Journaal week 45

MA Muziek, het klinkt als muziek in mijn oren als Google op maandag meldt: het weekrapport schermtijd is ’19 minuten minder dan het daggemiddelde van vorige week’. Less is more. Maandag is mijn A-kwartierochtend. Sinds mijn komst naar Groningen wil ik mijn omgeving leren kennen. Ik beschrijf straten (rubriek straat-in-beeld) en interview zgn. stamgasten. Beide zeswekelijks. Tien achter de rug. Heerlijke klussen. Dan een bestuursvergadering, een geveltuinjuryfeestje in de Wolthoorn, de columnisten bij elkaar houden en meer. In week 21 noteerde ik 20,5 uur activiteiten voor de wijk. Het moet niet gekker worden. Als bestuurslid van buurtvereniging A-Kwartier word je uitgenodigd voor minisymposium binnenstadsinrichting, paneldiscussies onderhoud- en groenvoorziening en meer.

DI Krompraterij bij het Journaal en Nieuwsuur. De laatste tijd hoor je op televisie vaak kromme praat. De journaaltaal is onderhevig aan corrosie. In plaats van: ‘Wij gaan over naar het weer met Peter Munneke’ zegt Simone Wijnans ‘Gaan wij over naar Peter Munneke.’ Kijken we nu naar onze verslaggever in Gaza i.p.v. Wij gaan nu kijken naar onze verslaggever in Gaza. Foutieve inversie? ‘Dan’  wegegelaten? ‘Dan gaan we nu …’ Onze Taal vindt het acceptabele spreektaal.

WO Schier. Met openbaar vervoer naar vrienden op Schier. Een uurtje bussen, drie kwartieren boten. We laten Clio thuis hoewel ze klaar staat. Weer zijn we onder de indruk van het bijzonder goede O.V. op het platte land. Bijna elke passagier groet de chauffeur en bedankt haar bij uitstappen. Op Schier overal nieuwsgierige fazantenmannen die ons in de smiezen houden. Culinair wandelen is een paradoxale contradictio in terminis.

DO Zoon I woont tijdelijk thuis. Volle wasmanden dankzij groepswas volleybalteam. Lege koelkast. We mogen meedenken met huis ver- en aankoop, herstelplan. Zoon II wordt ZZP’er. We praten over het leven & pensioenvoorzieningen. Ik leer hoe je van een Worddoc een PDF of een JPG’tje maakt. Beiden, als je e-learning erbij rekent,  onderwijsmannen en zoon II met technisch-creatieve inslag. Hoe zou dat nou komen? Golden times.

VR Sinds twee jaren doen we mee aan wat ik tot daarvoor de onbewezeneffect-griepprikflauwekul noemde die met € 14,01 per spuit de huisartskas spekt. Huisartsstagiair heeft maar twee centimeter opgeschort hemd nodig om ‘m erin te jassen en hoeft, wel even efficiënt blijven, hè, namen niet te weten.

ZA Ergens in Warffum, Pieterburen of Baflo wielrennend lees ik het Groningse woord ‘Keroazie’ op een thuiszorggevel en mijn aangeboren taalgevoel dicteert dat het Gronings voor ‘corrosie’ is. Maar K. ter Laan (Nieuw Groninger Woordenboek, maar zonder Nederlands – Gronings) corrigeert me: moed, dartelheid, brooddronkenheid.

ZO Het GrootKoor, met onder de tenoren drie vrouwen, stoomt op naar kerst. Vier fanatieke tenoren worden ook ingezet bij concert in Assen. Wat verheug ik me op drie concerten in Assen, Amsterdam en Groningen en twee repetities. We lopen weg met de dirigente. Wat een stem. Wat een vrouw. Wat een lijf.

