslichaamstaal spreekt boekdelen: weer heel anders
dan de duizenden ganzen zuidelijk van zwartemeer die als vuurwerk of republikeinen met veel te luide stemmen alles willen overvleugelen en -heersen, wij doen alsof we ganzenherders zijn en bezoeken en filmen ze en we observeren jou als je, een maand of wat voor kerst, even rust, en niet aan vogelgriepvrij ganzenstoofvlees uit de oven wil denken, peinzend, je ogen dicht, schouders neer, verwonder je je over de wereldleeddingen dichtbij als haperende kerststerren en ver als verwende koningskinderen; je puft uit op een nieuwe witte muur die je uitnodigt en beschermt en troost, zoekend kijk je langs de voeg de geblutste wereld in, als het je even teveel wordt vouw je kwetsbaarheid op als logeerbedlakens, weggestopt voor slecht nieuws en aanslagkansen via cartoon, alfabet of stembiljet, dierenleed met kerst is je een zorg en we wensen je van alles het beste en een werkend vaccin in een onbedreigd 2021. 