Maarten ’t Hart 12  ‘Een vlucht regenwulpen’ (1978)

Zestien drukken in tien maanden; eind ’70 breekt veelschrijver ’t Hart (ik bereken dat hij één pagina daags schrijft) door met ‘Een vlucht regenwulpen’, misschien zijn bekendste, later ook verfilmde, boek. Er worden 1 miljoen van verkocht. Je leest over volwassen- en kindertijd van de hoofdpersoon. Een 30-jarige bioloog maakt voordat hij naar Bern afreist een afspraak met het zusje van Martha, de vrouw op wie hij verliefd is. In zijn solistische jeugd speelt hij, druivenkwekerszoon, vanwege een gebrek aan vriendjes, met zijn moeder. De ik-persoon wordt beheerst door dwanggedachten, bijvoorbeeld dat zijn moeders kanker te wijten is aan zijn ongelovig zijn, dat hij niet over schaduwen mag stappen, pleinangst, enz. De liefde voor Martha beheerst zijn leven, en route naar Bern in de auto praat hij tegen de afwezige zus van Martha.

Liefde, dood, god, natuur, seksualiteit, zijn werk als hoogleraar, komen voorbij. Veel hoofdstukken zijn goed als los verhaal te lezen. De eerste schooldag, de dorpsdokter die zijn amandelen knipt meteen gloeiende tang, de seizoenen en de lagereschoolperiode worden prachtig beschreven. Hoge cijfers en een gebrek aan sociaal gedrag maken dat hij geen vrienden maakt. Pesters, de militaristische meester Cordia noemt hem generaal, neemt hij te grazen. Na schooltijd krijgt hij bijles in middelbareschoolvakken. Andere leerlingen gedragen zich als halve zolen.

Als zijn moeder, kort na de dood van zijn vader, stervende is worden ze door weinig empatische ouderlingen bezocht, die zich enkel aan de bijbel kunnen en willen vastklampen. Maarten maakt zich zo kwaad dat hij ze afranselt, één gooit hij in het water. Zijn moeder sterft als er een vlucht tegenwulpen over komt, dat troost hem. Maarten gaat naar de middelbareschoolschoolreünie en ontmoet Martha, zijn grote jeugdliefde. Hij beschrijft de eerste jaren van de middelbare school en zijn diepe liefde voor Martha, een vrouw die hij steeds in andere vrouwen meent terug te zien. Hij trotseert zijn vaders woede als hij om Martha te kunnen zien, ’s zondags een andere kerk wil bezoeken.

Op reis naar Zwitserland discussieert hij onderweg met een hersenschim, de afwezige vriend Jacob, die zijn verliefdheid een neurotische 12-jaar durende aandoening noemt. In Zwitserland ziet hij voor het eerst bergen. Hij blijft maar verliefd worden op vrouwen die hem aan Martha doen denken; deze keer is het Adriënne. Tijdens een bergtocht met Adriënne en Ernst verongelukt Maarten bijna.

In Memoriam Harmke Jansen

Op vier november 2023 krijg ik een bericht uit Sleen dat Harmke Jansen is overleden. Het bericht stemt me bedroefd. Tegelijkertijd is het voor mij een goede aanleiding om herinneringen op te halen aan een fijn mens in een fijne tijd. Ik heb haar gekend sinds de tijd dat wij in Sleen woonden. Er zullen in Sleen niet veel vrouwen zijn met wie ik zo veel interesses en bezigheden deelde. En hoe mooi dat we altijd contact hebben gehouden na ons vertrek uit Sleen.

Samen met Harm Dijkstra behoorden Harmke en ik tot wat ik het vlaggenhijsersgilde noem. Op hoogtijdagen gingen we de toren in en hesen de driekleur. De eerste keer vergezelde ze mij. Met trots vertelde Harmke me over het feit dat Sleen de hoogste toren van Drenthe heeft. We keken uit over de landerijen, genoten van rondvliegende duiven en van het zicht op de bovenkant van de gewelven. Eens per jaar kwamen we bij Harmke samen om de hijsbeurten te verdelen.

Harmke had veel interesse in en kennis van het Drents. Toen ik het plan opvatte eens iets in het Drents te schrijven vroeg ik haar mijn taalcoach te worden. Dat deed ze graag. Ik volgde een cursus, las een stapeltje Drentse boeken, analyseerde Henderkiens teksten tot op het bot en dompelde me in het Drents. Ook mijn toenmalige buurvrouw Jannie Alberts was een prettige sparringpartner bij mijn studie. Ik schreef, schaafde en herschreef en vervolgens mailde ik Harmke enkele alinea’s die zij dan corrigeerde. De verhalen publiceerde ik op mijn blog. Het eerste ging over de aardige Sleense gewoonte oud papier op te halen voor de basisschool. Het was in het begin stoer genoeg maar Harmke stimuleerde me en ze becommentarieerde me op een milde wijze. Ik wilde verder en schreef een wat literairder verhaal over een leraar, leerlinge, zuipkeet en het leerlingenvolgprogramma Magister. Harmke stimuleerde mij om dat verhaal in te sturen voor een verhalenwedstrijd van Huus van de Taol. Het leverde me, met dank aan mijn taalcoach, een aanmoedigingsprijs op. Harmke was ruimdenkend. Dat ik in het verhaal wat plagerig schreef dat vrouwelijke collega’s op school fluisterden over klaarkomen op het invalidentoilet deerde haar niet.

Soms ontmoette ik haar als ze medewerker was bij een crematie in Emmen. Dat deed ze heel goed. Betrokken, meevoelend en duidelijk. We waren beiden boekenliefhebbers. Harmke was medewerker geworden bij de tweedehandsboekenverkoop ten bate van de dorpskerk. Typisch Harmke, je inzetten voor een goed doel waarbij je mensen ziet en spreekt. Ze was zo attent een rapportboekje van een van onze zoons terug te sturen toen dat een keer in een doos ingeleverde boeken terecht was gekomen.

We stuurden elkaar kerstkaarten en die van haar waren speciaal, altijd al van verre herkenbaar. Met de fraaie, gekalligrafeerde letters schreef de namen op de enveloppe, altijd tot verbazing en plezier van de postbodes en de verwoorde wensen waren vaak van een ongekende schoonheid, soms per letter een sierlijke tekening.

In december 2022 spraken we elkaar nog bij een kerstconcert in de dorpskerk. Ze was al ziek. De spierziekte ALS had haar in een verstikkende greep. Daarna hebben we nog met elkaar gecorrespondeerd. Ik was onder de indruk van haar positieve toon. Dat zij zo kort na haar man Leo uit de tijd is gekomen is tegelijk wreed en mooi.

Journaal week 44

MA Mijn streven wekelijks een Maarten ’t Hart te herlezen houdt stand. Ik houd zelfs, facebook- en twitterloos, tijd over. Sommige boeken herinner ik me goed. Andere nauwelijks. Een enkel helemaal niet. Deze week twee films gezien met schitterende hoofdrollen voor kinderen: Wintervacht: ontroerend, krachtig en Het Smelt: wreed, dramatisch. Beide bieden stof tot nadenken en napraten.

DI Verkiezingen I D66 en GroenLinks, dicteert mijn stemwijzer mij, maar had ik een jaar geleden niet beloofd tenminste één keer te stemmen op Omtzigts NSC? Ja. Verkiezingen II Ik doorsta de selectie en word benoemd tot stembureaumedewerker, nu in de Oosterparkwijk. Ik neem me voor weer een onderzoek te gaan doen naar mogelijkheden als official te frauderen.

WO Denk na over de traditionele kerstkaart. De discussie of we een kaart gaan versturen blijft dit jaar achterwege, daarvoor is de traditie te leuk. Wel zien we een terugloop in kaartmakers. Er kwamen vorig jaar zelfs, hopelijk goed bedoelde, wensen binnen via mail en, aaarrgghhh, Whatsapp. Inhoudelijk wordt het ook lastig, probeer maar eens wat humor en het Midden Oosten te combineren. Het Gronings gaat me redden.

DO Aan de snelweg bij Marum heeft een wakker mens omgekeerde vlaggen met tiewraps bij elkaar gebonden en gecastreerd. Mij bereikt de vraag of ik ervan weet. Jazeker! Ik lees Meino Smit: Naar duurzame landbouw. Wat een verstandige boer.

VR Eind oktober 2022 schrijf ik een jaar geen kleding te kopen. Als ik dat trots aan een goede kameraad vertel zegt die: ‘Maar Klaas, dat doe ik al tien jaar.’ Hoe is het mij vergaan? Nou, easypeasy, gelukt. Ik heb geen kleding gekocht en vind het eenvoudig. De Groningse Schaar heb ik enkele keren bezocht met een kledingherstelverzoek: een fietsjasje krijgt een nieuwe rits (€ 35,-), een jas wordt van een nieuwe zak voorzien (€ 25,-) en een lange broek gepimpt (€ 18,-). Ik koester versleten kragen en rafelige mouwuiteinden. Op 1 november gaan we shoppen: ik kom thuis met twee nieuwe witte hemden van de HEMA met V-hals. Klein en groot geluk samen.

ZA In januari ’24 organiseert de buurtvereniging een pubquiz. In onze minibieb ligt, toeval, ter voorbereiding,  ’De grote algemeneontwikkelingstest’ in 1001 vragen. Per dag drie pagina’s doorworstelen, denk ik.

ZO Op een leuke middag in Leens met nieuwe vriendin C komt het woord nederig voorbij. Wanneer voel je je nederig? Vandaag. Zondag, 13.00 uur, net terug van een ritje met SpaakMasters, de rit heette Werken naar Loon. Knap gevonden van road captain Bart. Windkracht vier in Stad, daarbuiten aanwakkerend tot vijf. Toch nog 27,9 gemiddeld. En dat 61 kms. Dat ik mijn kopwerk tegen de wind tot een minimum beperk begrijpt iedereen, ik ben de oudste. Maar ook voor de wind moet ik lossen en laat me lekker opsluiten in het pelotonnetje, ‘Klaas, zit je stuk?’ horend. Voor het eerst. Ik zoek naar oorzaken. Wintertijd? De inmiddels toch weer dagelijkse 500 CC Veltins of Leffe Blond? Naweeën van verkoudheid van twee weken geleden? Ik besluit te stoppen met suiker in de koffie en te streven naar een felgroen BMI van 21,7 i.p.v. een vaalgroen 22.9.

Maarten ’t Hart 11  ‘De som van misverstanden’ (1978)

Geen literaire essays, maar vlot geschreven beschouwingen over leeservaringen vanaf zijn vroegste jeugd. In het eerste verhaal neemt ’t Hart je mee langs alle auteurs die hem van kinds af aan geboeid hebben. Daarna volgen uitgebreide uitwerkingen van leesroutes langs Van Oudshoorn, Fontane, Trollope en meer.

Dit boek bewijst dat ’t Hart niet alleen een schrijver van formaat en een veelschrijver (ik tel al zo’n kleine 80 titels) is maar dat hij ook een veellezer is en dat al vanaf zijn vroegste jeugd. Het is altijd leuk als je zelf de door ’t Hart besproken schrijver kent of een boek van haar/hem hebt gelezen, maar echt nodig is het niet. ’t Hart heeft soms een interessant analyseuitgangspunt, bijvoorbeeld de frequentie van de woorden rood en wit bij Van Schendel.

In ‘De zeepokken van Hillenius’ leest ’t Hart ‘Tegen het vegetarisme’ en ‘Het romantisch mechaniek’ en bespreekt Hillenius’ kijk op (instinctieve verzet tegen het) instinct, de sleur, de reflex. ‘De glimwormen van Thomas Hardy’ is een bijeffect van een reis naar Engeland, naar de uitgestrekte heidevlakten waar het wemelt van o.a. glimwormen. Interessant is wat overblijft van de romans van Hardy: een skelet van toevalligheden. Onvoorstelbaar hoe ’t Hart in het werk van auteurs duikt die amper nog worden gelezen, bijv. Walter Scott. Het lijkt alsof hij alles van de schrijver van Ivanhoe leest en een analyse schrijft van Scotts literaire motieven. Hetzelfde geldt voor Selma Lagerlöf van ‘Niels Holgerssons wonderbare reis’.

Ik had nog nooit gehoord van Albert Vigoleis Thelen, maar ander dan ’t Hart laat ik het erbij, maar dat geldt ook voor Simenon voor wie ’t Hart de woorden babbelend, driestuiverromans, geen taalvirtuoos en povere intellectuele bagage gebruikt. Hoe anders dan Proust en Faulkner, de laatste twee in ‘De Som der misverstanden’.

Maarten ’t Hart 10  ‘Laatste zomernacht’ (1977)

94 pagina’s zonder hoofdstukindeling, gedrukt op 100 grams houtvrij papier; een fraaie, kleine uitgave. Anton, Ingeborg, Pieter, Jacob, Marijke en George de ik-persoon zijn met 16 studenten, waaronder een schizofrene grassengek, op biologie- excursie op zoek naar vuurbuiken. Vlinderfanaten, waterdriebladaanbidders, vuurbuikzoekers. Het spel kan beginnen.

Heerlijke thematiek: vrouwen die verliefd worden uit medelijden, een aan Hoofse liefde lijdende hoofdpersoon voor wie een steelse blik al bijzonder betekenisvol is, een nachtelijke natuurwandeling over een pad langs een elzenbroekbos, allen met een scherp oog voor kranswieren, vuurbuiken, een bosrietzanger, pijlkruid, beekpunge en meer, bijvoorbeeld de welriekende nachtorchis.

George heeft steeds een gevoel van kalmte in de buikholte en herinneringen aan vroeger, thuis, Maassluis. Voor ’t eerst een ’t Hart met zinnen die naar binnen zijn gericht. ‘… het was alsof mijn ik, dat je toch altijd in je hoofd lokaliseert, zich tijdelijk naar omlaag verplaatste, want mijn hoofd was alleen nog maar reukorgaan.’ Een voorzichtige kus op de wang, is de aanzet tot verandering.

George balanceert tussen twee vrouwen: Marijke en Ingeborg. De balanceeract wordt verbeeld door een wiebelig pontje dat heen en weer wordt getrokken, met onophoudelijke twijfel tot gevolg: naar rechts, naar links, naar voren of achteren? Met Ingeborg (bijna dezelfde letters als George) doet George een wedstrijdje, wie kan de padjes het verst laten springen? Nog een metafoor naast de bewegende pont is de schaduw die de werkelijkheid al dan niet aan het oog onttrekt.

Maarten Luther als antisemiet

Luisterend naar de mooist denkbare klassieke muziek van Horsch en Chanon in de Akerk te Groningen, denk ik na over de naamgever van het Luthers Bach Ensemble: Luther. Het is de week van gruwelijke aanslagen in Gaza. In praatprogramma’s op televisie wordt hardop verbaal geworsteld. Mag je decennialange Israëlische onderdrukking en agressie tegen de Palestijnen noemen als verklaring of zelfs de oorzaak van de wrede Hamasaanslag oktober 2023 op onschuldige Israëliërs?

Kranten buigen zich over verguisde helden. Tobiah Palm schrijft op 24 oktober in Trouw dat de KNAW vraagt wat te doen met standbeelden van de slachter van Banda, J. P. Coen. Musea brengen extra informatieve bordjes aan bij openlijk racistische beeldende kunst. De Nederlandse regering en het koninklijk huis bieden excuses aan voor Nederlands slavernijverleden. In het verleden zijn dingen gebeurd die lang met de mantel der verhullende onnozelheid en liefde zijn bedekt onder lagen stof. Stof heeft de neiging op te waaien in woelige tijden en laat zo werkelijkheden zien die men liever niet onder ogen ziet. Wie bijvoorbeeld weet dat Groningen de derde Nederlandse stad was die profiteerde van de slavernijinkomsten? In de Volkskrant van 25 oktober stelt Peter de Waard dat de Nachtwacht misschien beter als roofkunst aan Indonesië wordt teruggegeven als vergoeding voor de geroofde specerijen uit Neerlands koloniën.

In de lagereschoolgeschiedenisboekjes wordt Maarten Luther (1483 – 1546)  geportretteerd als de bestrijder van de aflaat, een katholiek vehikel om zonden af te kopen. Hij zou stellingen tegen een kapeldeur in Wittenberg hebben gespijkerd. Luther was ook, zoals vele Duitsers in dat tijdperk, een antisemiet. Volkskrantcolumnist Max Pam schrijft in Beweringen en Bewijzen op 17 oktober 2023 wat Luther uitkraamde over Joden. Zijn uitspraken zouden, geuit in een voetbalstadion, een levenslang stadionverbod opleveren. En terecht.

Voor stichtingen en instellingen die de naam Luther dragen zijn dit lastige tijden. Direct een andere naam aannemen is veel gevraagd. Zich distantiëren van Luthers met Jodenhaat doordrenkte uitspraken niet. Hoe kijkt het Luthers Bach Ensemble in Groningen aan tegen de oude Luther? Zij verduidelijkt noch excuseert zich in concertprogrammaboekjes. Het zou het bestuur van Luther-instellingen sieren op websites en in programmaboekjes expliciet afstand te nemen van Luthers gedachtegoed als rabiate antisemiet. Doen alsof je neus bloedt is voor concertbezoekers nabij de Groningse Folkingestraat geen sinecure.

Lucie Horsch en Anne-Gäelle Chanon – Akerk Groningen

19 oktober 2023. Het negende Schnitgerfestival opent met Horsch op blokfluit en Chanon op orgel. Plaats van handeling: de Akerk in Groningen, stijf uitverkocht. Dankzij de mooie foto-expositie aan de muren, we hebben zicht op prachtig gestileerde Afrikaanse pics, krijgt de avond een inclusief cachet. Enkele onbezette sponsorenstoelen worden opgevuld met mensen die achter de pilaren zitten. Attent, fijn.

Twee jonge vrouwen spelen de sterren van de hemel, elk op haar eigen aerofone instrument. De een op een antieke, tegelijk lomp en sierlijk ogende, complexe Schnitger, die zoals later zal blijken aan een grote onderhoudsbeurt toe is, maar toch de Rolls Royce onder de orgels blijft, de ander op een daarbij vergeleken uiterst eenvoudig instrument, een blokfluit, een soort orgelpijp met gaatjes, voor de kenners: een Renaissance Ganassi sopraan van Stephan Blezinger en twee barokinstrumenten van  Seiji Hirao.

 Beide vrouwen zijn grote talenten. Virtuoze musici. Horsch, die alles uit het hoofd – en zo te horen uit het hart – speelt, is driedubbel getalenteerd; naast blokluitist, pianist, mezzosopraan. Het zou me niet verbazen als in haar ook een begenadigd dirigent schuil gaat. Er wordt samengewerkt met het Luthers Bach Ensemble (dat hopelijk nadenkt over haar naamgever).

Horsch excelleert met werk van Castello, Sweelinck, Telemann en Bach. Chanon kiest voor Lübeck, Böhm, Buxtehude en Händel. Allen Hanzestadbewoners, dit jaar het centrale thema van het Schnitger Festival. Denk je bij deze componistennamen soms aan complexe muziek die het zonder nadere toelichting niet gaat redden, de vrouwen laten het tegendeel horen: een en al tintelende, sprankelende, lichtvoetig- en vrolijkheid. Muziek zoals je hoopt dat muziek altijd klinkt. In het eerste stuk van Horsch lijkt de balans tussen strijkers en blokfluit wat in haar nadeel,  maar dat wordt allengs beter. Lucie licht het programma toe en onthult een première: Pavane Lachrymae van Sweelinck is van origine een orgelwerk dat zij heeft bewerkt voor fluit en strijkers. Het is op zich een droevig stuk, maar zij weet het zo te laten klinken dat je er blij van wordt.

Vanwege een noodzakelijke reparatie aan de ouwe Schnitger wordt de pauze wat vervroegd. Met acht pax achter de bar lukt dat nog ook. Dan volgen de mooiste stukken: van  Buxtehude en zijn student Bach, Händel en Telemann. En, o verrassing, een toegift met organiste Chanon en Horsch als vocaliste, ook een primeur? Het publiek (en Schnitger) raakt in vervoering.

Maarten ’t Hart 9  ‘Mammoet op zondag’ (1977)

 Achttien smakelijke korte verhalen, zes drukken. Binnen het thema heimwee naar de kindertijd zeer gevarieerde onderwerpen: een voorbij Maassluis varende mammoettanker, een jongen die verliefd is op de sokkenstopster van de schoenenwinkelier, een voddenman die hoopt spreker te zijn bij een begrafenis van een dorpsgenoot. Mooie dorpsverhalen uit de vorige eeuw, doorspekt met Maarten’tHartiania. Lekkere spotternijen over elkaar de tent uitvechtende doodgravers die op weg naar het 100e lijk in één jaar elkaars doden door elkaar husselen. Over vredelievende jagers en agressieve vegetariërs. Een van de mooiste: een vrouw heeft een verwilderde rat die de auteur van een rattenboek even moet vangen.

Verhalen over alles verzengende, peilloos diepe, onmogelijke verliefdheden van een docent biologie en een studente, over Maarten Biesheuvel en een Amerikaanse spreker. Voor het eerst komt de naam Hanneke (’t Harts vrouw) om de hoek kijken en de Alpen als favoriet wandelgebied, waar de ik-persoon op twee kleine kinderen moet passen. In Rat op rum moet de rattenboekauteur in een verzekeringskwestie bepalen waar een rat in 60.000 l rum is geraakt: prachtig. Ook komt ’t Harts weerzin tegen kantoren en vergaderen naar voren in een surrealistisch Kafkaësk verhaal over een dwaaltocht in een kantoorgebouw op zoek naar de juiste vergaderkamer. Opvallend is dat deze verhalenbundel eindigt met het in 1976 apart uitgegeven Avondwandeling.

Luthers Bach Ensemble – Opera Dido & Aeneas – Henry Purcell

Kijk, dat doet de Lutherse kerk goed: terwijl verderop kerken leeg lopen als racefietsbanden nabij een glasbak, staan hier de gasten zondagmiddag op de stoep in de rij. Een uitverkocht huis. Vandaag geen orgelmuziek maar een lekker spelend ensemble, zangklaszang van het conservatorium en een opera.

Voorafgaand aan de opera Dido & Aeneas van Purcell zingen conservatoriumstudenten Wilko Koekoek, Karel Stegeman, Rasa Vitoliņa, Freya Turton, Twan van der Wolde, Jaap de Kok stukken van Händel en Purcell als gearriveerde solisten. De teksten van Händel kan je gerust openhartig en vrijmoedig noemen: we horen van ‘een gewetenloze schurk’, ‘vuig bloed’, of ‘‘k leef of ‘k sterf ’t maakt geen verschil’. En dan nog onverwacht actueel ‘Why does the God of Israel sleep’. Alsof we in een praatprogramma over Israel tegenover Hamas zijn beland. De jonge zangers zijn zeer getalenteerd. Ze zingen alsof ze nooit anders doen. De beide vrouwen zorgen voor kleur: felgroen en felfuchsia; daar kunnen de jongens, in stemmige bankmedewerkeroutfits nog een puntje aan zuigen.

De spreekstalmeesteres beschrijft de fijne samenwerking tussen het Luthers Bach Ensemble met Tymen Jan Bronda, de zangklas van het Prins Claus conservatorium, en ingehuurde musici, zoals blokfluitist Robert de Bree en theorbespeler Giulio Quirici. En, voor de decors en kleding met twee ontwerpers van Minerva, Milo Kok en Mikaela Martinez Parente. We zien in de opera mooie vondsten: een met een hengel in een laken opgestoken ingenieuze boot, en een met grote dozen verbeelde stad.

Robert de Bree, foto: Daria Vinogradova

Na de pauze luistert en kijkt de uitverkochte Lutherse kerk ademloos naar de zang, muziek en toneelspel. Je kan een speld horen vallen. De zangklas zou net zo goed een toneelklas kunnen heten, ze spelen geweldig. Enthousiast, vol vuur en gewoon goed. En ach, de inhoud van de opera is natuurlijk zo gedateerd als het maar kan, het centrale thema, liefde, schuld, geluk en ongeluk, is van alle tijden, maar als je voor een toekomstbestendig Carthago Gaza leest….

De speelruimte wordt uitstekend gebruikt. Soms waaieren de spelers door de hele kerkruimte heen en komen als flashmobspelers in een winkelcentrum van alle kanten naar het centrale podium onder de kansel. Ook de preekstoel, in vroeger tijden door dominees gebruikt, wordt ingezet als de tovenaar/geest, gespeeld door countertenor Wilko Koekoek, zijn ei kwijt wil. De voorste rij wordt bijna bij het spel betrokken, zo dicht wordt op

‘heksen’ Mieke en Hannah

het publiek gespeeld. De hoofdrolspelers Clarisse Planchais als Dido en Michiel Nonhebel als Aeneas schitteren, evenals Johanna Bart als Belinda. Ook zijn we onder de indruk van de twee heksen Mieke  Pressley en Hannah Tomasini die zich met lef en verve in hun rollen hebben ingeleefd, én goddank met humor; af en toe dendert een gulle lach door de zaal.

Heerlijk, wat een schitterende productie. Het publiek bleef tot de uitgang applaudisseren.